Sport 201701

December slaan we voor het gemak maar even over. Niet dat ik niet heb gesport, maar ik heb geen zin om het allemaal weer te gaan opzoeken. Ik geef u gewoon nog mee dat de zoon en ik wilde plannen hadden voor de Rapha Festive 500, maar dat we die hebben laten varen nadat (1) het plots wel erg koud is geworden tussen oud en nieuw, en we van plan waren in de Walen te gaan fietsen waar het veel kouder is en (2) ik een beetje gecrasht ben na de eerste 250 km naar de kust en terug (gecrasht zoals in: totaal uitgeput, niet zoals in: gevallen).

Januari dus. Een nieuw jaar, een nieuwe start voor dit lijstje en vanalles. Ik heb blijkbaar meer gefietst dan gelopen, en dat weerspiegelt zich in de doelstellingen die ik mijzelf heb opgelegd in Strava. Dit jaar zou ik graag 1.200 km lopen, en 3.650 km fietsen. Ja, die getallen zijn wat random en tegelijk symbolisch gekozen, dank u voor de vraag.

Fietsen gebeurt vooralsnog binnen, vandaar ook de wat kortere afstanden. Ik heb ook definitief gekozen voor Zwift (vs TrainerRoad en The Sufferfest). Zwift is het meest interactief van de drie, het minst competitief, en biedt teglijk ook trainingsprogramma’s. Die volstaan misschien niet voor de (semi)pro, maar daar ligt mijn ambitie ook helemaal niet.

(vorige maand)

Sport 201611

Oktober was misschien niet de ideale maand om met mijn sportlijstje te (her)beginnen, maar november was gelijk niet veel beter. Eén of andere onverlaat wist mij temidden de maand te besmetten (de jury is het nog niet eens over wie juist –er zijn drie kandidaten), waardoor ik de laatste veertien dagen van november niets heb kunnen doen. En ik verzeker u: dat steekt. Hard.

