vanalles wat

Er werd eerst half afgesproken tijdens Jazz in ’t Park (dat morgen overigens herbegint), en vanochtend werd het bevestigd: vanmiddag hebben we (Henri en ikzelf) gelunched met Opa T. In de Progrès vanzelfsprekend, en in het verder charmante gezelschap van A. en B. Vier stoverijtjes, en een steak voor de jongeheer.

Een lekkere stoverij-met-frieten, én een heerlijk malse steak voor Henri –ik heb zijn vlees voorgesneden en daarbij vanzelfsprekend ook voorgeproefd! De mayonaise heb ik overgeslaan, maar ik heb wel van de pickles geproefd die onder zachte dwang van Opa T. alsnog op tafel werden gebracht –anders gelooft hij (onderwijl druk naar mij wijzend) weer niet dat er wel degelijk pickles op het menu stonden.

harry potter overdoseAchteraf ging elk zijn weg, wat wil zeggen dat wij nog gauw even de mokabon binnenstapten voor koffie en een gróót glas melk (en een ijsje en nog een koffie –ssst). En om onze buit te overlopen. Henri heeft gisteren namelijk boek twee van Harry Potter zowat in één ruk uitgelezen Ik heb hem gezegd dat hij eerst vijftig bladzijden in een leesboek moet lezen voor hij aan een Donald Duck of een Jommeke mag beginnen, en sindsdien heeft hij al drie leesboeken verslonden. Gisteren was evenwel overdaad –“ik zou willen stoppen, maar ik kan niet want het is zo spannend”. Hij heeft er dan ook de ganse nacht over gedroomd, en ons twee keer uit bed gehaald (telkens hij er zelf wakker van werd).

Maar goed, vandaag zijn we dus deel drie gaan halen, in de Standaard Boekhandel (ge denkt toch niet dat ik de Fnac nog binnenstap), en daar begint hij dan morgen in te lezen (op Jazz in ’t Park inderdaad). Binnenstappen in die Standaard Boekhandel is een kleine ramp voor mij, want strategisch vlakbij de kassa’s geplaatst, bevinden zich de sportboeken. Wij hebben dus meegebracht: Harry Potter III, Marathonloper (Abdelkader Benali), Beter trainen met de hartslagmeter (Paul Van Den Bosch), en Groot handboek lopen (Herbert Steffny). We gaan weer bijleren.

En dan zou ik nog niet iets over fotografie (en mijn motor) ook willen vertellen, maar ik moet nog een aankondiging schrijven voor Het Project, en straks komt mijn boekhouder. ’t Zal voor een volgende keer zijn.

die ochtend bij de biobakkers

Als het op (weekend)ontbijten aankomt, zijn wij een beetje verwend. We hebben een veelvoud van bakkers in de buurt, waar we al gauw een selectie van twee hebben uit gemaakt en die zeer regelmatig op onze afname mogen rekenen. (Die selectie betekent allesbehalve dat de andere (buurt)bakkers niet de moeite waard zouden zijn. Vandenbouhede op de Astridlaan heeft bijvoorbeeld verschrikkelijk lekkere koeken, maar ze zijn iets te rijk aan boter naar onze smaak.) Onze voorkeur gaat uit naar Groeneweghe (in de Distelstraat, op de hoek met de Koning Boudewijnstraat), en Damme (in de Nederkouter, naast De Poort) –en ja, Damme ligt een eind verder weg, maar een beetje lichaamsbeweging ’s ochtends wekt alleen maar de appetijt op.

Dergelijke ontbijten bewaren wij meestal voor de zondag, want op zaterdag treft u ons ’s ochtends meestal in de binnenstad aan, en dan durven we daar wel eens te ontbijten. Onze voorkeur gaat dan uit naar Bloch, voor een lait russe, een spiegelei (twee eitjes eigenlijk), en een pistolet met kaas van kaashandel Peeters aan de overkant van de straat. Maar bon, dat bespreek ik later misschien nog wel eens.

