bespreking

You are currently browsing articles tagged bespreking.

De trein der traagheid, zo kon het dagje filmfestival gisteren wel omschreven worden. Bij het begin van de laatste film, O’Horten (Bent Hamer), was ik er even van overtuigd dat ik afstevende op een loungy film vol sfeerbeelden van Noorse sneeuwlandschappen en treinen –een schitterende begingeneriek– maar de film bleek ook andere dan treinbeelden te bevatten. Meer zelfs, veel treinen kwamen er niet echt meer in voor, na die generiek. O’Horten is een trage, absurde vertelling, die niets te bewijzen of leren heeft, maar waar u desgewenst veel uit kan halen (dat hoeft niet, dat hoeft niet, serieus). Bovendien krijgt het bonuspunten voor het einde, dat eerst leek te verzeilen in een cliché, maar daarna schitterend wordt opengetrokken. Geen film om als laatavondvertoning te bekijken, daarvoor is hij te traag, maar ik zou hem u zeker niet ontraden.

Ook in La ragazza del lago (Andrea Molaioli) ligt het tempo niet meteen hoog. Het is geen favoriete film geworden, daarvoor is het verhaal wat te dunnetjes, maar er zitten mooie momenten in. Geen blijver, maar een degelijke middelmaat voor wie van die weinig spanning bevattende thrillers houdt. Komt ooit nog wel op Canvas terecht.

Absoluut waardeloos, en dat is de eerste film op dit filmfestival die deze omschrijving verdient, is Mollycam (Aage Rais-Nordentoft). Deze film is een samenraapsel van de grootste YouTube zever en homemade pronofilmpjes die her en der op internet verspreid staan. U vindt overigens fragmenten terug op YouTube: mollycam90 (ik heb ze niet herbekeken). Op zijn best is het slechte porno, maar mijn gezelschap vond dat ik zelfs daarmee te vriendelijk was voor dit onding. Manipulatief tienertje leidt tienerbloot-geïnteresseerde politieman om de tuin, geeuw ik u even toe. Zelden zo’n brol gezien.

14 films dusver.

Tags: , ,

Veel goeds, gisteren op het Filmfestival, en daardoor voelen we ons geneigd wat kieskeuriger/strenger te zijn.

Stella (Sylvie Verheyde) is een prachtig stilleven, een beslissende momentopname in het jonge leven van een meisje dat haar studies in de middelbare school begint. Stella’s ouders hebben een café, waar het meisje op een nogal volkse (soms marginale) manier leeft. Als ze voor het eerst naar het middelbaar gaat, komt Stella tot het besef dat dit haar kans is op een ander leven. De portrettering in deze film is sober, al is het jammer van de manier waarop bepaalde clichés over de sociale context toch nog worden aangehaald en daardoor een beetje bevestigd lijken. Niettemin een geslaagde film van een veelbelovende cineaste.

Vicky Cristina Barcelona is een typische Woody Allen film. Het belangrijkste aan de film is het verhaal en de dialoog, en wel dermate dat de dialogen in het begin redelijk gekunsteld of gemaakt overkomen. Voor je het weet ben je echter geheel in de film en het verhaal ingewerkt, en onderga je het spervuur van spitsvondige verbaal wederwoord. Rebecca Hall (Vicky) en Scarlett Johansson (Cristina) doen ook niet meteen pijn aan de ogen natuurlijk. Savage Grace was al goed, maar dit is de voorlopige topper van het festival.

Al zal het behoorlijk moeilijk worden om een rangschikking te maken. Gisteren zag ik immers ook Caos Calmo van Antonio Luigi Grimaldi, met Nanni Moretti die ook heeft meegeschreven aan de bewerking van het boek van Sandro Veronesi (dat bij deze op mijn “te lezen” stapel terecht komt). Dit is een rustige (de calmo), gestaag voortvloeiende film, heel puur en delicaat. Niet te missen.

