hallo?

“Hallo?”

-…

“Hallo? Beste buurman, beste buurvrouw? Kan ik u even spreken?”

-…

“Hallo? Ik zie u zitten hoor, als u even naar links kijkt, ziet u mij ook. Kan ik u even spreken? Of moet dit echt via advocaat en vrederechter? Nee toch?”

-…

“Wij zouden graag even met u spreken, maar het kan best zijn dat het nu niet voor u past. Maar het is dus echt wel een blijvende uitnodiging. Onze deurbel zit vooraan, als u er klaar voor bent hebt u maar aan te bellen anders.”

-…

“Of u kan ook gewoon nu antwoorden natuurlijk?”

-…

“Nee? Toch niet? Wij zouden echt gewoon graag eens met u praten, denkt u dat dat mogelijk is?”

-…

“Nee dus. Enfin, de uitnodiging blijft. Nog een prettige namiddag in elk geval.”

-…

de conifeer (ii): het verzoek

“Ja!”, klinkt het ongeduldig door de parlefoon.

– Goedenavond mevrouw, ik stoor toch niet? Zou ik u iets mogen vragen?

“Ik moet naar beneden komen zeker?”, klinkt het met een zucht. “Een moment.”

Na ruim vijf minuten wachten wordt de voordeur geopend. “En waarvoor is ‘t?”

– Goedenavond. Zouden wij u iets mogen vragen?

“Ge zijt al bezig hé.”

de coniferen de coniferen

– Huh. Ja. Sorry. Toen wij hier kwamen wonen hadden wij de ganse dag zon in onze tuin. Maar dat is elk jaar sterk verminderd, en sinds vorig jaar hebben wij eigenlijk bijna geen zon meer.

“Ge denkt toch niet dat ik mijn bomen ga laten snoeien zeker? Want ik hoor u al afkomen.”

– Dat was inderdaad wat ik u had willen voorleggen. Niet alleen zijn die twee bomen hevig in de hoogte opgeschoten, een groot deel hangt ook over onze tuin, en zelf mogen we daar natuurlijk niet aan snoeien.

“Wel, bij u is dat waarschijnlijk niet zo, maar ik moet dat eerst met mijn man overleggen. Maar ge moet er niet op rekenen.”

– En hebt u enig idee wanneer… begon het nog, toen de deur met een luide knal werd toegegooid.

(Een week later was er een aangetekende zending.)

de conifeer (i): aangetekend

Geachte Mevrouw,

Ik ben de advocaat van de heer en mevrouw Vrijens, wonende te 9000 Gent, Koning Albertlaan 143.

Mijn cliënten delen mij mee dat zij het vermoeden hebben dat U zinnens bent om, zonder hun akkoord en zonder hun medeweten, de conifeer die op hun eigendom staat, te snoeien.

Zij wensen er de nadruk op te leggen dat, indien U daartoe zou overgaan, zij niet zullen nalaten U aan te spreken in het betalen van een schadevergoeding. De plaats waar de conifeer staat ingeplant beantwoordt immers aan alle wettelijke voorwaarden en mijn cliënten kunnen derhalve niet worden verplicht om te snoeien.

Daarenboven zal U voor het snoeien van de conifeer zonder toestemming van mijn cliënten hun eigendom moeten betreden hetgeen op zich reeds een inbreuk vormt.

Indien U de mening bent toegedaan dat dient te worden gesnoeid zal U eerste (sic) wel willen overleggen met mijn cliënten of de tussenkomst vragen van de bevoegde vrederechter.

Met oprechte achting,

Veronique VAN ASCH, Balthazar, Joseph & Van Asch