houston, we have a situation

“Papa,” kwam Henri gisterenavond bij me aan de computer staan, “ik moet u nog iets vertellen. Ik ben vandaag gevallen.”

Hij tracht zijn hoofd opzij te draaien, slaakt een kreet, en draait –ipv zijn hoofd– zijn lichaam een kwartslag. Op de rechterkant van zijn hals zie ik in het duister iets wat op de afruk van een zuigkus lijkt.

“Het ziet er nog zo erg niet uit”, troost ik hem. “Ik zal eens voelen.”

Mijn vingers raken de plek nog niet half aan, of hij krimpt ineen van de pijn. En hij is niet meteen een ‘klager’ (geheel in tegenstelling tot zijn vader). Mijn madam, de dokter, is natuurlijk weer net nu op congres. Gezien mijn beperkte medische kennis besluit ik toch maar een telefonisch consult te beleggen.

“Ik keer onmiddellijk terug”, klinkt het bezorgd aan de andere kant van de lijn. “Is hij duizelig, kan hij goed op zijn benen staan, heeft hij braakneigingen?”

Na lang inpraten weet ik haar toch te overhalen daar te blijven. Ik heb geen zin om mij tweemaal zorgen te maken, om Henri én om Tessa, die dan tijdens een vriesnacht vanuit Genval met de wagen terug zou keren. We zien morgen wel. “Maar laat mij wel iets weten als er iets aan zijn toestand zou veranderen”, geeft ze uiteindelijk toe.

Vanochtend had hij nog steeds pijn (en vannacht heb ik hem een paar keer in zijn slaap ‘ai’ en ‘auw’ horen roepen), maar verergerd leek zijn toestand niet. Aan het ontbijt klaagt hij plots over hoofdpijn, en dat hij zoveel speeksel in zijn mond heeft en of hij dat niet in de pompbak mag uitspuwen. Ik vlucht naar boven, waar mijn GSM ligt op te laden.

“Dan kom ik nu naar huis”, besluit de dokter. “Ik ga er toch mijn gedachten niet kunnen bijhouden. Ik wil foto’s laten maken om een aantal dingen uit te sluiten. Als er iets gebroken is, of gekneld, of een bloedopstapeling, kan hij straks bij een verkeerde beweging verlamd raken.”

Nu word ik pas ongerust. De schoonouders worden opgetrommeld (ik moest een aantal zaken regelen deze voormiddag) om alvast met Henri naar het UZ te rijden, en daar Tessa op te wachten. Veel kan ik daar toch niet doen, dus trek ik met een klein hartje naar de Post, en naar de Bijloke, waar ik foto’s zou nemen voor Het Project.

Bij de Post is er een te lange rij, waardoor ik mijn afspraak in de Bijloke dreig te missen, dus wandel ik opnieuw naar de Bijloke (waar ik daarnet 20 minuten te vroeg was). Daar blijkt dat mijn afspraak eigenlijk morgen is, dus wandel ik opnieuw naar De Post, waar ik in een nieuwe rij wachtenden mag plaatsnemen. Ondertussen heb ik drie kwartier over en weer gelopen, onderwijl niet aflatend naar mijn madam bellend, die zich evenwel binnen in het UZ bevindt alwaar de signaalsterkte –indien dat mogelijk was– zich onder nul bevindt. Dus zit ik mijzelf op te vreten van de zenuwen –en ik ben eigenlijk een zeer kalme mens in situaties waar andere panikeren. Maar dit gaat om mijn zoon verdomme.

Een paar foto’s, pediaters, werveldeskundigen en gelijkaardige(n) verder, slaag ik er toch in mijn madam aan de lijn te krijgen. Alles is in orde, en het zou zich binnen tien (of zo) dagen als vanzelf moeten oplossen. Het is een kneuzing, doet veel pijn, maar zou verder geheel onschadelijk moeten zijn.

*zucht*

3 gedachtes over “houston, we have a situation”

Reageren niet meer mogelijk.