Invloed

Een kleine 2500 jaar geleden beweerde Aristoteles ‘anthropos zoon politikon physei estin‘ (cfr mijn tekst vrijdag): de mens is een sociaal dier. Voor hem wist Plato reeds dat de invloed van de maatschappij ontegensprekelijk was.

In zijn boek De Staat (soms beter bekend als De Republiek), zegt Plato dat de mens door alles wat hem omgeeft wordt beïnvloed –van kleur en geur tot architectuur en literatuur. Het is dan ook belangrijk, zo stelt Plato, dat de staat controle houdt over wat de mens te zien en te horen krijgt. Als de menselijke gedachte wordt ‘gemaakt’ door wat hij te zien en te horen krijgt, en de mens eigenlijk niet bij machte is zelf te oordelen wat goede gedachten zijn, dan moet iemand (in casu de staat) dat voor hem doen. In zijn visie bestonden de leiders van de staat dan uit mensen die op zoek waren naar die wijsheid. In theorie een fantastisch principe, maar in praktijk moeilijk verwezenlijkbaar, zo toont ons bijvoorbeeld het communisme (de vroege communisten moesten niet ver zoeken voor hun ideologie –Plato had het allemaal al voor hen uitgewerkt).

Maar bon, het is niet omdat zo’n theoretische staatscontrole niet meteen in goede praktijk om te zetten is, dat zijn basis niet zou kloppen. De mens wordt wel degelijk beïnvloed door alles wat hij meemaakt.

Wat voor de staat niet werkt, werkt ook voor de ouders niet. Kinderen worden voortdurend beïnvloed, en het is dan ook belangrijk dat ze de juiste impulsen krijgen: hence the importance (as Plato says) of having been trained in some way from infancy to feel joy and grief at the right things i. Het is echter onmogelijk gebleken –behoudens in de totalitaire staat (en dan nog)– om alles te ‘filteren’, vandaar de nood aan bijvoorbeeld rolmodellen (zowel menselijk als virtueel ii) en het verwerven van phronesis.

Mijn vraagt blijft. Waar zit die context tegenwoordig? Hoe en door wie wordt ze aangereikt? iii

  1. Citaten komen uit: Aristotle, Ethica Nicomancea, Penguin Classics, 1953-2004, ISBN 978-0-14-044949-5
  2. Menselijk zijnde concrete personen; virtueel zijnde in de ideologie van pakweg kunst en wetenschap.
  3. Los van het anekdotische eigen leven. Niet iedereen beschikt over de ‘juiste’ directe omgeving, de bezorgde ouders, de ‘goede’ opleiding.

13 gedachten over “Invloed”

  1. Bij de media (al dan niet privé). En sinds de opkomst van het internet: ook bij blogs, twitter e.d.

    Bijvoorbeeld:

    * de anti-Leterme edito’s bij Le Soir en laatst nog deze blogpost van Pietel http://www.pietel.be/leterme

    * cordon sanitaire tegen Vlaams Belang en hoe een VRT daar indertijd mee omging.

    * …

  2. Ah kijk, dat is dan meteen de denkfout.

    De vraag is “Waar zit die context tegenwoordig? Hoe en door wie wordt ze aangereikt?”, maar er wordt meteen aan toegevoegd “Los van het anekdotische eigen leven. Niet iedereen beschikt over de ‘juiste’ directe omgeving, de bezorgde ouders, de ‘goede’ opleiding.”

    Ik ga ervan uit dat die context net wél de directe omgeving, de ouders, de opleiding is — zonder die “scare quotes” overigens.

    Zonder directe omgeving, ouders en opleiding gaat het niet lukken. En dat is overigens wat Aristoteles ook zei: eerst de goede manier van leven ingedrild krijgen door uw ouders en leraars, en pas eens dát geïnternaliseerd is, kan men bewust kiezen. Met tijd en boterhammen.

  3. Eén van de grootste denkfouten die men kan maken is de eigen situatie intuïtief te extrapoleren naar een algemene regel. Het anekdotische eigen leven, dat wil zeggen dat situaties uit uw eigen leven als algemeen beschouwd niet relevant zijn. Jammer misschien, maar helaas.

    Die aanhalingstekens duiden erop dat juist en goed relatief zijn: wat is goed? Wie bepaalt wat goed is? Dat is nochtans een conventioneel gebruik (“om aan te geven dat u woorden niet in de gewone betekenis gebruikt”).

    Aristoteles is er lang niet van overtuigd dat iedereen bewust kan kiezen. De bios theoretikos is –in zijn tijd en visie– enkel weggelegd voor een zeer selecte elite (zowel intellectueel als financieel). Niet alleen vallen pakweg barbaren, slaven én vrouwen uit de boot, maar ook bij de volleerde burgers is er maar een handvol mannen die in staat zijn om het intellectuele leven te leiden (de filosofen zoals hijzelf, vanzelfsprekend).

    (Wel stelt Aristoteles dat iedereen binnen zijn mogelijkheden in staat is om eudaimonia te bereiken, maar ook dat is een hiërarchisch gegeven.)

    Wat boskabout zegt klopt: de media hebben een niet te onderschatten invloed op ons leven –het is fictie te geloven dat een mens gans die informatiestroom voor zijn kind(eren) kan filteren.

