de tirannie van het brood

“Uw brood bakt zichzelf niet”, zo wist het deeg mij vannacht op geheel telepatische wijze mede te delen, luttele seconden nadat ik de televisie had uitgezapt en mij knus in bed had geïnstalleerd. Een deeg, dat nochtans om 18u een eerste sponzen voorrijs mocht ontvangen en een half uurtje nadien een kneedbeurt. Om tot slot opnieuw liefdevol de kom in te gaan voor een eerste rijstijd.

Iets voor twaalven wreef ik aldus de slaap opnieuw mijn ogen uit en toog ik naar benenden, alwaar het bewuste deeg mij nog net niet uit de kom tegemoet trad. Ik heb het neergeslagen en in twee gesneden, in twee bakblikken gelegd en die vervolgens –zoals steeds– in een doorzichtige plastic zak geplaatst. Ik heb mijn timer op een dik half uur ingesteld, de televisie opnieuw opgewarmd, en een stukje naar de dubbelaflevering van Lost gekeken –dat ik eerder die avond had opgenomen. Normaal gezien krijgt het deeg tijd tot het in omvang is verdubbeld, maar dat zag ik niet echt zitten. Na de toegestane tijd heb ik dan ook snel de oven voorverwarmd, het brood in het volgende half uur gebakken, uit de oven genomen ter afkoeling, en eindelijk mijn bed opnieuw opgezocht.

it's food, baby

Ziehier de snoodaard, wiens wederhelft deze ochtend reeds genadeloos door de snijmachine aan stukken werd gerijt. Het vraagt soms wat werk (al valt dat mee: meer tijd dan werk eigenlijk) –en vooral geheugen– maar zo lekker, zo’n vers- en zelfgebakken brood!

zeef, meet geheugen

Soms weet ik niet meer wat erin zit, in dat hoofd van mij. Dat het er niet lang in blijft zitten, dat is niet meteen een geheim –mijn korte-termijngeheugen laat zeer te wensen over. Normaal gezien vertrouw ik op een resem agenda’s, maar ook dat systeem is niet waterdicht, zo blijkt.

Gisteren werd de nieuwe Ancienne Belgique site site gelanceerd, en op die opening was ik –samen met een heleboel andere bloggers– uitgenodigd. En ik zag dat wreed zitten. Aansluitend was er overigens een concert van Tom Helsen voorzien, iemand die ik niet eens half slecht vind (ik heb hier nog ergens een cd van hem liggen). De nieuwe site werd ontworpen door de mensen van Netlash, waarvan u allemaal minstens Netlashen Bart kent. De nieuwe site site nogal wijs in elkaar, lees ook wat Netlash er zelf over te vertellen heeft, en als u de AB vaak bezoekt, maakt u zich maar beter een profiel aan –voor zover dat nog niet is gebeurd.

Edoch, het weekend was een beetje (gezellig) druk, waardoor ik zondag geheel op automatische piloot –na eerst, zoals beloofd, met Henri naar Junior Eurosong te hebben gekeken– richting De Centrale ben getrokken voor de wekelijkse portie Opatuur. Een solo concert van (Gentenaar) Frederik Leroux, een uitstekend concert, niet op muziektechnisch vlak, maar wel zeer creatief. Binnenkort leest u er meer over bij Het Project.

Frederik Leroux

(Canon EOS 5D, EF 70-200mmf/2.8L IS USM@180mm, f/2.8, 1/80s, 1000ASA)

slechte vader, slecht (bis)

Erm… nooit gedacht dat ik hier een vervolg aan zou breien –en al zeker niet zo snel. Edoch: vandaag (gisteren?) was het de 50e verjaardag van Kunsthal Sint-Pietersabdij, en ik heb de indruk dat ik het niet goed genoeg aangekondigd heb. “Dit,” beweerde ik stellig tegen Tessa, “is het meest onderschatte evenement van het jaar.” De dagevenementen hebben we helaas aan ons moeten voorbij laten gaan (we gingen een fiets kopen), maar op het avondfeest gaven we –voltallig– present. Tessa was pas terug van Londen, en we hadden niet meteen zin om Henri onmiddellijk een avondje weg te geven. Alleen thuislaten leek –ondanks het tegen alle verwachtingen in niet dramatisch afgelopen precedent– toch niet meteen zo’n opperbest idee, dus namen we Henri gewoon mee.

