so what else is new?

We keren terug van de USA en wij brengen mee:

  • een berg vuile was
  • een berg ongedragen kleren
    Ik had nog zo gezegd dat we veel te veel gepakt hadden. Maar ja.
  • een berg nieuwe kleren
    Een GAP jeans voor hem en voor haar, wat t-shirts, een heleboel loopspullen (o.a. loopschoenen voor Tessa), en Heelys voor Henri. Er was niet alleen een Niketown, er was tevens een Nike Outlet Store, waar je dingen kon kopen aan een fractie van de prijs die je in België betaalt. 19 USD voor een short die hier 60 EUR kost, om maar één voorbeeld te geven.
  • een computer voor haar
    2.16GHz Intel Core 2 Duo 2GB RAM MacBook
    Long overdue, want Tessa werkte nog steeds op een oude PC (ergens uit de vorige eeuw). We zien nog of we Boot Camp dan wel Parallels Desktop for Mac installeren zodat ze ook de windows toepassingen kan gebruiken die ze nodig heeft voor haar research.
  • een nieuwe lens voor hem
    Canon EF 16-35mm f/2.8 L II USM
    How wide can you go? 16mm op een full frame sensor is breed, heel breed. Alleen jammer dat ik hem pas op het einde van de reis heb kunnen kopen.

Ge moet ervan profiteren terwijl de dollar laag staat hé mensen.

Bruno verreiset

Het zal, denk ik, zeven jaar geleden zijn dat wij nog eens op reis zijn geweest. Al zat ik in mei 2003 voor het werk in Berlijn, en in oktober 2003 in Chicago, en heb ik in 2004 ook nog wel eens in ’t buitenland gezeten voor datzelfde werk.

Maar een echte reis?

De zaken voor de zomer beginnen een beetje door te sijpelen. Eerst zijn er de Gentse Feesten, waartijdens, zo dacht ik, van 14 tot 23 juli ook het Blue Note Records Festival plaatsvindt. Edoch, het BNRF heeft beslist een week vroeger te starten, en gaat door van 6 tot 16 juli. Al krijgen we ondertussen net een persbericht binnen: Blue Note Records Festival krijgt extra dag met Elvis Costello. Wat de stand voor het BNRF brengt op 6 tot 17 juli. (De ticketverkoop start overigens morgen).

Grote paniek, want hoewel dat eigenlijk wel plezant is, om nu eindelijk én naar de GF én naar het BNRF te kunnen gaan, was het verlof eigenlijk al geregeld. Sort of.

Dus wordt het verlof gewijzigd, van 6 tot 23 juli. 12 verlofdagen, al moet ik nog wel ergens die 21/7 kunnen recupereren die in een weekend valt.

Maar daarmee zijn we nog altijd niet op reis. De schoonouders wel, want die zitten tijdens de GF in het verre Amerika (de Verenigde Staten van –) op congres. Of we soms geen zin hadden om mee te gaan?

En dan zit ge thuis met twee mensen die eindelijk nog eens op reis willen, en een derde, die dat ook wel wilt, maar die ook (eindelijk) nog eens naar de GF wilt.

Waardoor het verlof opnieuw wordt aangepast: van 6 juli tot 1 augustus. Te weten, van 6 tot 17 juli BNRF; van 14 tot 20 juli GF; en van 21 juli tot 1 augustus in de US of A.

19 verlofdagen. Dat kan tellen, met de vele jazzdagen (Middelheim, Jazz in ’t Park) in augustus en het filmfestival in oktober in ’t verschiet.

(Zijn er bij u al vakantieplannen?)

gemis

Nog steeds thuis overigens. Gisteren heb ik met grote spijt minstens twee evenementen links moeten laten liggen, maar de muziekles van Henri was er al teveel aan. (Welke evenementen? Hallucination city: Symphony for 100 guitars van Glenn Branca bijvoorbeeld, waar mijn schoonvader alleen naar toe is moeten trekken omdat ook mijn schoonmoeder ziek thuis is gebleven; en Billy King, de all girls band met o.a. Isolde Lasoen aan de drums.)

Bovendien is Tessa vannacht naar Cannes vertrokken (en niet naar Nice zoals ik al de hele tijd dacht). Om kwart voor vier heeft ze daartoe haar wekker laten aflopen, omdat ze om half vijf door een taxi zou worden opgepikt om naar de luchthaven te worden gevoerd. Toen de onverlaat om tien voor vijf nog steeds niet opgedaagd was, heeft ze haar vader opgebeld die weer maar eens voor taxi heeft gespeeld.