    Een deel van de context haalt het kind vanzelfsprekend uit de directe omgeving, ouders, leraars, etc. Maar is dat de ‘goede’ context? En wat is de goede context? Wie bepaalt dat? En hoe?

  4. Dan zullen we moeten het eens zijn het niet eens te zijn.

    De vraag was “door hoe en door wie wordt de (goede) context aangereikt?” Mijn (en Aristoteles’) antwoord is “in eerste instantie ouders en opleiding”. Uw voorwaarde voor een antwoord was “kom niet af met ouders, omgeving en opleiding”. Einde discussie dan, zeker?

  5. Wat bedoel je juist met een goede context?

    Drugsverslaafde, zuipende, anarchistische ouders zijn een slechte context en waterdrinkende vegetarische advocaat-moeder en dokter-vader zijn een goede context? (zoals e-mailgewijs bepaald door het vriendenclubje van Caroline Gennez) 😉

    Of het verschil tussen ouders en bvb unief of hogeschool?

    Zeer moeilijke vragen 🙂

  6. @Michel Vuijlsteke: wat gij beweert is *niet* wat Aristoteles zegt natuurlijk, maar bon.

    @boskabout: “Wat bedoel je juist met een goede context?” & “Zeer moeilijke vragen”: daar slaat ge de nagel op de kop.

  7. Wat betreft die context: gaat het hem over de inhoud (drugs & anarchie, …) of over het type context (ouders, scholing, …)?

    Ik ga eindigen met: ik weet het niet.

  8. “Het is dan ook belangrijk, zo stelt Plato, dat de staat controle houdt over wat de mens te zien en te horen krijgt.”

    Waarom, of anders gezegd: met welk doel, is het belangrijk dat de staat controle houdt?

    “Als de menselijke gedachte wordt ‘gemaakt’ door wat hij te zien en te horen krijgt, en de mens eigenlijk niet bij machte is zelf te oordelen wat goede gedachten zijn, dan moet iemand (in casu de staat) dat voor hem doen.”

    Waarom moet iemand dat doen? En de mens mag dan misschien niet bij machte zijn te oordelen, hoe weten we dat de staat dat beter kan?

  9. Kijk, ik maak er mij snel van af met een paar copypastes van op het internet:

    Aristotle taught that to achieve a virtuous and potentially happy character requires a first stage of having the fortune to be habituated not deliberately, but by teachers, and experience, leading to a later stage in which one consciously choses to do the best things. When the best people come to live life this way their practical wisdom (phronēsis) and their intellect (nous) can develop with each other towards the highest possible ethical virtue, that of wisdom.

    Dat staat links en rechts in Artistoteles’ werken, bijvoorbeeld alhier in zinnetjes als

    The child is imperfect, and therefore obviously his virtue is not relative to himself alone, but to the perfect man and to his teacher, and in like manner the virtue of the slave is relative to a master.

    Verre van mij om Aristoteles tot de wereldauthoriteit over alles uit te roepen — ik vind vrouwen bijvoorbeeld niet minderwaardig omdat ze geen sperma kunnen produceren — maar dat van die opvoeding, dat herinnerde ik me nog vaag van het ooit moeten geleerd te hebben.

  10. @boskabout: allebei: zowel inhoud als de manier waarop (en door wie) die wordt aangebracht. Wie de inhoud/context aanbrengt, kan ze vanzelfsprekend ook kleuren.

    @waterhouse: bij Plato zijn het de filosofen die in de staat de controle houden, gezien zij de enigen zijn die kunnen weten wat rechtvaardigheid is. De oude Grieken hadden een heel hiërarchisch-elitaire visie op de maatschappij (systeem werker / wachter / koning-filosoof). Heel grappig want het zijn natuurlijk ook enkel de filosofen die bij machte zijn om te oordelen over wat goed en rechtvaardig etc. voor de mensen is. Eigenlijk was het een systeem waarbij ze ook zichzelf in stand konden houden. Maar dat weet gij allemaal al.

    Hoe weten we dat de staat dat beter kan? Het uitgangspunt is het aristocratisch principe, waarbij de meest geschikten aan de macht zijn. Maar wie zijn dat? Zoals ik al zei: in theorie een fantastisch principe, maar in praktijk moeilijk verwezenlijkbaar.

  11. @Michel: (uw laatste comment was in mijn spambox beland)
    Zoek het verschil tussen uw “Mijn (en Aristoteles’) antwoord is ‘in eerste instantie ouders en opleiding'” en uw aanhaling “to be habituated not deliberately, but by teachers, and experience”. Dat laatste komt overigens uit wikipedia (laatste paragraaf onder Ethics), en is dus een interpretatie, geen citaat. Sta mij ook toe enige twijfel te hebben bij de juistheid van wikipedia als wetenschappelijke bron.

    Wat Aristoteles als autoriteit betreft, wordt er wel eens gezegd dat de ganse westerse filosofie een voetnoot is bij Aristoteles. De zaak is natuurlijk van alles te kunnen kaderen in context. Er zit (een kleine) 2500 jaar tussen Aristoteles en het heden; het is niet ondenkbaar dat we het één en het ander in het juiste perspectief moeten bekijken.

Reacties zijn gesloten.