Bourrée in E minor

In een live versie uit 1969, deze verkeerd gespelde Bourée van Jethro Tull: de betere classical progrock jazz fusion (album versie). Ian Anderson had destijds de neiging om zo flamingogewijs op die dwarsfluit te blazen.

De originele versie heet Bourrée in E minor (BWV 996) van Johann Sebastian Bach. Gelijk deze juffrouw het speelt. En deze meneer ook.

Klassiek? Jazz?

Gisteren zat ik in De Bijloke voor Pascal Schumacher & Friends – Reflections on Brandenburg 3. Schumacher verwierf vooral bekendheid door zijn samenwerking met Jef Neve, en is een verdienstelijk vibrafonist. Hij neigt nogal naar de loungey kant van het spectrum, maar ook dat kan op tijd en stond heerlijk resoneren.

Op vraag van De Bijloke schreef hij een compositie rond het 3e Brandenburg Concerto van Johann Sebastian Bach: Reflections on Brandenburg 3. Het half uur durende werk werd –tijdens het eerste deel van het concert– uitgevoerd door het Pascal Schumacher Quartet, bijgestaan door een strijkersorkest (voornamelijk mensen uit het Spectra Ensemble en het Spiegel String Quartet). Allemaal kwaliteit!

Klassiek en jazz, het blijft evenwel een moeilijk huwelijk. De strijkers werden op het instrument versterkt –het aanbrengen van het microfoontje op de viool ging bij de ene al wat makkelijker dan bij de andere– en dat brengt meteen al een andere klankkleur met zich mee. Voeg daarbij een vurige drum en een vibrafoon, en voor we het goed beseffen, zitten we richting elektronisch klassiek (herinner u het Rondò Veneziano).

Johann Sebastian Bach - Brandenburg Concerto No. 3, First Movement

Bach laat zich ook gemakkelijk herwerken naar dat drummerig opzwepend gedoe. Hoor die gezwinde toonladdereffecten, zie die strijkstokken op en neer zwiepen. Als het op den duur wat gaat klinken zoals de synthetische begeleidingscd die bij de bovenstaande partituur werd geleverd, dan gaat het toch wat de verkeerde kant uit. (Overdrijf ik? Natuurlijk overdrijf ik. Ik doe dat als het goed was, en dan mag dat ook als ik kritiek heb.)

Eens de inleiding voorbij werd de muziek interessanter, maar veel meer dan een aangenaam kabbelende soundtrack werd het evenwel nooit. Het tweede deel, een vierdelige suite getiteld JS, was muzikaler. Het werd gespeeld zonder strijkers, en ook dat kwam de muziek ten goede. Geen kwaad woord over die strijkers overigens, en al evenmin over de andere muzikanten; ik ben echter niet meteen enthousiast over de composities. Bij een werk zoals die suite had ik graag meegegeven dat Bach nooit veraf was, en dat de componist dat subtiel herwerkt had. Helaas was Bach al te prominent aanwezig, en dat vertaalde zich dan weer in een eclectisch soort schizofrenie waaronder vooral de luisteraar te lijden had.

Als encore kregen we een stukje uit de binnenkort te verschijnen cd van het Pascal Schumacher Quartet. Via Metamorphosis kondigt die cd zich aan als aangenaam te beluisteren muziek, en uit dat stuk blijken alvast invloeden zoals de lyrische Zorn (met The Dreamers) en het energieke The Bad Plus. We zijn benieuwd.

Bach. Goesting in —

Gisteren, tijdens de wekelijkse orkestrepetitie, kreeg ik naast mijn partij voor Lord of the Rings ook het tenorsax gedeelte voor de Toccata en Fuga in D Minor van Bach in handen gestopt.

En hoewel mijn gedeelte niet bijzonder moeilijk is (het is vooral snel en vraagt een goed ritmisch gevoel en wat telwerk) kreeg ik plots weer veel goesting in Bach. Niet alleen om te beluisteren, maar om te spelen. En dan mag ik wel geen Karl Richter zijn, ik denk dat ik eens zo’n Bachbladmuziekboek ga bestellen bij Amazon. Voor tenorsax, en voor beginners, welteverstaan.