  • di 01.11 Jagers vermijden! (33,5 km fietsen)
    Bij het begin van de maand was het nog herfstvakantie en zaten we nog in Bouillac, de zoon en ik. Tijd genoeg voor nog één ritje. Dinsdag heb ik wijselijk een rustdag ingelast, want woensdag moest ik de ganse dag naar huis terug rijden. Missie volbracht. Hilarisch overigens, die jagers die allemaal op een paar meter van elkaar aan de rand van de weg zitten, wachtend tot het wild door de drijvers uit de bossen wordt gejaagd. Weinig sportief, als u het mij vraagt.
  • do 03.11 Maandags ritje (op donderdag) (77,1 km fietsen)
    Donderdag had ik een paar vergaderingen in de namiddag, dus was er nog tijd genoeg voor een fietstochtje in de voormiddag. Ik kan die route ondertussen al bijna geblinddoekt afleggen, denk ik.
  • ma 07.11 Ik wou gaan fietsen maar moest gaan lopen (22,9 km lopen)
    Maandag wou ik gaan fietsen, maar de zoon had verzuimd de kippen eten te geven bij de schoonouders, waardoor ik er dan maar naar toe ben gelopen.
  • di 08.11 Zwalmke (77,9 km fietsen)
    …dus ben ik dinsdag maar gaan fietsen.
  • do 10.11 Holy f-cking fondo (117,6 km fietsen)
    …en donderdag opnieuw. Het begon nochtans niet goed: de Garmin deed lastig bij knooppunt 50 in Gent (Mariakerke), waardoor ik dat deel van de tocht precies kwijt ben –en dus ook die kilometers. Ik had mijn parcours redelijk nauw afgemeten, zodat ik net 115 km zou hebben bij mijn terugkomst –dat voordeel was ik nu kwijt. Terug in Gent (een paar uur later) heb ik dus maar een extra toertje rond de Watersportbaan gereden –in de gietende regen– zodat ik uiteindelijk toch aan mijn fondo-kilometers kwam. Juij!
    Maar wat bezielde mij om naar Nederland te fietsen? (Enfin, niets tegen de Nederlanders, en zeker niet de Zeelanders, want die blijken altijd maar weter zeer hoffelijk, vaak in tegenstelling tot de Belgische nummerplaten aldaar.) Het is daar dus bijzonder vlak. Dat wisten we al, ja, maar de kaalgeoogste polders bieden nu helemaal geen bescherming meer tegen vele de windvlagen –leuk als je rugwind hebt (heen), iets minder als je tegenwind hebt (terug). Maar het blijft schoon.
    En naar het buitenland fietsen is altijd leuk voor die obligate foto met grenspaal (ja toch?). En ik passeerde Europa’s Grootste Doolhof!
  • ma 14.11 Beetje loslopen (15,2 km lopen)
    Ik zat toen al precies ergens met een halve oorontsteking. Mijn rechteroor zat vol ‘watten’, een beetje gelijk bij het opstijgen van een vliegtuig, maar het wil maar niet terug naar ‘ploppen’ maar het normale gehoor. En beetje lastig tijdens het lopen, maar anders niet echt veel last van. Voor de rest een vlotte loop. Wat miezerige regen tijdens de laatste kilometers, geen hinder.
  • di 15.11 Modderploeteren aan de taalgrens (127,8 km fietsen)
    Miljaar. Via de Schelde tot in Kluisbergen, dan naar binnen bij onze Waalse vrienden. Op het jaagpad ging het heel vlotjes, onder een bijna constant gemiezel –iets harder dan gemiezel. Eenmaal van het jaagpad af, begon het geploeter in de modder. Alles was drijfnat, verborgen onder een dikke laag mist, en bedekt onder een laag bladeren en modder.
    In Ellezelles stuurde de GPS (de fietsknooppunten) mij langs de Oude Spoorweg / Ancien chemin de fer mij eerst langs trappen omhoog (!) en nadien langs een soort modderpad naar beneden –nee, ik rijd niet met een mountainbike dankuwel. Vervolgens ging het via de heuvels terug langs binnen (Horebeke, Zwalm, Dikkelvenne) om opnieuw nog een kort stukje Schelde mee te pikken.
    Alles zat onder de modder: fiets, schoenen, kousen, beenwarmers, vest, handschoenen. De kleine dorpsweggetjes, waar het anders zo leuk rijden is, waren door het oogstvervoer herschapen tot modderwegen.
  • do 17.11 Niet op uw gat blijven zitten! (12,2 km lopen)
    …maar toen was het wel om zeep. Ziek. Einde van de sportmaand.

(vorige maand)

Sport 201610

Hier zijn de lijstjes weer. Ooit, toen ik begon met lopen, hield ik op dit blog meticuleus bij wat ik allemaal aflegde op een maand. Dat was de tijd voor Strava, en meestal gebruikte ik het Nike+ systeem (en was daar zeer tevreden over). Ondertussen, op een kleine tien jaar, zijn GPS horloges en dito fietstrainers gemeengoed geworden, en komen al die trainingen terecht op Strava. Maar ik hou van lijstjes, dus smijt ik het vanaf heden hier ook weer op.

In 2007 ben ik beginnen lopen, met als doel de Gentse stadsloop mee te lopen. Ondertussen loop ik nog steeds, maar die stadsloop, daar heb ik nog nooit aan meegedaan. Ik heb al één keer (twee keren eigenlijk) aan een wedstrijd meegedaan, maar voorlopig motiveert me dat nog (steeds) niet. Ik zou wel graag voor mijn vijftigste (ik heb nog tijd) een ultra lopen –maar ik denk dat ik dan toch eens een serieus plan ga moeten opstellen.

