taal

You are currently browsing articles tagged taal.

respect

Respect voor het ongeboren leven, daar sta ik volledig achter. Ook voor homo’s heb ik respect, al hoeft het homohuwelijk niet voor mij, zo laat een zeldzame jonge kerkganger optekenen in de krant vandaag (DM).

Respect, dat hebt ge voor mensen waar ge naar opkijkt. Respect, dat hebt ge voor de arm der wet, of voor de koning. Respect dat toont ge door uw zondags pak aan te trekken, met twee woorden te spreken, en in het algemeen: uw manieren te houden.

Respect is eerbied, met een vleugje ontzetting voor het gezag dat van het betreffende onderwerp uitgaat. Respect hebt ge voor een persoon, maar slechts uiterst zelden voor een idee of gedachte. Pas op, ge kunt het ongeboren leven respecteren, en homo’s ook al, maar ik zie in ’s hemelsnaam –om in de sfeer van het onderwerp te blijven– niet in waarom ge daar ontzag voor zoudt moeten hebben. De betekenis van het werkwoord in de zin van geen geweld aandoen, onbeschadigd of in zijn waarde laten: iemands opvattingen, overtuiging respecteren dat zit in dat woord respect niet in.

(Dat een krant dan nog zoiets afdrukt. Hebben nu ook journalisten al geen zin meer voor taalcreativiteit?)

Taal leeft natuurlijk, en ik ben de eerste voor taalevolutie en -uitbreiding. Het gebruik van respect in bovenvermelde context getuigt echter van taalarmoede. De betekenis werd ontleend aan het rapperslingo, rechtstreeks uit de Engelse taal gehaald, en op basis van gelijkheid van woordbeeld blindelings geënt op het Nederlandse vocabularium. Ik heb geen respect voor dergelijke regeltjes.

Tags: , ,

De opdracht

De marsepeinzwam: een beschrijving van een dier of een plant. De kinderen kunnen zelf de naam van een plant of dier verzinnen.

Het resultaat

Het kompasgras heeft de vorm van een kompas. De kleuren zijn grijs en rood voor de letters, en voor de stengel groen. De zaadjes vallen elk jaar op 22 maart af, precies om 00:00 uur. De zaadjes hebben de vorm van N, NO, O, ZO, Z, ZW, W, NW. Ze komen alleen voor in Belgische parken en bossen.

De lattenhond is, zoals je aan de naam ziet, gemaakt van latten. Zijn haar zijn kleurrijke cijfers.

Het is een zoogdier. Het legt één lattenpuppy per keer; die haakt zich 2 maanden vast aan zijn moeder. De exemplaren die nog leven, leven in een beschermd gebied.

De topjesvlag komt voor op bijna elke top van de bergen over de hele wereld. Zijn bladeren zijn zuurstofflessen en zo kan hij leven. Als de plant dood gaat, groeit er uit de rest weer een andere.

Huh?

De opdracht voor de lessen taal, onderdeel: creatief schrijven. Hij zag er erg tegenop, maar toen de opdracht afgewerkt was, heeft hij er nog een stuk of tien lopen verzinnen. Omgaan met stress of werkdruk is zijn fort niet. Ik vraag mij af van wie hij dat zou hebben.

> kijkt als de onschuld zelve <

Tags: , ,

affectie

“Hoe doet ge dat toch,” vraagt Tessa zich af, “zo gewoon in dat Engels spreken gelijk het Nederlands is? Ik voel mij daar altijd zo onzeker over.” Ze gaat gemakshalve voorbij aan het feit dat ik mij deze eeuw beroepshalve bijna uitsluitend in het Engels heb uitgedrukt (goed voor minstens 75% van mijn wakkere bestaan), dat ik Germaanse heb gestudeerd met als één van mijn hoofdrichtingen Engels, en dat ik waarschijnlijk nog steeds meer Engelse dan Nederlandstalige boeken lees. Niet dat zulks een garantie is voor enige proficiency, maar toch.

“Euh, en uw Engels is niet goed, want…”, daag ik haar uit.

Tessa spreekt deftig Engels, enfin, Amerikaans, want haar tongval past mooi in de contreien waarin wij momenteel vertoeven. “Gij spreekt geen Engels, maar Amerikaans”, zo plaag ik haar dus wel eens. Amerikaans verhoudt zich tegenover Engels zoals Noordnederlands tegenover Vlaams stel ik dan, maar ik kan mij van enige vooringenomenheid niet ontdoen, vermoed ik.

