Movable Type + Jukwaa 221

Het was slechts bij toeval dat ik aan de Bijloke-manufactuur van vorige vrijdag herinnerd werd. Thijs Troch had in allerijl (daags ervoor) nog een bericht gepost op facebook, en daardoor waren er toch nog een dozijn extra gegadigden opgedaagd. De avond was in twee gedeeld, met eerst een ietwat experimenteel concept van Movable Type, gevolgd door Jukwaa 221, waarvoor Troch extra reclame had gemaakt. En Movable Type had een special guest, zo bleek uit een haastig geposte foto op Instagram: “Vanavond! Zowaar met Liesa Van der Aa.”

Bij Movable Type mocht het publiek op het podium van de concertzaal plaatsnemen, lekker dicht bij de muzikanten (eigenlijk in een vergelijkbare setting met het Kraakhuis voor het tweede deel van de avond). Movable Type startte met (laat renaissance of vroeg-) barokke muziek, waarbij de blikvanger (en ‘klankvanger’) zonder twijfel de cornetto (of zink) van koperblazer Lambert Colson was. Ook Jon Birdsong zou zijn trompet een paar keer voor dat vreemde instrument inruilen. De klank van de cornetto is zeer vergelijkbaar met die van een trompet, behalve dan dat het instrument vaak van hout is gemaakt, en daardoor een warmere klank krijgt.

De klassiekere stukken werden afgewisseld met meer jazzy werk, en het was er de muzikanten voornamelijk om te doen om een staalkaart te bieden van de mengeling van de muziekstijlen, zowel inhoudelijk als instrumentaal. Dat kwam exemplarisch tot uiting bij de bloemenreeks, die begon met twee versies van Petite Fleur: een compositie van een vroeg-barokke componist en de bekende tune van Sidney Bechet. Voor die laatste versie kwam Liesa Van der Aa op het podium, met een loepzuivere (duh) en empatische stem.

Anthony Romaniuk speelde trouwens net zo goed op klavecimbel als piano, en Nathan Wouters stak met zichtbaar genoegen een heleboel effecten op zijn (akoestische) bas (nooit gratuit), inclusief een synthesizer die perfect paste in het stuk dat toen werd gebracht.

Jukwaa 221 trok zich rustig op gang. De klanken druppelden het Kraakhuis binnen zoals regen tegen een zolderraam. Een voorzichtige druppel hier, en kort salvo daar, bijgestaan door een aanhoudend geroffel op de drum, dreigend als een donder die toch maar niet dicht genoeg komt om het onweer in volle razernij te laten losbarsten. Een toevallig melodie tikt voorbij, de druppels pikken het tempo even op, en worden dan opnieuw rustig. Het onweer zou altijd op veilige afstand blijven.

De inleiding van dit concert was zuiver ritmisch. De contrabassen spelen geen melodie, en Nils Vermeulen tikt zelfs de ganse (lange) intro met zijn vingers op de klankkast. Thijs Troch raakt nauwelijks de toetsen van zijn (prepared) piano aan, maar ligt languit met het bovenlichaam in de klankkast de snaren te beroeren. Wat opvalt –in die twee keren dat ik hem kort na elkaar heb bezig gezien– is dat Thijs Troch, nog veel meer dan vroeger, erg bezig is met geluid en klank (vs melodie).

Ritme zou de rode draad doorheen het concert blijven (zelfs al klatert de piano bijwijlen). Heel even lijkt het op phase shifting uit te draaien, wanneer alle instrumenten op het zelfde ritme beginnen te spelen, maar de muziek wordt alleen subtiel dreigender, zonder dat de ritmes uit elkaar gaan lopen. (Ik speur angstvallig naar een douche, met al die Bernard Herrmann-vibe.) Sleutelwoord voor deze muziek is zonder twijfel filmisch. Wie zich mee laat voeren op de muziekstroom, gaat mee op een boeiende trip.

Movable Type & Jukwaa 221, gehoord in Muziekcentrum De Bijloke, Gent op vrijdag 10.02.2017
Movable Type: Lambert Colson, cornetto | Jon Birdsong, trompet, cornetto | Anthony Romaniuk, piano & klavecimbel | Nathan Wouters, contrabas | Guest – Liesa Van der Aa, zang
Jukwaa 221: Thijs Troch, piano | Nils Vermeulen, contrabas | Laurens Smet, contrabas | Sigrfied Burroughs, drums | Elias Devoldere, drums

Dubbelfilmconcert in De Bijloke

Een week geleden zaten we in De Bijloke voor een dubbelfilmconcert: twee films met telkens live muzikale begeleiding. Niet de minste films, en niet de minste begeleiding.