Toen ik de synopsis van de nieuwe Atom Egoyan, Adoration, onder ogen kreeg, kon ik niet wachten om de film te zien. Een leerling schrijft een opstel over een terrorist, waarbij hij pretendeert alsof zijn vader de terrorist in kwestie was. Fictie en realiteit lopen in elkaar over. Tot zover de veelbelovende synopsis van de synopsis, maar de essentie, of het ogenschijnlijk dilemma van dat verhaal eindigt al nog voor de eerste helft van de film voorbij is. De prent is grotendeels gevuld met filosofische beschouwingen over goed en slecht en vooroordelen, en de plot kent nog een interessante wending, maar het laatste beeld in de laatste scène is zo’n gigantisch cliché dat het meteen ook alle voordeel van de twijfel voor de rest van de film teniet doet. Een ontgoocheling.

Tags: , ,

Bij Het Project kunt u dagelijks terecht voor een FilmFestivalFlash, waarin de onvolprezen Patricia (aka nobutterfly) en ikzelf elkaar in tandem zullen aflossen. En geregeld worden er ook reeds heuse filmbesprekingen gepost. De oogst dusver, na drie dagen persvisies.

Dag 1 (06/10)

Transsiberian van Brad Anderson was een behoorlijke ontgoocheling. Geadverteerd als de nieuwe Hitchcock, én van de regisseur die ons het pareltje van The Machinist had bezorgd, hadden wij voor deze film hoge verwachtingen. Misschien iets té hoog, want de verwachtingen werden generlei ingelost. Hitchcock it ain’t, en dit omschrijven als een slechte Bondfilm is een belediging voor de Bondfilms. Zeer positief was de manier waarop met de Russische tongval werd omgesprongen, vele keren geloofwaardiger dan Eastern Promises van vorig jaar. Allez, het is geen sléchte film, maar ik heb niet het gevoel dat ik een stukje filmgeschiedenis had gemist als ik hem niet had gezien (i.t.t. The Machinist bijvoorbeeld).

Dag 2 (07/10)

Het lichtpunt van dag 2 was zonder enige twijfel Savage Grace van Tom Kalin. Lichtpunt is een ongelukkig gekozen term, want licht of luchtig of positief is deze film allerminst. Dit is een heel confronterende film, die taboes niet uit de weg gaat en desondanks de serene aanpak daarvan, u toch eerder ongemakkelijke filmmomenten zal bezorgen. Het meest beklemmende aan deze film ontdekte ik pas achteraf: Savage Grace is gebaseerd op feiten. Truth is tranger than fiction nietwaar, maar ik ga eerst nog wat research plegen alvorens ik u diets maak wat voor een manipulatieve bitch Barbara Daly Baekeland is. En als die familienaam u bekend in de oren klinkt: Barbara Daly Baekeland is de vrouw van de kleinzoon van Leo Baekeland, de Belg –de Gentenaar– die het bakeliet heeft uitgevonden. (Volgende week in de bioscoop.)

Met August (Austin Chick) kelderde het niveau al meteen de dieperik in. Deze film gaat over de dot-combubble, en ik kon mij gedurende de vertoning niet ontdoen van de impressie dat niemand in deze film zal geïnteresseerd zijn. En wel om de eenvoudige reden dat hij redelijk onbegrijpbaar is voor wie de periode zelf niet (van dichtbij) heeft meegemaakt. Holle frasen, onbegrijpelijke terminologie, veel beloftes en meer hot air dan in een montgolfier; jawel, zo herkennen wij de internethype op het einde van de jaren 90. En eerlijk? Ik heb niet de minste zin om die periode opnieuw te beleven.

The Visitor (Thomas McCarthy) was de officiële openingsfilm. Die is traditioneel een ietsje controversieel, maar totaal binnen de perken; de goede middelmaat ongeveer (alweer). The Visitor is een brave, stichtelijke film, die echter net dat beetje té naïef-utopisch is om echt goed te kunnen zijn. Schop de mensen nog eens een geweten, laat ze zien dat niet alles rooskleurig is in de wereld, en dat ze het eigenlijk heel erg goed hebben, en dan kunnen ze ‘s avonds braaf naar huis gaan, om de les de volgende dag alweer te zijn vergeten. Niks ergs, maar niet meteen een film die u moet gezien hebben. Het verhaal is niet eens half slecht (alle naïveteit ten spijt), en een betere fotografie had gans de film meteen beter gemaakt.