“Mja, nu ge het zegt, ze hebben mij al gezegd dat mijn accent echt niet opvalt”, geeft ze schoorvoetend toe. En na een korte pauze: “wat van u niet kan gezegd worden.”

Grmbl. “Mijn uitspraak is misschien wat aan de Britse kant,” begin ik mijn verdediging, net wanneer Kate Nash Mariella in een parmantig cockney beïndigt:

And she said
Yeah I’m never ever ever ever ever ever
Ever ever ever ever ever ever ever
Yeah I’m never ever ever ever ever ever
Ever ever ever ever ever ever ever
Yeah I’m never ever ever ever ever ever
Ever ever ever ever ever ever ever
Gonna unglue my lips from being together

“Daar zie,” proest Tessa het uit, “met zo een beetje van dat geaffecteerd Engels, zo spreekt gij.” Waardoor de snotneus (Henri, niet Tessa) nu natuurlijk al de ganse avond never ever ever ever ever ever ever in allerlei mogelijke variaties loopt te zingen.

Puh, ik houd van dat Brits Engels. Inclusief intrusive R, BBC/Queen’s English/RP en what have you. En de snotneus vliegt in zijn bed. Dat zal hem leren.

Tags: , , ,

‘t Is bijkanst poëzie! Ik zit mijn zoon hier les te geven in spelling, en de lesbladen dwingen mij hem volgende zin(nen) te dicteren:

De wind blaast hard.
Mijn vriendje valt
van zijn fiets.

Allez, zo schoon.

Vraag de kinderen daarna om het onderwerp (eenmaal) en de persoonsvorm (tweemaal) te onderstrepen. “De woorden die je langer maakt of waarvan je een stukje langer maakt, schrijf je onderaan nog eens over.”

(Zulks was vervolgens de opdracht.)

Tags: , , ,

aanpassen

De eerste Taaldrop die ik correct heb beantwoord deze week, betreft een Engels woord.

Heb je je email al gelezen? Hij heeft je over dat itempje gisteren nog te elfder ure een berichtje gestuurd.

Zou ik me dan toch aan het aanpassen zijn, hier in den Ameriek?

Tags: ,

Ha! Taal! Recht uit de Miles Group Taaldrop. Vandaag kregen we dit via mail:

Tenslotte, zei hij tenslotte, hebben we er niet het minste idee van of we het slootje nog open zullen krijgen.

In bovenstaande zin staat geen enkele fout. De Miles Group heeft er –geheel naar willekeur– eentje uit gekozen, maar dat is volledig voor (her)interpretatie vatbaar.

Tenslotte, in één woord geschreven dus, is een bijwoord, met als betekenis eigenlijk, per slot van rekening (all things considered in proper Engels).

Ten slotte, in twee woorden, betekent tot slot, zoals aan het einde van een opsomming of reeks.

Slootje, ten slotte, is het verkleinwoord van slot, maar u had al begrepen dat dit woord niet meespeelt in de probleemstelling.

Edoch, ik herhaal: de zin Tenslotte, zei hij tenslotte, hebben we er niet het minste idee van of we het slootje nog open zullen krijgen. bevat geen enkele fout. Alles hangt af van de context.

Laten we uitgaan van de volgende context: iemand heeft een kistje gevonden, met daaraan een verroest slotje (want ja, het verkleinwoord van slot kan zowel slotje als slootje zijn). Hoe krijgen we dit open.

Interpretatie 1:

Persoon x stelt voor het ding in cola te hangen om de roest te verwijderen. Dergelijke procedure zou nogal veel tijd in beslag nemen. Persoon y steekt zijn hand op en zegt: “ik zou dat niet doen.”

Hij pauzeert even, en zegt tenslotte: “tenslotte hebben we er niet het minste idee van of we het slootje nog open zullen krijgen na dat colabad.”

Interpretatie 2:

Zelfde cola-situatie, waarop persoon y een aantal redenen geeft waarom het niet zou lukken. “Hoe krijgen we dat slot in de cola? Is dat kistje wel waterdicht? Of kan wat er in dat kistje zit wel tegen die cola?” Hij denkt even na, en tenslotte zegt hij, na een pauze van een paar seconden: “en ten slotte hebben we er niet het minste idee van of we het slootje nog open zullen krijgen met die cola.”

