maatschappij

You are currently browsing articles tagged maatschappij.

Weg met De Crem, zo gonst het precies overal door de Grootsche Vlaemsche Blogoosfeer! Maar ik zeg u, waarom stoppen bij onze Zatte CD&V-er, Vlaenderens Trots in de Verenigde Staten, partijgenoot van de meest verlichte Premier aan wie we ons in dit en alle vorige levens hebben mogen onderwerpen? Neen, dit kan niet volstaan.

Want, waarde lezers, gisteren nog heb ik in een links dagblad moeten lezen, hoe één van hun columnisten, die somtijds luisterend naar de naam Hugo Camps, de bloggers in één pennentrek over dezelfde kam waarmede Pieter De Crem des ochtends zijn haren weerbarstig tegen de wind mag instrijken, heeft gescheerd! (*) De snoodaard noemde ons aldaar, en ik citeer: ‘bloedzuigers’, en hij voegde daaraan toe, en ik citeer alras opnieuw: ‘niet mijn favoriete gedierte’. Den schalk schrijft in onverlaten overmoed:

Bloggers: bloedzuigers, niet mijn favoriete gedierte.

Ik verpoos even, en wacht tot de storm boven de blogosfeer nu pas echt uitbarst! Massahysterie! Lynchmobbing! Ophangtouwgetrek! Bloedgeruik! Pek ende veren! Geef ons gauw ene stok, wij hebben reeds menige hond om te slaan. Voorwaartsch, kameraden, om dat Vlaemsche Bloggersvolk ten strijde te leiden!

(*)  Jawel: gescheerd, en niet geschoren!

Tags: , , , ,

Het ganse land was in rep en roer toen de VRT onder druk van de Joodse Gemeenschap de uitzending van Jeroen Meus over Hitlers vermeende plat préferé afvoerde. Yves Desmet, hoofdredacteur van De Morgen, was één van de mensen die het niet eens was met de knieval van de VRT (cfr het gaat om fatsoen).

Wat las Adolf Hitler?“, titelde De Morgen op de achterkant van haar gazet, woensdag in het onderdeel Uitgelezen. Wie de krant openvouwde, kon er niet naast kijken –de laatste pagina is bijna zo belangrijk als de eerste. Joseph Pearce bespreekt er Hitlers privébibliotheek van Timothy W. Rybak. Niet weinig relevant, Pearce is een Vlaams schrijver en ontdekte op zijn veertiende dat zijn vader geen Brit was maar een Duitser van joodse afkomst, die een jaar voor het uitbreken van de oorlog naar Engeland vluchtte en een andere naam en identiteit aannam. [bron: Meulenhoff auteurspagina] Zijn bespreking eindigt uitzonderlijk positief: Hitlers privébibliotheek is een van de boeiendste boeken die ooit over Adolf Hitler zijn verschenen.

Maar hola! Geen Joodse hysterie deze keer. Geen consternatie in de media. Want, begod, ‘t is een boek! Over andere boeken dan nog!! Dat moet wel maatschappelijk relevant zijn!!!

Maar bon, of het zo door Yves Desmet bedoeld was, ik weet het niet. Ik heb er in elk geval hartelijk om gelachen. (Al heb ik er mij achteraf om verbaasd dat er nergens met een woord over gerept werd.)

Tags: , ,

België levert vandaag niet alleen opnieuw het bewijs dat het wordt geregeerd door minderheden, maar we stellen vast dat bepaalde drukkingsgroepen er bovendien in kunnen slagen om, om reden van fatsoen (!), onze media preventief te censureren. Vanavond wordt, zoals u ongetwijfeld reeds hebt opgevangen, de episode van Plat Préféré waarin Jeroen Meus op zoek gaat naar het lievelingsgerecht van Adolf Hitler, niet uitgezonden. Het is voornamelijk de Joodse gemeenschap die daarop aanstuurde; gisteren kwam Michael Freilich, hoofdredacteur van Joods Actueel, bij Pharah zijn standpunt verdedigen. “Het gaat om fatsoen, niet om vrijheid van meningsuiting,” zo stelde hij.