In 2009 heb ik ook een tijdje gefietst, maar dat bleek geen succes. Die fiets heb ik ondertussen al lang doorverkocht –tot mijn spijt. Eerder dit jaar ben ik opnieuw beginnen fietsen, onder impuls van de zoon. Momenteel fiets ik met een Schindelhauer Siegfried Road, een single speed aluminium frame ros van aanvaardbaar gewicht (9 kg), aangedreven door een carbon belt (ipv een ketting). Zeer gemakkelijk in het onderhoud, maar de fiets is toch niet ideaal als sportfiets. Dat was duidelijk toen ik met de zoon het grote plan had opgevat om de de Koppenberg op te fietsen, en ik na een paar luttele meters al moest afstappen omdat (1) mijn conditie niet goed genoeg was (2) om met zo’n grote versnelling daar naar boven te rijden (60 ‘tanden’ vooraan, 22 achteraan). Maar bon, dat houdt mij voor de rest niet tegen.

De zoon heeft mij ook de knooppunten/fietsroutes leren kennen, aan de hand waarvan ik mijn routes plan, en vervolgens op de GPS volg. Plezier gegarandeerd. Ik ben al naar Nederland gefietst en naar Wallonië!

Oktober was misschien niet de ideale maand om dit lijstje met te beginnen, gezien ik veertien dagen (te) ziek geweest ben om te sporten (combinatie van migraine en luchtweginfectie), maar dat trekken we ons niet (meer) aan.

  • ma 03.10 Beetje pushen (11,7 km lopen)
    Eind september was ik Mallorca voor een korte huwelijksreis, en ik heb daar toch een paar ochtenden gelopen. Helemaal uit mijn comfortzone. Het hotel lag op een (steile) heuvel, en alle loopopties bevatten wel één of andere klim. Genadeloze klim, want ik was dat totaal niet gewoon. Het heeft toch deugd gedaan, als training, want eenmaal terug op het vlakke parcours in Gent, ging het precies toch wat gemakkelijker.
  • ma 17.10 F-ck bronchitis (77,2 km fietsen)
    En toen was ik ziek, en toen was ik het beu. En besloot ik toch maar –reutelend en al– te gaan fietsen. I’m the boss of me en al die andere motivational dinges.
  • wo 19.10 Wind en regen rond de Watersportbaan (11,6 km lopen)
    Ik blijf dat zo leutig vinden, lopen in de regen.
  • ma 24.10 Watersportbaan (x3) (16,5 km lopen)
  • di 25.10 Bad leg day (99,9 km fietsen)
    Het wou maar niet vlotten. Ik had het gevoel dat ik telkens tegen de wind in ging, dat mijn benen niet mee wilden, dat ik geen energie had. Net geen 100 km lang.
  • do 27.10 Zwalmstreek (75,8 km fietsen)
  • za 29.10 Kort wegens technische problemen (12 km fietsen)
    Zoon en ik gingen tijdens de herfstvakantie naar Bouillac, waar wel beiden een (goedkope) mountainbike staan hebben (uit de lokale Décathlon). Goedkoop is in dit geval niet meteen kwaliteit, want de zoon heeft regelmatig technische problemen –hij prutst ook graag aan zijn fiets natuurlijk (en gelijk heeft hij). Een kort trajectje als resultaat.
  • zo 30.10 Klimtervallekes (4,4 km lopen)
  • zo 30.10 Rap wat klimtervallekes met de fiets (1,8 km fietsen)
    November is jachtseizoen en men raadt af van op zondag (tijdens de jacht) in de bossen te gaan rondhangen. Dus hebben we wat intervallekes gefietst (en ik vooral gelopen) op de steile hellingen van ons domein aldaar.
  • ma 31.10 Double tour (29,7 km fietsen)
    Maandag hebben we ter compensatie een extra lange tour van ons standaard parcours afgelegd, inclusief de kuitenbijtende helling naar Château de la Bourlie (waar we door een paar jachthonden werden opgewacht).

Fietsers hebben een imago-probleem

Het is niet gemakkelijk, als fietser in de maatschappij. Er is niet alleen de schaarse infrastructuur die de fietser door weer en wind moet trotseren, er zijn ook die ‘paar’ cowboys die het fietsersbestand met een slecht imago opzadelen (oeh! zoveel beeldspraak in één zin). En imago is dan misschien niet alles, in deze beeldmaatschappij bepaalt het heel wat.