Toegegeven, het is misschien een beetje raar om uw recensie met de opsomming van een hoop andere bakkers te beginnen, maar nu hebt u alvast een idee van mijn referentiepunten. Zaterdagochtend schoven wij de benen immers niet bij Bloch onder tafel, maar bij de Biobakkers in de Zuidstationstraat. De vakantie nadert met rasse schreden, de geldigheid van ons paspoort was reeds lang verstreken, en wij dachten om bij het openingsuur van de Dienst Bevolking (9u) de grote massa –bij wie ongetwijfeld ook allemaal de reispas was verstreken– een stap voor te zijn. Dat bleek aardig te lukken, en rond 9u30 stapten wij gezwind bij de Biobakkers binnen.

Lees verder die ochtend bij de biobakkers

Kaai 14

Eind vorig jaar las ik bij Het Project reeds een bespreking van dit restaurant. De conclusie was toen over de ganse lijn positief, en daardoor waren ook wij benieuwd naar deze hippe, stijlvolle en lekkere plaats (mét spiegeltoiletten!). We zijn daar eigenlijk al een tijdje uit, uit de resto-scène. Of liever, ik ben daar al een tijdje uit want mijn wederhelft volgt die zaken nog steeds trouw op. Vroeger, ja, dan ging er geen halve week voorbij of ik was wel weer ergens in het nieuwste restaurant van Gent te vinden. En hoewel we ondertussen we nog wel regelmatig de benen elders onder tafel steken, gaat de voorkeur tegenwoordig veel meer uit naar een degelijke prijs/kwaliteit verhouding, dan naar de hipheid waarvan hierboven sprake is.

Een aantal keren per jaar gaan we evenwel met een afwisselende schare vrienden op restaurantbezoek, en dan krijgen we –ijverig geplot en gestuurd door de hipsters– toch wel eens de binnenkant van die stijlvolle zaken te zien. En zo kwamen wij zaterdag alsnog in Kaai 14 terecht, en wel in zeer aimabel gezelschap.

Het restaurant is gelegen in de Kuiperkaai, schuin tegenover de peepshow, een beetje voorbij de erotheek. Ze noemen zichzelf –om te contrasteren met de rest van de buurt waarschijnlijk– een huiskamerrestaurant, al is deze omschrijving enkel van toepassing als u houdt van koel minimalisme en überstrak design in uw living. Maar let wel: hoewel ze anders lieten vermoeden, zaten de stoelen heel comfortabel –een toch niet onbelangrijk detail bij het gezellig tafelen. Helemáál gezellig wordt het echter pas in de lounge area onderaan (tevens de doorgang naar de spiegeltoiletten). Daar bevinden zich een aantal sofa’s, kaal en sober, maar gezellig gerangschikt rond een open (gas)haard, waar het aangenaam vertoeven was tijdens de koffie. Maar zover zijn we nog lang niet.

De ontvangst in Kaai 14 is zeer hartelijk en geduldig. Een vriendelijke juffrouw bracht ons naar onze plaatsen (waarvoor we niet ver moesten stappen, want het is een klein restaurant), vanwaar wij een mooi uitzicht hadden over het water.

Bij het aperitief kregen we prompt een spiesje van tomaat en mozarella, geserveerd in een dun lang glas –aardig detail. De kaart, die ons meteen daarna werd overhandigd, is niet verschrikkelijk uitgebreid. Dat hoeft ook niet: veel liever hebben wij een chef die zich beperkt en een kaart die vaak wisselt, dat komt de versheid alleen maar ten goede. Jammer wel dan, dat de gerechten op de kaart getuigen van weinig zin voor creativiteit of vernieuwing.

Er was een marktmenu beschikbaar voor 30€, maar drie gangen asperges –op gelijkaardige wijze bereid– leek ons net iets te eentonig. À la carte dan. Ik had wel degelijk zin in asperges, dus koos ik voor de Asperges “Kaai 14”, met garnaaltjes, ei & rode kaviaar (15,50€ als voorgerecht). Een groot deel van het gezelschap ging evenwel voor de Twee huisgemaakte kroketjes van Zeebrugse grijze garnalen (12,50€). De garnalenkroketten waren mooi bruin gebakken, maar de inhoud was iets te vloeibaar en leek daardoor (?) een beetje schamel. Míjn voorgerecht bood me drie –eerder dunne– asperges, waarvan de voeten waren verdwenen in een rommelige hoeveelheid ei, garnalen en fluorode lompviseieren. Weinig zorgvuldig, veel garnituur, en weinig asperges, was de indruk.