De premisse van het programma luidt als volgt:

Plat Préféré is een culinaire en zinnenprikkelende reeks waarin topkok Jeroen Meus op zoek gaat naar het lievelingsgerecht van tien intrigerende en legendarische figuren uit het recente verleden, van Roald Dahl tot Salvador Dali en van Jacques Brel tot Freddy Mercury.

[bron: canvas]

Ondertussen heb ik alle uitgezonden afleveringen gevolgd –die over Dahl vond ik de beste, die rond Brel de minste– en Meus blijft telkens opnieuw verrassen. De aflevering vandaag zou over het favoriete gerecht van Adolf Hitler gaan, een personage waar gelukkig slechts een bijzonder kleine minderheid zich in kan vinden. Niettemin beantwoordt de man aan de vereiste van intrigerende en legendarische figuren uit het recente verleden. Het feit dat Hitler een dictator én een massamoordenaar was, staat niet ter vraag. Meer nog, in de woorden van Freilich zelf:

Michael Freilich, hoofdredacteur van Joods Actueel ziet geen kwaad opzet achter de keuze van Jeroen Meus. “Het gaat eerder om naïviteit en het niet inzien van de historische en emotionele beladenheid van de Holocaust voor de overlevenden.”

[bron: Oud gedeporteerden verbolgen over Hitler menu]

Hoe dergelijke bezorgdheid kan leiden tot censuur, blijft vooralsog een groot vraagteken. Net zoals het raden blijft naar het antwoord op de vraag of die bezorgdheid terecht is, gezien de aflevering mogelijks in een stoffig archief verdwijnt.

Voorbeelden van totalitaire (en bovendien gewelddadige) regimes waren onmiskenbaar het nationaal-socialisme in Duitsland onder Hitler (1933-1945) en het communisme in de Sovjet-Unie, zeker onder Stalin (1922-1953). Kenmerken van het totalitaire nationaal-socialisme in Duitsland zijn: censuur (controle op kranten, kunst e.d.), het verbod op andere politieke partijen, de vervanging van oude schoolboeken door werk waarin Duitsland in een goed daglicht werd gezet, voornamelijk op het gebied van de geschiedenis en de controle door de Gestapo, de geheime politie.

[bron: Wikipedia Totalitarisme (mijn bold)]

Spijtig? Beangstigend, eerder.

Tags: , , , , ,

Had ik toch wel niet de pech om zopas de radio op te zetten zeker? En hoorde ik daar niet Caroline Gennez op het SP.A-congres in Brussel oreren?

Bij Open VLD, beste vrienden, hebben ze het nog altijd niet door. Want de laatste maanden hebben we inderdaad het failliet gezien van het casino-kapitalisme, net zoals we in 89 op het failliet van het communisme achter het ijzeren gordijn zijn gestoten. Wij hebben dat al lang ingezien, zij moeten hun ogen nog altijd doen opengaan.

(bron: VRT radionieuws)

Als ze het toch al lang inzien, waarom boert de partij dan zo slecht? 15 procent halen ze nog in de recente peilingen. Vijftien. En wat is hun taktiek? Even in eigen boezem kijken? Neuh, ‘beste vrienden’, laat ons de schuld weer maar eens op de anderen schuiven. Nog zo gemakkelijk.

Zegt Vandenbroucke: Caroline Gennez is een hele goeie kapitein. Ze volgt de goede lijn. Als je in een klein bootje zit, roei je het best allemaal in dezelfde richting [...] (bron: deredactie.be)

Richting? Welke richting? De ‘laat ons de anderen afbreken en vooral zelf niets doen’-richting? Dan zijn ze inderdaad goed bezig. Godverdomme zeg. Recht uw rug, en doe eens iets i.p.v. vanuit uw intellectuele salons aan navelstaarderij te doen. Kom van u zeepkist. Onderneem. Ageer. Stap op straat. Bouw op. Motiveer.

(Voor wie de asterisk uit de titel gemist heeft: bovenstaande tirade is helaas van toepassing op zowat alle *ismen uit de Belgische politiek.)