De tijd tussen haar wekker en Henri die iets voor zeven naar beneden kwam heb ik grotendeels op het toilet gespendeerd (too much information, maar dan leest u er maar overheen). Henri naar school gebracht, en terug in mijn bed gekropen.

Ondertussen is Tessa niet alleen in Nice aangekomen (met het vliegtuig), maar zit ze ook reeds in haar hotel in Cannes: Voila ik ben er bus genomen mooie kamer met balkon en zicht op zee lekker warm weer Nu nog de seconden aftellen tot ze terug is.

Bootjes

Gisteren heb ik op drie verschillende bootjes meegevaren in het Nederlandse Voorburg, als deelname aan het 13e KBenP Event, met als gastvrouw Loretta Schrijver. Ongeveer vier uur heen, en vier uur terug, over het Belgische en Nederlandse spoorwegnet.

Nederland bestaat voornamelijk uit water. Tenminste toch de delen waar ik doorheen ben getrokken (Roosendaal – Rotterdam – Den Haag – Voorburg). Navenant zijn er ook veel (water)vogels. Zoals die reiger, aan De Vliet midden in het drukke Voorburg, die op zo’n twee meter van de mensen roerloos stond te observeren (“gooit hij me nou een visje of niet?”). De WCs op de trein zijn niets meer dan een tochtgat in de vloer, waar je maar beter niet op gaat zitten (maar of dat in België beter is?). Bovendien waren er op de trein security camera’s. Je zal er maar beter niet in je neus peuteren. En Daisy heeft er niks met Cocoon te maken, maar betekent gewoon Decoratie Aanvraag Informatie Systeem voor de Kanselarij der Nederlandse Orden die u tervindt op lintjes.nl. Wist u dat een of ander controle-orgaan van een of ander landbouw ministerie (in NL) uitgerust is met een hele resem tablet PC’s en drie verschillende telefoonkaart (per PC, één voor elke telcom) voor wireless connectie naar hun database waardoor ze mesttransporteurs op heterdaad kunnen betrappen? Very impressive allemaal, met satellietfoto’s en instant PDFs en samenwerkingen tussen drie verschillende ministeries, enz.

Geen karnemelk met droog brood, maar gratis lunch en drank en boottochtjes en demo’s, en walking dinner achteraf. Al hebben we dat laatste overgeslaan wegens te laat op de avond (zodat we onze maag dan maar hebben gevuld in de Burger King in het Station van Den Haag).

Om 8u ’s ochtends vertrokken, om 22u terug thuis. Snipverkouden bovendien. Hoe was uw dag?

op repeat

Vroeger kon ik er niet genoeg van krijgen mijn moeder steeds opnieuw dezelfde verhalen te horen vertellen. Het ging telkens over deugenieterijen uit haar jeugd, waar ik maar niet genoeg kon van krijgen, en die net zo goed waren als de verhalen van Tom Sawyer, Huckleberry Finn, De Negerhut van Oom Tom, Alleen op de Wereld, De Laatste der Mohikanen, en wat zat daar nog allemaal in die Lekturama-reeks. Ik raakte het maar niet moe.

Wat volgt heb ik ongetwijfeld ook al eerder verteld, maar voor mij is dit ook een beetje zo’n verhaal, al kan ik mij best voorstellen dat u het, als buitenstaander al meer dan genoeg hebt gehoord. Sla dit gerust over.

In ’96 was ik tegen wil en dank gebombardeerd tot een mengeling van sysadmin (syswatte?), webmaster (uhuh), internet guru (Linux For Administrators, UNIX PowerTools, Programming Perl), en internet designer (web safe colours). Toen ik werd gevraagd om de user interface voor Generale Bank online banking te maken (ondertussen geëvolueerd naar Fortisbanking), vond ik het welletjes, en heb ik bij mijn toenmalige werkgever een graphic design cursus aangevraagd. Een mengeling van spronsoring en werkgeversbijdragen brachten mij bij een zes weken durende cursus graphic design bij het Rhode Island Shool of Design, waar ik –tot mijn grote verbazing– werd geaccepteerd voor hun intensieve Summer School.

