Dan Tepfer speelde pling-plang-Bach

Dan Tepfer door Bruno Bollaert

Dinsdag speelde Dan Tepfer in het Kraakhuis in De Bijloke. Het was er verschrikkelijk warm, en dat moet Tepfer ook gedacht hebben, want nauwelijks zijn intro gespeeld (een jazz nummer), ging het vest van zijn kostuum uit. Met hartjessokken onder het anders onberispelijke tenue speelde hij zowat anderhalf uur improvisaties op Goldbergvariaties. Aan het einde van het (uitverkochte) concert kreeg de pianist een (bijna) spontane staande ovatie, en als bisnummer bracht hij een heel aparte versie van Darn That Dream.

Iemand sprak me aan over de muziek, en hoe hij reeds talloze versies van de Goldberg Variaties had gehoord, van de ontelbare pianoversies tot clavecimbel, accordeon en zelfs tuba. De improvisaties waren hem vreemd, maar hij hoopte dat het niet de pling-plang muziek zou worden waarvan hij met zekerheid wist dat ik er fan van was. Zelf luisterde hij liever naar barok en renaissance, en hij had vorig jaar wel zeker dertig concerten bijgewoond. Ik hoop dat hij er toch een beetje van genoten heeft, want zelfs de oorspronkelijke variaties die als vertrekpunt dienden, werden heel expressief gespeeld.

Er staat een verslagje bij Gentblogt: Pling-plang-Bach met Dan Tepfer.
Laat gerust weten wat u ervan vond als u er ook bij was. Of als u het album gehoord hebt.

Muziek x3

Een mens zou bijna denken dat ik geen concerten meer bijwoon, gezien ik er zo weinig over bericht. Ik heb er ook een pak minder bijgewoond, de voorbije maanden, wegens ziekte en andere dingen waar ik u niet mee ga vervelen. Het meeste van wat ik gezien heb, was dan weer absoluut de moeite waard.

Muziek door Bruno Bollaert

Toen ik, lang geleden ondertussen op de voorstelling van het nieuwe Bijlokeseizoen (2012-2013) zat, waren er een paar zaken die onmiddellijk mijn interesse hadden gewekt. Eén daarvan was de integrale uitvoering van de pianosonates van Frank Nuyts (die mens woont hier dan nog eens in de buurt ook). De Bijloke presenteert elk seizoen twee momenten waarop drie sonates van Nuyts door telkens een andere pianist worden gebracht. De drie sonates worden elke keer vergezeld door vierde stuk naar keuze van één van de uitvoerende pianisten, die daarmee het werk van Nuyts wil confronteren. Twee van de pianosonates zijn bestaand werk, de derde is een creatie (Nuyts moest bij aanvatting van project nog een aantal van de 18 sonates componeren).

Na zijn examens had Henri twee dagen waartijdens hij moest wachten op zijn rapport, en het leek mij de geschikte gelegenheid om hem nog eens met wat hedendaagse muziek in aanraking te brengen. Ik geef toe dat ik tegenwoordig enige toenadering zoek tot pianowerk, dus het kwam mij goed uit. We hadden perfecte plaatsen: helemaal vooraan, schuin achter de piano/pianist, waardoor we zicht hadden op zowel de partituur als de handen van de pianist.

Benjamin Van Esser speelde Sonate Nr. 3; Keiko Shichijo speelde Sonate Nr. 13; Daan Vandewalle speelde Sonate Nr. 2 en de Choral Sonata van Michael Blake. Er was een gigantisch verschil tussen de speeltstijlen van de drie pianisten. Shichijo speelde zeer afgemeten en technisch, Van Esser speelde het meest dynamisch, en Vandewalle het meest expressief (al ben ik het bij die laatste niet geheel eens met mijn eigen beschrijving). We hadden beiden ook een verschillende favoriet: Henri was helemaal weg van het stuk van Michael Blake, inclusief tone clusters waarbij Vandewalle met beide voorarmen op de toetsen ging leunen. Zelf was ik nogal te vinden voor de intertekstualiteit en de variatie in Sonate Nr. 3 in de prachtige uitvoering door Van Esser.

