“Uw brood bakt zichzelf niet”, zo wist het deeg mij vannacht op geheel telepatische wijze mede te delen, luttele seconden nadat ik de televisie had uitgezapt en mij knus in bed had geïnstalleerd. Een deeg, dat nochtans om 18u een eerste sponzen voorrijs mocht ontvangen en een half uurtje nadien een kneedbeurt. Om tot slot opnieuw liefdevol de kom in te gaan voor een eerste rijstijd.
Iets voor twaalven wreef ik aldus de slaap opnieuw mijn ogen uit en toog ik naar benenden, alwaar het bewuste deeg mij nog net niet uit de kom tegemoet trad. Ik heb het neergeslagen en in twee gesneden, in twee bakblikken gelegd en die vervolgens –zoals steeds– in een doorzichtige plastic zak geplaatst. Ik heb mijn timer op een dik half uur ingesteld, de televisie opnieuw opgewarmd, en een stukje naar de dubbelaflevering van Lost gekeken –dat ik eerder die avond had opgenomen. Normaal gezien krijgt het deeg tijd tot het in omvang is verdubbeld, maar dat zag ik niet echt zitten. Na de toegestane tijd heb ik dan ook snel de oven voorverwarmd, het brood in het volgende half uur gebakken, uit de oven genomen ter afkoeling, en eindelijk mijn bed opnieuw opgezocht.
Ziehier de snoodaard, wiens wederhelft deze ochtend reeds genadeloos door de snijmachine aan stukken werd gerijt. Het vraagt soms wat werk (al valt dat mee: meer tijd dan werk eigenlijk) –en vooral geheugen– maar zo lekker, zo’n vers- en zelfgebakken brood!