Als hoofdgerecht koos mijn direct gezelschap unisono voor de Asperges met gebakken St-Jacobsvruchten en een Hollands sausje. 21,50€ waarvoor ook zij drie asperges kregen, met –in vergelijking– veel sla, en een drietal St-Jacobsvruchten. Zelf koos ik voor de Ossenhaas “Limousin” met kruidenboter, krokant slaatje & verse frietjes (23,00€): een klein stuk vlees, een weinig sla, en een grote hoeveelheid verse frietjes waren mijn deel. Lekker, maar als ik vooral frieten wou eten, was ik wel bij Julien afgestapt.

Het gezelschap had voor- en hoofdgerecht met een fles wit en rood doorgespoeld (30€ per fles), zelf hield ik het bij spuitwater (goed spuitwater, overigens). Als dessert kwam er onder andere een Crème brûlée en een Sorbetassortiment (waaronder aspergesorbet) op tafel. Voor wie ernaar benieuwd is: het smaakt een beetje naar meloen, met aspergepunten als nasmaak. Niet meteen geschikt als dessert, zo vonden wij unaniem.

De koffie mocht er wezen, zowel de capuccino als de Irish Coffee, en werd vergezeld van een aantal chocolaatjes en harde Italiaanse koekjes. De rekening klokte af op net geen 70€ per persoon, en dat vonden wij toch wat aan de hoge kant.

De bediening bij Kaai 14 is hartelijk, de kok is er vriendelijk, het eten is er correct. Maar verwacht in Kaai 14 is geen culinaire hoogstandjes. In de toch wel hoge prijs zit vooral de hip-factor verrekend, want een gelijkaardige bistromaaltijd kunt u elders goedkoper én beter krijgen. En dan stellen wij het graag zonder spiegelpaleis in de toiletten.

Kaai 14, Kuiperskaai 14, tel: 09 234 34 44, info@kaai14.be. Keuken: 12u00 tot 14u30 en 18u30 tot 22u30, gesloten op feestdagen, zaterdagmiddag en zondag

(Deze bespreking verscheen eerder bij Gentblogt)

gesloten wegens sluitingsdag

Vanavond heb ik hebben we nog eens vrij. Meestal zetten we dan een stapje in de wereld, en daar hoort een restaurantbezoek bij. Wij zijn daar nogal tamelijk conservatief in, d.w.z. dat we –eenmaal goed bevonden– vaak naar dezelfde plek terugkeren. De Martino is zo’n plaats, en de Progrès.

Helaas is het vandaag dinsdag, wat betekent dat niet alleen de Martino gesloten is, maar de Progrès ook! Ik heb nog wel een paar alternatieven in gedachten, maar misschien heeft iemand tips voor gelijkaardige restaurants? Bij voorkeur wel op wandelafstand van de Groentenmarkt. (Niet de Sarabande, want daar zal het nu waarschijnlijk weer vreselijk koud zijn.)

volgestoken

Het ideale weekend is voor mij een weekend waarin niets gebeurt, de ideale vakantie is voor mij een strandvakantie op een zonovergoten eiland met zo min mogelijk mensen en zoveel mogelijk boeken (liefst dan nog pulp fiction) rond mij. Ik ben een mens die van rust, kalmte en stilte houdt.

Gisteren werd ik –naar onhebbelijke jaarlijkse gewoonte– gevierd, met een dag die ik uit eigen beweging volledig vol had gestoken. Uitslapen (helemaal tot 8 uur), gevolgd door ontbijt, computerprutsen en het onvrijwillig te kort trimmen van mijn haar, het ontvangen van een aangenaam maar te kort blitzbezoek (wijze cadeau!), lunch in de Sirena (de beste kaaskroketten van Gent, de beste minestrone volgens Henri), een misgelopen –wegens volzet– optreden van Lady Linn in de Vooruit, een koffie met taartje bij Févery, de aankoop van een braadpan bij Katherine Bouckaert (grotendeels gefinancierd met een cadeaubon van de schoonouders), een koffie met wafel in Caffè Caffee, een bezoekje aan de Poort, en een wandeling naar huis.

