Damn

Ik zit daar ergens met een koppel aften die weigeren uit te doven –het moet niet altijd migraine zijn natuurlijk. Het sleept nu al een week of twee aan, en het is voornamelijk een serieuze buzzkiller voor het saxofoonspelen. Dat en ik spreek met een lispel alsof ik permanent aan de alcohol lig.

Daarnet op Glee (wij kijken in uitgesteld relais), hier in de oorspronkelijke versie van Paul McCartney en The Wings uit 1976. U was nog niet geboren, ik weet het.

Pokken en andere jazz

Nog altijd van aften, dus de productiviteit ligt wat lager. Ik werk alles gestaag af, in volgorde van dringendheid. Voor de rest vermei ik mij aan een stevige dosis pijnstillers. Geef de morfine nog eens door.

Euh, dat was een grapje. Van die morfine, niet van die pijnstillers.

En ik heb een tekstje geschreven over Jazz in ’t Park, te lezen bij Gentblogt: Het overgangsjaar van Jazz in ‘t Park.

Rustdag

Zondag is een rustdag, en die kondigde zich al aan sinds donderdagavond. Ach, morgen migraine, vreesde ik toen, maar ik bewandelde de volgende dag alsof er niks aan de hand was. Vrijdagavond kreeg ik de zelf voortekenen, maar ook zaterdag kwam ik min of meer vlekkeloos door. Maar na een week vakantie, schilderwerk, meubelverhuis, Ikeabezoek en een heel aangename zaterdag, had ik het vanochtend wél vlaggen natuurlijk. (Dat, en ik loop al meer dan twee weken met een hele roedel aften rond, zodat ik gisteren noodgedwongen met Medrol gestart ben.)

Lichter dan verwacht, de migraine, maar het zal bij rusten blijven vandaag. En dat is waar een zondag voor dient, nietwaar. (Alweer geen Opatuur, vanavond, en dat knaagt dan weer wel.)

Onverwacht

Vandaag ging ik een dagje rusten. Ik heb aften, kan al twee weken geen sax spelen want de ondingen zitten op mijn onderlip. Tessa heeft vanochtend medrol voorgeschreven, dus ik hoop dat het nu wat vooruit gaat gaan. Dus gingen we een dagje cocoonen, Henri en ik. Een beetje naar tv kijken, en beetje rondlummelen in huis, een beetje recup gelijk.

Hindernis 1, nog thuis.
“Papa, we gingen wel zo’n verdeelstekker gaan halen in de Brico hé.”

Hindernis 2, aan de Brico in Oostakker.
“Gaan we eens in de Mediamarkt ook, Papa? Nu we hier toch zijn.”

Hindernis 3, terug thuis.
“Gaan we naar de Tasty World om te eten, papa? Dan kunt ge daarna nog een koffie drinken in de OR.”

Hindernis 4, aan de Zuid.
“Waar is dat nu, die Vinyl Kitchen, papa.”

Hindernis 5, terug thuis.
“Joehoe, ben ik niet op tijd thuis om naar de Ikea te gaan?”

Collega Martini zou gezegd hebben: “I’m totally knackered.”

Tandpasta

Een ramp is het. Recent werd Zendium in België blijkbaar uit de handel genomen. Mijn apotheker wist mij dat daarnet te vertellen, toen ik ten einde raad bij haar ging aankloppen om een nieuwe voorraad, die ik normaal gezien uit het grootwarenhuis meebreng. Ik zit al een maand zonder, en op die tijd heb ik al minstens vijf-zes verschillende tandpasta’s geprobeerd, in de hoop dat het om een tijdelijk stocktekort ging.

Mijn mond staat ondertussen vol aften, waarvan ik eerst nog halvelings dacht dat ze er waren gekomen door het wisselvallige weer, of zelfs het naarstige werk met onregelmatige uren voor Gent Jazz. Maar het is gewoon de tandpasta. Ik heb Tonigencyl geprobeerd, Paradontax, Sensodyne, Fluocaryl, en zelfs Signal en Colgate bi-fluor (zoals in: “wij zijn niet bang van de tandarts, want we hebben ze goed gepoets, met…”). Bij de eerst poetsbeurt viel reeds op hoe agressief die tandpasta’s werken in de mond. Nu heb ik Meridol mee naar huis gekregen, dat –net zoals Zendium– geen natriumdodecylsulfaat zou bevatten. Ondertussen heb ik al ontdekt dat Zendium via internet toch nog te koop zou zijn.

Welke dorpsidioot heeft in godsnaam Zendium, de aftenvriendelijke tandpasta waar ik al meer dan twintig jaar ‘goed’ mee ben, van de markt gehaald?

tussenseizoen

’t Is er gewoon het seizoen voor. Of liever niet voor. De Grote Aftenperiode valt voor mij al een gans leven tussen twee seizoenen in, tussen winter en lente, tussen zomer en herfst. Als het niet meer koud is, of niet meer warm, maar als de weergoden nog niet hebben beslist welke richting ze eigenlijk uit willen. Of ze weten het wel, maar houden ons liever nog even an het lijntje. Ik heb er ook opnieuw last van, maar de laatste jaren is de intensiteit sterk verminderd. Ik heb er goede hoop op, dat als ik veertig ben, of vijftig, ik ze misschien wel helemaal kwijt ben, of ze helemaal heb ingeruild tegen migraine. Of misschien heb ik altijd al migraine gehad, maar heb ik die pas de laatste jaren herkend, wegens dat ik er altijd een kater zal hebben in gezien. Nevermind, de aften beperken zich tegenwoordig tot kleinere groepjes van drie of vier, en soms zelfs tot een simpel rauw aanvoelen van het verhemelte of de mondwand.

Wat onnoemelijk veel erger is, is dat het toch iets erfelijks blijkt, want Henri heeft er ook al last van. “Kijk papa,” toonde hij vorige week, “ik heb er hier één op mijn onderlip, en ook hier vanboven, en vanachter in mijn mond heeft het ook al pijn gedaan.” En dan vraagt het alles wat ik heb om niet terstond in een huilbui uit te barsten, of erger nog, volledig in te storten. Want ik weet wat hem nog kan te wachten staan, al hoop ik dat mijn ervaringen aan hem mogen voorbij gaan. De pijn, de foetor ex ore, en de oncontroleerbare en onhandelbare moodswings. En ik kan hem bezwaarlijk nu al Nietzsche laten lezen. (Was mich nicht umbringt, macht mich stärker.)