Tags: , ,

Ofte: Bruno’s avonturen in het nieuwe gerechtsgebouw.

“Gij wou (1) toch eens gaan horen naar mijn rechtszaak?”, had Tessa een tijd geleden gevraagd. Eergisteren duwde ze de oproepingsbrief onder mijn neus: “hierzie, ‘t is morgen.”

Tram 4 rijdt van de Albertbrug rechtstreeks tot aan de voordeur van het gerechtsgebouw. Behalve dan dat ik een halte te vroeg was afgestapt, omdat ik vergeten was dat die voordeurhalte bestond (want die is nieuw sinds het gerecht naar daar is verhuisd, een tijd geleden). Het gebouw oogt kil en desolaat, en de inkom is ook al niet meteen verwelkomend. Eenmaal binnen moet ik voor de zittingszalen naar links, de gang op die de glazen voorkant bestrijkt, en dan naar rechts, naar de andere helft van het gebouw, die ik eerst al wandelend was gepasseerd. Ik moet op de eerste verdieping zijn.

Ik ga twee deuren door, en dan kom ik in een sobere maar veel warmere hal, waar links en rechts, open en bloot achter dikke doorzichtige glazen wanden, zich minstens vier zittingszalen bevinden. Op de banken aan de linkerkant zit een handvol opgeroepenen te wachten tot de zitting(en) beginnen. Het is 13u40, en ik neem plaats op zo’n bank, hoewel de deuren naar de zittingzalen wijd open staan (en wijd open zouden blijven staan). Knusse bank overigens, geeft wat mee, maar zeer comfortabel.

Rond 13u50 zitten er reeds 6 advocaten in zwarte toga in de zittingszaal waar ik moet zijn.

Om 13u55 komen er nog meer advocaten de zaal binnen, sommige dragen een dikke bundel dossiers mee. De opgeroepenen blijven braafjes op de gang wachten. Ik besluit naar binnen te gaan, en installeer me achteraan. Op ook al een comfortabele bank, van hetzelfde materiaal als die op de gang, maar iets minder doorzakkend, en mét een rugleuning.

Om 14u ziet het zwart van de advocaten (met al die toga’s, nietwaar), en komen ook de rechters binnen. Meervoud, want er zitten er een vijftal, waarvan één de voorzittersfunctie heeft opgenomen. Zoals in de film, staat iedereen recht wanneer zij binnentreden.

Om 14u20 is de voorzitter door de stapel dossiers heen. Ik hebben ettelijke akkoorden horen uitspreken, minstens evenveel verstek weten gaan, en herhaaldelijke keren “bijzondere rol”. (2) Geregeld kwamen beide partijen bij de voorzitter staan, zo ook voor Tessa’s zaak, waar zeer tot mijn genoegen haar advocaat vriendelijk maar gedecideerd voet bij stek hield. (3)

Rond 14u50 zaten we aan de derde of vierde zaak –ha ja, hoewel het voor ons al was afgelopen, ben ik toch nog wat blijven zitten. Kwestie van niet helemaal voor niets tot daar te zijn afgezakt. Die zaak betrof een meneer die zichzelf wou verdedigen, maar die zijn dossier pas diezelfde ochtend bij elkaar had gekregen, wel met verweer en alles. Maar de advocaat van de tegenpartij had daarvan dus nog niets ontvangen. Die mens wist duidelijk niet dat zoiets moest, en de voorzitter van de rechtbank toonde zich zeer begripsvol. Ook de voorafgaande zaken hadden al getoond dat de man duidelijk niet alleen zijn broek zat te verslijten, hij gaf op zijn minst de indruk begaan te zijn met de mensen die voorkwamen. Goed, de mens kreeg dus wat uitstel, eerst een maand, maar uiteindelijk werd toch voor twee maand geopteerd. “Ge zult zien, dat heen- en weerschrijven zal toch serieus wat tijd in beslag nemen”, klonk het. “En ge moogt ondertussen ook altijd overeen komen, hé meneer. Dat mag natuurlijk ook”, had de rechter nog gezegd.