Dag 3 (08/10)

Hola! Laat mij dit even herhalen: hola! Als Savage Grace al goed was, dan zitten we voor Rupert Wyatts The Escapist aan onze eerste verhaaltechnische hoogvlieger. Het verhaal werd doormidden gesneden en die twee verhaallijnen werden in de montage door elkaar verweven. Spannend én goed gestructureerd, gaat The Escapist over een ontsnapping uit een gevangenis. Het deel voorbereiding en het deel ontsnapping werden aldus in elkaar gevlochten, waardoor de (vertel)kwaliteit van beide helften van het verhaal hoger worden getild dan bij een normale (lineaire) vertelling. Met een zeer geslaagd einde, dat ik voor één keer niet van mijlenver heb zien aankomen –en ik ben normaal gezien de eerste om zo’n eindes door te hebben. Zien!

Ook de hoge verwachtingen die ik had voor Fien Troch –na haar bijna fenomenaal debuut– werden met Unspoken grotendeels ingelost. Deze film bevat zo mogelijk nog meer miserie, droefnis en depressie dan Een ander zijn geluk, en ook hier gaat het opnieuw over een kind dat aan zijn ouders werd ontrukt. De film draagt onmiskenbaar de Troch-stempel die herkenbaar blijft uit de vorige film, al mag u niet veronderstellen dat ze gewoon doorgaat op dezelfde manier. Zeer de moeite waard. (Komt in 2009 in de zalen.)

Ach, elke filmfestivaleditie moet zijn hoeveelheid Hollywoodnonsens hebben. Die hebben we deze keer al vroeg op het festival gevonden, met How to lose friends & alienate people (Robert B. Weide). Heel eenvoudig en snel verteld: The Devil Wears Prada, maar dan met een man in de hoofdrol.

Op naar dag 4!

Tags: , ,

Als ge zo’n cds kunt beluisteren, dan weet een mens meteen weer wat hem zo aantrekt aan jazz. Wij volgen Carlo Nardozza sinds we hem als een langharige rijzige gestalte –een beetje dreigend misschien, maar dat vooroordeel verdwijnt alras– op zijn trompet hoorden blazen tijdens het Jong Jazztalent concours in 2005. De meeste groepen die aan de wedstrijd deelnemen, zijn nog stevig op zoek naar de juiste richting, maar Carlo Nardozza –en met hem zijn kwintet– stond daar heel doelbewust op het podium. Nardozza was toen reeds bezig met zijn Dozzy Suite, een verhaallijn waarin hij zijn jeugd en de culturele invloeden daarop een plaats tracht te geven.

De eerste cd van het CNQ –het Carlo Nardozza Quintet– was al meteen een voltreffer. Making Choices was niet alleen een toonbeeld van verscheidenheid, het leek ook alleen maar voltreffers te bevatten. Het ene na het andere nummer bevatte genoeg vanzelfsprekendheid om bekend in de oren te klinken, en vele van de melodietjes bleven geruime tijd ‘hangen’. Zelfs een nummer zoals Rubber Duck, waarop gitarist Melle Weijters redelijk het beest kan uithangen, bleef toegankelijk. Wie enkel de cd heeft gehoord, en het CNQ verder niet meer aan het werk heeft gezien, moet er behoorlijk van overtuigd geweest zijn dat ze met een –weliswaar heerlijke– eendagsvlieg te maken hadden. Een gevoel dat werd gevoed door een opvolger die behoorlijk lang op zich liet wachten.

