November 2005

You are currently browsing the monthly archive for November 2005.

klantenkaart

Nog een reden om bij Limerick te gaan: onze (electronische) klantenkaart was weer vol.

Het mag er dan iets duurder zijn dan in de Fnac, het is er vele keren gezelliger, en bovendien krijg je –via de klantenkaart– tien procent te besteden van het bedrag dat je de voorgaande tien keren hebt uitgegeven.

Al is dat altijd weer een mengeling van ‘joepie: korting’ en ’shit: geven wij zoveel geld uit aan boeken?!’. Onze lading boeken gisteren (drie romans en één jommeke) was geheel gratis. En we hebben nog zeven euro over voor de volgende keer. “Lap, daar gaat ons weekend, ” grapte de zeer vriendelijke mevrouw van de winkel nog.

U kunt er uw schoonmoeder op verwedden (al zou ik dat nooit doen) dat de blogosfeer er straks vol mee staat: het heeft gesneeuwd.

Een dikke maand geleden nog had ik het voorspeld. Off-line, want, contrary to popular belief heb ik ook nog een leven buiten dit weblog.

“Deze winter krijgen we pakken sneeuw. En het zal al zeer vroeg in december beginnen.”

Gisterenavond waren het eerst nog fletse snel wegkwijnende sneeuwvlokje, maar naarmate de avond overging in de nacht, werden het heuse sneeuwvlokken en bleef de sneeuw –hoewel nog steeds smeltend– op daken en wegen liggen.

Dikke, dikke pakken, die ook op ons dak werden opgehoopt, laag na laag. Rond zes uur deze ochtend verloor die sneeuw echter haar grip ons dak, en met een gedonder en geraas, aan een lichte aardbeving niet ongelijk –hoewel ik het in mijn ochtendslaap voor een voorbijrazende tram had gehouden– stortte een dik pak sneeuw naar beneden, daarbij zowat de helft van ons dak weer blootmakend.

Helaas stortte de helft van dat pak langs de achterkant op een drie verdiepen lager gelegen plat dak, dat het net niet heeft begeven. Op dat dak staat een lichtkoepel, en die was bijna geheel onder de sneeuw verdwenen. Door het gewicht, en de impact van de val, is er echter wel een scheur ontstaan, waarlangs het smeltwater, dat zijn normale weg naar de afloop door de sneeuw geblokkeerd zag, met graagte wist te ontsnappen. Naar onze benedenplaats.

Dus ben ik de ochtend begonnen met zowat vijftig centimeter sneeuw te ruimen, op een dak van een drie op vier meter, en ik kan u verzekeren, ik was meteen opgewarmd. Want, en alle goede dingen komen in drievoud, de verwarming had het natuurlijk begeven. (Niks onoverkomelijks: de vlam was gewoon gedoofd, en die ging zonder al te veel problemen terug aan.) Het derde ding, zo hoor ik u vragen? Toen we gisterenavond thuiskwamen merkten we dat door de hevige windvlagen van eergisteren, een regenpijp (zo’n twee verdiepen hoog) uit de muur was gerukt.

Er is weer werk aan de winkel.

Het ergste wat u kan overkomen, is een ganse dag naar een blank scherm te zitten staren. Of neen, corrigeerde Nico zichzelf: het ergste wat u kan overkomen is ganse dagen naar een blank scherm zitten staren.

Hij had voorlopig opgegeven Judith te contacteren. Dat wil zeggen: hij zou haar niet meer bellen. Bellen is des duivels. Hij houdt niet van de telefoon, zij houdt er niet van gestoord te worden tijdens haar werk, en op een of andere manier slaagde Nico er steeds weer in haar op te bellen wanneer ze op een cruciaal punt was aanbelandt. Of dat nu bij het schrijven van scenario of tijdens het draaien zelf was, altijd, maar dan werkelijk áltijd slaagde Nico erin te bellen wanneer er iets haar volledige aandacht vereiste. En dan werd ze kwaad. En hij natuurlijk ook. Hij wilde haar gewoon horen, niet storen. Er ís een verschil.

Uiteindelijk had ze een tijdje op het rode hoorntje gedrukt wanneer ze zag dat haar toestel Nico als de oproeper identificeerde. En dat had hem natuurlijk alleen maar kwader gemaakt. Furieus, zeg maar. “Als ik u bel, dan moet ge bereikbaar zijn,” had hij in het apparaatje gebriest toen hij haar uiteindelijk toch te pakken kreeg. Ze had prompt opgehangen, en de telefoon uit gezet. Ze had eigenlijk de telefoon alleen maar aangenomen, omdat ze het laatste anderhalf uur als een automaat met haar duim op het rode hoorntje had staan duwen, en de crew haar had verzocht om ofwel het ding af te zetten, ofwel om op te nemen. Ze had besloten hem nog een kans te geven.

Achteraf had Nico zich verontschuldigd, tegen zijn gewoonte in, en ze hadden afgesproken dat hij ofwel een keer zou laten rinkelen, ofwel een SMS zou versturen, zodat zij hem dan kon terugbellen. Alleen als het écht dringend was zou hij laten bellen tot ze opnam.

Maar nu belde hij helemaal niet meer: hij verzond e-mails. Die kon ze lezen wanneer ze tijd had, en ze checkte haar e-mail minstens een paar keer per dag, en altijd reageerde prompt, al was het maar in een paar woorden. Soms had Nico niks te vertellen, maar meestal verzon hij wel iets. Al was het maar een blanco e-mail, waar als antwoord dan een bijna even lege mail op terug kwam met slechts drie vraagtekens erin. Even hebben ze toen een correspondentie gehouden met alleen leestekens, en dat had hen beiden deugd gedaan.