Om daar ijlings weer weg te vluchten naar Tuur voor een concert van Tuur Florizoone, Michel Massot, en Marine Horbaczewski. Er zat flink wat volk bij Opatuur, en met reden. Een van dé Opatuurconcerten van het voorbije jaar! Tessa was wreed content dat ze het meegemaakt heeft, en Tuur (F. –van Opatuur zelf wisten we dat al) blijkt in ’t echt net zo beminnelijk te zijn als hij eruit ziet. Verslag volgt.

week van de smaak

Bij Het Project doen we mee met de Week van de Smaak. Elke dag post iemand van de schrijvers een recept, of een aanzet daartoe. Bij voorkeur heeft dat min of meer iets met Gent te maken. Dus ja, dat Gentse recept komt er ook op –vandaag zelfs.

Straks post ik hier ook een receptje –dat eergisteren fotografisch werd gedocumenteerd– ter voorbereiding van het recept dat ergens volgende week op Het Project wordt gepubliceerd. Maar eerst vermeid ik u nog even met wat trivia.

In mijn Express GB aan het Noordstation, waar ik nu al dagelijks een kilo of zo mandarijnen/clementijnen ga halen, kosten beide citrusvruchten ondertussen al evenveel: 2,99 EUR per kg. Waarmee ik nu ook zonder gewetensproblemen de goedkopere mandarijnen met de clementijnen kan mengen.

Gisteren hebben we de dag (en de geheime afspraak) afgesloten in de Martino. En voor de eerste keer heb ik een beetje spijt dat ik een chees-egg heb genomen. Bij de suggesties stond immers een Steak Rossini, die Tessa bleu liet serveren. Zoals ze het zelf omschreef: “een kloeke steak, met daarop zo’n zacht stuk foie gras” (en schijfjes truffel). “Compliments au chef“, riep Pascaline naar haar broer. Als understatement kan dat tellen.

twee soorten

“Er zijn twee soorten restaurants”, zei ik gisterenavond tegen Tessa toen we na ons uitgebreid avondmaal in de Ankara nog iets gingen drinken in Godot op de Hooiaard. “Nee wacht, drie soorten natuurlijk,” ging ik onverstoorbaar verder terwijl ik 10 EUR neertelde voor een glas Cava en een versgeperst fruitsap –zonder nootjes of andere schnabbels erbij vanzelfsprekend.

Een kwartier eerder hadden we net iets meer dan het dubbele neergeteld (25 EUR) voor een diner voor twee, bestaande uit voorgerecht (tomatensoep en gevulde druivenbladeren), hoofdgerecht (Moussaka op Turkse wijze en Grill Mixte), en drank. En achteraf kregen we nog Turkse Koffie en thee als extraatje toe.

Maar goed, drie soorten restaurants dus.

Er zijn de betaalbare etablissementen, waar je gaat voor het eten en de uiterst gunstige prijs-kwaliteit verhouding (voorbeeld: Restaurant Du Progrésbespreking).

Er zijn de echt dure restauranten waar je gaat om twee keer van uw stoel te vallen: één keer voor de verfijndheid van het eten, en een tweede keer voor de peperdure rekening (voorbeeld: Karel de Stoutebespreking).

En ten slotte is er al de rest. En daar val je maar één keer van uw stoel: uit verbazing voor de peperdure rekening die ze durven presenteren voor de opgewarmde kost die ze onder het mom van hipheid verkopen aan een veelvoud van wat het eigenlijk maar waard is (voorbeeld: Café Théâtrevermelding).

Laat u overigens niet verschalken: het is niet de prijs die hier doorslaggevend is. Het is de kwaliteit die u in één van de eerste twee categorieën, ofwel de laatste categorie onderbrengt.

(Tot zover uw dagelijkse portie toogpraat.)

