Dagvulling

Voor de meeste mensen is januari de maand waarin de goede voornemens worden gemaakt. Mijn levensritme volgt eerder schoolkalender, maar dat is meer een gevolg van de festivalzomer die via mijn *kuch* professionele activiteiten mijn schema bepaalt, dan door mijn status van eeuwige student. De zomermaanden, dat zijn ook die fantastische maanden waartijdens ik plots nog veel meer tijd met Henri kan doorbrengen –dat kan om kleine dingen gaan, zoals hij hier nu in mijn bureau (in mijn luisterzetel) zit te lezen terwijl ik werk.

Werkplaats door Bruno Bollaert

Zodra hij terug naar school gaat, hervat ik ook mijn nevenactiviteiten op een meer gedisciplineerde manier (zelfs lopen wijkt –beperkt, maar toch– voor de festivals).

Het aantal activiteiten en de focus wijzigen trouwens elkaar jaar een beetje. Constanten zijn lopen en muziek, maar de verbeiding is wat dit steeds meer tot een uitdaging maakt. En laat planning nu niet bepaald mijn sterkste punt zijn.

Edoch, ik heb het eens bekeken (lijstjes vind ik dan wel weer leuk):

  • Lopen: 3x per week ongeveer 2 u.
  • Sax: 1 u. per dag
  • Cello: 1 u. per dag
  • Gitaar/misc muziekstudie: 1 u. per dag
  • Mysterieuze activiteit: 1 u. per dag

En daarmee hebben we –afhankelijk of het een loopdag is– vier tot zes uur per dag gevuld. Het gaat om een conservatieve tijdsbepaling. Ik denk dat we zo zoetjesaan over uit de hand gelopen hobby’s kunnen beginnen spreken. Oh, en er is ook nog twee keer per week orkestrepetitie (‘s avonds), en ik heb één keer per week celloles.

Werkplaats door Bruno Bollaert

En het zou kunnen dat ze volgend jaar opnieuw volwassen beginners gaan toelaten voor degen of floret in de Confrérie, en ik zou daar misschien wel eens aan durven beginnen samen met de vader van een schermgenoot van Henri (als mijn schouder niet te veel zaagt).

Ah, the possibilities!

Aanloop

Henri door Bruno Bollaert

Nu september om het hoekje tuurt, worden alle gebruikelijke (niet-vakantie) activiteiten opnieuw naar actief gebracht. Henri gaat volgende week opnieuw naar school, hervat de trompetlessen en zal opnieuw schermen. Tijd om wat aan de conditie te doen, dus gingen we (t.t.z. ging hij) vandaag wat zwemmen. Sinds hij terug is uit Venetië oefent hij ook opnieuw elke dag trompet, en zodra het echt september is, gaan we ‘s ochtends ook opnieuw samen lopen.

Cello door Bruno Bollaert

En neuralgische amyotrofie be damned: het is mijn schouder, en hij gaat doen wat ik wil. (Al laat hij mij voorlopig toch serieus wat kermen.) Elke dag kan ik een paar minuten langer spelen, ik ben vastberaden de cellolessen te hervatten (de eerste les is 12 september, denk ik). De saxofoon laat zich gewilliger bespelen, en ik ben nog wel een paar andere dingen van plan.

“Ge gaat uw lichaam heletegans kapot maken, met uw lopen en uw cello en…”, houden ze mij voor. Jaja. Ik zou Kurgan kunnen citeren, maar dan gaat u mij onmiddellijk naar Kurt Cobain verwijzen natuurlijk.

Jargar

Jargar door Bruno Bollaert

Dat het misschien geen kwaad zou kunnen om er eens nieuwe snaren op te leggen, suggereerde Thomas mij. Spijtig dat er geen kadootjes worden gegeven voor Hemelvaart, voegde hij er nog aan toe.