Met Winterslag kan het CNQ meteen dergelijke vermoedens de kop indrukken. De muziek is zo mogelijk nog meer verscheiden dan op hun debuutplaat, gaande van een bijna klassiek stuk canon tot hitsige funk en met veel etnisch aandoende muziek. Die verscheidenheid staat echter een samenhang niet in de weg, daarbij geholpen door het verhaal dat Nardozza met zijn suite wil vertellen. De interculturaliteit en culturele integratie is groot in Winterslag, laat Nardozza optekenen. Al woonde hij er niet, hij bracht er een groot deel van zijn jeugd door –hij speelde er onder meer in de plaatselijke harmonie. Van al die invloeden vinden op Winterslag heel wat terug. De kracht van jazz, horen we ook van Nardozza, is dat het eindeloos blijft evolueren. Goede improvisatie vergt heel wat energie, maar het resultaat mag er dan ook zijn.

Drie bemerkingen bij deze cd. Ten eerste: als u maar één jazz cd koop dit jaar, laat het dan dat gerust deze zijn. Het CNQ is géén eendagsvlieg, maar toont met deze tweede cd dat niet alleen de jazz, maar ook deze groep evolueert. Ten tweede: als u de kans krijgt, ga deze groep ook live beluisteren. Ook de Dozzy Suite zelf blijft evolueren, en waar de cd misschien soms iets te afgewerkt kan klinken, komt veel van de spontaneïteit terug bij zo’n live-uitvoering. Ten derde: ik zal toch niet de enige zijn die het big band potentieel van deze Dozzy Suite heeft opgemerkt? En hebben we in België niet zo’n hoog kwalitatieve band?

Carlo Nardozza Quintet, Winterslag, o.a. te koop via Digiland Records, voor te beluisteren via hun MySpace. Aankoop sterk aangeraden.

Tags: , ,

Gentenaar Frederik Leroux bevindt zich duidelijk op een muzikaal kruispunt. Het concert van zondag (Opatuur @ De Centrale) had veel weg van een try-out, en we kregen dan ook een gitarist te horen die nog volop groeit. En dat op zich is een goede zaak, zo vinden wij.

De meeste van de eigen composities die hij bracht, hadden nog geen naam, “en zullen dat bij een volgende concert waarschijnlijk ook nog niet hebben”, voegde hij daar schalks aan toe. Onderwijl stemde hij zijn gitaar, een oefening die nog menig keer zou herhaald worden, die avond. Het –titelloos– openingsnummer bevond zich wat in de stijl van Bill Frisell (zoals op de plaat The Sound of Summer Running met Marc Johnston), en voor de rest van de avond kregen we een heleboel variatie van invloeden, gaande van country, (rock)ballads en blues tot –waarom ook niet: jazz.

Frederik Leroux Frederik Leroux Frederik Leroux

Wij waren zeer te spreken over de ontdekkingstocht: de muziek zat dan technisch misschien niet perfect in elkaar, op creatief vlak was dit een avond om van te snoepen. Neem nu het derde nummer (ook al titelloos, dacht ik), dat vol loops zat. Leroux nam zichzelf op een digitale recorder op, en liet dat stukje dan in een lus (of loop) opnieuw afspelen. Hij speelde opbouwend steeds complexere stukjes in, waarbij helemaal niet werd getracht het kunstmatige aspect van de oefening voor het publiek te verbergen. Een beetje tot mijn verbazing ontwikkelde dit wonderwel tot een werkend geheel, al bleef duidelijk dat de compositie nog mocht worden verfijnd.

Het experimentele werk werd proper afgewisseld met conventionelere interpretaties zoals Monk’s Mood en het akoestische (lees: onversterkte) In Christ there is no East or West, een tradtionele hymne, bekend in de versie van John Fahey. Veel fingerpickin’, en daar hoort eigenlijk die banjo bij, vonden wij, die we daar achter de gitarist hadden zien staan. De tweede set verliep volgens een gelijkaardig stramien, en wij onthouden daaruit vooral ook de compositie Robot Falling in Love (Slowly but Surely). “Dit gaat heel effekens duren”, verontschuldigde Leroux zich, terwijl hij een aantal klemmetjes tussen de snaren van de gitaar stak. De moeite van het (korte) wachten waard. En als toegift kwam dan toch die banjo nog boven water, met inderdaad opnieuw die hymne.