In mei is het volgende concert van de reeks, en Henri heeft al gezegd dat hij best mee wil.

Muziek door Bruno Bollaert Muziek door Bruno Bollaert Muziek door Bruno Bollaert

Zondag zat ik bij Opatuur in De Centrale –de eerste keer dat ik er dit seizoen geraakt ben, en het was meteen een schot in de roos. Tuur had tijdens Jazz in ‘t Park Marc De Maeseneer (de bariton saxofonist die o.a. bij BackBack speelt) bereid gevonden met een aantal kompanen naar de geïmproviseerde club in de cafetaria van De Centrale af te zakken. Geen drummers en geen zangeressen, zijn voor Tuur steevast de enige voorwaarden. En dus bleven Lien De Greef (Lady Linn) en Eva De Roovere braafjes tussen de rest van het publiek zitten. Dju toch, Tuur.

Het geïmproviseerde Marc De Maeseneer Trio speelde eigen werk, dat ze speciaal voor deze gelegenheid bij elkaar hadden gecomponeerd, en nog slechts zelden hadden kunnen oefenen (niet dat daar veel van te merken was). De composities waren heel lyrisch en harmonisch, en lieten, mede door de voortstuwende baritonsax, soms wel eens aan de Purcell bewerkingen van Michael Nyman denken.

Muziek door Bruno Bollaert

Gisteren dan, zat ik in De Munt –dat was eeuwen geleden– voor La Traviata. Het libretto is gebaseerd op het werk La dame aux Camélias van Alexandre Dumas (de zoon, niet de vader, die u nochtans zeker kent van De Drie Musketiers en andere avonturenromans). Het hoofdpersonage van dat boek is dan weer geïnspireerd op Marie Duplessis, de minnares van o.a. Dumas, die op 23-jarige leeftijd stierf aan tuberculosis. Het verhaal, hoewel bijzonder tragisch, is weinig geloofwaardig in onze tijd; het eerste deel van de opera is het mooiste –zeker wat het verhaal betreft. De echte tragiek begint pas in het tweede bedrijf, en eindigt met de dood van Violetta –tevens het slot van de opera.

Het orkest speelde bijzonder goed, gisteren. De timing zat goed, de klankkleur zat goed, de dynamiek klonk tragisch en zeker niet zoet-romantisch, hoewel dat een val was waar makkelijk in te trappen viel. Simona Šaturová, die Violetta zong, was zelf wat ziek, zo had men aangekondigd voor de opera begon, maar haar stem had daar niet echt onder te lijden. Ze zag er totaal uitgeput uit, op het einde, maar het is stemtechnisch en emotioneel dan ook een erg belastende (hoofd)rol.

We zaten helemaal achteraan op het parterre, onder het eerste balkon, waardoor de ondertitels (die in de opera eigenlijk boventitels zijn) niet leesbaar waren –als u geen rug- en/of halsletsel wil oplopen van een paar uur voorovergebogen te zitten tenminste. Voor de rest waren het uitstekende plaatsen, maar ik was toch blij dat ik mij eerder die dag ruimschoots in het verhaal had verdiept.

De enscenering was zeer geslaagd. Verdi had zelf steeds gevraagd om een hedendaagse invulling, iets wat hem bij de eerste opvoeringen van de opera werd ontzegd omdat de inhoud anders te confronterend zou zijn geweest. De manier waarop het in de munt werd gebracht, houdt een beetje het midden tussen Eyes Wide Shut en de decadentie van de jaren 80. Wie het zelf wil zien, kan terecht op de site van Arte, waar u de voorstelling van 15 december volledig kan bekijken.

Matthäuspassion

Gisteren en vandaag ben ik –zijn we (gisterenavond was Tessa er ook bij, vandaag waren het enkel Henri en ik)– naar de open repetitie van de Matthäuspassion van Johann Sebastian Bach door het Collegium Vocale o.l.v. Philippe Herreweghe gaan luisteren in De Bijloke. Gisteren het eerste deel, vandaag het tweede deel, aan vijf euro per zitting, dus voor minder dan de helft van de prijs van de Grote Opvoering vanavond (tickets 28 of 22 euro voor resp. rang 1 of 2, reeds geruime tijd helemaal uitverkocht). “Dit is geen concert”, waarschuwde de dirigent ons, “wat inhoudt dat ik geregeld eens zal onderbreken om hier en daar wat aan te passen.”

