Aaargh!

Dat was de kreet die ik vanochtend voor de spiegel slaakte. En neen, ik schrik niet elke dag zo van mijn eigen spiegelbeeld. Rewind.

Des zondags scheer ik mijn haar. Ik gebruik daartoe een tondeuse, sorry: eem trimmer, die ik al in mijn bezit heb sinds ergens 1995. Toen had ik nog lang haar, maar ik gebruikte het ding om te experimenteren met baardgroei. Ergens in de lente van 1996 heb ik mijn lange lokken laten verwijderen bij de kapper op de hoek van Hoornstraat. Mijn ‘paardenstaart’ ligt hier nog altijd ergens in een vershoudzakje in een of andere schoenendoos.

Van die dag aan gebruik ik de trimmer niet louter voor de baard, maar tevens om op geregelde tijdstippen mijn broskop kort te houden. Begin deze eeuw heb ik geprobeerd om mijn haar toch weer wat langer te laten groeien, maar ik ben ervan overtuigd geraakt dat kort the way to go is, in mijn geval. De laatste twee-drie jaar trim ik dus elke zondag mijn haar bij op de lengte die bepaald wordt door stand 2 op mijn Braun trimmer. (Voor mijn baard gebruik ik stand 1, en dan nog lijkt die steeds langer dan het haar bovenop mijn hoofd.)

Vanochtend ging ik duchtig aan de slag, zoals elke zondag. Regelmatig moet ik de trimbeurt onderbreken om het haar dat in het toestel wordt vergaard, boven de vuilnisbak te verwijderen. Het toestel gaat af, het maatsysteem wordt eraf geschoven, het haar gaat eruit, en we gaan door. Al bij al een handeling van maximum twee seconden.

Bij de derde keer, vind ik plots dat er –te horen aan het geluid dat de trimmer maakt– toch opnieuw veel haar wordt verwijderd van een plek waar ik al een paar ben overheen gegaan. En jawel: de trimmer staat niet op 2, maar op stand 1. Ongeveer de helft korter, van wat al ultrakort is. Net niet kaal, over een behoorlijk gebied van de rechterkant van mijn hoofd.

De titel is niet gespeeld, ik denk dat ze mijn gil tot aan het station hebben gehoord. Tessa kwam verontrust de badkamer ingestormd, met een bezorgdheid die al heel snel plaats ruimde voor een schaterlach (ik kan haar geen ongelijk geven). Mijn suggestie om de rest toch maar op stand 2 af te werken werd resoluut afgewezen (“ge ziet er juist uit gelijk nen hond met schurft”), waardoor ik dan maar over de ganse hoofdhuid halfkaal ben geschoren, sorry: getrimd. “Het staat u wel,” was het verdict, “maar ik ben natuurlijk gewoon van de mensen zo te zien op het werk.” Juist.

Een weekje overslaan en we zitten terug op de goede lengte, hoop ik.

6 gedachten over “Aaargh!”

  1. En nu maar hopen dat ik gelijk heb, want ik neem nogal wat risico om op taalgebied (erger, spelling!) uit te pakken tegen iemand van uw kaliber.

Reacties zijn gesloten.