Om 14u58 was het al aan de volgende, een jonge advocaat, bloednerveus. “Meneer de voorzitter,” zo begon hij, “ik zal trachten in mijn betoog niet al te uitbundig te zijn.” De voorzitter keek hem glimlachend aan. “Uitbundig moogt ge hier altijd zijn hoor, maar uitvoerig, dat is wat anders natuurlijk.”

Zeer fascinerend allemaal en het was eigenlijk minder gemakkelijk om mij aan dat alles te onttrekken dan gedacht. Al is het precies nogal oppervlakkig wat er in de zaal gebeurt, en ik vermoed dat zo’n rechter behoorlijk wat werk heeft aan de dossiers en dat er zich veel achter de schermen voltrekt.

In één van de zaken die ik heb gehoord, gaf ik eerst zonder aarzelen de verdediger gelijk, en nadien met even weinig aarzeling de klager. Het gaat niet om de waarheid, maar om het verhaal en de argumenten en hoe ver ge daarin kunt gaan. Het zou gelijk allemaal veel properder zijn als de mensen wat meer eergevoel zouden hebben. (4) Als iemand voor u gewerkt heeft, betaal hem dan uit; als ge ergens niet meer wilt werken, dien dan uw ontslag in. Om maar iets te zeggen. Wees verantwoordelijk voor uw daden en acties.

Maar een rechtszaak vervalt precies nogal rap in een procedureslag en dan gaat het gelijk niet over ‘right or wrong‘, laat staan over eer(lijkheid). Het gaat over letters op papier (de wet) en eigenlijk nog veel meer over geld. Spijtig. En zeer schrijnend soms voor de slachtoffers die niemand ziet achter de advocaten.

(1) spreektaal: eigenlijk moet het wildet zijn –ik denk niet dat wout correct is. Jaja: gij drinkt altijd t(hee).
(2) Ik heb telkens gehoord “he’s on the roll“. Waarom dat in het Engels moest, was mij een raadsel. Tot Eva met het antwoord kwam. Er werd immers niet gezegd “he’s on the roll“, maar “bijzondere rol”. Misschien moet ik toch nog eens naar mijn oren laten kijken.
(3) Voor de rest hang ik het nog niet aan uw oren –ik heb er ook maar de helft van verstaan, van hun gefluister, daar zo ver vanachter zittende.
(4) Hey, mag ik nog naïef zijn, alstublieft?

Tags: , ,

(Tijd voor wat controversie!)

Unizo roept op om sigaretten te verbieden, zo schrijft De Standaard:

Als het rookverbod wordt uitgebreid tot cafés, roept de zelfstandigenorganisatie Unizo op om de verkoop van tabak te verbieden. ‘Het is het één of het ander’, zegt topman Luc Ardies.

De man beschikt over humor, dacht ik, maar nee, want in GVA is er geen twijfel meer mogelijk: dit is bittere ernst. Overal tabak verbieden als rookverbod wordt uitgebreid:

“Het is het één of het ander”, zegt topman Luc Ardies in Het Laatste Nieuws. “Je kan als overheid onmogelijk een rookverbod opleggen en tegelijk jaarlijks 1,8 miljard euro aan accijnzen op zak steken. Dat is hypocriet. Laat het duidelijk zijn dat wij tégen een rookverbod in cafés zijn, maar als het er toch komt, vinden we dat de overheid consequent moet zijn”, aldus de Unizo-baas.

De man is dus tegenstander van een rookverbod, en wil door zijn –ludiek bedoelde (?)– actie een vermeende absurditeit en hypocrisie van de voorgestelde regel aan de kaak stellen. Ja toch? Of meent hij het echt? Gaat Unizo ijveren voor een verbod op tabaksverkoop als er een rookverbod in cafés komt? De krantenwinkels (etc.) zullen tevreden zijn met het initiatief van hun puike ondernemersorganisatie.

Of is het toch humor? Meneer Ardies, uw boodschap is mij niet geheel duidelijk. Of toch: geld boven gezondheid! Als de ondernemers er maar goed van worden. Of heb ik het alweer verkeerd begrepen?