Het imago-probleem is bovendien tweeërlei: er zijn de cowboys waarvan sprake, en er is de verdediging van de fietsers die de schuld voor dat uitzonderlijke cowboygedrag op anderen doorschuiven. Het zijn de automobilisten die zich niet aan de regels houden, meneer!

Gent is eventjes de spil van de fietsproblemen. Stad Gent publiceerde een filmpje om de fietsers op de problematiek te wijzen, en de fietsers werden recent hard aangepakt op het naleven van de verkeersregels aan de Heuvelpoort, een druk fietsknooppunt met bovendien veel studenten. Er is Fietsbult, de blog van de Gentse tak van de fietsersbond, en op Gentblogt verschenen twee teksten omtrent de algemene fietsproblematiek: Op de weg… door Filip Watteeuw, Gentse schepen van Mobiliteit en Openbare Werken; en Hoffelijk fietsen in Gent, het verhaal van de mug en de olifant … ? van Jan Naert & Pascal Debruyne, twee fervente fietsers die aan de UGent werken (aldus De Gentenaar) en zich nogal schamper over het filmpje van Stad Gent hebben uitgelaten.

Het is dan ook een belabberd filmpje.

Niettemin, het imago-probleem blijft, en groot deel van de schuld daarvan ligt –durf ik het wel te schrijven– bij de fietser zelf en bij organisaties zoals de Fietsersbond. Al leggen ze zelf die schuld nochtans graag elders.

Bij Naert & Debruyne lees ik onder meer “Maar wat met de automobilisten? Wat is daar de pakkans? Elke ochtend zien we tientallen overtredingen door automobilisten die veel ergere gevolgen kunnen hebben: van parkeren op het fietspad tot geen voorrang verlenen aan zwakkere weggebruikers, tot fietsers de pas afsnijden en overdreven snelheid.”

In de regiopagina’s van De Standaard van dinsdag 9 december, lees ik in het artikel “Fietsers boos om harde aanpak van Stad Gent” dan weer een uitlating van Eva Van Eenoo, medewerker van de Gentse fietsersbond: “Mensen denken dat het hek van de dam is bij de fietsers, maar als iemand op het voetpad fietst, is dat omdat er op straat geen plaats is, omdat er te veel auto’s rijden.”

Men kan die redenering al gauw doortrekken naar het fietspadparkeren: “automobilisten parkeren zich op het fietspad, omdat er elders geen plaats is”. Het is evenwel geen discussie die ik in dit korte stukje verder wil aanvuren, ik wil enkel op de dichotomie wijzen.

Het zou nochtans niet slecht zijn om de hand in eigen boezem te steken: dat levert vaak veel bereidwilligheid op bij de rest van bevolking. Die cowboys zijn immers een reëel probleem. De fietser die in deze winteruren, vaak donker gekleed, onverlicht (of slecht verlicht; in Gent is er een zwaar gedoogbeleid voor excuusverlichting) de deur uitgaat, is een probleem. Fietsen met slechte remmen, vormen een probleem. Onaangepaste snelheid, dat is een probleem. Veel van die problemen brengen trouwens niet alleen de veiligheid van de fietser in het gedrang, maar ook de veiligheid van de andere weggebruikers.

De reacties van de fietsers (en de fietsersbond) zijn te vaak gericht op vingerwijzen: de overheid is te repressief; de andere weggebruikers hebben geen aandacht voor ons; de infrastructuur is niet behoorlijk. Let wel, sommige van die argumenten zijn wel degelijk heel steekhoudend. Het zou echter mooi zijn mochten de fietsers, en dan in het bijzonder de fietsersbond, ook een sensibiliserende functie hebben t.o.v. de (andere) fietsers. Begin eens een persbericht met “Fietsers moeten zich aan de verkeersregels houden.”