In Providence, RI, waar die Summer School doorging, had ik voor de eerste nacht een kamer gereserveerd in het Biltmore. Een kamer die groter was dan onze toenmalige woonkamer (in de Tarbotstraat), en een badkamer die ongeveer de omvang had van diezelfde woonkamer. Ik ben er slechts één nacht verbleven. Er was toen een jazz festival aan de gang, en vanuit minstens twee van de zeven vensters die mijn hotelkamer telde, had ik een onbelemmerd zicht.

Gezien ik er pas ’s avonds laat was toegekomen, had ik meteen van room service gebruik gemaakt. Ik bestelde Pasta with scallops, hoewel ik met de beste wil van de wereld geen flauw idee had wat scallops waren. Groot was mijn verbazing toen room service met een dienblad mijn kamer betrad, met daarop een reuzebord met een geringe portie spaghetti, maar een des te royale hoeveelheid Sintjacobsvruchten, waar we in dit land met plezier een veelvoud van de daar gangbare prijs zouden neertellen –in een restaurant dat door Michelin met een onbetamelijk aantal sterren zou worden bedacht.

Zo’n verschrikkelijk leuke herinnering, net zoals de hamburger (die in niks gelijkt op wat zin McDonalds in styrofoam verkopen), en het Rolling Rock bier (dat ondertussen hier ook verkrijgbaar is, geloof ik).

london calling

Wat wij hebben gemist: de insider-adresjes in London. We zijn totaal onvoorbereid vertrokken. We hadden London al een paar keer bezocht, en dachten dat ons verblijf te kort zou zijn geweest om naar specifieke dingen op zoek te gaan. Dus hebben we maar zwaar de toerist uitgehangen.

Ons hotel (Inverness Court Hotel) bevond zich ergens te Bayswater (Inverness Terrace, vlak bij Queensway). Nog nooit zo een kleine hotelkamer gehad. De gang was net zo breed als de deur. Op die gang, achter de eerste deur, ging de ‘kleerkast’ schuil: een smalle ruimte in de muur, waar vier kleerhangers aan een stalen buisje hingen, en net breed genoeg om, na wat gewring, onze valies in te passen. Ernaast een tweede deur, met daarin de badkamer, waar je net met twee personen in kon. Dan kwam je uit de gang, en viel je over de bedden. Letterlijk. De bedden stonden tegen de muur geplakt, met aan slechts één zijde wel twintig centimeter afstand tussen muur en bed, en tussen de twee bedden een nachtkastje van wel veertig centimeter breed. Niet dat we veel van die kamer hebben gezien.

Vrijdagavond vertrokken, ’s nachts rond drie uur in ons bed gesukkeld (tijden in CET), de volgende dag rond 8-9 uur er terug uit. Te voet naar Oxford Street (kleren!), langs Hyde Park, naar Charing Cross Road (boeken!), en Covent Garden (eten!). Toen was het plots vijf uur (pm), hebben we een dagticket (4.75pond) voor de metro gekocht, en zijn we naar Harrods gereden. De buit afgeladen in het hotel, een restaurantje gezocht in Soho, en vandaar beslist toch maar eens naar Buttler’s Wharf te gaan. Millenium Bridge, langs de Thames, en iets na een uur (am) kwamen we bij London Bridge aangewandeld. De laatste bus hadden we net gemist, de Underground was al een half uur dicht. Geen zin in een taxi, hebben we toch een 24h bus gevonden, een Subway Replacement Line, die ons van London Bridge naar Earl’s Court bracht (more fun than a roller coaster). Vandaar te voet, via Kensington, etc naar Bayswater. In bed om 3u30.

Eruit om 8-9 uur. Op ’t gemak door Hyde Park, naar Albert Hall, iets gezocht om te ontbijten en een half uur daarna te lunchen, te voet naar Harrods (waarvan we wisten dat het op zondag gesloten was), terug naar het hotel, op de bus wachten,naar huis, om 1u30 in bed. Heerlijk.

Bevindingen:

  • De CDs zijn goedkoper via Internet, tenzij je waarschijnlijk de juiste adressen hebt.
  • Veel en goede koffie gedronken. De minst geslaagde kwam van Pret a Manger.
  • Volgende keer Ronnie Scott’s overwegen, of een ander goed adres vinden. In mei komt Mike Stern (kwijl).
  • Na middernacht valt er (bijna) niks meer te beleven, tenzij in clubs, of tenzij je weet waar naartoe.
  • Busdrivers are madmen. Maar wel fun! De nachtbus van London Bridge naar Earl’s Court, op de bovenverdieping, helemaal vooraan, is een aanrader! Gillen en lachen.