De sfeer was veel ongedwongener dan op een gewoon concert, het was veel gemakkelijker om het werk te volgen (ook al omdat het in twee delen was opgesplitst nietwaar), en toch was het helemaal niet moeilijk om meteen terug in de juiste sfeer te zitten. Bovendien was het razend interessant om de opmerkingen van de dirigent te horen én te kunnen volgen. “Het is niet zozeer tie-die-die-die, maar eerder tie-die-die-pauze-tie”, klonk het in Nederlands, Frans of Duits.

Open repetitie van de Matthäuspassion door Bruno Bollaert

Gisteren heb ik gevolgd aan de hand van de bewegingen (nummer, zangers en eerste versregel), vandaag had ik de liedteksten meegebracht op de iPad. Er zitten een paar gigantische kippenvelmomenten in, bijvoorbeeld wanneer Pilatus in het tweede deel aan de massa vraagt wat er met Christus moet gebeuren

Pilatus
Was soll ich denn machen mit Jesu, von dem gesagt wird, er sei Christus?
Evangelist
Sie sprachen alle:
45b. Cori
Laß ihn kreuzigen!

Die Laß ihn kreuzigen! wordt eerst door een deel van het koor gezongen, overgenomen door een tweede deel en dan een derde, en onderwijl zwelt ook het orkest aan, gelijk een domme massa die zichzelf maar steeds meer opruit.

Dikke, dikke tranen moeten langs uw wangen druppelen middenin beweging 61a waarin Christus zijn menselijke zwakte toont wanneer hij aan het kruis genageld uitslaakt: Eli, Eli, lama asabthani? (Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten). Het is meteen het enige stuk dat niet in het Duits wordt gezongen maar in het Aramees. Michael Nagy, de zanger die Jezus vertolkt, slaagde er helemaal in om de wanhoop van Christus in die woorden door te laten klinken.

Het einde dooft uit bij de dood van Christus: Wir setzen uns mit Tränen nieder / Und rufen dir im Grabe zu: / Ruhe sanfte, sanfte ruh! (Huilend gaan wij zitten / En roepen U in het graf toe: / Rust in vrede, rust zacht.)

Minstens één melodie zal u bekend in de oren klinken, tenminste als u ook een beetje bent opgegroeid met The Concert in Central Park van Simon & Garfunkel. Het negende nummer, American Tune (cfr de videoclip hierboven) is bijna identiek aan de melodie uit Bachs Matteüspassie (die het dan weer op zijn beurt uit de hymne Mein G’müt ist mir verwirret van Hans Leo Haßler haalde). Bach haalt de melodie in een aantal bewegingen aan (telkens een chorale: 15, 17, 40 en 54), waarvan 54 waarschijnlijk de meest bekende is: O Haupt voll Blut und Wunden

O Haupt voll Blut und Wunden,
Voll Schmerz und voller Hohn,
O Haupt, zu Spott gebunden
Mit einer Dornenkron,
O Haupt, sonst schön gezieret
Mit höchster Ehr und Zier,
Jetzt aber hoch schimpfieret,
Gegrüßet seist du mir!
Du edles Angesichte,
Dafür sonst schrickt und scheut
Das große Weltgerichte,
Wie bist du so bespeit;
Wie bist du so erbleichet!
Wer hat dein Augenlicht,
Dem sonst kein Licht nicht gleichet,
So schändlich zugericht’?

Misschien worden zo’n repetities wel meer opengesteld voor het publiek? Mij zou het alvast zeer interesseren.

