BRAIN//CHILD

Kent ge dat? Het ligt op de tip van uw tong, maar het wil er maar niet uit rollen (het zou bij mij nochtans met een schone Gentse ‘r’ zijn). Dat gevoel heb ik nu al een week. Ergens in mijn hoofd zit er een connectie die maar niet gelegd wil worden. De muziek van het (met gastmuzikant Bo Van der Werf) tot sextet uitgebreide kwintet van Artan Buleshkaj en Daan Demeyer klinkt zó vertrouwd in de oren, maar ik kan ze net niet thuisbrengen. Zelfs niet (of juist daardoor niet) na een ganse week naar hun pas uitgebrachte eponieme album te hebben geluisterd. Ik ging vorige maandag (13.02.2017) luisteren in Trefpunt.

De sfeer in Trefpunt (ik kom daar veel te weinig) is in niets vergelijkbaar met die van pakweg de Hot Club. Het overgrote deel van de mensen komt er om te praten (en te drinken), en de muziek lijkt op het eerste gezicht eerder een secundaire rol te spelen. Wanneer de muzikanten hun optreden starten –beschamend op tijd voor een jazzgroep– worden ze door het grootste deel van het café dan ook passief genegeerd. Passief, daarmee bedoel ik dan dat de meeste mensen wel doorhebben dat er gespeeld wordt, maar daarvoor hun gesprekken niet onderbreken. Naarmate de inleiding van nauwelijks hoorbaar aanzwelt tot stevig, verstillen de gesprekken en gaan de hoofden steeds meer meeknikken op het dwingende ritme. “Niet echt heletegans belabberd, dienen jazz.” Wanneer wat later het nummer “Between One and Two” (een stuk van Daan Demeyer) wordt geïntroduceerd, roept iemand uit het publiek algauw “lies three“. Abstracte wiskunde heet dat.

De muziek is heel harmonisch. Grote stukken melodie worden unisono gespeeld door groepjes instrumenten: Fender Rhodes met sax en gitaar, tenorsax en bariton sax, elektrische bas en Fender Rhodes en bariton sax, … Johann Fux zou trots zijn op zoveel contrapunt. Het draagt bij tot de onmiddellijke herkenbaarheid van de muziek, maar haalt tegelijkertijd meteen ook de spanning wat uit de toch wel heel lineaire muziek.

Af en toe komen er wel eens dwarse slagen van drummer Raf Vertessen of haakse ritmes van bassist Alessandro Fongaro tegenover, maar het geheel blijft vooral goed te volgen –zelfs wanneer toetsenist Daan Demeyer helemaal loss gaat op zijn Fender Rhodes. En de muzikanten spelen goed. Op het album valt het niet zo meteen op, maar tenorsaxofonist Nicolò Ricci voelt zich ook live helemaal thuis in die heerlijke hoge registers van zijn instrument.

Iedereen krijgt de kans om uit te blinken, van de opvallende toetsenist (live meer dan op het album) die tijdens een schone drumsolo met gefrutsel aan een paar elektronische gizmo’s voor een neutrale achtergond zorgt, tot de drone van de bassist en alles wat ik hierboven reeds vermeldde. En nee, we vergeten vanzelfsprekend Bo Van der Werf niet.

Het lijkt wel alsof Van der Werf ervoor behoed is het laken niet te veel naar zich toe te willen trekken. Zijn solo’s zijn vooral to the point, helemaal noodzakelijk in het muzikale dénouement en ontdaan van de vaak goedkope franjes die men bij de somtijds iets te overijverige jonge garde wel eens pleegt terug te vinden.

Maar ik ben er nog steeds niet uit dus. Ik herken in de muziek flarden van Toine Thys, maar net zo goed Yves Peeters. Het is vooral de manier waarop die sax aanblaast, en dan de harmonie erachter. Luistert u vooral zelf eens (naar ‘Wetty Sprinter’ bijvoorbeeld), en laat het mij gerust weten als u het gevonden hebt. Live beslist nog meer de moeite dan op plaat trouwens!

BRAIN//CHILD feat. Bo Van der Werf, gehoord in Trefpunt, Gent op maandag 13.02.2017 / Nicolò Ricci, tenorsax; Artan Buleshkaj, gitaar; Daan Demeyer, Fender Rhodes; Alessandro Fongaro, elektrische bas; Raf Vertessen, drums; Bo Van der Werf, baritonsax

BRAIN//CHILD is nog steeds op release tour, en vallen o.a. te beluisteren op woensdag 22.02 in Café De Koer (Meibloemstraat 86, Gent).

Artan Buleshkaj speelt op donderdag 9.03 in duo met Daan Demeyer bij Opatuur in Mub’art – Brasserie MSK (Fernand Scribedreef 1, Gent)

Jazz van stelling naar steiger

Gisteren begon opnieuw in de Hot Club. Begon, want ik had net op tijd (her)ontdekt dat er ook nog elders een concert was, dat ik eigenlijk ook wou meemaken. (Het steegje, dat toegang geeft tot de club, ligt overigens een beetje verscholen achter de grote stellingen voor de gevels van ex-Optiek Van Wesemael en de parapluwinkel Télescoshop. Enfin, verscholen: er hangen een paar grote spandoeken die de locatie van het etablissement van zich af schreeuwen.)