Leroux groeit, en als gevolg daarvan is misschien een duidelijke muzikale richting even zoek. Wij gingen echter tevreden naar huis van een uiterst muzikale avond. Zo mogen er veel meer zijn.

Van Frederik Leroux bracht met zijn kwartet ook het album Angular uit (te koop op de site).

Opatuur vzw organiseert (bijna) elke zondag om 20u een jazz concert in De Centrale, Kraankindersstraat 2. Toegang 10 euro (8 euro voor leden).

Deze bespreking verscheen eerder bij Het Project: Guitaarjazz (+ vrijkaarten), alwaar u ook vrijkaarten kunt winnen voor het volgende optreden van Opatuur in De Centrale.

Tags: , , , , ,

Wij zijn helemaal gewonnen voor kinderfilms, en al zeker als ze zo mooi gemaakt zijn. Het flutverhaaltje nemen we er dan graag bij –het is tenslotten een kinderfilm (welk een verschrikkelijk excuus). In de rapte: robotje Wall*E blijft helemaal alleen achter op de aarde, om er de gigantische afvalberg op te ruimen die de mensheid heeft achtergelaten. Zijn enige gezelschap is een kakkerlak, en zijn hobby is het verzamelen van allerhande parafernalia die hij in de schroothopen aantreft.

Tot op een dag een ruimteschip landt, en exploratierobot EVE achterlaat. Wall*E legt moeizaam contact met EVE, tot die laatste op een plant stoot, automatisch in sluimerstand gaat en opnieuw door het ruimteschip wordt opgepikt. Wall*E laat haar echter niet zomaar gaan, en volgt zijn gezelschap de ruimte in.

it's a movie, baby

Grafisch gezien is Wall*E zonder meer heel goed. De details in de textuur, de afwerking van de personages, de vlotheid van de bewegingen, de scherpte-diepte van de beelden, de schaduwen, kortom alles wat tot een geloofwaardige portrettering kan leiden, is gewoon in orde. We zijn wel wat anders gewoon van digitale animatie, waar het er vaak vingerdik op ligt dat de beelden door/met een computer zijn gemaakt en op de afwerking en de details duidelijk werd bezuinigd. Niet dat we meteen met de vinger willen wijzen, maar het verschil met voorfilmpje van Clone Wars dat we te zien kregen, is gigantisch (en in het voordeel van Wall*E, voor alle duidelijkheid).

it's a movie, baby

Rest ons helaas nog het het al te moraliserende flutverhaal. De mensheid werkt zijn eigen doem in de hand, de toenemende consumptiedrang draagt enkel bij tot de groei van de afvalberg en zorgt ervoor dat de mens eigenlijk nog doodser wordt dan wij van een robot veronderstellen. Gelukkig is er E.T. –verschoning: Wall*E– die de mens tot inkeer laat komen.

Want jawel, Wall*E heeft alles in huis om de nieuwe E.T. te worden. Qua schattigheid kan het tellen, de hulpeloosheid wekt meteen uw sympathie op, en in minder dan geen tijd hebben de scenaristen dan ook deze robot uw hart binnengeschreven. Voeg daar nog eens aan toe dat deze zielloze hoop mechanica plots gevoelens heeft én dan nog verliefd wordt ook, en u moet al in een ijskast wonen om daar niet voor warm te kunnen lopen.

it's a movie, baby

Zeer opvallend zijn de verwijzingen naar Apple. EVE is gemaakt uit het smetteloze Apple-wit, en minstens zo geïntegreerd als uw iPod met uw iMac (EVE werd gedeeltelijk ontworpen door Jonathan Ive, de man die ook de iPod vorm heeft gegeven). De computergeluidjes bij het opstarten en opladen van de robotten zijn dezelfde als die van een Apple computer, en op de meest onopvallende momenten wordt er ook wel aan Apple product placement gedaan. Wall*E werd gemaakt door Pixar (nu in handen van Disney maar eigenlijk nog steeds in handen van Steve Jobs, de chef-oprichter van Apple), en daar kan u dus niet naast.

it's a movie, baby

Maar goed, de film. Wij geven met plezier alle punten voor de techniek, maar hebben het veel lastiger met het verhaal. Het kind in ons heeft zich best geamuseerd, net zoals de kinderen rond ons, maar de boodschap had net iets subtieler mogen zijn. Niettemin behoort deze animatiefilm bij het betere werk.