Het feest –want jawel, zulks is een feest– opende met Dementia (1955), een expressionistische film noir van John Parker. Het is meteen ook de enige film die de man heeft gemaakt (op een postume kortfilm na), en over Parker is voor de rest eigenlijk zo goed als niets gekend.

Dementia is een waanzinnige tocht in het hoofd van het hoofdpersonage (gespeeld door Adrienne Barrett) –dat geeft misschien een vermoeden van arty-farty, maar is het helemaal niet. De sfeer in de film is erg beklemmend en meeslepend; de kijker bevindt zich mee in de droom (of nachtmerrie), en laat zich daarbij gewillig op sleeptouw nemen. Er zit geen dialoog in de film, er waren enkel muziek en wat sound-effects voorzien. In de oorspronkelijke film kwam die muziek van George Antheil, en er zat een gastoptreden in van Shorty Rogers, tijdens een bezoek van The Gamin (het vrouwelijke hoofspersonage) aan een jazzclub.

Nordmann (film: Dementia), De Bijloke, Gent, BE, 19.03.2016

De muziek en de soundeffects werden zaterdag geheel gebracht door Nordmann, dat ijverig inpikte op de speelsheid én de donkere sfeer van het hallucinante verhaal. De effecten waren toepasselijk zonder kitcherig te zijn, maar het was vooral de incidentele muziek die bijdroeg tot het opzwepende tempo van een intens uurtje film.

Na de pauze kregen we een tweede droomfilm: Vampyr (1933), van Carl Theodor Dreyer, die voornamelijk bekend is door zijn iconische La passion de Jeanne d’Arc (1928), en verder ook Day of Wrath (1943) en Ordet (1955). Vampyr wordt beschouwd als een van de beste horrorfilms aller tijden. (Wie meer zulks fraais wil bekijken, kan hier inspiratie uit putten: Das Cabinet des Dr. Caligari (1920), Nosferatu, eine Symphonie des Grauens (1922), Psycho (1960), Rosemary’s Baby (1968), The Exorcist (1973), The Shining (1980), Let the Right One In (2008) –en ik zie heel wat over het hoofd.)

Vampyr is inderdaad een vampierenfilm, maar verwacht u niet aan veel bloed en lange snijtanden, maar aan een film die, zoals Dreyer wenste, zich vooral in het onderbewuste afspeelt. We komen, net zoals bij Dementia, opnieuw terecht in de grijze, onafgebakende zone tussen werkelijkheid en droom, waarbij de kijker bewust in het ongewisse wordt gelaten (maar niet nodeloos misleid, waar de minder goede films wel eens schuldig aan zijn).

Contrabasssss (film: Vampyr), De Bijloke, Gent, BE, 19.03.2016

Vier contrabassen (normaal gezien zelfs vijf, maar Kristof Roseeuw had nog twee andere verplichtingen die avond), stonden in voor een no-nonsense soundtrack. Het fundament was een zwaar doorgetrokken drone, waarbovenop subtiele accenten werden gelegd, gaande van afwijkingen door één of verschillende baslijnen, de typische keelstem van Peter Jacquemyn tot het voorlezen van de (Duitse) verbindingsteksten die in de film verschenen. De live soundtrack stuwde een spanning doorheen de film, die soms werd opgedreven, maar sowieso aanwezig bleef. Dat klinkt vermoeiend of stagnerend, maar in feite was het een bijna onmisbare grondtoon die een duidelijke meerwaarde bracht.

Het was feest, schreef ik bij het begin. En ik herhaal dat graag. Het was feest.

Nordmann (film: Dementia), De Bijloke, Gent, BE, 19.03.2016 // Mattias De Craene (tenorsaxofoon); Edmund Lauret (gitaar); Dries Geusens (basgitaar); Elias Devoldere (drums)

Contrabasssss (film: Vampyr), De Bijloke, Gent, BE, 19.03.2016 // Peter Jacquemyn (contrabas); Lode Leire (contrabas); Pieter Lenaerts (contrabas); Yannick Peeters (contrabas); Kristof Roseeuw (contrabas)

Bijloke – Blandijn – Gent Jazz Club

Vorig jaar was ik verhinderd, voor de jaarlijkse seizoensvoorstelling van Muziekcentrum De Bijloke (waarvan het epitheton nu weer eens voor, dan weer eens achter de naam van de locatie wordt bij geschreven). Spijtig, want ik vind die altijd weer bijzonder vermakelijk –dan wel op een uiterst positieve manier. Het enthousiasme van symfonisch programmator Frank Pauwels is altijd bijzonder aanstekelijk, inclusief –of misschien net specifiek door– de manier waarop hij zichzelf soms verliest in de wonderen van het programma dat het muziekcentrum elk jaar opnieuw uit de hoed tovert.

