Jef Lambrecht vs Godwin

Vandaag schrijft Jef Lambrecht in De Morgen over De kwalijke dampen boven het rookverbod.

Jef Lambrecht blijft een sigaret per dag roken, uit protest ‘tegen een maatschappij die haar leden degradeert tot onverantwoordelijke peuters’. Jef Lambrecht is oud-journalist van de VRT-radio en ex-roker.

Het regent nog steeds meningen over het rookverbod, en ik begon dus ook al geeuwend aan het artikel. Zijn betoog begint heel clichématig, een beetje zoals een minder interessante roman:

Ik ben gestopt. Een half jaar geleden. Het was van moeten. Maar ik heb de dokter niet helemaal zijn zin gegeven.

Tot hij drie paragrafen verder plots het rookverbod spiegelt aan het nazisme:

…zouden we nog even welgezind en eendrachtig het huidige verbod aanvaarden als we ons herinnerden dat het vrijwel identiek is aan wat begin de jaren veertig in Duitsland van kracht was? Verboden te roken in openbare gebouwen en partijlokalen. Verboden te roken voor soldaten van de Wehrmacht op straat. Verboden ook thuis te roken voor de SS. Verboden rookwaren te verkopen aan meisjes of vrouwen (‘die deutsche Frau raucht nicht’).

En dan kan men op internet niet anders dan gniffelen: Godwin’s Law. You lose.

Pauli’s sigaret

“Van verdraagzaamheid is in het rookdebat geen sprake meer”, verkondigt Walter Pauli in zijn mening over het rookdebat, die hij vandaag liet afdrukken in De Morgen. Geheel in tegenstelling tot zijn anders toch wel redelijk en helder beargumenteerde standpunten, laat hij zich geheel leiden door emotie i.p.v. rede. Wat zijn van schrijfsel plots compleet oninteressante cafépraat maakt.

Helaas is in dit debat van redelijkheid al lang geen sprake meer. En vooral niet van verdraagzaamheid. Zelfs groenen en socialisten, die helaas méé de meerderheid vormden in de Senaatscommissie, waren niet zo lang geleden voor een gedoogbeleid inzake cannabis en softdrugs. Nu zweren ze plots bij een rigide verbod op tabak. In de paarse jaren geloofden ze nog in vrijheid en verdraagzaamheid. Nu hebben ze zich ook laten aantasten door een tijdsgeest van het grote doch bekrompen gelijk. Nu zijn ze tegen de sigaret. Straks zijn er anderen tegen cannabis. Tegen te luide muziek door koptelefoons. Tegen rumoerige kinderen. Tegen de hoofddoek. Tegen klokkengelui. Tegen anderstaligen. Tegen andersgeaarden.

We vullen zijn lijstje graag wat aan, met vergelijkbare verboden. Want waarom mag en mens eigenlijk geen 120 rijden in de bebouwde kom. Geen toxisch afval dumpen in de Schelde. Niet dronkenweg en paar studentes van de fiets rijden. Geen mosterdgas in een metro verstuiven. Niet met een vliegtuig in de Twin Towers vliegen. Geen heroïne spuiten of cocaïne snuiven.

L’enfer c’est les autres, wist Sartre al. En het zijn stuk voor stuk fundamentele levensvragen. Aan den toog toch.

Unizo eist verbod op tabaksverkoop

(Tijd voor wat controversie!)

Unizo roept op om sigaretten te verbieden, zo schrijft De Standaard:

Als het rookverbod wordt uitgebreid tot cafés, roept de zelfstandigenorganisatie Unizo op om de verkoop van tabak te verbieden. ‘Het is het één of het ander’, zegt topman Luc Ardies.

De man beschikt over humor, dacht ik, maar nee, want in GVA is er geen twijfel meer mogelijk: dit is bittere ernst. Overal tabak verbieden als rookverbod wordt uitgebreid:

“Het is het één of het ander”, zegt topman Luc Ardies in Het Laatste Nieuws. “Je kan als overheid onmogelijk een rookverbod opleggen en tegelijk jaarlijks 1,8 miljard euro aan accijnzen op zak steken. Dat is hypocriet. Laat het duidelijk zijn dat wij tégen een rookverbod in cafés zijn, maar als het er toch komt, vinden we dat de overheid consequent moet zijn”, aldus de Unizo-baas.

De man is dus tegenstander van een rookverbod, en wil door zijn –ludiek bedoelde (?)– actie een vermeende absurditeit en hypocrisie van de voorgestelde regel aan de kaak stellen. Ja toch? Of meent hij het echt? Gaat Unizo ijveren voor een verbod op tabaksverkoop als er een rookverbod in cafés komt? De krantenwinkels (etc.) zullen tevreden zijn met het initiatief van hun puike ondernemersorganisatie.