Many studies using objective measures of economic activity, such as sales taxes, have been done by Smoke Free Groups on the effect of smoke-free policies. The vast majority have found that there is no negative economic impact, with many finding that there may be some positive effects on local businesses. [bron]

Och kijk, ik bevind mij momenteel –zoals u waarschijnlijk wel weet– in Seattle. Die stad maakt deel uit van de staat Washington, die net zoals de staten New York, Connecticut, Maine, Delaware, and Massachusetts [bron], roken heeft verboden in restaurants en cafés. Rookwaren worden hier nog steeds verkocht en geconsummeerd, en de staat steekt nog steeds met evenveel gretigheid als voordien de accijnzen in zijn zak. Die ban gaat ver hoor: in de Zoo mag bijvoorbeeld ook niet gerookt worden –nee, ook niet buiten– en in het station ook niet. In België mag dat ook niet, alleen staat het perron dagelijks vol stomende egoïsten die niet alleen andermans gezondheid, maar ook de wet aan hun laars lappen. (U bent roker, beste zich aangesproken voelende lezer, ik weet het. En u steekt nooit een sigaret op als u op uw trein wacht. Ik weet het. Maar waarom voelt u zich dan aangesproken?)

Califonië is het meest vooruitstrevend:

There are now 35 states with some form of smoking ban on the books. In addition, some areas in California have recently begun making whole cities smoke-free, which would include every place except residential homes. More than 20 cities in California have passed park and beach smoking bans. [bron]

Maar ach, het werkt hoor, hier in Amerika. Rokers roken nog steeds (al is hun aantal sterk verminderd), en de restaurants en cafés hebben nog nooit zo vol gezeten. De kleren hangen de volgende dag niet vol rook, de longen blijven zuiver, en het bier smaakt naar bier en niet naar sigaretten.

Let it go, meneer Ardies. U spartelt als een vis op het droge. Of zijn dat uw rokerslongen die ik hoor reutelen?

Tags: , ,

Hoeveel mensen, vraag ik mij af, hebben die Fenomenale Feminatheek van Boon al gezien? Alle 22.000 foto’s die zouden worden getoond.

Ik ben geen preuts man. Ik ben een fan van Boon. De Paradijsvogel was –tot grote verwondering maar even grote blijdschap van mijn professor– het onderwerp van mijn examenwerk voor Nederlandse Literatuur in de 1e Licentie Germaanse Talen; ik ben lid geweest van het L.P. Boon Genootschap waarvan de episodes van De Kantieke Schoolmeester het halfjaarlijks tijdschift voor de Boonstudie met gepaste trots mijn boekenkast sieren; ik heb de Boonspeech van Lanoye in Antwerpen gehoord toen hij hem voor de eerste keer bracht (de leden van het Genootschap waren zijn proefkonijn); ik heb een deel van mijn puberteit met Mieke Maaike gesleten; ik was geniepig trots op Boon toen ik leerde dat hij dat rode boekje had geschreven als reactie op zijn Multatuliprijs voor Daens. Boon was net zo’n grote held als de Ridder.

In de Knack lezen we dit:

Tal van andere mensen hebben hun onbegrip geuit over de schrapping van de expo ‘Fenomenale feminatheek’. Zo verklaart minister van Cultuur Bert Anciaux dat dit “heel oude, zelfs middeleeuwse politieke cultuur” is, “waar ik absoluut niet achter sta”.

Maar van Anciaux vermoed ik niet dat hij één letter Boon heeft gelezen, laat staan dat hij de feminatheek heeft gezien. Hoeveel mensen kennen Boon nog, en hoeveel mensen hebben al iets van hem gelezen, anders dan Daens of Mieke Maaike’s obscene jeugd?

Vergezeld van 21 preutse foto’s bloklettert De Morgen: De foto’s die de provincie Antwerpen verbood, en geen zinnig mens die begrip kan opbrengen voor dat verbod bij het zien van de zwart witte pin ups die recht uit een jaren 60 kalender lijken te zijn weggelopen.