Maar kijk, ‘t is maar een woord. De Jargars die hij aanraadde, blijken gelukkig tot de betaalbare cellosnaren te horen. We gaan eens zien wat dat geeft. (Of liever: horen.)

Cello: let’s dance! (Übungen auf 2 Saiten)

Het gaat goed met de cellolessen, dankuwel. Ik ben nog steeds bezig mijn draai te vinden op/met de losse snaren, en we zitten ondertussen aan bladzijde vijf van Dotzauer. Bladzijde vijf, dat betekent Übungen auf 2 Saiten ofte Oefeningen op 2 snaren. Voornamelijk de la en de re snaren (de hoogste), maar vanzelfsprekend ook een toonladder (over twee octaven).

Übungen auf 2 Saiten door Bruno Bollaert

We zijn er nu al een paar weken mee bezig, en vooral dat vijfde deel van nummer 11 is een doorbijter. De wissel van eerste vinger op de la snaar naar de tweede vinger op de re snaar, vroeg meer oefening dan verwacht, maar ik begin het stilletjesaan onder de knie te krijgen. Wat niet wil zeggen dat mijn noten altijd even –ahem– toonvast zijn. Thomas is meestal wel content, en ik van zijn lessen, want het aantal tips dat ik van hem meekrijg op één zo’n les is niet op één hand te tellen. Het is allemaal detailwerk. De pink van de linkerhand schuin houden op de snaar geeft bijvoorbeeld een iets hogere klank, dan wanneer je diezelfde pink op dezelfde plaats (lood)recht op de snaar zet. De rechterhand moet in een rechte lijn op de arm volgen, en mag niet gebogen zijn, ook op de (f-cking) do snaar.

Let's Dance! door Bruno Bollaert

Sinds het derde trimester doe ik ook mee in het beginnersorkest. Dat is voornamelijk op strijkers gericht, al zitten er ook twee (alt)saxen bij. Als ik mij niet vergis zijn er twee violen, vier cello’s en, sinds Tessa maandag is meegekomen, één contrabas. (Zo krijg ik haar ook nog eens te zien.)

De partituur voor de tweede cellostem is veel eenvoudiger dan wat we in de les krijgen (losse snaar en één vinger), maar met de toevoeging van de samenspeldruk. En de partituur is er iets ingewikkelder op geworden nu ook Tessa meespeelt: de tweede stem cello speelt ook de baspartituur mee. Op de vierde lijn van het stuk hierboven zitten we met de sol (vierde vinger op de re snaar), dan naar si (eerste op de la snaar), de la (losse snaar), dan opnieuw sol (4e re), fa kruis (3e re), mi (1e re), en re (losse). En ‘lively‘ in 2/4 wil alvast zeggen: niet treuzelen.

Ook bijgeleerd: de tweede lijn is pizzicato (tokkelen), maar in het midden van de derde lijn verandert dat naar arco (strijken). En ondertussen in het ritme blijven.

Ik amuseer mij te pletter. Serieus. Een instrument leren bespelen is van het leutigste dat er is.

Cello (VIII): gelijk een gordijntje

Een van de belangrijkste onderdelen van een cello is de strijkstok. Reserveer zo ongeveer een derde van de aankoopprijs van uw cello voor de strijkstok, zo wordt mij ingefluisterd. In concreto: de gemiddelde studentencello van 3.000 euro wordt bespeeld met een strijkstok van 1.000 euro (niet dat zulks een verplichting is vanzelfsprekend). Ik slik nog steeds eens flink bij het zien van die bedragen, en speel lustig door op mijn –iets minder dan fantastische, maar ruimschoots volstaande– gehuurde cello. Al was er een kleine onderbreking, vorige week.

“Wel, er zat zo één haartje los,” legde ik uit aan de telefoon, “en toen ik daar aankwam, loste er nog eentje, en nog eentje, en dan plots kwam al de rest los, gelijk een gordijntje.”