Of is het toch humor? Meneer Ardies, uw boodschap is mij niet geheel duidelijk. Of toch: geld boven gezondheid! Als de ondernemers er maar goed van worden. Of heb ik het alweer verkeerd begrepen?

Many studies using objective measures of economic activity, such as sales taxes, have been done by Smoke Free Groups on the effect of smoke-free policies. The vast majority have found that there is no negative economic impact, with many finding that there may be some positive effects on local businesses. [bron]

Och kijk, ik bevind mij momenteel –zoals u waarschijnlijk wel weet– in Seattle. Die stad maakt deel uit van de staat Washington, die net zoals de staten New York, Connecticut, Maine, Delaware, and Massachusetts [bron], roken heeft verboden in restaurants en cafés. Rookwaren worden hier nog steeds verkocht en geconsummeerd, en de staat steekt nog steeds met evenveel gretigheid als voordien de accijnzen in zijn zak. Die ban gaat ver hoor: in de Zoo mag bijvoorbeeld ook niet gerookt worden –nee, ook niet buiten– en in het station ook niet. In België mag dat ook niet, alleen staat het perron dagelijks vol stomende egoïsten die niet alleen andermans gezondheid, maar ook de wet aan hun laars lappen. (U bent roker, beste zich aangesproken voelende lezer, ik weet het. En u steekt nooit een sigaret op als u op uw trein wacht. Ik weet het. Maar waarom voelt u zich dan aangesproken?)

Califonië is het meest vooruitstrevend:

There are now 35 states with some form of smoking ban on the books. In addition, some areas in California have recently begun making whole cities smoke-free, which would include every place except residential homes. More than 20 cities in California have passed park and beach smoking bans. [bron]

Maar ach, het werkt hoor, hier in Amerika. Rokers roken nog steeds (al is hun aantal sterk verminderd), en de restaurants en cafés hebben nog nooit zo vol gezeten. De kleren hangen de volgende dag niet vol rook, de longen blijven zuiver, en het bier smaakt naar bier en niet naar sigaretten.

Let it go, meneer Ardies. U spartelt als een vis op het droge. Of zijn dat uw rokerslongen die ik hoor reutelen?

die rokers toch

Onlangs nog, zat iemand mij weer in het gezicht te wrijven dat rokers ook rechten hebben. En terwijl ik de laatste ben om dat te ontkennen, vergeten mensen die geestdriftig op hun rechten wijzen maar al te vaak dat ze ook plichten hebben.

Het verbod om te roken op de trein, in stationsgebouwen en op perrons is sinds 1 januari 2004 van kracht, lees ik in een persbericht op de site van DM: 556 mensen beboet voor roken op de trein in 2005. Maar laat ik het vooral niet hebben over de mensen die in de titel van dat bericht werden betrapt. (Vergeet evenwel niet, het gaat enkel om degenen die het forfaitair boetebedrag van 12,50 euro niet onmiddellijk in de trein betaalden […] Er worden over het algemeen veel aanmaningen en waarschuwingen gegeven.) Rotte appels vindt men echter overal.

Wat mij stoort is het consequent én ongestraft aan de laars lappen van dat verbod. Enkel de centrale hal van het station ontsnapt nog aan de roker. In de gangen van en naar de perrons wordt al gauw een sigaret opgestoken, en op het perron zelf is het hek helemaal van de dam.

“Och,” reageerde diezelfde roker, en vele gelijksoortigen met hem, “het peroon bevindt zich toch in de buitenlucht? Hoe kunt ge daar nu last van hebben?”

Die laatste vraag typeert de roker ten voeten uit. Een geheel retorische vraag overigens, want de roker verwacht enkel een bevestiging van zijn veronderstelling. Evenwel: mijn (nuchtere) maag stelt de rook van de man naast mij op het drukke perron ’s ochtends, niet meteen op prijs. Mijn longen overigens ook niet. “Ga dan elders staan, het perron is groot genoeg,” was de volgende reactie, en daarmee straft de roker opnieuw en onterecht de niet-roker.

Geheel onterecht, want de wet verbiedt hem expliciet te roken op het perron. Net zoals de wet verbiedt door het rode licht te rijden. Maar ach, “die vergelijking gaat toch niet op,” veerde de roker verontwaardigd recht. En daar hield de discussie dan ook op.