Straks naar City2: de Fnac (wegens withdrawal symptoms –dank u voor de tips), en een cadeautje-uit-London voor Henri halen. Hm.

Chicago (donderdag)

Deze laatste dag toch maar opnieuw opgestaan om 5u. Om 7u vertrok de bus voor de plant tour, waar ik the institute mocht vertegenwoordigen. Dat betekende om 6u30 beneden in de lobby, na een korte briefing om 6u.

Om 15u terug in het hotel, inpakken, en wegwezen.

De dag vooridien was ik nog in Chicago op zoek gegaan naar cadeaus. Voor Tessa bleek dat vlot te lukken, maar de enige toy stores die ik in de winkelstraten vond, waren Disney Store en Lego Store –waar bovendien de keuze enorm beperkt was (zeker naar Amerikaanse maatstaven). Waarschijnlijk heb ik gewoon niet in de juiste plaatsen gekeken –ik had dan ook maar erg weining tijd voor shopping.

Op de valreep heb ik nog twee cadeaus voor Henri gevonden: een baseball van de Chicago Cubs (die voor het eerst sinds 1908 nog eens hebben gewonnen), en een radiogestuurd autootje. En dat was nu eigenlijk net waar ik naar op zoek was.

De service van BA (British Airways) is enorm goed. Voor het vertrek had ik mij (gratis) lid laten maken van hun Executive Club waardoor je airmiles kunt sparen. Eén van de zaken die je daarbij kan opgeven, zijn de maaltijdvoorkeuren. En, lo and behold op de terugreis was dit reeds in de systemen doorgedrongen, en was aan boord zowaar rekening gehouden met mijn voorkeuren.

The special meal you requested, Mr. Bollaert.” Puike CRM.

Chicago (woensdag)

Na drie uur slaap (van 01u20 tot 04u30) –de laatste presentaties afgehandeld– in de namiddag op een Architectural Boat Tour of Chicago gegaan. Chicago is architecturaal echt wel enorm verscheiden, met de obligate wolkenkrabbers, die elk uit hun eigen tijdperk lijken te komen. Heel veel ligt langs het water –dat kan natuurlijk ook wel gewoon zo overkomen omdat het tenslotte om een boat tour ging– een rivier die volgens de gids bewust van industrie (en de daaruitvolgende vervuiling) gevrijwaard werd. De prijzen voor deze idylische optrekjes zijn navenant (startprijs: 500.000 USD voor een one bedroom flat).

Met enkel een handvol staffers overgebleven is het daarna heel rustig geworden. Morgen zijn er enkel nog de plant tours, en niet alleen de meeste staff, maar ook het grootste deel van de delegates zijn huiswaarts gekeerd.

’s Avonds zijn we met ons vieren gaan dineren in een Italiaans restaurant, Spiaggia (op aanraden van de hotel concierge). Duidelijk upper class oriented voorzien van de nodige Amerikaanse arrogantie, en met een totaal verkeerde notie van stijl en gedragscode –in een wanhopige poging authentiek Europees gesofisticeerd over te komen.

Will you be needing a dinner jacket tonight, Sir?”

Huh? Na een ganse week in kostuum te hebben rondgelopen, was ik blij me eindelijk eens iets losser te kunnen kleden (naar Europese normen echter nog steeds dressed up, alleen misschien iets minder formeel).

Ik probeerde nog een “No, thank you, I’m fine,” met als enig resultaat dat de ober zich even terugtrok en –tot grote hilariteit van mijn tafelgenoten– terugkeerde met een zwart vest dat vijf maten te groot was.

My apologies, Sir. I must have misjudged your size,” maar hij zou een ander halen. “Let me insist, Sir.”

De prijzen op de menuklaart waren rechstreeks evenredig met zijn dédain. 25 USD voor een starter en een first course, 39 USD voor een main course, sorry, entree. Alles kwam in kleine porties, zo verzekerde hij ons, en de chef zou het op prijs stellen indien we ons zouden houden aan het voor de maaltijd voorgestelde aantal van 3 courses. Of, indien we het prefereerden, konden we ook uit twee menu’s met nog kleinere, maar nog meer porties kiezen. Aan de zachte prijs van 95 of 150 USD.

