gezondheid

You are currently browsing articles tagged gezondheid.

Of ik niet wil meedoen met een challenge, vroeg iemand mij niet zo heel lang geleden. “Gelijk gij zo veel loopt en omdat ge ook blogt, past ge eigenlijk zo goed als perfect in het profiel dat we zoeken.”

De challenge gaat uit van Nike. Vijf mannen komen uit tegen vijf vrouwen, om zoveel mogelijk kilometers af te leggen. De vrouwen –maak zelf uw geslachtsbevooroodeelde opmerking– mogen veertien dagen voor de mannen beginnen. Die mannen, dat zijn aaiboek, Ardi XIV, dipfico, Kristof Nizet, en ikzelve. Langs vrouwelijke kant gaat het om Jess jogt Jess sport, Kaat loopt, Lien Braeckevelt, Lies Deruddere, en mijn naam is Georgina. Wie nog niet in mijn RSS lezer zat, zit er bij deze in. Kwestie van de concurrentie en de teamgenoten wat in de gaten te houden.

We krijgen de nodige tools en gear, en de enige echte voorwaarde die eraan verbonden was, is dat we alles bijhouden op Nike+. Alles zijnde datgene wat de Nike+ sensor registreert. Vroeger heb ik zelf nog zo’n sensor gehad, maar mijn iPod nano heeft het vorig jaar laten afweten. Sindsdien loop ik met Suunto, maar zo’n Nike+ kan daar zeker bij. Mijn gebruiksnaam bij Nike+ is volume12, het mannelijke team gaat van start vanaf 1 maart. Ga ondertussen toch maar al eens kijken bij al die vrouwen, dat gaan wij mannen immers ook doen.

Tags: , , ,

Het griepseizoen groeit zo stilletjesaan naar een climax. In een vlaag van idiotie ben ik vanochtend met het openbaar vervoer naar het centrum getrokken, op zoek naar solden.

Met het openbaar vervoer. Tijdens het griepseizoen. Jaja.

Geniepig was de hele tram zichzelf aan het begluren, en toen één onverlaat niet langer een hoestbui kon onderdrukken –hij zat al tien minuten zacht te schokken– sloeg de rest eerst vol argwaan en vervolgens met afgrijnzen de diepe en aanslepende roffel gaande. Of de man er bij de volgende halte echt af moest weet ik niet, maar onder afkeurende blikken koos hij toch maar voor een aftocht.

Veel solden heb ik niet gevonden, of ben ik de enige die een jeans van 80 euro niet echt solden vindt. En dat was al mét 50% korting. Bijna kocht ik mij nog een steelpan (in een andere winkel), maar de pan die ik op het oog had was enkel beschikbaar in een set (van 900 naar 700 euro gereduceerd weliswaar), en de alternatieven hadden ofwel geen steel ofwel een te groot volume. Dat doet er mij aan denken dat ik nog altijd iets over pannen moet schrijven.

Een kale reis dus, maar dat is goed voor de portemonnee. (Zolang het maar niet slecht is voor de gezondheid.)

Tags: ,

dagcrème

“Doet gij dagcrème aan uw gezicht”, vraagt mijn geliefde mij terwijl ik sta te verkleumen op het Sint-Baafsplein. Het is zondag, en half Gent is naar dat plein afgezakt om er de nieuwjaarsreceptie van het stadsbestuur mee te maken. Koude maakt mij kribbig, te veel volk maakt mij kribbig. Het is leutig om mensen terug te zien, maar ik denk dat ik volgend jaar met een aantal mensen meteen in de warmte van een restaurant ga afspreken.

“Euh”, stamel ik, een beetje uit mijn lood geslagen en ook al omdat ik eerst beweging in mijn bevroren lippen moet zien te krijgen alvorens er iets verstaanbaars kan worden gemurmeld. “Normaal gezien wel,” mompel ik, “maar ik ben het vanochtend vergeten.” ‘Vanochtend’ had ik mij verslapen, en ik moest nog een taart bakken (verslag volgt morgen), en ik wou toch op tijd zijn voor de persconferentie die een half uur voor de festiviteiten was gepland en ik uiteindelijk toch niet heb gehaald.

“Het is te zien,” vertrouwde ze me achteloos toe, “uw huid ziet er nogal droog uit.”

Dat is van die f-cking koude, dacht ik, maar ik besloot die uitlating wijselijk voor mijzelf te houden.

