Marc vraagt zich af wat de invloed van een perspas is op de berichtgeving. Een logische vraag, maar het antwoord kan bondig zijn: op mijn kritiek heeft zo’n zo’n perspasje geen enkele invloed. Veel hapjes en drankjes komen overigens er niet aan te pas, aan die persconferenties, al krijg ik wel elke week een kopje koffie tijdens de persconferentie van het Gentse stadsbestuur. Net zoals alle andere perslui.
Wat zo’n perspas wel vermag, is dat het zaken onder mijn aandacht brengt die ik anders mogelijks zou missen. Maar daar begint en stopt de invloed dan ook. Het is zoals met een recensie-exemplaar van een cd. Als ik een jazz-cd thuis gestuurd krijg, komt die op zijn minst terecht in mijn maandelijkse bespreking, maar vaak bespreek ik die ook wel in een afzonderlijke post –positief of negatief. Vaak is het immers belangrijker dat een cd besproken wordt dan dat hij positief besproken wordt.
Dat is geen vriendendienst, dat is gemakzucht. De cd die mij toegestuurd wordt, maakt grotere kans dat hij besproken wordt, dan de cd die ik zelf moet gaan zoeken. Het staat iedereen vrij om mij (of de redactie van Gentblogt) een cd toe te sturen –al biedt dat geen enkele garantie op bespreking.
Geen invloed op de inhoud dus. Maar wat Hans zegt klopt ook wel: met Gentblogt schrijven we liever over de positieve dan over de negatieve zaken, dus het kan al eens gebeuren dat ik bijvoorbeeld over een slecht concert helemaal niet schrijf. Zoek daar echter geen systeem achter.
Mijn recensies tracht ik te schrijven met de mensen voor ogen. Dat kan zowel de lezer zijn als de artiest, die men vaak nadien nog onder ogen moet komen. Afbreken is gemakkelijk, maar constructieve kritiek geven, vraagt een pak meer moeite. Vandaar zal ik vermijden echt negatieve kritiek te schrijven zonder op zijn minst één opbouwend element daarin verwerkt. Maar als het slecht is, dan is het slecht. En geen perspas die daar iets tegen in kan brengen.
