Aardappelgeweld

Misschien moeten de mensen die o.a. hier in de reacties staan te schreeuwen over geweld, eens stilstaan bij dat geweld. Er is een veld patatten vernietigd. En hoewel het grotendeels om een kat-en-muisspel tussen politie en actievoerders ging, zijn er ook een paar schermutselingen geweest waarbij een aantal mensen werden verwond. Dergelijk fysiek geweld kan niet door de beugel. Of het nu gaat om de talloze politiemensen die we op de beelden hierboven, en op de televisiebeelden van de nieuwsdiensten van VRT en VTM, in full battle dress met matrakken op de verder ongewapende actievoerders zien neerslaan, dan wel om actievoerders die de politie hebben aangevallen, dát is een stap te ver.

Maar hoezeer dat ook te betreuren is, het gaat daar echt niet om. Het is bijzonder jammer dat een grote groep mensen daar niet voorbij kan kijken, en zich achter het afkeuren van het geweld verschuilt om een bredere maatschappelijke context uit de weg te gaan.

Het is een beetje naïef om het grootsprakerig te hebben over de voordelen van het onderzoek voor de maatschappij en over onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek (zoals hier in Terzake), als men nadien patenten en/of octrooien gaat verkopen aan bedrijven zoals BASF. De nefaste resultaten van dergelijke vercommercialisering van de voedselketen werden reeds aangetoond, o.a. in de VS, waar Monsanto de plak zwaait. Monsanto werkt samen met BASF voor onderzoek, ontwikkeling en marketing van biotechnologie.

Hoe hard men mag staan roepen dat de kenmerken van zo’n ggo-aardappel beter gekarakteriseerd zijn dan een gekruiste aardappel (cfr Marc Van Montagu en Geert Angenon), toch blijken er nog wel ongewenste neveneffecten te kunnen optreden bij consumptie. Toen Arpad Pusztai ontdekte dat de consumptie van een ggo aardappel –ontwikkeld op vraag van het Schotse Agriculture Environment and Fisheries Department— schadelijk was voor de gezondheid, werd er alles aan gedaan om hem monddood te maken. Monsanto, dat 90% van de ggo-zaadmarkt in handen heeft, was een van de actoren die druk uitoefenden.

Het recht op onderzoek mag voor de wetenschapper geen excuus zijn om zich te onttrekken aan een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Een wetenschapper heeft de plicht de impact van (de resultaten van) zijn experimenten in te schatten, niet alleen wat betreft de volksgezondheid, maar ook de sociaal-economische draagwijdte ervan.

Het is gemakkelijk, om geweld af te keuren

De publieke opinie, gestuurd door de media, lijkt zich voornamelijk te richten op het afkeuren van het geweld, dat op 29 mei in Wetteren werd gepleegd. En dat blijkt een gemakkelijke manier om aan de grond van de zaak voorbij te gaan.

De jongeren die ik zondag in Wetteren gezien heb voelen zich op de ziel getrapt door een beleid en een wetenschap, die ronduit kiest voor een industrieel landbouwmodel, waar bodem, plant en dier verlaagd worden tot productiemechanismen die beheerst en hermaakt kunnen worden, en naar de hand gezet van zij die er het meeste munt kunnen uit slaan.

Dat schrijft Johan D’hulster, uitbater van het biotuinbouwbedrijf ‘De Akelei’ in Schriek, die de bewuste zondag ook aanwezig was in Wetteren (maar niet actief aan de actie heeft deelgenomen). Zijn wat ongelukkig getitelde stuk, In naam van de aardappeloorlog-actievoerders, verscheen op de website van MO*. Lees daar trouwens vooral ook het stuk De grond van de aardappelzaak van Jan Thoelen.

Het geweld lijkt voor de meeste mensen te beginnen en te eindigen op het veld in Wetteren. Heel erg verwonderlijk is dat niet, want het is ook direct zichtbaar. Veel moeilijker is het, om de effecten van economisch gedreven organisaties zoals BASF en Monsanto in te willen zien. Arbeiders worden uitgebuit, kleine landbouwers worden kapot geprocedeerd omdat ze bijvoorbeeld geen ggo zaden van Monsanto willen aankopen, en het industrieel landbouwmodel vormt op langere termijn een bedreiging voor milieu en volksgezondheid.