Veroordeel de cowboys publiekelijk. Benadruk het belang van goede lichten, veroordeel de excuuslichtjes en lobby voor een wettelijk vastgelegde minimale lichtsterkte voor de fietsverlichting. Sensibiliseer de nieuwe lichting studenten die elk jaar in deze stad wordt losgelaten, wijs hen op de voorschriften die er zijn voor hun veiligheid, en leer ze dat ze zich hoffelijk moeten gedragen. Treed actief op bij wangedrag, en –ik herhaal– veroordeel dat publiekelijk. Net zo nadrukkelijk als u de rest (automobilisten, infrastructuur) veroordeelt.

Fietsen is fantastisch. Het is een milieubewust antwoord op de stedelijke mobiliteitsproblematiek, die verder door het stadsbestuur moet ondersteund blijven. Naarmate het aantal fietsers groeit, worden evenwel de gedragsregels steeds belangrijker. Maak daar een punt van. Uw imago zal er alleen maar beter van worden.

Fietsers zijn zot

Vanochtend heb ik Tessa naar het UZ gevoerd. Geen paniek, ze werkt daar gewoon, nietwaar. Normaal gezien gaat ze zowat elke dag met de fiets naar het werk, een flinke drie kilometer enkele reis volgens Google Maps. Vanochtend was het weer mij veel te bar, dus stond ik erop om haar tot daar te brengen met de wagen.

Om acht uur is het nog donker, en bovendien regende het nog eens ook. Voeg daar nog eens aan de beperkte zichtbaarheid aan toe, want het Gentse Stadsbestuur heeft wel veel geld veil voor een strak (en bekroond) lichtplan dat onze monumenten verfraait, de oversteekplaatsen aan pakweg de Koningin Elisabethlaan, de Kortrijksesteenweg, de Burggravenlaan, de Krijgslaan, de Vrijheidslaan, en de Zwijnaardsesteenweg zijn niet meteen van het kaliber dat u er uw zonnebril voor moet opzetten –in tegenstelling tot de verlichting bij voornoemde monumenten. We hebben het hier trouwens niet over kleine sluipwegen, maar over druk bereden invalswegen. De oversteekplaats(en) op de Krijgslaan ter hoogte van het Miljoenenkwartier zijn er mogelijks het ergste aan toe. De verwaarlozing van het garanderen van goed verlichte oversteekplaatsen grenst aan het criminele.

Over criminaliteit gesproken: van de talloze fietsers die ik ben tegen gekomen, reed ruim de helft zonder licht. En natuurlijk zijn het net die fietsers, die donker gekleed gaan (laat staan dat ze een fluovestje zouden aan hebben). Van de overblijvende helft, reed nog eens ruim de helft met excuuslichtjes. U weet wel, van die zwakke led-dingetjes (één tot drie ledjes volstaan, wat had u gedacht), die op de fiets of de vest worden bevestigd, en die de zichtbaarheid van de fietser in niets verbeteren.

Had ik niet –tot grote ergernis van mijn mede-automobilisten trouwens– met aangepaste snelheid gereden (lees: nooit boven de vijftig, en eerder naar de veertig), dan had ik minstens vier fietsers gemist… euh, geraakt, enfin u begrijpt mij wel. Ik heb minstens zes andere fietsers bijna zien aangereden worden, vaak (maar niet altijd) omdat de fietser niet voldoende zichtbaar was, één keer omdat een achterlijke automobilist uit de Kortrijksesteenweg de Prinses Clementinalaan indraaide tegen 80 per uur (er kwam slipwerk aan te pas, en ik denk trouwens dat ge daar als automobilist niet moogt indraaien). Pas alstublieft uw rijgedrag niet alleen aan de weersomstandigheden, maar ook aan de zwakste weggebruikers aan.

Maar serieus, veel fietsers zijn goed zot. Maak werk van uw zichtbaarheid. Wil er iemand die excuuslichtjes verbieden, en meteen de fietsverlichting homologeren op minimale sterkte? En maak toch gewoon die fluovestjes verplicht in het donker (in de wagen zijn ze ook verplicht).

