Ze gaat voor de honderd

Gisteren gingen we nieuwjaren bij Tante Maria (ik moet dringend eens een foto maken van haar). Tante Maria is zowat de mater familias van onze clan, en in september is ze negentig geworden –verschoning, zoals ze gisteren zelf benadrukte: ze wordt 91.

Nog niet zo heel lang geleden heeft ze even een dipje gehad. Ze was wat verward en vergiste zich nogal, maar ondertussen is ze opnieuw de Tante Maria die ik al mijn ganse leven ken.

“Ik ga voor de honderd, Bruinen” (zo noemt ze mij al alzeleven), verkondigde ze gisteren. “Ik heb er eens goed over gedacht, en ik vind dat het wel leutig zou zijn als er eens iemand van onze familie honderd zou worden.”

Ze woont in de elleboog van een straat vlak bij de onze, en desgewenst kan ze de ganse va-et-viens van o.a. de schoolgaande jeugd in de gaten houden. (Niet dat ze dat veel doet, ze gaat liever op stap want ze heeft geen zittend gat –zoals men dat zegt.) Op haar venstertablet prijkt een weelde aan orchideeën, en ze is er bijzonder trots op. “Ik moet daar niets aan doen hé. Allez ja, om de twee dagen besproei ik ze zachtjes met wat lauw water, en elke maand krijgen ze een beetje meststof, maar kom, dat is toch bijna niets. En zie ne keer hoe schoon!”

Binnenkort komt ze hier eten, want ze wil wel eens zien hoe ik mij uit de slag kan trekken achter het fornuis. Ik kijk daar verschrikkelijk naar uit. Toen ik op de middelbare school zat, trok ze tijdens de examentijd altijd bij ons in. Mijn ouders werkten, en het werd als belangrijk geacht dat ik elke dag een goede maaltijd achter de kiezen had voor ik aan de leerstof begon. Dus had Tante Maria elke dag een uitgebreid middagmaal klaar als ik van het examen (dat altijd in de voormiddag werd afgenomen) thuiskwam: én soep, én hoofdgerecht, én dessert. Genoeg om de halve straat mee te voorzien of één opgroeiende tiener. Ik ga blij zijn als ik eens voor haar mag koken.

ik ga op reis

…en ik neem mee: een zaklantaarn, een koplamp, en klein Henri’tje, mijn beide ouders, een warme jas, drie fototoestellen, een Fisheye No. 2, een warme muts, een groot hangslot met een klein sleuteltje, warme kledij, een tandenborstel, een grote lantaarn met een klein lichtje, (exit henri), een zonnebril, een potje bedorven yoghurt, een zak patatten, een bevroren banaan op een stokske, een jommekesalbum, vijf kleine witte druifjes zonder pit, een tros bananen, drie rollen schuurpapier (exit tessa)

Geïnspireerd door dit bericht, was dit één van de zaken waarmee we ons bezig hielden terwijl we –redelijk lang toch wel– op ons eten wachtten bij de Indiër aan het Koningin Maria-Hendrikaplein (volgorde: Henri – Tessa – ikzelve).

Leutig, maat!

papa opvolgen

Hoe het er net op kwam weet ik niet meer, maar toen we gisteren de Vrijdagsmarkt overstaken, ongeveer ter hoogte van Jacob Van Artevelde, zei Henri: “Ik wil later papa opvolgen.”

– “Euh, hoe bedoelt ge, jongen?”
Ik zocht mijn geest af naar wat ik juist deed dat in godsnaam de moeite kon zijn om opgevolgd te worden.

– “Foto’s hé. Ik wil later ook fotograaf worden.”
We kwamen net terug van Dirk, waar hij een Lomolito had gekregen. Hij denkt er al lang over na om zelf een fototoestel te kopen, en hij heeft van Dirk de nieuwe lomo-catalogus mee gekregen om er op zijn gemak over na te denken.

– “Hoe? Wilt ge geen dokter worden dan, gelijk mama?”, plaagde ik hen beiden.

– “Nee nee, die moet veel te veel werken, een dokter. Ik wil uitvinder worden, en dan foto’s maken als hobby.”

Laat hem nog maar genieten van zijn jeugdige onschuld, dacht ik, terwijl ik glunderend mijn weg verderzette.

ik loop graag met u

“Ik loop graag met u”, klonk het spontaan als een liefdesverklaring, zondagochtend.

Tessa tracht al een tijd met lopen te beginnen via het start to run-programma. Nu ja, beginnen: ondertussen kan ze al dertig minuten voluit lopen. Niet echt vanzelfsprekend als je aan luchtwegaandoeningen lijdt, en eigenlijk maar maximaal twee keer per week (lees: eerder één keer) kan trainen.

Sinds ze die dertig minuten aan kan, lopen we de zondag samen. Goed voor een toertje rond de Blaarmeersen, op een rustig tempo, zodat ik meteen ook mijn onvermijdelijke neiging tot overtrainen een beetje in de hand kan houden. Het is een half uur pure tijd voor ons, om te praten en te puffen en tot spontane uitspraken te komen. Ik kijk altijd uit naar mijn volgende training, maar al helemaal naar die op zondag.

langharig tuig

Henri is zijn lang haar beu. Tessa vindt dat hij best eens naar de kapper mag. Het zit in zijn ogen, zo zegt hij, onderwijl omslachtig met beide handen zijn lokken als gordijnen openschuivend. Het zit in zijn ogen, zo zegt zij, met veel misbaar zijn haar opnieuw in model brengend.

We zullen dan maar eens naar de kapper gaan, zeker?

henri henri henri

henri

(Canon EOS 40D, auto ISO, EF 16-35mm f/2.8 L II USM)