Want plots was ik ‘intolerant’ en ‘onredelijk’ en ‘egoïstisch’; ‘of ik soms nooit iets verkeerd deed?’ (alweer een retorische vraag). Dus u doet maar gewoon verder, beste roker, en dan jammert u maar weer als er een nóg strengere wet komt omdat u de vorige opnieuw tot de limieten strekte. Het wordt er alleen maar beter op voor de niet-rokers.

opruikunsten

Ook restaurants lijden onder rookverbod laat Belga optekenen bij De Morgen.

De nieuwe regeling inzake roken in horecazaken gaat gepaard met omzetverlies. Negenenveertig procent van de restaurants en eetgelegenheden met een omzet van meer dan een derde uit voeding, beweren omzetverlies te lijden of vrezen dit. […] Bij cafés is dat 21 pct.

Let vooral op beweren omzetverlies te lijden of vrezen dit. Dus mogelijks is het mogelijk dat eventueel 49 procent van de restaurants en eetgelegenheden (etc) verlies lijden. En 21 procent van de cafés, verschoning. Bewijs bestaat daar nog niet voor, maar het is wel mogelijk.

Pas op, het is ook mogelijk dat het water aan de Kuiperskaai in bier is veranderd.

(Laat ons misschien wachten tot er aantoonbaar cijfermateriaal is, nee?)

van tangen en varkens

(We gaan het vandaag maar liefst drie keer over de post van gisteren hebben. Als ik tijd heb tenminste, want ik zit de ganse namiddag in vergadering.)

De vergelijking wringt een beetje. Laten we het eerst over de feiten hebben.

1. Naar mijn motorrijden wordt verwezen als een hobby.

Ik gebruik de motor voor 90% voor woon-werkverkeer. De overige 10% worden besteed aan opleidingen op een speciaal daartoe bestemd terrein (een circuit). De twee circuits waar ik heenga, liggen in Frankrijk (Folembray en Croix), maar dat doet hier niets terzake.

2. Vervoer etc.

Fijn stof is een ongetwijfeld groot probleem. Daarom, en om andere redenen die met het milieu en overbelasting te maken hebben, maak ik zoveel mogelijk gebruik van het openbaar vervoer. 60 of misschien zelfs eerder 70% van mijn woon-werkverkeer leg ik af per spoor (de rest met e motor). Niet alleen uit bezorgdheid om het milieu, maar ook omdat het in mijn specifiek geval maar een geringe inspanning vraagt om de trein boven de auto te kunnen verkiezen. Dat is niet voor iedereen het geval. Ik ben verschrikkelijk blij dat ik het kan doen. Ook voor meer lokale verplaatsingen (‘Klein Gent’) gebruik ik bij voorkeur het openbaar vervoer (de tram), of ga ik te voet.

Ik ben groot voorstander van strengere emissienormen, en het gebruik van alternatieve aandrijfbronnen voor wagens (en motoren). Dat is niet iets wat ik alleen kan doen. Als de wagen met een electrische of hydrogen fueled motor beschikbaar en betaalbaar wordt, en we hebben een nieuwe wagen nodig, dan zal ik niet aarzelen om dat alternatief te verkiezen boven de huidge diesel- en benzineversies.

De motor heeft overigens lagere emissiewaarden dan de gemiddelde gezinswagen. De motor heeft een veel kleinere cilinderinhoud, zal minder lang stationair in een file staan draaien (rijdt tussen de file door), en zal daardoor ook minder gassen produceren.

De vergelijking tussen de motor en de sigaret als bron van kwaad gaat niet op. Vervoer is helaas al te vaak een *noodzakelijk* kwaad –ik daag iedereen uit om het zonder modern vervoersmiddel te stellen (inclusief openbaar vervoer). Roken is een persoonlijke keuze. Het resulteert –bijna vanzelfsprekend– in een verslaving, zoals bij alcoholisme en druggebruik. Maar ik heb het er later nog wel over.

In elk geval, de premisse van uw betoog gaat niet meer op (de motor als hobby), dus valt de vergelijking weg. Geen pot en ketel, maar een tang en een varken.

[Update] Gezien het werd verwijderd, alhier het ontbrekende gedeelte van het orginele bericht:

Motorrijden, dat was je hobby zeker?

Motors en bij uitbreiding alle wegverkeer zijn een belangrijke oorzaak van fijn stof. U weet wel, dat goedje met die jaarlimieten die nu al overschreden zijn en dat zorgt voor ademhalingsproblemen en naar schatting een pak meer doden dan passief roken.

En dat voor een hobby.

De wereld veranderen begint bij jezelf.