Frank Pauwels, Daan Bauwens en Pieter Mannaerts
Frank Pauwels, Daan Bauwens en Pieter Mannaerts

Wat heb ik onthouden? Radu Lupu komt (de enige die nog ouder is dan ik, aldus Pauwels). Lupu is een ondertussen legendarische Roemeense concertpianist, die 70 zal geworden zijn, wanneer hij volgend jaar in maart op het podium in de concertzaal staat. Hij speelt er het Pianoconcerto in a, opus 54 van Schubert, en Symfonie nr. 7 in E van Bruckner, samen met deFilharmonie o.l.v. Edo De Waart.

Het Brussels Philharmonic, u weet wel, dat orkest dat wereldberoemd werd met de soundtrack van The Artist, speelt in november extra muros, en wel in de Eskimofabriek. De -20jarigen kennen dat ongetwijfeld van de fuiven die daar plaatsvinden, merkte Pauwels op, maar ik zou toch ook de +20jarigen willen uitnodigen om daar naar toe te gaan. Het publiek neemt er plaats rond –en blijkbaar ook tussen– het orkest, zodat de muziek van Xenakis en Ligeti (er wordt ook Wagner opgevoerd) helemaal tot zijn recht komt.

Het project rond de Sonates van Nuyts werd dit jaar afgewerkt, gaat mogelijks op reis, en wordt volgend seizoen opgevolgd door de J&B Blanckaert-Glorieux Blends. Componist Joris Blanckaert en cellist Benjamin Glorieux mogen gedurende drie jaar (opnieuw goed voor zes concerten) een programma brengen dat op het eerste gezicht geïnspireerd lijkt door alcohol. Voor het eerste concert, Early Malt, brengen ze accordeonist Philippe Thuriot mee, voor het tweede, Absolut Sverige, nodigen ze nyckelharpiste Emilia Harper uit. (Een nyckelharpa is een traditioneel Zweeds instrument, dat een beetje op een draailier gelijkt.) Ik zal er zeker bij zijn.

Persconferentie De Bijloke Muziekcentrum
Persconferentie De Bijloke Muziekcentrum

In deze summiere bloemlezing mag natuurlijk ook jazz niet ontbreken. Er zijn twee abonnementsformules: iconen en kraakhuis, al had dat misschien beter mainstream en minderstream geheten (als ik ook eens een flauwe woordspeling mag maken). Want, vergeef me –of nee toch maar niet– ik ben niet meteen bereid om Melanie De Biasio als icoon te omschrijven. Het ziet er voor de rest wel goed uit, al die jazz, met zo.a. James Farm (Joshua Redman), Brad Mehldau, Jakob Bro, Jozef Dumoulin, Nordmann.

Over jazz gesproken, zat ik gisteren ook opnieuw in Auditorium C van de Blandijnberg voor de wekelijkse jazzlezing. Pascal Vandelanoitte had het over jazz en film in de jaren ’50 en ’60, al begon dat eerder in de jaren ’40, en eindigde het net voor die jaren ’60. Het was een boeiende staalkaart van de evolutie van jazz en de participatie van de zwarte medemens in de films uit die tijd. Voorzien van een heel pak fragmenten, waaronder deze Betty Boop: I’ll Be Glad When You’re Dead, You Rascal, You, uit 1932, en met Louis Armstrong als stereotype boze neger.

Een paar van de films had ik zowaar al gezien, zoals D.O.A. van Rudolph Maté (1950), A Streetcar Named Desire van Elia Kazan (1951), The Man With the Golden Arm van Otto Preminger (1955), Anatomy of a Murder van (opnieuw) Otto Preminger (1959), en uit het lijstje nouvelle vague op de laatste slide ook nog Ascenseur pour l’échaffaud van Louis Malle (1957), Les liasons dangereuses van Roger Vadim (1959) en A bout de souffle van Jean-Luc Godard (1959).

Volgende week is het de beurt aan Didier Wijnants, die het over Andrew Hill zal hebben.

Andy Sheppard Quartet in Gent Jazz Club
Andy Sheppard Quartet in Gent Jazz Club

Ik was nog net op tijd om de volledige tweede set van het Andy Sheppard Quartet in de Gent Jazz Club mee te pikken, een langoureuze belevenis, zo typerend voor de ECM catalogus. Het kwartet heeft trouwens net een nieuw album uit, Surrounded by Sea, dat ze zelf omschrijven als “a strongly atmospheric recording”. En dat gaf het concert perfect weer.