Jeroen De Preter, tourwinnaar

Wie mij een beetje kent, weet dat mij niet kan verweten worden op de hoogte te zijn van sport. Hooguit bekijk ik met Henri de MotoGP of de Formule eens, wanneer de afstandsbediening ons daar toevallig op terecht brengt. Ik verlies er in elk geval geen slaap over. “Wie gaat de tour winnen, Bruno”, vroeg men mij onlangs en antwoordde met kennis van zaken: “Joop Zoetemelk. Of nee, toch Bernard Hinault.”

Pas op, ik durf zelf wel eens te lopen (16 km vanochtend nog), en tijdens een moment van zwakte heb ik zo’n racefiets in huisgehaald, een paar jaar geleden (een witte Trek Madone 5 punt nog iets). Wie er een goede prijs voor biedt, mag hem gerust overkopen. Hij verkeert in perfecte staat, wegens in ongebruik.

Maar sinds de muisjes die Buth in de wielen van Thomas Pips tekende, heb ik tijdens de tour niet meer met zo’n verlangen naar de krant uitgekeken als de voorbije weken. Jeroen De Preter, “een veertiger die in januari nog een kettingroker was” heeft zes maanden lang getraind om hetzelfde parcours af te leggen dat de het wielercircus zou volgen (Trappen tot het snot uit uwe rug komt). Hij ging de coureurs een dag (of twee) vooraf, en samen met fotograaf Jonas Lampens werd zijn calvarie voor de krant De Morgen vastgelegd. Het was verschrikkelijk spannend en onderhoudend, en zelfs al zegden die cols en andere plaatsen mij weinig, ik kon niet anders dan helemaal meeleven met de belevenissen van De Preter.

De afgelopen drie weken hebben me geleerd dat koersen, veel meer dan ik al dacht, een mentale kwestie is. Op de flanken van l’Alpe d’Huez heb ik mogen ervaren hoe euforie de pijn, de uitputting en het zuur kan versmachten. Op euforie kan een mens minstens vijf per uur sneller rijden dan hij dacht te kunnen rijden.

Wielrennen, zo heb ik de afgelopen weken geleerd, is een gevecht tussen twee tegengestelde, maar onlosmakelijk met elkaar verbonden krachten. Het is een gevecht van pijn tegen euforie.

Tot u spreekt vandaag een man die de pijn heeft verslagen, een man in euforie. Tot u spreekt iemand die dankzij de Tour veel meer van zichzelf, en dus ook van de rest van de wereld is gaan houden. In de hoop dat het wederzijds is, dank ik u allen allerhartelijkst.

Kijk, als ze mij nu nog vragen wie de tour heeft gewonnen, dan hoef ik niet meer te twijfelen: het is Jeroen De Preter.

PMSfietsen

Kwam daarnet toch zo geen vrouwmens al pingelend op haar velo voorbij mijn wagen gereden zeker? Of ik altijd zo het fietspad versper voor de fietsers. Of zij elke maand last heeft van pms, vroeg ik dan maar. Hey, enige stereotypering is ook mij niet vreemd.

De wagen stond gewoon een stuk op het fietspad, terwijl ik de poort opende om hem te kunnen binnenrijden. Stilstaan plus binnenrijden duurt nog geen dertig seconden. Edoch, fietsende vrouwen en geduld gaan duidelijk niet samen.

Ondertussen is er trouwens meer dan plaats genoeg op het kamerbrede voetpad dat ze een paar jaar geleden in onze straat hebben aangelegd –samen met een net zo breed fietspad overigens. De hormoonlijdende juffrouw had niet eens moeten wachten. Niet dat ze dat heeft gedaan overigens.

(Niet dat auto’s en geduld beter samengaan. Als ik van op de straat achteruit richting poort rij, kijk ik altijd of er geen fietsers komen aanrijden. Desgevallend wacht ik geduldig tot ze voorbij zijn, alvorens op het fietspad te rijden –wat vaak resulteert in claxonnerende vierwielers. Die op hun beurt dan weer oedels van plaats hebben op de tram- en busbedding om uit te wijken.)