Een heleboel jazz

De laatste tijd heb ik een paar interessante zaken gehoord, en ik heb verzuimd erover te vertellen. Er waren De Beren Gieren in Vooruit (28/02), die hopelijk niet te veel de cerebrale weg inslaan en zich lekker gek en wild blijven gedragen zoals een jonge groep dat eigenlijk moet. Diezelfde avond was er het trio Romano-Sclavis-Texier, waarvan werd beweerd dat de drummer niet echt meer mee kon. In het begin had ik het gevoel dat Sclavis een ander concert speelde dan Texier en (inderdaad vooral) Romano, maar ik had het meeste last van de vertrouwdheid met het materiaal. Hun Afrikaanse muzikale verslagen behoren ondertussen zo tot het jazz-erfgoed, dat onze verwachtingen soms te dicht bij de albumversies liggen. U kent dat wel, die ene plaat van die artiest of groep, die u hebt grijs gedraaid en waarvan u elke noot weet liggen nog voor ze gespeeld wordt (hoewel u eigenlijk geen noten kan lezen)? En als u dan naar een concert gaat, en die noten liggen niet dáár waar u ze verwacht, dan bent u daardoor een klein beetje ontgoocheld –hoewel de muzikant ze in die live versie muzikaal misschien nog beter in het nummer heeft ingepast? Dat gevoel had ik wat bij dat trio.

Een heleboel jazz door Bruno Bollaert

Het Monk tribute van Jason Moran in De Bijloke (07/03) was dan weer een fantastische show. Het deed heel Amerikaans aan, met de beeldprojecties achter de muzikanten, de visuele effecten (bijvoorbeeld de muts op Moran zijn kop), het verhaaltje (soms werd er iets té lang verteld), het documentaire effect, en Moran die virtueel meespeelde met Monk. Het had alle potentieel om een commercieel succes te zijn, en te oordelen aan het talrijk opgekomen publiek, was het dat ook. Ik heb ervan genoten om wat het was, inclusief de exit naar de foyer, waar de muzikanten nog even doorspeelden (cfr foto hierboven).

Een heleboel jazz door Bruno Bollaert

Daarna heb ik twee keer Robin Verheyen gezien. Eerst bij Opatuur (04/03), die voor de gelegeheid was uitgeweken naar de Gentse fotogalerij Flinxo, en waar de akoestiek niet zonder fouten was en de stoeltjes stonden opgesteld als in de tram. Het geringe aantal luisteraars maakte er het beste van, en Robin wist een heel boeiend solo concert op te bouwen. Een groot deel van de muziek die hij speelde, wordt overigens opgenomen, en wordt waarschijnlijk ergens in het najaar gereleased.

De tweede keer speelde Verheyen in Bozar (11/03), in double bill met Bojan Z (voluit: Zulfikarpašić). Het was er verschrikkelijk warm in de zaal. Slaapverwekkend warm, en met de weinig aanstekelijke solo muziek van Bojan Z, was het moeilijk om de aandacht erbij te houden. Bojan is een pianotechnisch virtuoos, maar ik miste wat dynamiek. Een uitbreiding met contrabas en drums naar trio was mogelijks interessanter geweest. Al heb ik nadien zijn soloplaat via spotify beluisterd, en dat klonk precies beter dan de live versie. Ik was niet echt ondersteboven van zijn Dad’s Favorite, wat niet meer dan een vermangelde versie van Nature Boy is. Maar bon, het publiek zat duidelijk vol fans, want er werd geapplaudisseerd dat het een lieve lust was.

Robin Verheyen was erg goed, al heb ik het meeste gemist. Het begon veel te laat (bijna 22 u –zijn schuld niet natuurlijk), en ik had een trein te halen om thuis te geraken. Robins muziek spreekt veel meer aan, is veel verscheidener, en hij trad voortdurend in dialoog met Ralph Alessi. En Thomas Morgan op contrabas is ook al een plezier om bezig te zien/horen. Het heeft al mijn wilskracht gevergd om weg te lopen om mijn trein te halen.

Een heleboel jazz door Bruno Bollaert

Donderdag (15/03) zat ik in De Werf voor The Claudia Quintet + 1. Ze brachten onlangs het album What Is the Beautiful? uit, waarin ze de poëzie van Kenneth Patchen in de jazzcomposities integreren. Dat gaat soms ver, want het album opent met Showtime, waarbij eerst de contrabas, en nadien ook de brushes, de voordracht van Kurt Elling volgen. Nee, Kurt Elling was er niet bij, op het concert, maar Theo Bleckmann heeft zich voortreffelijk van zijn taak gekweten (op het album nemen ze elk een aantal nummers voor hun rekening). De muziek blijft de hele tijd verbonden met de stem, op een heel natuurlijke/vanzelsprekende manier. Zeer geslaagd.