“Hebt gij soms dagcrème op”, vroeg ik dan maar onschuldiggewijs.

“Ja natuurlijk”, riep ze uit alsof geen elke zichzelf respecterende vrouw het huis zonder verlaat. Zonder kleren eerder dan zonder dagcrème, begod.

“Het is te zien”, knipoogde ik schalks.

Tags: ,

Het gaat allemaal goed, begin ik dit maar, voor u zich zorgen zou maken. Tessa zal het daar niet mee eens zijn, maar zij is dan ook dokter, en enige vorm van beroepseigen verontrustmaking is haar in deze materie niet vreemd. Zaterdag, de dag waarop Tessa vanuit Venetië terugkeerde, dropten de schoonouders mijn zoon –veel te laat natuurlijk– terug bij mij af. “Hij hoest nogal erg hé”, gaf mijn schoonmoeder ter afscheid nog mee. Het blijft relatief natuurlijk, maar toen ik even in de keuken stond af te wassen, en Henri zich onderwijl met zijn lego voor de haard had genesteld, kwam ik nieuwsgierig naar de woonkamer terug, op zoek naar het hondje –een basset, zo meende ik– dat zich bij ons had binnengewerkt. Ook na herhaaldelijk toedienen van hoestsiroop, bleef dat hondje al te regelmatig zijn opwachting maken.

Toen Tessa thuis kwam lag Henri al te slapen, en pas de volgende ochtend kwam, vergezeld van een lichte paniek, die professionele bezorgdheid opzetten. “We moeten daarmee naar spoed”, was de eerste reactie, die ik –geheel onbekend met de medische wetenschappen– in eerste instantie toch lichtjes overdreven vond. Tijdens de nacht was de hoest evenwel overgegaan in een gepiep, dat reeds licht hoorbaar was tijdens de ademhaling, maar oorverdovend de oorschelp penetreerde bij het beluisteren van de luchtbeweging aan de rug van de patiënt. De pediater van wacht werd gebeld, ventolin in huis gehaald –tiens, wierp ik op, weet ge dat die ventolin voor doping wordt gebruikt– en het puffen aangeleerd. De spoed werd alsnog uitgesteld, maar Henri bracht de nacht door in het Grote Bed™ waar hij zijn ouders niet alleen mijn zijn gewroetel uit hun slaap hield, maar tevens met zijn net niet in apneu overgaande gepiep, een ademhaling met evenveel gepruttel als van een slecht afgestelde diesel die niettemin weigert stil te vallen.

Vanochtend werd een collega gebeld, en nadat ik een dik uur de Gentse ring befietst had, ging het gezin UZ-waarts voor de onvermijdelijke controle. Van NO-meting naar longfunktie, van RX naar allergietest: 50-60% peakflow waarde en een onmiskenbaar astmatische grafiek waren onverbiddelijk. Henri hangt aan de aerosol, heeft een novolizer met cortisone, en moet voorlopig even inspanningen vermijden.

De trompet komt alsnog niet in gevaar. “Wij moeten er met de juiste medicatie voor kunnen zorgen dat hij alles gewoon normaal kan uitvoeren”, beantwoordde de arts bemoedigend mijn vraag. Voorlopig werd er met een ‘lichte’ medicatie gestart (met hoge dosis) –omdat hij geen voorgeschiedenis heeft– maar als het niet betert, moet de behandeling worden verzwaard met medrol. Zover is het nog lang niet, fluister ik mijzelf toe, met diezelfde medische onwetendheid als een paar dagen geleden.

Tags: ,

Na zowat tien dagen op muffe cinemazaallucht te hebben geleefd, laat ik mijn longen stilletjesaan weer aan de gewone, van fijn stof doordrongen, buitenlucht gewennen. Vandaag stond er maar één film op het programma (morgen twee, en daarna gaat het richting Brussel voor een hands on met de nieuwe 5D), dus ging ik lopen. Gisteren had ik een voorraad gaas en sterilux en isobetadine en jelonet en flamigel ingeslagen en aangebracht –op voorschrift van mijn doktertje– en vanochtend was mijn been al veel minder verkrampt.

De eerste kilometer viel niet echt mee, maar nadien waren mijn spieren het lopen precies opnieuw gewoon, en ben ik maar meteen voor de volle woensdaagse 15 kilometer gegaan. Om tegelijk –hoewel het niet zo was bedoeld– een PB neer te zetten; dat stond op 1u11, maar daar heb ik vandaag 3 minuten af gesnoept tot 1u08. Ik weet het: sommige lopers leggen in die tijd een halve marathon af, maar ik vond dit toch al niet onaardig. Al ben ik nu benieuwd geworden hoe snel ik deze tijd onder het uur kan krijgen.