Drie maal twee maal drie is een integrale Nuyts

Aan alles komt een eind… “Het is de laatste!”, ontdekte ik vorige week toen ik naar de aankondiging van de zesde etappe in de uitvoering van de pianosonates van Frank Nuyts ging kijken. Ergens in april 2012 was ik voor Gentblogt naar de persconferentie voor het komende seizoen 2012-2013 van De Bijloke getrokken. Een formaliteit, zo bleek achteraf, maar waar ik naast de aangekondigde jazz programmatie vooral het langdurig project rond Frank Nuyts onthield.

De Bijloke had het plan opgevat om de pianosonates van Nuyts integraal uit te voeren, gespreid over drie jaar, met telkens twee concerten van drie sonates (en een vierde aanvulling) per jaar. Van de 18 sonates waren er toen zelfs nog maar 15 gecomponeerd, en daarvan waren er nog maar 12 ooit al eens uitgevoerd. Voor elke sonate zou er bovendien steeds een andere pianist worden aangesproken. Ik was meteen helemaal weg van het project.

Samen met de zoon heb ik elke uitvoering bijgewoond (één keer heeft hij zich laten vervangen, omdat het concert vorig jaar tijdens de examens plaatsvond). Tot mijn verrassing bleek hij net zo gedreven als ikzelf. Hij was ‘slechts’ 12 toen de cyclus begon, en heeft, vermoed ik, al meer naar de opnames geluisterd dan ikzelf. Want, o ja, aan het einde van het concert werd telkens een cd meegegeven met daarop de opname van het vorige concert; de opname van het concert gisteren wordt naar huis opgestuurd.

20150225_nuyts02

De muziek van de sonates is bijzonder complex. Niet alleen vindt de ‘gewone’ luisteraar er soms amper houvast, het lijkt ook voor de pianist niet meteen een evidentie. Wij zaten graag schuin achter die pianist, met zicht op de handen én de partituur, en het was niet altijd een evidentie om zelfs dat mee te kunnen volgen. Niet dat ik van het blad had kunnen aflezen, maar de notenbrij vertoonde voldoende pieken en dalen en rusten –enfin, halve noten i.p.v. zestienden– om op die manier toch wat structuur te kunnen ontwaren.

Gisteren mochten Tae Yoshioka (Pianosonate nr. 11), Ivo De Laere (Pianosonate nr. 12) en Roland Peelman (Pianosonate nr. 18) de cyclus afluiten. Er was alweer een gigantisch verschil tussen de manier van uitvoeren voor de verschillende pianisten. De Laere speelde bijna romantisch zacht, Yoshioka heel afgemeten, maar uiteindelijk gaf ik de voorkeur aan de manier van spelen van Peelman. Toch voor het stuk van Nuyts. Peelman speelde ook de Chromatische Fantasie en Fuga (BWV 903) van Bach, en daar was ik niet meteen enthousiast over. Peelman bracht dat stuk bijna helemaal forte, met weinig dynamiek in het volume, en ik had het vermoeden dat hij liever op de toetsen van een orgel had geduwd dan op een piano had getokkeld. Edoch: wie ben ik om Peelman in twijfel te trekken. Bovendien ging het om Nuyts, en dat stuk was schitterend.

20150225_nuyts01

Opvallend in de sonates was de verscheidenheid, niet alleen gekleurd door de pianist die het stuk bracht, maar tevens de inhoudelijke veelheid waarmee Nuyts in zijn composities uitpakte. De stukken bevatten naast de (hedendaags) klassieke elementen ook telkens uitgebreide verwijzingen naar andere genres, van jazz en blues tot pop. Soms niet meer dan een korte rif, maar soms ook een verrassende hoeveelheid contrasterende lijnen in de linkerhand. (Ik heb een hele uitleg gekregen over het contrast tussen de ditonische toonladder waarin Nuyts graag componeert, en de hele-toonstoonladder en de chromatische toonladder, die ik u en mijzelf graag bespaar.)

Het was een heel avontuur voor iedereen, neem ik aan, en ik ben bijzonder blij dat ik het allemaal meegemaakt heb.

Contrasten

Net zoals het dubbelconcert in de Handelsbeurs vorige week (Joachim Badenhorst & Oaktree), was ook dit dubbelconcert (in De Bijloke deze keer) van Antiduo & Chambertones een stijlvoorbeeld van contrasten.