Deconstructieve techno(jazz)

Toen ik zo’n twee jaar geleden naar de Botanique ging om er het Portico Quartet aan het werk te zien, kwam ik redelijk gelukkig terug. Portico stond toen nogal vooraan in de nieuwe jazz, en was melodisch, structureel en aanstekelijk. Twee jaar later heeft Nick Mulvey de groep verlaten –hij werd vervangen door Keir Vine– en heeft Portico Quartet een nieuw album uit. Mulvey was een virtuoos op de hang, de convexe tegenhanger van de concave steeldrum. Vine heeft het instrument overgenomen, maar terwijl Mulvey mee de sound van de groep bepaalde, is Vine veel minder aanwezig. Helemaal op de voorgrond staat nu de elektronica: het geluid van elk groepslid wordt vervormd, en de nadruk wordt nog veel meer op herhalend ritme en ambient sound gelegd.

De muziek is zwaar repetitief, en spreekt weinig tot de verbeelding. Dat levert een album op dat –op bescheiden volume– perfect dienst kan doen als geluidsbehang, en met de volumeknop op 12 neigt dat serieus naar trance of house of New Age of lounge, of vult u zelf maar aan. Technojazz is de term die daarop wordt geplakt denk ik, maar u herkent ongetwijfeld de muziek zoals ze populair was rond de eeuwwisseling (denk aan pakweg Sven Van Hees).

Krassport & Portico Quartet @ De Bijloke, Gent, BE , 15/02/2012 door Bruno Bollaert

Aan Portico Quartet ging gisteren in De Bijloke, eerst nog Krassport vooraf. Een trio Duitsers deconstrueerde voor het publiek The Planets van Gustav Holst (mijn iPhone verbeterde dat naar Holtz). Fantastisch opzwepende muziek is dat; het begin van Mars, the Bringer of War lijkt zo uit een Star Wars film te zijn weggerukt. En hoewel het oorspronkelijk werd geschreven voor een piano duo, komt er zelfs een orgel aan te pas, want Holst vond de piano te percussief voor Neptune, the Mystic.

Krassport speelde op piano, drums, en gitaar, en vooral die laatste werd multifunctioneel ingezet. De klank van de elektrische gitaar werd verkleurd tot die van een orgel, de drum introduceerde een paar interessante tegendraadse ritmes, maar de hoofrol bleef weggelegd voor de piano. Helaas kwam die niet altijd boven het geweld uit, zodat de muziek vaak wat houvast miste. Het concept was interessant, maar de uitwerking leek zich niet altijd van dat concept te kunnen losmaken. Aanstekelijk was de herhaling van het Leitmotiv, maar dat volstond niet als kapstok om het hele project aan op te hangen. Bonuspunten voor de sympathieke Manuel Krass, die het concept bij aanvang in het Nederlands voorstelde. Hij las het van een bladje papier, maar het maakte het publiek heel bereidwillig voor wat volgde –en dat was nodig ook.

Portico begon pas rond 21.30 u. en voor dit soort muziek was dat toch wat laat. Meer dan één luisteraar droop af voor het einde, en toen de jongens van Portico bij afloop naar de zijkant van het podium stapten, veerde zowat gans de zaal op, niet om te applaudisseren, maar om snel het bed te kunnen opzoeken.

Absoluut schitterend evenwel van De Bijloke dat ze dit soort muziek (durven te) programmeren, zelfs al draait het muzikaal dan toch niet zo interessant uit als verhoopt.