Om 18u begon er een aperitiefconcert van een trio troubadours (dat geen trio bleek en wel heel moderne muziek bracht), gevolgd door een concert van Lady Linn (die stond te bibberen in haar korte rokje). Daarna zijn we weg, dachten we, maar we raakten verslingerd aan de tapas (van de fenomenale Piet van tchin), en voor we het wisten stonden we midden de swing dansinitiatie (in de Hemel) en gingen we nadien meewiegen in de funk van de Zondeval, en zelfs even in de Hel.

Rond twee uur zijn we het dan toch afgebold –zeer tot ontsteltenis van Henri, die erop gebrand was zijn Charlatanstempel tot vijf uur te volbruiken. Ik heb hem naar huis gedragen.

it's henri, baby

De volgende keer dat hij zo laat uit mag, is op zijn 21e verjaardag.

[update 29/09/2008 – 12u]

“Allez,” zegt ons Tessa, “pas het nu maar al aan.”

Nog tijdens het optreden van Lady Linn –en na het verorberen van een paar heerlijke tapas– zijn we terug huiswaars gekeerd. “Leg u eens op de zetel,” vroegen we Henri, “en doe ne keer alsof ge uitgeput zijt. Maar zie wel dat we die stempel van de Charlatan goed kunnen zien.”

waar moeit u zich eigenlijk mee?

De fietsen zijn besteld –meer daarover later. Om tot de fietsenwinkel te geraken, haalden wij noodgedwongen de auto van stal. Enfin, dat was het plan, een Hollandsche medemensch trachtte ons op andere gedachten te brengen, door zijn voertuig –u raadt het al– voor onze poort te parkeren.

’s Ochtends waren wij nog met de tram de binnenstad ingetrokken. Henri doet mee aan de leesjury (Kinder- en Jeugdjury Vlaanderen) en vandaag was de eerste bijeenkomst. Twee boeken bracht hij mee naar huis, en hij heeft ze allebei ondertussen reeds uit –ik heb het gevoel dat het wat beneden zijn niveau zat. “Ge gaat zien,” zei ik nog tegen mijn doktertje toen we de huisdeur dichttrokken, “dat er straks enen voor onze poort gaat geparkeerd staan.”

Prijs dus. In het hotel konden ze ons niet verder helpen, maar de politie blijft uw vriend in deze materie. Tessa handelde de zaak af. “Weet ge, madam,” vertelde de vriendelijke diender nadat hij opnieuw had aangebeld toen de wagen getakeld was, “daarjuist kwam uwen overbuur ne keer horen.”

“Ah ja”, antwoordde Tessa, half nieuwsgierig.

“Ze wildigden weten hoe dat zat met die poorten, en dat niet iedereen hun poort als garage gebruikt. En als ze dat zei,” verklapte de agent, “wees ze nogal weinig subtiel naar ulder poort.”

“Och”, zei Tessa.

“Maar ik heb haar toch duidelijk gemaakt dat ze verkeerd was, want dat ik pertang gezien heb dat er nen auto in ulder garage staat, en ze was tons precies rap weg”, schaterde hij het uit. “Allez, nog een goe weekend hé madam.”

(Misschien is het familie van buurman?)

vrijdag zoefdag

Die vrijdagen, die gaan meestal nogal rap voorbij. Opstaan, voor ontbijt zorgen en Henri naar school brengen, gaan lopen, douchen, naar de wekelijkse persconferentie van het Gentse Stadsbestuur, een koffie in de Mokabon, middageten (in Vooruit deze keer: moussaka), terug naar huis, artikel over de persconferentie schrijven, en we kunnen aan het weekend beginnen. Gaat dat bij u ook zo ontspannend vlot, die aanloop naar het weekend?

(Straks –vanavond? vannacht?– komt mijn doktertje terug thuis van Londen. En gans het weekend zit ook al bomvol precies.)

Coings, oranges et cardamome

“Och, zijn dat kweeperen?”, vroeg ik vorige week half-extatisch bij de groenten- en fruitboer. Ik nam er meteen drie mee naar huis, goed voor één kilo. In Christine Ferbers Mes confitures zou ik zeker een recept voor kweepeerconfituur of -gelei terugvinden. Meer dan één zelfs, zo bleek. Maar alle vroegen ze om Jus de coing, en de recepten zelf om 1,3 kg (of 800 netto) vruchten. Dus ging ik de volgende dag terug om meer. Een kilo meer, en dan waren ze meteen ook uitverkocht.

it's food, baby

Zo’n kweepeer, dat ziet er –als ge geluk hebt tenminste– soms een beetje uit gelijk een gewone peer. Meestal zijn het echter van die knoestige dingen, die van ver nog wel eens aan een peer of appel laten denken. Ze zijn flink uit de kluiten gewassen, en dus ook nogal zwaar. Rauw smaken ze redelijk bitter, maar ze zijn heerlijk in confituur, of als compote. Ik had nog een beetje overschot, van zowel de jus als de vrucht zelf, en ik heb dat gisterenavond met wat honing tot compote verwerkt. Ik heb het Henri opgediend met braadworst en couscous, en hij was danig onder de indruk. (Ik heb hem nog niet verteld dat het kweeperen waren i.p.v. appels, ik zou graag hebben dat hij eerst van de confituur proeft. “Oh, appelconfituur”, riep hij vanochtend verblijd uit toen hij de potjes ontdekte.)