Wall*E van Andrew Stanton, gezien in Kinepolis Gent (ex-Decascoop, Ter Platen)

Deze bespreking verscheen eerder bij Het Project: Wall*E: the (extra-)terrestrial, alwaar men zich druk heeft gemaakt in/verkneukeld heeft om mijn matig enthousiasme voor (de inhoud van) deze film.

Tags: ,

Het is duidelijk, het kan ook anders. Iron Man mist de doelloosheid en de bombast van The Incredible Hulk (zie onze bespreking), maar biedt in plaats daarvan twee voorbijvliegende uren degelijke –maar conventionele– ontspanning.

Iron Man had voor mij geen voorgeschiedenis. Ik heb er nooit een andere film over gezien, en ik heb er ook geen comic book van gelezen. Voorkennis bleek evenwel –geheel in tegenstelling tot het hulkgedrocht– absoluut niet nodig. Het verhaal begint netjes bij het begin, of liever: ergens in het midden, en laat de kijker voorzichtig deel uitmaken van het leven van Tony Stark, wapenhandelaar en Iron Man (neenee, ik verklap hier –alweer– niets mee). De film opent in een woestijn, waar Tony Stark meerijdt in een militair konvooi. De voertuigen worden evenwel onder vuur genomen, en Stark wordt verwond.

Iron Man Iron Man

Wat volgt is een klassiek en redelijk zwart-wit comic book verhaal. Wapenhandelaar Stark ziet in dat zijn handel niet alleen ten dienste staat van het Amerikaanse leger, maar via een omweg meteen ook haar tegenstanders bevoorraadt. Ten dele door de voorval aan het begin van de film bekeert hij zich tot ‘het goede’ en hij wordt in zijn kweeste om de schurken de wapens terug afhandig te maken, vanzelfprekend tegengewerkt door de persoon die zich met het (illegale) wapenhandeltje tracht te verrijken. Het is het soort van eenvoudig verhaal dat al vaak dienst heeft gedaan, maar die eenvoud werkt.

Robert Downey Jr. is de perfecte belichaming van Tony Stark. Wie hem nog kent uit Less Than Zero (de Brat Pack verfilming van Bret Easton Ellis’ gelijknamige roman met de schitterende theme song van The Bangles), zal zeker zijn sympathieke zelfzekerheid –op het randje van de arrogantie– herkennen. Tony Stark heeft het charisma van James Bond én zijn lef. Voeg daar nog eens zijn praktische intelligentie aan toe en een soort achteloze penchant tot zelfdestructie, en de vrouwen vallen bij bosjes. Het lijkt allemaal overigens heel sterk op het leven van de acteur zelf, en u begrijpt dat Robert Downey Jr. zeer correct werd gecast.

Iron Man

Geen nood, dit is een superhero film. Dat betekent dat er wordt gevochten, dat er onwaarschijnlijke stunts worden uitgevoerd, explosies in voorkomen, en al eens mag gelachen worden ook. Maar terwijl al die ingrediënten duidelijk in de film vervat zitten, dienen ze ter ondersteuning van het verhaal i.p.v. omgekeerd. Hier wordt geacteerd, en net zozeer om uw aandacht gevochten, als tegen de slechterik. Met een zeer leutig en heel Robert Downey Jr./Tony Strak typerend einde!

(Misschien moet ik toch maar eens de comic book versie van naderbij bekijken ook.)

Iron Man, van Jon Favreau met Robert Downey Jr. en Gwyneth Paltrow. Gezien in AMC Pacific Place 11, Seattle; te bekijken in Kinepolis Gent (Decascoop, Ter Platen).

Tags: , , ,

« Older entries § Newer entries »