En als het weer een beetje mee wil, dan hoop ik vrijdag of zaterdag of zondag (hopelijk verandert toch één ‘of’ in ‘en’) te kunnen fietsen. Vanaf morgen is het overigens weer een paar dagen mannen onder elkaar, want daar vliegt Tessa alweer naar het buitenland voor een paar dagen. Ik denk dat ik Henri maar meeneem naar Brussel, morgenavond.

Tags: , , ,

Gemakkelijkheidshalve kon ik stellen dat ik de Gamma-verhalen van Henk in gedachten had –een echte man is geen watje– maar eigenlijk kon ik gewoon niet nog een dag laten voorbij gaan zonder looptraining. Na mijn val van zaterdag vertrok ik dus zondagochtend voor wat normaal mijn wekelijkse loophoogtepunt is: de halve marathon. Drie volle seconden heb ik bij het wakker worden overwogen om toch maar van mijn plan af te zien, en van mijn gewoonlijke 100 crunches kwam ik maar tot 79, maar toch was de lokroep van de Watersportbaan groter dan de paar ‘ongemakjes’.

Van de eosine in de badkamer ging het naar het ontbijtbuffet van het Sint-Pietersinstituut –dat men net aan het wegruimen was. Omdat Henri zo zot is van Star Wars gingen wij getweeën achteraf naar F.A.C.T.S., en van daaruit naar een heel gezellig verjaardagsfeestje dat we moesten verlaten om in Kinepolis naar een Junior Eurosongfilm te gaan kijken. En toen waren we thuis en was het acht uur. En mocht ge mij bijeenvegen. Mijn hoofd bonkte, mijn maag protesteerde, en de rechterkant van mijn lichaam prikte en tintelde van boven tot onder. De steriele vodjes die ik tussen mijn geschaafde huid en mijn onderbroek had gefoefeld waren in mijn huid gegroeid en dienden met lauw water voorzichtig te worden losgeweekt, om vervolgens door verse te worden vervangen. Die op hun beurt gedurende de nachtrust zouden ingroeien en dan vanochtend onder de douche werden losgeweekt. Ik heb het gevoel dat dit nog wel een tijdje kan doorgaan.

Geen kat die er iets van ziet, maar stoer dat ik mij voel, maat.

Tags: , , ,

gekrompen

Eén meter, achtenzeventig centimeter, zoveel bleef er nog over van de één meter tachtig centimeter die ik veronderstelde sinds mijn volgroeidheid mee te dragen. De meneer van de fietsenwinkel mat mij volledig op om de fiets geheel op mijn maat af te kunnen stellen –inclusief de hoogte van mijn kruis– en pietste daarbij ongewild twee centimeter van mijn ego af.

“’s Middags zijt ge al wat korter dan ’s ochtends hoor”, trachtte hij me gekschrevend te troosten, maar het kwaad was al geschied. Niet langer kan ik prat gaan op mijn meter tachtig, dat net zo goed bekte als mijn drieëntwintigjarige leeftijd. Maar ook dat ligt al een tijdje achter mij. Volgens mij ligt het aan mijn houding –niettegenstaande ik met rechte rug onder, boven en tussen het apparaat heb plaatsgenomen. Ik zak teveel onderuit, i.p.v. mooi rechtgerugd in de zetel of op een stoel te zitten. Nochtans heb ik een perfecte –en destijds spotgoedkoop aangeschafte– bureaustoel, waar ik toch ettelijke uren per dag in slijt. Maar plant mij voor tv, aan een eettafel, op een caféstoel of in een cinemazetel, en binnen de kortste keren zak ik door. Stak ik mijn hand in mijn broeksband, u kon mij met Al Bundy vergelijken. Of toch net niet, maar u begrijpt mij best, ik weet het.

Edoch: één meter achtenzeventig dus. Twee centimeter ongetwijfeld pijnlijk samengedrukt merg of andere substantie tussen mijn ruggewervels. Hoe lang is het bij u geleden dat u zich nog eens –nauwkeurig– hebt laten opmeten? (En bent u dan ook zo geschrokken / gekrompen?)

Tags: ,

« Older entries