…wegens ziekte. Tot morgen!
You are currently browsing articles tagged ziek.
Toen ik vanochtend wakker werd, zag ik de bui al hangen. Niet letterlijk natuurlijk, want buiten hing er een heerlijke mistbank, en toen ik een uurtje later met Henri langs de Blaarmeersen passerden werden we –gratis ende voor niets– getrakteerd op schitterende taferelen. Hopelijk krijgen we morgen iets vergelijkbaars voorgeschoteld, en dan trek ik erop uit met mijn fototoestel en tripod.
Maar goed, die bui. In eerste instantie voelde het nog aan als een verkoudheid: een beetje een waterig gevoel, met een zeurderige hoofdpijn. Dat loop ik er wel uit, dacht ik toen nog, want het zou niet de eerste keer zijn dat de frisse ochtendlucht mijn hoofd weer helder maakte. Lopen bleek evenwel geen goed idee, want tegen dat we –Henri heeft vrij vandaag– de Blaarmeersen bereikten, kwamen er heelder vloedgolven kotsneigingen opzetten. Twee rondjes zaten er niet in, en dat ene rondje heb ik eerst heel rustig afgelegd, dan toch iets sneller (te snel) om gauw weer thuis te kunnen zijn.
De natuurlijke manier getracht, met een aaangename douche en een verkwikkend ontbijt, maar de malaise nam alleen maar toe. Dus heb ik zopas een Sumatriptan (50mg) genomen, om de opkomende migraine te bezweren. Voorlopig zonder gevolg, de hoofdpijn linksvoor blijft aandringen, en de nausea neemt niet echt af. Ik ga maar eens een dutje doen, terwijl Henri leest.
‘t Was lang geleden, maar ik heb nog eens migraine (ik bespaar u de gedetailleerde uitleg)
Dat betekent evenwel dat al mijn zorgvuldig geplande activiteiten voor de rest van de dag niet kunnen doorgaan. Jammer, want ik had een bijzonder drukke en belangrijke dag voor de boeg, en ware het niet dat ik er bijna een uur over gedaan heb om dit te tikken wegens betraande gen en kotsneigingen, zou ik alles toch afgehandeld hebben. Zo belangrijk was mijn dag. (Jaja, dat is een referentiepunt, want als persoon met hypochondrische neigingen zoek ik mijn bed op zodra ik het begin van een hoofdpijn voel opkomen.) Ik hoop in elk geval dat ik morgen naar de Flemish Jazz Meeting kan, want dat zou een regelrechte ramp zijn, als ik daar niet naar toe kon.
Naast migraine heb ik bovendien ook veel ideeën, en misschien is het ene wel met het andere in verband te brengen. Dat of een teveel aan koffie natuurlijk.
Vanochtend heb ik een paar treinen laten passeren. Ik voelde me te uitgeput om opnieuw met de motor naar het werk te gaan –ik ben een beetje ziek– maar ik had evenmin zin om me op te jagen. “Je ne suis pas pressée“, zei stagiaire B. trots tegen mij daarnet. Stagiaire B. is heeft de Amerikaanse nationaliteit, en zo probeert hier en daar een paar woordjes Frans op te pikken. “La semaine prochaine je veux apprendre le néerlandais.” Gepresseerd was ze zeker niet, want het duurde een kwartier om die zin uit te spreken. En dan mag u al blij zijn dat u haar Engelse tongval er niet bij hoort.
De krant zat niet in de bus, vanochtend, dus ging ik nog gauw een stripverhaal van op mijn nachtkastje halen voor bij het ontbijt. Lezen bevordert de spijsvertering –maar zeg dat maar niet tegen Henri. De madam bleef onderwijl rustig voortslapen (ze kan het gebruiken), en we hebben Henri getraind niet naar beneden de komen voor zijn wekker afloopt –en op weekdagen is dat om 07u00.
Even voor ik het huis verliet stonden ze allebei op, en eigenlijk had ik nog de 07u17 (naar Brussel Nationaal Luchthaven) kunnen nemen, of de 07u27, maar Michel had mij geleerd dat –terwijl ze op de 07u27 allemaal staan te dringen– er altijd plaats is op de 07u30. Dus heb ik twee treinen laten wegrijden. Ik kan evengoed nog wat lezen, hier in de ochtendzon, zo dacht ik, in plaats van weer veel te vroeg op het werk aan te komen.