In 2003 werd dan die Fenomenale Feminatheek uitgegeven, verpakt in een houten doosje, een editie die men aan de straatstenen niet kwijtraakte, en dat ik uiteindelijk spotgoedkoop in De Slegte heb kunnen op de kop tikken. Vanzelfsprekend bevinden zich niet alle 22.000 foto’s zich in dat kleine kistje. In het boekje staan een aantal prenten, voorzien van een inhoudsopgave en een indeling van het beeldmateriaal. Dertig jaar heeft de man zich ermee bezig gehouden, en zijn catalogus bestaat uit XXXI delen, gaande van Deel I Het Kindvrouwtje, over Deel XI De engeltjes, en Deel XXI Kom je mee in bed?, tot Deel XXXI Ontbloten der tieten. Ik citeer even de beschrijvingen bij delen III en IV:

Deel III
Het Lolita-kindje

Foto’s van naakte meisjes van hun achtste tot hun elfde levensjaar, die aantonen hoe heel wat kind-vrouwtjes zich reeds bewust zijn van het erotische belang dat zij in onze samenleving weldra zullen verkrijgen — of reeds bezitten. Door uitnodigende houding of door opschik, door het dragen der hoofdharen, en vooral het reeds verleidelijke van ogen en mond, mogen ze als lustobjekt beschouwd worden. Dat met regelmaat in alle landen speciale boekjes verschijnen, meestal ‘Lolita’ genoemd, waarin heel wat foto’s van acht- tot elfjarige meisjes zijn opgenomen — zelfbewust schaamteloos het splitje tonend — bewijst dat zij in de erotiek onzer samenleving reeds hun eigene en niet te onderschatten plaats hebben ingenomen.

Dit deel bevat dan:
1. reclames voor ‘Lolita’-boekjes
2. foto’s van meisjes die de puberteitsjaren nog niet bereikt hebben, maar reeds erotisch aangetooid zijn of met nadruk het kutje tonen
3. foto’s van tien- en elfjarige meisjes die met nog groter nadruk het kutje tonen, vooraan en achteraan gezien
4. het zeikende kleine meisje
5. het opentrekken van het kutje
6. het zich reeds bevredigende onvolwassen meisje… of dat doet alsof
7. zich erotisch vermaken met andere meisjes

Deel IV
Het Lolita-meisje

Foto’s van naakte meisjes van hun elfde tot hun vijftiende levensjaar. Bewust van hun rijpende geslacht tonen zij, door houding en opschik, door de zwellende tietjes en het reeds beboste kutje, hun ‘vrouw’-zijn.
Duidelijk manifesteren ze zich reeds als lustobjekt en eisen zij hun plaats in onze samenleving op.

Dit deel IV bestaat dan uit:
1. foto’s van vroegrijpe elf- en twaalfjarige Lolita’s
2. foto’s van twaalf-, dertien- en veertienjarige Lolita’s die met nadruk de reeds beboste omgeving van het kutje tonen
3. foto’s van Lolita’s die zich vingerend aan zelfbevrediging doen
4. foto’s van Lolita’s die zich met het vriendinnetje vermaken
5. foto’s van Lolita’s die bij de zelfbevrediging gebruikmaken van een of ander mannelijk derivaat

En dan vraag ik mij of ze niet vooral aan de foto’s die in bovenstaande delen passen hebben gedacht, daar in het verre Antwerpen, toen ze beslist hebben om de geplande tentoonstelling te annuleren.

Naar verluidt komt de tentoonstelling er wel, bij ons in Gent, en dan ben ik toch benieuwd of er daadwerkelijk foto’s in de collectie zitten die reden tot bezorgdheid geven. Of zal er achter de schermen toch een zekere vorm van censuur plaatsgrijpen waarvan u niet op de hoogte wordt gebracht? Want zeg nu zelf, u gaat op die tentoonstelling toch niet alle foto’s tellen, waarvan u niet eens weet of het er twintig dan wel tweeëntwintig of zelfs vierentwintig duizend zijn?

Tags: , ,

« Older entries