Op het podium van de Hot Club stond bassist Jos Machtel te soundchecken ipv de op de website aangekondigde Emanuel Van Mieghem, en drummer Ancor Miranda bleek zich te hebben gemetamorfoseerd in Matthias De Waele. Enkel pianist Daan Demeyer bleef nog over van de aangekondigde bezetting, al mag u dat op geen enkele manier interpreteren als had ik daarop kritiek. Een weinig verwonderlijke wissel trouwens, in de zin dat die muzikanten al langer samen spelen, bijvoorbeeld in het Daan Demeyer Trio (en Quintet), waardoor ik mij op den duur begin af te vragen of het niet gewoon fout op de site stond.

20150224_jazz01

De tafels waren uit het café verdwenen, de stoelen stonden in vier rijen naar het podium gericht, waarbij de voorste rij –vanzelfsprekend– bijna volledig vrij bleef. Achter mij, direct achter mij, heeft zo’n enthousiasteling plaatsgenomen die het ganse concert als een duracelkonijn opgewonden met de voet de maat meetikt of dat tenminste probeert en daar jammerlijk in faalt. De man ziet er zo content uit in zijn (gedeeltelijk alcoholisch geïnduceerde) roes, dat ik er mij gewoon bij neerleg.

20150224_jazz02Het eerste nummer van het trio, I Mean You van Thelonious Monk, is zo standard als maar kan zijn. De piano schiet staande uit de startblokken, gretig op de hielen gezeten door de bas en aangevuurd door de drum. Dra volgen de aan het genre verschuldigde solo’s: eerst piano, dan bas, dan drum, in dezelfde volgorde waarin ze hun gecontroleerde stampede zijn begonnen. Drummer Matthias De Waele speelt overigens met een geheel voor (de meeste) drummers atypische ingehoudenheid, vol summiere brushes en een paar strakke cymbalen.

Het publiek gaat vol overgave helemaal mee in de aanstekelijke stukken, en al helemaal de olijke maar helaas ritmisch beperkte medemens die nog steeds op de stoel achter mij zit. Ik geniet mee met volle teugen, veilig in de wetenschap dat er geen al te experimentele patserijen zullen volgen. Verstoken van avontuur en geestdrift blijft het echter absoluut niet, zoals wanneer Jos Machtel gelijk een rots in eigen branding obstinaat een aantal tegendraadse frasen de stukken in laat tuimelen. We krijgen zeer vakkundige en uitbundige versies van All Or Nothing At All en van Tiny Capers van Clifford Brown. Als How Deep Is The Ocean wordt afgekondigd, zetten de twee studentes naast mij zachtjes How Deep Is Your Love van de Bee Gees in.

Bij de pauze vertrek ik naar El Negocito, een beetje met spijt in het hart, maar ik wou absoluut Steiger aan het werk zien. Het aanvangsuur van het concert aldaar stond aangekondigd als 21.30 u. en ik hoopte de tweede set nog mee te kunnen pikken. Al was mijn verrassing (alweer) niet echt groot toen ik daar iets na tienen ontdekte dat de eerste set nog niet was begonnen.

20150224_jazz03

Zat de Hot Club de avond voordien helemaal vol, dan kon er gisterenavond in El Negocito bij momenten zelfs met een schoenlepel niemand meer bij. Niet dat er zoveel meer volk was dan op een gewone avond, fluisterde men mij toe. Om de muzikanten een podium te kunnen geven, werden er gewoon een paar tafeltjes weggepakt.

Steiger is het trio van pianist Gilles Vandecaveye, bassist Kobe Boon en drummer Simon Raman. U kon ze vorig jaar al op de Garden Stage van Gent Jazz Festival bezig horen, en ze lijken helemaal klaar voor meer te zijn –inclusief een geestdriftig publiek, dat duidelijk niet alleen voor het eten en de pisco sour naar de Negocito was afgezakt.

Het trio speelt een gedreven set, die abstract genoeg klinkt om een zekere mystiek (of op zijn minst mysterie) op te wekken, maar weet uitstekend het evenwicht te verkrijgen met een (soms bijna zingbare) melodische drive om zo de aandacht gaande te houden. Het zou vermoedelijk niet verkeerd zijn om te stellen dat de groep graag verhalend tewerk gaat, om niettemin gretig af te wisselen met een paar pulserende uptempo stukken die bijna dwangmatig de aandacht opeisen. Vandecaveye laat de noten soms stotterend vertellen, als zoekt hij naar de juiste manier om in een klaterende dialoog met het verhaal verder te gaan.

Na een dik half uur is die eerste set helaas voorbij, en moet ik ook mijn verdere impressie staken. Geen nood, op 24 maart en 7 april komen ze terug –als u vroeg genoeg komt, kan u mogelijks zelfs een zitplaats versieren.

Er valt zowat elke dag (behalve op vrijdag en zaterdag) een concert mee te maken in de Hot Club. De concerten in El Negocito zijn meer gespreid. De plaatsen op beide locaties zijn eerder beperkt.

Nu vrijdag, 27 februari, kan u in het S.M.A.K. terecht, alwaar het El Negocito Records label het nieuwe Ifa y Xango album voorstelt (22.30 u.), voorafgegaan door een concert van Han Bennink en Jasper Stadhouders (20.30 u.). Toegang: 10 euro (20 euro voor toegang + cd).