Op de wijnkaart stond een grote selectie Amerikaanse en Italiaanse wijnen, waarbij de gemiddelde prijs rond de 130-150 USD per fles draaide. Een sommelier hadden ze evenwel niet (“Some-what, please, Sir?”).

Nadat de ober ongeduldig nog maar eens een aantal schotels had voorgesteld in gebrekkig menu-Italiaans/Engels, bestelde elk van ons het eten in wat voor hem een bijna vlekkeloze Italiaanse tongval moet zijn geweest –ik ken geen Italiaans, en echte Italianen hadden ons zonder twijfel om deze ootmoedige uitspraak luid schaterend uitgelachen.

In plaats van zijn voorgestelde 3 courses of een menu te volgen, voelden we ons vanzelfsprekend verplicht slechts 1 of 2 gangen te selecteren, en daarbij bij voorkeur een voorgerecht of een tussengerecht als hoofgerecht te vragen. Anything goes in America, al was dat zichtbaar niet naar de zin van de ober.

This place is hilarious,” kwamen we overeen.

Chicago (dinsdag)

Achter de schermen leer je behoorlijk veel over de details van zo’n conferentie. Hoe bijvoorbeeld de meest spontane presentatie tot op de letter geregiseerd blijkt te zijn. Hoe kalm en beheerst de professionele sprekers omgaan met voor het publiek weliswaar onzichtbare fouten, die niettemin de mensen achter de schermen naar adem doen happen. Grappig ook hoe de interpreters –die de vertaalde presentatie van hun papieren kunnen aflezen– uitermate hun best doen om het te laten lijken alsof ze voor een simultane vertaling zorgen.

Het is goed geweest; net zo belangrijk als het werk zelf, waren de sociale verplichtingen nadien. De Annual Dinner waar je de andere kant van de mensen leert kennen, zoals het cliché gaat, en waar je je eindelijk ook eens nuchter doorheen probeert de worstelen. En dat lukt enkel door je elke ronde resoluut een nieuw glas te laten bijschenken, dat je vervolgens onaangeroerd in de hoop voorafgaande glazen op tafel wegmoffelt. En waar je dus –nuchter zijnde– een heleboel dingen te weten komt die je later nooit meer zal kunnen herhalen.

Chicago 0: avond

Mijn bagage mocht ik achterlaten bij de kruier aan de ingang van het hotel. Ik kreeg een briefje in mijn handen geduwd: “If you would just give that to reception when you check in, Sir, we will make sure that your luggage gets brought up to your room.

OK. Bij check in hadden ze mij maar staan tot woensdag, maar extending tot donderdag was geen probleem. Natuurlijk niet.

I have given you a nice room with view of the lake, Sir.” En hij had niet gelogen. Ik kwam terecht op een ruime hoekkamer op de 17e verdieping. Recht voor mij was het meer, inclusief charming boathouse, links was een zicht op de stad.

Veel tijd om er van te genieten was er niet: op zoek naar de workroom waar de eerder aangekomen staff zou moeten vertoeven. Niet eenvoudig, vooral omdat de conference documents met daarop alle practische informatie in mijn valies zaten, en die was nog niet naar mijn kamer gebracht. Op goed geluk dan maar.

Blindweg op zoek gaan in een hotel is misschien niet the smartest move to make. De lobby is groot en druk, de liften zijn ergens helemaal achteraan, verborgen langs de ingang naar het restaurant, en voorafgegaan door een set roltrappen die naar het business center leiden. Twee verdiepingen, zowel naar boven als naar beneden, met een heleboel afgesloten kamers. Terug naar mijn hotelkamer, waar mijn valies ondertussen was afgezet.

Van daar op een drafje naar de Embassy Room, die potdicht was, en dan maar gauw binnengepiept in de Ambassador Room (Secretary General’s Office volgens mijn documenten), waar tot mijn grote vreugde de staff het eten voor de Annual Dinner mocht voorproeven. Kleine hoeveelheid eten, zes flessen wijn (1 rose, 3 wit, 2 rood), en 5 mensen.

Ik heb het nog uitgehouden tot 21u, dan ben ik gaan slapen. Of liever, eerst de valies legen, gauw douchen, dan als een blok in slaap gevallen.

No need to be early tomorrow morning though; 7 or 8 will do fine.