Antiduo is de zo onderhand symbiotische combinatie van Seppe Gebruers en Erik Vermeulen, die elkaar, elk gezeten aan een overstaande piano, improvisatorische kluiven toewerpen. Ik zag ze voor het eerst samen aan het werk in 2011, in deSingel, en terwijl de twee persoonlijkheden nog steeds manifest dezelfde zijn (de extraverte Gebruers vs de meer introverte Vermeulen), zijn de verhoudingen tussen beide sterk geëvolueerd. Gebruers is niet langer de al te voorzichtige student, maar houdt zich niet in om het laken ook naar zich toe te trekken. Die evolutie werd geïllustreerd met de recent bij El Negocito Records uitgebrachte eponieme cd, Antiduo. Het album bevat various moments from 2010 til 2012 en werd gemasterd door Manolo Cabras.

Na de pauze was er Chambertones met, zeker na Antiduo, bedrieglijk eenvoudige melodieën, die voor een rustpunt zorgden op deze anders bijzonder inspannende concertavond. Het trio bestaat uit Jesse Van Ruller op gitaar, Joris Roelofs op riet, en Clemens Van der Feen op contrabas. Van Ruller was een ontdekking; Van de Feen kent u misschien nog van Narcissus, de groep rond Robin Verheyen; en Roelofs is druk bezig een stevige reputatie neer te zetten. De groep heeft twee albums uit, Chambertones (2010) en The Ninth Planet (2012).

20140129_bijloke01

20140129_bijloke02

20140129_bijloke03

De rode draad

Vorige donderdag zat ik in Sint-Niklaas voor een concert van Too Noisy Fish. Peter Vandenberghe (piano), Kristof Roseeuw (contrabas) en Teun Verbruggen (drums) speelden er een heel aanstekelijke en onderhoudende set voor minder dan veertig man. Het verslag leest u bij Gentblogt.

Too Noisy Fish in De Casino, Sint-Niklaas

Zaterdag trok ik naar De Bijloke voor La Belle et la Bête, de filmopera van Jean Cocteau & Philip Glass. Ik heb de Glass-versie in huis gehaald toen zijn bewerking uitkwam in 1995, en was razend benieuwd om het eens live te zien. Muzikaal is het sterk idiomatisch; herkenbaarheid is een troef en een vloek bij Glass. De score wordt voornamelijk gespeeld door een veelvoud aan keyboards, bijgestaan door een paar (riet)blazers. (Van de zogezegde nauwgezette lipsync –waarbij de opera werd geënt op de lipbewegingen van de acteurs in de film– is eigenlijk niet veel te merken.)

Henri schermt

Zondag had Henri een schermtornooi in Hasselt, voor het Belgisch Kampioenschap pupillen en miniemen op degen, sabel en floret.

Maandagavond zat ik in de V.E.M. voor de repetitie van het volwassenenorkest.

Dinsdag had ik pianoles (ik heb het er binnenkort nog wel eens over), zat ik in een meeting met Robin Verheyen, en nadien in een programmameeting van Jazz & Muziek (Gent Jazz, Jazz Middelheim, etc). U weet ondertussen toch al dat Diana Krall, Trixie Whitley, Kurt Elling en Phronesis op het programma staan voor 2013? Niet te missen, die zaterdag 13 juli –er zijn al tickets beschikbaar!

(Zoek de vreemde eend in de bijt.)

Dan Tepfer speelde pling-plang-Bach

Dan Tepfer door Bruno Bollaert

Dinsdag speelde Dan Tepfer in het Kraakhuis in De Bijloke. Het was er verschrikkelijk warm, en dat moet Tepfer ook gedacht hebben, want nauwelijks zijn intro gespeeld (een jazz nummer), ging het vest van zijn kostuum uit. Met hartjessokken onder het anders onberispelijke tenue speelde hij zowat anderhalf uur improvisaties op Goldbergvariaties. Aan het einde van het (uitverkochte) concert kreeg de pianist een (bijna) spontane staande ovatie, en als bisnummer bracht hij een heel aparte versie van Darn That Dream.

Iemand sprak me aan over de muziek, en hoe hij reeds talloze versies van de Goldberg Variaties had gehoord, van de ontelbare pianoversies tot clavecimbel, accordeon en zelfs tuba. De improvisaties waren hem vreemd, maar hij hoopte dat het niet de pling-plang muziek zou worden waarvan hij met zekerheid wist dat ik er fan van was. Zelf luisterde hij liever naar barok en renaissance, en hij had vorig jaar wel zeker dertig concerten bijgewoond. Ik hoop dat hij er toch een beetje van genoten heeft, want zelfs de oorspronkelijke variaties die als vertrekpunt dienden, werden heel expressief gespeeld.

Er staat een verslagje bij Gentblogt: Pling-plang-Bach met Dan Tepfer.
Laat gerust weten wat u ervan vond als u er ook bij was. Of als u het album gehoord hebt.