spelling

Spelling is een heerlijk ingewikkelde edoch vaak voldoende logisch onderbouwde zaak. Heel even meende ik –tot groot jolijt– DS op een taalfout te hebben betrapt. Ik had beter moeten weten.

De enkele ‘s’ en ontdubbelde ‘a’ in Fusie Sint-Niklase ziekenhuizen op til is (zijn) wel degelijk correct. Op het Taaluniversum vinden we de uitleg bij het antwoord op de vraag Is de juiste spelling Maassluisse harmonie of Maassluise harmonie?

Van de meeste Nederlandse aardrijkskundige namen kunnen bijvoeglijke naamwoorden worden gevormd met het achtervoegsel -s. […] Volgens het beginsel van vormovereenkomst worden woorden die op overeenkomstige wijze zijn gevormd, op overeenkomstige wijze geschreven. […] Aangezien het bijvoeglijk naamwoord Maassluis(e) met een -s is afgeleid van de plaatsnaam, zou je een apostrof verwachten in de onverbogen vorm en verdubbeling van de s in de verbogen vorm: Maassluis – Maassluis’/Maassluisse naar analogie van Amsterdam(s).

Helaas:

Volgens een ander beginsel worden lange klinkers en tweeklanken echter nooit gevolgd door een dubbele s. Alleen bij eigennamen van personen die eindigen op een s (of een andere sis-klank), wordt de genitief-s door een apostrof weergegeven (bijv. Mies’ ouders, Bush’ verklaring). Bij geografische namen die al op s eindigen, valt het achtervoegsel met die slot-s samen: Maassluis – Maassluis/Maassluise.

Even dacht ik nog dat de ‘s’ dan misschien niet verdubbeld werd, maar dat, gezien het hier om een eigennaam (plaatsnaam) ging, op zijn minst de schrijfwijze zou moeten bewaard worden: ‘Sint-Niklaase’, maar we krijgen nog een paar voorbeelden toe:

Andere voorbeelden van aardrijkskundige namen die eindigen op een s en waarvan het afgeleide bijvoeglijk naamwoord gelijk is aan de eigennaam: […] Overmaas – Overmase […] Sint-Niklaas – Sint-Niklase […]

Lelijk als de pest, dat Sint-Niklase, maar wel correct.

Daarna ben ik nog op een paar pareltjes gestoten (via ‘zie ook’):

Is de juiste spelling Bosche bollen of Bossche bollen?

Dat deze woorden met twee s’en worden geschreven, vloeit voort uit het beginsel dat een medeklinker tussen twee klinkers, waarvan de eerste ‘kort’ is, wordt verdubbeld, bijvoorbeeld bij bos – bossen. Hoewel de spelling Bosche niet zou leiden tot de uitspraak met een lange klinker [boos«], is dit beginsel ook van toepassing bij vormen die nog een sch hebben volgens de spelling van De Vries en Te Winkel, met dien verstande dat alleen de s wordt verdubbeld.

En ook: Is de juiste spelling boschage of bosschage? Waar ik dan weer het volgende vond:

De juiste uitspraak is [bosaazje], niet: [bosgaazje]. […] Bosschage moet niet verward worden met het eveneens aan het Frans ontleende bossage (‘bewerking in reliëf van muurvlakken’, afgeleid van Frans bosseler).

Heerlijk!