De muziek is (her)begonnen

Gisteren zat ik in De Bijloke voor een dubbelconcert van de Christian Mendoza Group en het Marius Neset Quartet. Het geluid was daar nog steeds niet fantastisch, maar ik ga er verder niet op in (flogging a dead horse, zegt men met een Engels idioom), hoewel ik bijwijlen gewoon de klarinet van Joachim Badenhorst of de bas van Brice Soniano niet kon horen. De set van Mendoza klonk nochtans verfrissend, was duidelijk te volgen, en we konden steeds nieuwe eilandjes duiden waarrond de melodie en het thema zich concentreerde.

Marius Neset Quartet door Bruno Bollaert

In het Marius Neset Quartet, daar zitten ook Ivo Neame en Jasper Høiby van Phronesis in, hoewel daar soms ook Nick Ramm aan de toetsen hangt, en Anton Eger op de drums slaat (ipv resp. dus Ivo Neame en Martin France gisteren) Eger speelt ook in Phronesis, en soms is het Marius Neset Quartet dan ook gewoon Phronesis + saxofonist Marius Neset. Zo gaat dat in de jazz, en ik zie niet in waarom we daar iets zouden op tegen hebben.

Het Marius Neset Quartet dient in elk geval als showcase voor Neset zelve. De saxofonist was niet te stoppen, met een zeer gedegen techniek (al werden ook hier de harmonieken opgevoerd die een hernieuwde populairiteit hebben gekregen sinds Colin Stetson en Håkon Kornstad). Inhoudelijk was het niet meteen overdonderend, met loopjes en echo’s en galmen en andere elektronica die dit concert soms misschien iets te veel richting lounge en jaren 70 stuurden.

Het publiek was enthousiast –maar wel een beetje uitgedund na de pauze. Het (dubbel)concert duurde mogelijks ook iets te lang; ik was rond half twaalf thuis, en De Bijloke ligt zowat in mijn achtertuin.

Jazz & Sounds in De Bijloke

Het grootste deel van de concerten vandaag staan in het teken van Lisa Cay Miller. Zopas speelde ze haar eerste van drie concerten in het pas geopende Kraakhuis. Om 20u speelt Robin Verheyen in de Concertzaal. Allen daarheen voor de derde dag van Jazz & Sounds.

Lisa Cay Miller @ Jazz & Sounds door Bruno Bollaert

Lisa Cay Miller speelde solo, op extended piano. Het verschil met prepared piano, zo maakte programmator Kristof Roseeuw ons Diets, is dat er voor extended piano geen harde maar wel zachte materialen worden gebruikt om de piano aan te pakken. Al vind ik niet meteen iets zachts aan een pot jam, een pot met spijkers erin, of dichtingsringen van een confituurpot (de rode draad blijkt confituur). Volgens mij is extended piano gewoon een term om gelijk welke uitbreiding van de piano mee te duiden (inclusief prepared piano). Semantics, hoor ik u schreeuwen.

Het stuk was gebaseerd op de kortverhalen van Doris Lessing, en Miller (of nmoet dat zijn Cay Miller?) had aan mensen in het publiek gevraagd om voor elk stuk (er waren er tien) een paar regels voor te lezen. Haar extended piano klonk vaak wat als een clavecimbel, of –met die pot spijkers op de snaren– als een soortement analoge synthesizer. Ik was er met de minste verwachtingen heen getrokken, maar op één of andere manier kon ik mij in dit concert wel vinden. De extendedness kwam niet te gemanieerd over, en onder de toevoegingen school een bijwijlen interessante partituur, waarin vaak zelfs enige uitbundigheid naar boven kwam. Misschien was het omdat ik met de soundtrack van The Pirates of the Caribbean (het thema van The Black Pearl) in mijn kop zat, die ik luttele minuten eerder zelf nog thuis op sopraansax had zitten vermangelen. Wat Miller bracht was niettemin doordacht, van de snerpende plombatiemeetrillende pianosnaarpijnigingen tot de zachte balladestukjes zonder extensions. Het maakt mij in elk geval benieuwd naar de rest van de avond.

Kom het vooral zelf ontdekken tijdens deze laatste Jazz & Sounds avond, in De Bijloke. Ik kan u verzekeren dat er nog plaatsen beschikbaar zijn.

Excuses voor eventuele fouten, ik heb geen tijd om na te lezen, ik moet terug voor het volgende concert.