Inderdaad, als het geweld terug te brengen is tot het vernielen van (een deel van) een 1500m2 groot aardappelveld, dan staat het terecht in het centrum van de belangstelling. Want wetenschap staat los van de echte wereld natuurlijk.

De discussie kan niet worden afgedaan als een van wetenschappers tegenover barbaren

Het was met ongemeen veel genoegen dat ik vrijdag de opinietekst Waarom wij zondag actie voerden in Wetteren (DM, 03/06/2011, p17) mocht lezen in de krant. Het is uitzonderlijk dat men zo’n welgestructureerde en genuanceerde tekst vermag te lezen. Zelfs wie het niet eens is met de actievoerders tegen de ggo’s op het Wetterse veld, zal moeten erkennen dat de auteurs-wetenschappers van deze tekst een bijzonder boeiend en informatief betoog hebben geschreven. Het contrast met de wanordelijke kattebel die daags nadien verscheen van de hand van één van onze biotechnologische pioniers, had niet groter kunnen zijn. In Hadden de actievoerders maar even nagedacht (DM, 04/06/2011, p17), spartelen Marc Van Montagu en Geert Angenon gelijk duivels in ongetwijfeld genetisch gemodificeerd wijwater, eerst met een populistische en weinig steekhoudende paragraaf, om vervolgens met een emotieve en niet echt onderbouwde halfslachtige wetenschappelijke uitleg zichzelf totaal te verliezen.

In diezelfde krant slaagt de KU Leuven er bovendien alsnog in ons met open mond te laten lezen dat ze de onderzoekster ontslaat die mee actie voerde tegen ggo’s (DM, 04/06/2011, p06p07). Wetenschap beoefenen aan de KUL staat duidelijk niet gelijk met het behouden van een open en kritische geest.

Vandaag verschijnt er alweer een opiniestuk in DM: Wiens brood men eet… (DM, De Gedachte, 06/06/2011, p27). “Iedereen,” zo schrijft men daarin, “kan in het rapport van de bioveiligheidsraad online lezen dat – bij gebrek aan consensus – uiteindelijk via een stemming een voorwaardelijke toestemming wordt verleend.” Er bestaan zelfs twee rapporten, eentje van de Universiteit Gent, en eentje van BASF Plant Science. In beide rapporten wordt overigens gesproken over de bijen die ook in de media gonzen:

Potato (Solanum tuberosum ssp. tuberosum) is mainly a selfing species, but cross-pollination can also occur (OECD, 1997). The pollen is relatively heavy and is spread by wind and insects, especially bumblebees. […] The cultivar considered here, Désirée, flowers abundantly, produces berries frequently and sets viable true seed.

In het beide documenten (in het tweede iets uitgebreider dan in het eerste) lezen we daar een bezwarende commentaar over:

The distance of 150 m to other potato plots is in the line of distances previously recommended. Nevertheless, recent data on bumblebee foraging (Wolf, S. & Moritz, R.F.A. 2008. Foraging distance in Bombus terrestris L. (Hymenoptera: Apidae. Apidologie 39: 419-427) reporting mean foraging distances of workers of 267 m (max. 800m) may raise concern about risk of spread beyond the 150 m foreseen in the trial. Kraus et al. 2009 are even reporting male flight distances up to 9.9 km!

…maar dat wordt door de coördinator van het project / het SBB afgedaan als weinig relevant. Een beetje eigenaardig, want het genetisch gemodificeerde maïsveld dat daarvoor in Wetteren door/voor Monsanto werd aangelegd, bleek eind vorig jaar al tot besmetting te hebben geleid. Volgens het Field Liberation Front stonden er naast het veld volle bijenkorven opgesteld, en zorgden de onderzoekers daardoor voor moedwillige besmetting. De aanwezigheid van de bijenkorven werd officieel vastgesteld zo schrijven ze, maar ik vind dat alsnog nergens anders terug.

Lees vooral de teksten van de tegenstanders eens —Waarom wij zondag actie voerden in Wetteren (DM, 03/06/2011, PDF p17) & Wiens brood men eet… (DM, De Gedachte, 06/06/2011, PDF p27)– en de adviezen van de bioveiligheidsraad. Alles gecombineerd, is er op zijn minst voldoende reasonable doubt aanwezig om die proeven op het Wetterse veld niet zomaar te laten doorgaan.