Restaurant Du Progrès

Om de (schoon)ouders te vriend te houden, staan wij onze zoon op al te regelmatige tijdstippen af voor een dag (of twee) grootouderlijke bonding. Meestal vallen die momenten samen met de schoolvakanties, die door strikt afwegen mooi worden gescheiden in een evenredig aantal dagen/nachten voor elk van beide partijen. Potentieel voortrekken wordt standvastig in de kiem gesmoord.

Op dergelijke dagen durven wij ’s avonds nog wel eens een stapje in de wereld te zetten. Meestal leiden onze wegen dan naar een van de Gentse cinemazalen, met een avondmaal in de Martino achteraf. Soms wordt ook het filmgedeelte overgeslaan, omdat we te moe zijn, of te hongerig. Zo ook gisteren.

Restaurant Du Progrès op de Korenmarkt is een begrip. Je kan er terecht voor scherp geprijsde lunches, maar evengoed voor een uitgebreid diner. Als je op zoek bent naar het brasseriegevoel in Gent, dan ben je op de goede plek terecht gekomen. Het is overigens reeds de derde generatie van de familie De Baets die het restaurant openhoudt, zo lezen wij op hun website.

De plaatsen zijn nipt –maar nog net goed– uitgemeten, en door de gonzende gezelligheid krijg je niet het gevoel dat je uit bord van je tafelgenoot of van de omliggende tafeltjes mee-eet. De bediening is er sympathiek en efficiënt, met de nadruk op het gemak van de klant en dus zonder je te willen buitenkijken op het einde van de maaltijd. Op vraag naar een rookvrije tafel, werden wij naar achter in het restaurant geleid, waar wij bij zo’n modern maar gezellig gasvuur mochten plaatsnemen. Zeker geen verdomhoekje, maar net zo aangenaam als de rest van het restaurant.

Du Progrès is voornamelijk een vleesrestaurant, al kan je er ook pasta’s en salades krijgen. De viskaart is beperkt (forel en tong), maar ik heb met laten vertellen dat de forel zeer lekker is. Wij kwamen evenwel voor het vlees, dat in zijn traditionele bereidingen wordt opgediend, van rundstartaar over rumpsteak, tournedos en côte à l’os naar filet pur en chateaubriand. De keuze werd er niet minder moeilijk op.

Tussen een rode martini (3,50 EUR) en een vers fruitsap (2,50 EUR) beslisten we uiteindelijk om voor een 500 gr côte à l’os (15 EUR) voor haar te gaan, en een filet pur ‘James Bond’ (met peperroomsaus met dragon en whisky –16 EUR) voor mijzelf. We bestelden een extra salade tomate (3 EUR), want je diende te kiezen tussen salade of saus bij de côte à l’os. Alles saignant vanzelfsprekend. Toen de maaltijd aan tafel werd gebracht, bestelden we nog een glas rode wijn (2,60 EUR) voor het gezelschap.

Het vlees was succulent. Botermals en zijdezacht, je had er amper een mes voor nodig. De côte à l’os was vermoedelijk in gezoute boter gebakken –iets te doordringend, volgens mijn tafelgenote, maar we gebruiken thuis dan ook zelden zout in de bereiding. De filet pur was een weldaad, en de saus complementeerde het vlees in plaats van te overheersen. Een subtiele smaak van whisky –zoals het hoort zonder enig spoor van alcohol– en vergezeld van een laagje dragon, maakten dit vlees bijna perfect. De enige verbetering die wij hadden kunnen wensen, waren handgesneden frietjes. Ook de portie was ruim bemeten. Wij waren tevreden dat we toch maar geen voorgerecht hadden genomen, terwijl er na de maaltijd ook niet echt plaats overbleef voor een dessert. Ik zal nog eens terugmoeten (met veel plezier overigens) om de crème brûlée te proberen.

De rekening klokte af op 42,60 EUR, in deze tijden eerder aan de lage kant voor twee personen. Wij komen zeker terug.

Restaurant Du Progrès, op de Korenmarkt, is open van 8.00u tot 24.00u en de keuken is doorlopend open van 11.30u tot 22.30u. Gesloten op dinsdag en woensdag.

publiek geheim

Filip Bossuwé in de Soup CultureSsst. Op 16 september (OdeGand) gaat De Foyer van het NTG opnieuw open. De uitbater is Filip Bossuwé, van het uiterst aangename restaurant Soup Culture (nu gesloten).