Maar vandaag wou het niet lukken. En gisteren ook al niet. Al bijna drie dagen zat Nico naar een blank scherm te staren. Letterlijk. Hij had in 50 uur niet gegeten of gedronken, en al evenmin geslapen. Misschien moest hij haar dát maar schrijven.

Zo werd ik gegroet door i. vandaag. E-mailsgewijs. En meteen had ik een stokske aan mijn been.

Hoeveel boeken heb je in je boekenkast staan?

Geen idee. Maar het zullen er minstens achthonderd zijn. (En dan tel ik die van Tessa daar nog niet eens bij.) Ergens begin 2004 ben ik met mijn catalogus begonnen, en daar zitten nu zo’n 192 boeken in (die bijna allemaal in die periode gekocht zijn). Mijn piekperiode moet ergens tijdens de universiteitsjaren geweest zijn, begin ‘90. Twee boeken lezen per week, of mijn week was niet goed.

Welk boek lees je nu?

L’empire des loups, van Jean-Christophe Grangé. Een typisch boek voor Grangé: twee uiteenlopende plotlijnen, die vanzelfsprekend samenkomen; en twee totaal verschillende politieinspecteurs die moeten samenwerken. Allemaal zeer gelijkaardig aan de format voor Les Rivières pourpres. Goed om lezen dus, maar niet verrassend.

Wat is het laatste boek dat je hebt gekocht?

Errr even kijken: het waren er drie: De engelenmaker van Stefan Brijs (dat is de volgende op het leeslijstje); The Brooklyn Follies van Paul Auster (de daaropvolgende); en The Penelopiad van Margaret Atwood in de nieuwe Myths reeks (misschien neem ik die er nog gauw tussen).

Wat zijn de laatste 5 boeken die je gelezen hebt?

Eugh. In omgekeerd chronologische volgorde (ttz meest recent gelezen eerst):

  1. Een Goede Dag voor de Ezel (Tim Krabbé)
  2. Het papieren huis (Carlos Maria Dominguez)
  3. Weight (Jeanette Winterson)
  4. Dood van een soldaat (Johanna Spaey)
  5. Lunar Park (Bret Easton Ellis)

Welke boeken hebben een speciale betekenis voor je?

Aaarrgghh.

  • Het Verzameld Werk van Willem Elsschot omdat het zowat de eerste ‘volwassenen-’ literatuur is geweest die ik heb gelezen
  • evengoed hetzelfde van Oscar Wilde, omdat het me door een examen heeft gehaald
  • A Room With A View van E.M. Forster, omdat ik dat gelezen wou hebben voor ik de film zag, en vervolgens zowat alles van Forster heb verslonden
  • Gilles et Jeanne van Tournier, dat ik gelezen heb omdat we op school ooit ergens Vendredi ou Les Limbes du Pacifique hebben besproken (zonder te lezen), waarna (na G&J te hebben gelezen) ik de omnibus heb gekocht met Vendredi, Le Roi des Aulnes en Les Météores (ik moet dat dringen allemaal eens herlezen).
  • Gödel, Escher Bach: een Eeuwige Gouden Band van Douglas R. Hofstadter: omdat het mijn eerste non-fictie boek was, ik nog in het middelbaar zat, en dat verdomd intellectueel overkwam.
  • The Rachel Papers van Martin Amis. Precies wat ik als adolescent nodig had (naast Boons Mieke Maaike).

Ugh. Maar ik hou ermee op, deze keer vóór het ontaardt.

Welke boeken zou je willen gelezen hebben?

Om te beginnen de ongelezen boeken die achter mij op het bed liggen. Daar ben ik nog een tijdje zoet mee.

(En het stokje is voor wie het wil hebben; een beetje zoals met het meest ongelezen boek en de vergeelde boeken).

Een reutel die niet eens afkomstig was van mijn luchtwegen, maar geheel en al onttrokken werd aan de harddisk van onze PowerBook. Een reutel des doods. Want zo’n reutel kan alleen maar duiden op een nakende faling.

Dus heb ik gisterenavond, met bonkende slapen, snel een back-up genomen en de laptop afgezet. Exit Apple. Tot ik een nieuwe HD heb. Deze was bijna vier jaar oud. Net zo oud als de computer, en intensief gebruikt. Maar een deftige score kan je dat toch niet noemen.

(Dat, en de batterij is ook al een tijdje om zeep. Drie-vier minuten werkt het ding zonder powercord.)

De koppijn is uitgezaaid naar lijf en leden. Zelfs mijn oogbollen doen pijn in hun kassen als ik durf ze te bewegen.

Vannacht ging het kwik vervaarlijk naar de 40 toe, maar de hersentjes werden alsnog niet gekookt. Al werken we daaraan.

Het griepseizoen is aangebroken.

Grappig! Google geeft niet thuis, en meteen zijn alle sites die gebruik maken van Google Analytics onbereikbaar.

Ik heb het rap uit de gent.blogt en mijn eigen template(s) gesmeten, en zie: geen enkel probleem meer. Niet echt klaar voor prime time, indeed.

Voorlopig blijft het AWStats.

[Update:] Google is ondertussen –vanzelfsprekend– al terug thuis!

« Older entries § Newer entries »