Uit een heleboel recepten heb ik uiteindelijk gekozen voor coings, oranges et cardamome. Al klopt dat niet echt, gezien ik geen kardemom in huis had, en dus maar kaneel heb gebruikt. Eén van de redenen waarom ik voor dat recept heb gekozen, is omdat er appelsien in zit. Een kweepeer, ziet u, dat heet in het Portugees marmelo, en daaruit is de benaming marmelade afgeleid. Een marmelade was oorspronkelijk een soort confituur, waarin kweeperen en een citrusvrucht werden verwerkt (meestal appelsienen).

it's food, baby it's food, baby

We zetten ons aan het werk. Als u kweeperen koopt, kiest u best de meest welriekende vruchten uit de voorraad.

Benodigdheden

  • 1,3 kg kweeperen, goed voor 800 g gekuiste vruchten
  • 20 cl jus de coing
  • 100 g kristalsuiker
  • 275 g suiker Maxi-Fruit 3+1
  • twee appelsienen
  • het sap van twee appelsienen
  • het sap van één citroen
  • een beetje kaneel (of een mespunt fijngeplette kardemom volgens het oorspronkelijke recept)

Voor de jus de coing

  • 2 kweeperen
  • water

Zo gemaakt

Dag 1, des avonds

Wrijf de kweeperen stevig af; vaak ligt er een donzig laagje op de schil. Spoel ze af in fris water, snij er de uiteinden af (zorg ervoor dat de zwarte uiteinden van de bloem weg zijn), en snij ze in vier. Leg ze in een kookpot, en voeg water bij tot de vruchten goed onder staan.

Breng dit aan de kook, en laat het gedurende een goed uur flink doorpruttelen –af en toe eens roeren. Doorpruttelen is een wetenschappelijke term waarmee men bedoelt dat in het water bubbels worden gevormd, maar dat er geen risico op overkoken is. Geen al te stevig vuur dus.

Giet het nadien door een chinois (zo’n puntvormig vergiet), en druk met een houten lepel stevig de vruchten uit tegen de rand. Verwijder de pulp uit het stramien, en giet de jus er nog eens door. Laat afkoelen, en plaats in de koelkast tot de volgende avond.

Dag 2, des avonds

Wrijf de kweeperen af, spoel ze af in fris water, snij de uiteinden eraf, en verdeel ze in vier. Haal de kern en de pitten eruit, en snij ze vervolgens in fijne schijfjes (u bent er even mee bezig). De vrucht verkleurt snel, dat is niets om u zorgen over te maken.

Spoel de twee appelsienen goed af, en wrijf ze droog met een handdoek. Snij ze in fijne schijfjes.

In een (confituur)kookpot verwarmt u deze schijfjes, samen met de 100 g kristalsuiker en het sap van de andere twee appelsienen tot de appelsienringen wat doorzichtig worden.

Voeg er dan de kweepeer aan toe, het citroensap, de (3+1) suiker en de kaneel (of kardemom als u er toch in huis had of hebt gehaald). Breng dit tot het bibberpunt, en giet het in een glazen pot. Het bibberpunt, dat is alweer zo’n wetenschappelijke term, waarin het zaakje begint te sudderen, en er wat bellen worden gevormd, maar nog net niet gaat koken.

Laat afkoelen, en plaats in de koelkast tot u de volgende dag opnieuw wat tijd hebt.

it's food, baby

Dag 3, des avonds

Breng het brouwsel van de vorige dag voorzichtig aan de kook (dit kan al gedeeltelijk opgesteven zijn, niet mee inzitten, dat wordt opnieuw vloeibaar), en laat een tiental minuten goed doorkoken. Schuim af waar nodig, roer voorzichtig, en let op de indikking.

Verdeel de confituur in potten en sluit die meteen af. Laat –zoals steeds– minstens een dagje afkoelen voor u de eerste pot aanbreekt.

it's food, baby

Deze confituur is heerlijk op een sneetje toast, maar ook op een pannenkoek, of zelfs bij –op diervriendelijke manier verkregen– foie gras. Smakelijk.