Dus was ik een beetje later dan gewoonlijk op het werk (een kwartier), en daarom ga ik zo meteen ook een beetje later vertrekken. Er gaat er een trein om 16u23, om 16u31 en om 16u48. Maar misschien ga ik eerst nog wel een koffie drinken. Ik ben niet gehaast.
Tags: familie, fotografie, henri, photoblog, ziek
…dat was toch de bedoeling, niet?
Gisterenavond van interview gedaan met de jongens van Absynthe Minded. Ttz ik heb foto’s genomen, en tvdv heeft van interview gedaan (en zeer goed, overigens). Achteraf naar het concert, Coparck in het voorprogramma, hoofdact voornoemde Absynthe Minded, die meteen ook hun nieuwe CD aan het publiek voorstelden. U leest er vandaag of morgen of maandag meer over bij Het Project.
Gezien ik ook analoge foto’s heb gemaakt –die ik naar alle waarschijnlijkheid dit weekend zal nog hebben– ben ik vanochtend (*kuch*10 uur*kuch*) foto’s gaan binnensteken, die van vorige week terug meegebracht, en straks kan ik die van gisteren gaan afhalen. Ondertussen artikels klaarzetten, voor Henri zorgen, en de madam is gaan toeren (van wacht namelijk).
Om u maar te zeggen, dat ik niet op mijn gat zit (of toch wel, maar goed u hoeft niet altijd alles letterlijk te nemen). En ik vind dat verschrikkelijk wijs.
—
Henri is al veel beter. Gisteren, zo heb ik gehoord, heeft hij niks gegeten, enkel gedronken, en zelfs dat kwam er meer wel dan niet quasi-onmiddellijk terug uit. Vanochtend ging het ook nog niet, maar ondertussen heb ik hem een bananen/kiwi-milkshake gemaakt, en alvast één glas is (voorlopig) in zijn maag gebleven. Ondertussen ziet hij zelf de minestrone zitten die ik voor hem (en ook een beetje in functie van een en ander bij Het Project volgende week) zou klaarmaken.
Ik denk dat hij op het genezende pad is.
Vanochtend is Henri opgestaan met 39 graden koorts. De telefonische vraag vanuit Noord of dat veel was, zo ’s ochtends, werd resoluut bevestigend beantwoord. Dat ik dat zelf niet weet nee, want gezien 37,5°C voor mij al zware koorts is, ben ik bij 39°C al lang overleden.
Het was een zielig hoopje zoon, dat gisterenmiddag bij mij werd binnengedragen. Een eerste temperatuurmeting toonde 37,7°C (ver over mijn grens dus), en de rest van de dag spendeerde hij slapend in het Grote Bed™. Zeer ongewoon voor zijn doen, want, ziek of niet, stilzitten is er voor hem niet bij. Rond vier uur is hij wakker geworden, en terwijl ik een artikel voor Het Project probeerde af te werken, vuurde een zwak stemmetje vanuit de aanpalende kamer vragen op mij af.
“Papa”, klonk het nauwelijks hoorbaar. En toen ik niet reageerde opnieuw “papa?”, “papa?”.
“Ja jongen, ben je wakker? Alles OK?”
“Ik heb zo’n hoofdpijn, papa, en mijn wangen gloeien zo…”
“Ik zal straks eens komen kijken, hé jongen. Ik moet eerst nog een artikel afwerken. Ondertussen mag je wat tv kijken, als je wil.”
“OK, papa.”
Vijf minuten later was hij er opnieuw. Wanneer ik nu zou komen, want dat hij veel hoofpijn had. “Maar ik kan je niks geven hé jongen. Pas vanaf 38° heeft uw mama gezegd.” Maar toen ik zijn temperatuur opnieuw ging meten, duidde de thermometer 38,6 graden aan. De twee lepels koortswerend middel hielpen niet veel.
’s Avonds heeft hij weinig gegeten, hooguit een vork of drie groenten en een beetje fruit.
“Hebt ge goed geslapen, vannacht”, vroeg de madam mij daarnet. En toen ik dat beaamde: “ah ja. Want gij weet niet dat hij om één uur vannacht aan ons bed stond hé. Vanuit de badkamer waar hij eerst gekotst heeft? ‘Ik heb maar rechtstreeks in de WC gekotst’, zei hij toen hij mij kwam wakker maken, bibberend van de koorts. En daarjuist, in de auto van mijn ouders, was hij aan ‘t schreien van de pijn.”
En dat is hoegenaamd zijn manier van doen niet. Ik ben er niet gerust op.

