boem

Oeh. De lichten gingen even uit daarnet. Vijf uur geleden zat ik nog vlijtig achter de computer, en toen moest ik plots het bed in. ’t Is nochtans kalm geweest de laatste paar dagen. Neem nu gisteren: na het concert van de Sioen ben ik proper met de laatste tram naar huis gekomen, en tegen het goed 1 uur was lag ik al te slapen. Vanochtend zijn we op ’t gemak bij Bloch gaan ontbijten, foto’s laten bijmaken voor vriendin E., een paar cds gekocht, toch weer in de Sirena gaan lunchen, en dan naar huis. Daar wordt een mens toch niet moe van?

(Bof. Ik weet waar het aan ligt, niks bijzonders.)

Edoch, ik heb eindelijk een USB-hub gekocht, en een card reader (LaCie imatumi), zodat ik niet steeds mijn fototoestel aan de computer moet hangen. Erm, en het gaat iets sneller zo ook. Eigenlijk. Dus die foto’s van Sioen komen eraan. Maar niet voor morgen. Eerst terug gaan slapen.

Een gedachte over “boem”

  1. Ik heb ook continu min of meer (meer meer dan min) last van aften. Mijn tong ligt nu ook open, maar ik blijk het me steeds minder aan te trekken. En vermoeidheid, ja dat ook. Geen mens die weet aan wat het ligt, of wat er precies aan te doen. Met Paradontax poets ik nu al een jaar. Tot nu blijft het meestal beperkt tot één of twee plaatsen.
    Maar ik ken het, tijdens m’n mondelinge examens had een tube Xylocaïne mee, want anders was de pijn tijdens het praten niet te harden.

Reageren niet meer mogelijk.