Cello : de strijkstok door Bruno Bollaert

Dat was vorige donderdag, en toen ik de strijkstok allengs kwam tonen in de V.E.M., was het rustige verdict dat ik hem gewoon moest laten herharen. Vrijdagochtend leverde ik hem af bij Luc Deneys in de Sint-Jacobsnieuwstraat. “Woensdag moogt ge erom komen”, gaf ook die luchtig mee, en toen hij de wanhoop op mijn gezicht zag, kreeg ik prompt een vervangstok in handen gedrukt.

Maar ziet, ik heb hem al terug, sinds vanochtend, en ik heb hem al wat ingespeeld ook.

Dat duet vorige week, is trouwens vlotter verlopen dan verwacht. Ik was ‘lichtjes’ gespannen, maar mijn klank werd goed bevonden, en ik kreeg weer een heleboel tips mee. Meer ontspannen, ik weet het.

Cello (VII): workout

Het begint serieus te worden, met die cello. Wie al langer cello speelt, zal die uitlating straks behoorlijk grappig vinden, maar ik zit momenteel nog steeds in de fase waarin het allemaal nieuw blijft.

Cello door Bruno Bollaert

Zowat de meest fundamentele oefeningen die er zijn, maar ziet: ik mag (moet) al mijn vingers van de rechterhand gebruiken om ze uit te voeren. Vorige week was ik daar iets té geestdriftig aan begonnen, waardoor ik daags nadien enkel de losse snaren kon oefenen wegens spierpijn. Grappig, ja, ik weet het. En het blijft voorlopig nog bij pizzicato (tokkelen), behalve het duet (aan twee balken per stem) dat op de volgende bladzijde staat en dat ik –normaal gezien– straks met Thomas ga spelen. Enfin, hij gaat spelen, ik ga geluiden voortbrengen die ergens in de buurt van de gevraagde noten liggen. U weet hoe dat gaat.

Neen, dit is niet de gebruikelijke manier waarop men een duet speelt op cello.

Cello (VI)

We beginnen elke les op zowat dezelfde manier. Thomas stemt de cello met pijnlijke accuratie, checkt mijn zithouding, de hoek van de cello, hoe ik de strijkstok vasthoud, en of ik wel ontspannen ben. “Denk aan niets, en denk vooral niet over hoe je moet bewegen”, beklemtoont hij. Ik krijg er een paar nieuwe oefeningen bij. Vloeiend een keer of twee over een kort stuk van de stijkstok heen en weer bewegen, aan de slof, in het midden, aan de tip, en dan pas de lange noten over de hele strijkstok op de losse snaar spelen. En ook de strijkstok heel snel van de tip tot aan de slof duwen, en omgekeerd trekken van de slof tot de tip. Daarbij mag ik niet op het geluid letten, maar enkel op de resulterende houding aan het eindpunt. Thomas corrigeert; millimeterwerk, met een nauwkeurigheid zoals hij die toepast bij het stemmen, en vraagt mij telkens de posities losjes te onthouden, en wanneer mogelijk daarnaar terug te grijpen. Hij is al zeer te spreken over mijn manier van strijken, en mijn houding in het algemeen.

Hij verbetert ook mijn pizzicato. Ik mag de snaar niet wegtrekken langszij, maar eerder omhoog. En we werken aan de positie van mijn linkerhand. Ik leer gigantisch veel bij. “De hand moet los zijn, om een ballet te kunnen dansen op de snaren; zeker als we dan aan snellere noten zullen beginnen.” Ik werk geduldig verder aan de basis, want ik besef ondertussen hoe belangrijk het is.

De heilige graal van de cellisten: de zes suites van Bach für Violoncello solo. Ik heb de partituren al liggen (Urtext editie), maar aan meer dan ze mee te lezen als Janos Starker of Jean-Guihen Queyras of Pieter Wispelwey of Ophélie Gaillard ze spelen, kom ik vooralsnog niet toe natuurlijk (en dan nog).