Wij gingen heel graag naar de Soup Culture –een van de best bewaarde geheimen van Gent– voor een onklopbare lunch, of à la carte ’s avonds (kijk, de eerste keer was precies in 2002). Met De Foyer doet Bossuwé gewoon verder wat hij met Soup Culture al deed, en wij staan alvast te trappelen van ongeduld om terug de benen bij hem onder tafel te kunnen steken. (Bovendien zal u ook in De Foyer geheel rookvrij van uw maaltijd kunnen genieten.)

De aankondigingen zijn de deur nog niet uit, dus als u –net zoals wij– de openingsavond wil meemaken, dan kan u maar beter eens bellen (09 234 13 54).

domestica

Eigenlijk wilden we gisterenavond naar de cinema. Gezien mijn tijdelijke hypersomnische toestand leek me dat evenwel niet een ideaal scenario. (Bovendien is er momenteel ook betrekkelijk weinig interessants te zien in de Gentse zalen.) Uit eten leek een veel betere optie.

Tegen beter weten in zijn we eerst gaan neuzen bij Soup Culture, maar daar is (blijft) alles evenwel gesloten tot ergens midden september. Filip heeft namelijk De Foyer (NTG) overgenomen, en steekt momenteel alle energie in het klaarstomen van de ruimte aldaar. (We kunnen maar beter nu al een plaatsje reserveren.)

Domestica werd door Tessa voorgesteld als alternatief. Bijna pal naast de Mineral (waar ik minder goede herinneringen aan heb) ligt het restaurant van Vincent De Leenheer. Een donkere, stijlvolle inrichting, met spaarzame rode lampekappen verlicht, wordt door de bar van de ingang afgescheiden. Hoe knus het binnen is kunnen we u echter niet vertellen, want wij kozen ervoor om –in de huidge weersomstandigheden– buiten plaats te nemen onder de parasol.

Tessa nam een apéritif maison, champagne en pêcher mignon, ikzelf hield het bij water tijdens de maaltijd. Het aperitief werd vergezeld van een glaasje peperroomsoep en een hapje gerookte zalm. De kaart zag er enigszins saai maar degelijk uit.

Voor het voorgerecht lieten we ons verleiden tot Tartaar van Tonijn (15 EUR) en Schotse Zalm (13 EUR). De tartaar was vermengd met geroosterde sesamzaadjes en gewenteld in sesamzaadolie, wat een bewezen, smakelijke combinatie is. De Schotse zalm was niet gerookt, maar rauw, wat voor een veel aangenamer smakenpallet zorgde. De zalm was bestrooid met peper en versnipperde ajuin, en een zestal stukken appelsien lagen in stervorm op het bord geschikt. Geslaagde combinatie.

Als hoofdgerecht nam Tessa een Salade van Sardienen –een grote variant van het voorgerecht (16 EUR)– terwijl ik voluit ging voor de Entrecôte van Charolais met pepersaus en frietjes (20 EUR). Het vlees was echt saignant, zoals gevraagd, en heerlijk mals. Van de sardienen heb ik niet geproefd, maar die werden aan de overkant met tevredenheid naar binnen gesmikkeld.

Een dessert mocht niet ontbreken, zo vonden wij, en we werden verwend met een Sabayonne met Rode Vruchten (7 EUR) en mijn gedoodverfde Crème bruléé (6,50 EUR). De crème was afgekoeld, zoals het hoort, met de suiker erbovenop gecarameliseerd (en nog warm). Niet steenhard, zoals we al te vaak hebben gekregen, maar perfect krokant. Geloof mij, er is een groot verschil.

Het totaal klokte –tot onze verbazing– af (met huiswijn en koffie en thee) op maar liefst 120 EUR. Dat leek ons een ietsje aan de hoge kant, en we hebben er zéker niet de duurste gerechten of drank uitgehaald.

Domestica is een weinig verrassend, maar degelijk restaurant. De bediening is vlot en goed, net zoals de aankleding, en het eten is er smakelijk en in geschikte porties bereid.