Interpretatie 3:

Zelfde cola-situatie, zelfde opsomming. “…kan wat er in dat kistje zit wel tegen die cola? En ten slotte,” zei hij ten slotte, “hebben we er niet het minste idee van of we het slootje nog open zullen krijgen.”

Interpretatie 4:

Zelfde cola-situatie. Persoon y steekt een gans betoog af om dat slotje gewoon stuk te slaan. “Tenslotte,” zei hij ten slotte, “hebben we er niet het minste idee van of we het slootje nog open zullen krijgen.”

Daar hebt ge het zie. Het is allemaal mogelijk. Laat u geen blaasjes wijsmaken, beste kinderen. Context is everything! Zegt dat nonkel Bruno het gezegd heeft.

(Of het allemaal even proper Nederlands is, is een andere zaak.)

Tags: ,

Via iemand (sorry, ik ben vergeten wie) heb ik mij een tijd geleden ingeschreven op de Taaldrop van de Miles Group. Meestal zijn dat zeer interessante dingen die er worden aangekaart, en af en toe laat ik mij wel eens vangen aan hun instinkertjes. Hé, ik ben ook maar een mens (en ja, het was de bedoeling dat die uitspraak arrogant overkwam).

Vandaag kregen we volgende opgaaf in de inbox:

Zoek de fout* in de volgende zin:

Op de autosalon was het kraam van de frietbakker in de kleur van de autofabrikant geschilderd.

Toen ik bij de eerste optie kwam, heb ik zelfs niet meer doorgelezen. De salon is een kamer met bankstel, een fysieke ontmoetingsruimte in een huis. Het salon is een beurs, of een literair genootschap, een ruimte die niet meteen als kamer te definiëren valt en/of waaruit de intieme huiskamersfeer is weggevallen.

Wie zou schrijven over de literaire salon, zou het desgevallend hebben over een huiskamer met creatieve ambities. En bij de autosalon, kan ik mij nog het best een stretch limo voorstellen met ijskast, dranken en bijhorende lichtjes tipsy en verder schaars geklede Victoria’s Secret-modellen.

Bovendien markeerde onze kameraad van Dale in mijn editie van 1992 (twaalfde druk) bij het lemma salon als zevende en laatste mogelijkheid

7 (in Belg., gall.) beurs 1 (12,13)

En dan ben ik van mening dat men minstens het Belgisch gangbare geslacht daarvoor kan hanteren. Het lemma autosalon stond er toen nog niet in, maar ondertussen hebben de noorderburen ook het (auto)salon ontdekt, is het vanzelfsprekend geen Belg. of gall. meer, en hebben ze er naar eigen goeddunken een Hollandsch genus op geplakt. Geheel naar analogie met de koe, hij geeft melk waarschijnlijk.

En, louter ter info: voor het/de kraam kan ik gerust een gelijkaardige uitleg verzinnen.

Een deel van het probleem ligt mogelijks (bij mij, jaja, ik weet het) bij de criteria die voor de taaldropjes worden gebruikt:

*Iets wordt als fout beschouwd als het minstens in één taaladviesboek als fout of niet-standaardtaal wordt vermeld, ook al zijn andere auteurs het er niet mee eens. U vindt de lijst van geraadpleegde werken hier.

Bij die referentiewerken worden bronnen opgenomen die teruggaan tot 1986, en dan zou ik er mij gemakshalve kunnen vanaf maken dat ze –waarom niet– net zo goed het Woordenboek der Nederlandsche Taal in hun bronbestand kunnen opnemen. Maar goed, de bron waaruit deze keer wordt geput is VDC G. Geerts, T. den Boon en D. Geeraerts (red.), Van Dale Groot woordenboek der Nederlandse taal op cd-rom, Van Dale Lexicografie, 2000. Ondertussen is er wel reeds een editie 2008 beschikbaar.

Edoch, de autoriteit van de juistheid is geheel weg door dit deel van het criterium: ook al zijn andere auteurs het er niet mee eens. Het volstaat voor Taaldrop dat één individu/bron iets als een fout bestempelt, om het ook als fout te registreren. Dat, beste mensen, is een verkeerde manier van werken.

Ziezo. Neemt u het bovenstaande maar met een korreltje zout, het is niets meer dan een amusement mijnentwege. Als u er per se iets wilt uit onthouden (als u dit al tot het einde hebt gelezen), dan is het dat u nooit zomaar iets mag aannemen.

Tags: , ,

« Older entries