Zelfs geen veevoeder

Vorige donderdag gingen we naar de film. Het was al een hele tijd geleden –mogelijks van het filmfestival vorig jaar– maar Henri had er zin in, het weer was niet schitterend, en die jongen verdient dat, om eens af en toe naar de film te gaan.

Tsjing-tsjing: iets meer dan dertig euro, om met twee volwassenen en een kind naar G-Force 3D te gaan kijken (G-Force zonder funky bril kostte 26 euro). Een fles water, een cola light, een ijsje en een zakje snoep: 17 euro. Eindstand: 50 euro. Voor één film. Bij de aanvang waarvan ik tweemaal net niet wordt uitgscholden voor dief: een eerste keer om mij toe te schreeuwen dat het verboden is opnames te maken, een tweede keer om mij grijnslachend te laten weten dat de oncomfortabele 3D bril uitgerust is met een anti-diefstal chip, die de ganse cinema in rep en roer zal zetten als ik tracht met het onding de zaal te verlaten.

Ter vergelijking: het Prime pakket van Telenet kost mij net geen 20 euro per maand, en ik mag films opnemen en opvragen zoveel ik wil. Dan vraagt men zich af waarom er minder mensen naar de bioscoop gaan. Edoch, ik ga er niet over zagen. Niemand verplicht mij om naar de cinema te gaan.

Net zoals niemand verplicht mij om naar Planckendael te gaan. Maar het was al zo lang geleden dat ik er nog eens geweest was. Zo lang, dat Henri het zich zelfs niet meer herinnerde. Dus kochten we een B-Dagtrip ticket, dat treinreis, bootvaart en toegang in een voordelig aanbod combineert: 71 euro voor ons drietjes. Een zeer vriendelijke meneer aan het loket in Gent Sint-Pieters; een zeer vriendelijke controleur op de trein; een zeer vriendelijke meneer aan het loket van de boot; een zeer vriendelijke kapitein op de boot; een bedeesde maar eveneens vriendelijke juffrouw aan de ingang van het domein.

En dan vergeet ik nog de ronduit fantastisch vriendelijke juffrouw van de Panos in het station van Mechelen, waar we wat koffiekoeken en een fles water en een cola light kochten. Niet alleen vriendelijk, maar ook verschrikkelijk efficiënt. Nee, echt, serieus, als ik een winkel had, zou ik dromen van zo’n werknemer. We besloten er toch maar geen belegde broodjes te kopen, want ik herinnerde mij nog van de vorige keer, dat het eten in Planckendael zeer behoorlijk was. En ik had zin in iets warms. En ik had dit jaar nog in de Amsterdamse en Berlijnse zoos gegeten, en het eten was ook daar aanvaardbaar geweest (winnaar met stip: Berlijn).

Big mistake. Er zijn drie eetgelegenheden in Planckendael: de ooievaar, de gazelle, en Toepaja. Vorige keer hadden Henri en ik met M. en zoontje C. in de ooievaar gegeten. We werden er bediend, en het voedsel was van de betere kantinesoort. De drie etablissementen zijn ondertussen selfservice zaken geworden. De gazelle waren we bij de ingang voorbij gegaan; bij de ooievaar werden we bordgewijs aangeraden naar Toepaja te gaan.

Veevoeder in de Zoo van Planckendael Veevoeder in de Zoo van Planckendael Veevoeder in de Zoo van Planckendael

In Toepaja kregen we voor 34 euro een Minute Maid, een Schweppes, een bord met wokdinges, een halve kip, en een kinderportie spaghetti. U vindt ze hierboven uitgestald –in dezelfde volgorde als opgesomd, vermeld ik er maar bij om alle misverstanden te vermijden. In éénzelfde conditie als waarin we ze hebben achtergelaten trouwens. Ik kan me de tijd niet herinneren dat ik voedsel quasi onaangeroerd heb moeten achterlaten. Maar het was dat of een namiddagje buikloop –of erger, want ik had er geen kweekstaal van durven nemen. Enkel de frieten –een portie die in een grote koffietas past– hebben we durven opeten.

Wat voor bami goreng moest doorgaan was een wakke substantie die op het vork uiteen viel; het vlees zag eruit alsof het eerder door een uil was uitgekotst, en dreef in een vettige prak zoals men op het einde van de Gentse Feesten op de bodem van een frituurbekken kan vinden. De kip smaakte –met een behoorlijke portie goede wil– naar de stukjes kip de men –geheel toevallig– in een blik kippensoep wel eens mag aantreffen; de pepersaus smaakte naar niets; de groenten had men getracht te verdrinken in de fituurolie uit datzelfde bekken als waaruit men de saus voor het wokgerecht had geput. De kinderspaghetti was even wak als de bami; de tomatensaus was zuur; en de kaas gemaakt van zorgvuldig in reepjes versneden caoutchouc. Het is voedsel zoals men aan het einde van de maand nog niet in de koelkast op een studentenkot aantreft, vergeten tussen twee kratten Cara pils en voorraad Red Bull.

34 euro. Voor dat geld kunt ge met drie ook lekker lunchen in Gent. Of een ganse week in de Panos een broodje kopen voor ’s middags. Telkens zonder het risico nadien een indigestie op te lopen. De dieren krijgen (hopelijk) beter eten in Planckendael. Want dit was zo schandalig dat ik er geen woorden voor over heb.

5 gedachten over “Zelfs geen veevoeder”

  1. Zoals de madam marketing die ons het olifantenkalf langs alle media, virtuele, echte en vooral virale, opdrong al zei: ze hebben geld nodig, de Zoo en Planckendael. En marketingmensen denken dan dat een slecht en duur product iets oplevert. Behalve kokhalzen. Iets waar marketingmadammen zich steeds over verbazen bij andere mensen. Anderemensen verbazen zich over veel te duur betaalde marketingmadammen die zich vooral in nullen uitdrukken.

  2. Vorig weekend ook naar Planckendael gegaan met de trein – hadden wel eten meegenomen. Heel leuke zoo – met veel ‘spannende’ doe-dingen ook – niet enkel dieren bekijken.

    Als ik je foto’s zie ben ik heel blij dat we eten bij hadden 🙂

  3. Ons plan was dat een dezer weekends mijn zoontje, die een ganse week Planckendaelkamp deed deze zomer (neen, hij verbleef in jeugdherberg in Mechelen en maakte er blijkbaar elke ochtend zelf een lunchpakket om mee te nemen, oef) en sedertdien te pas en te onpas met Planckendael- of dierenweetjes op de proppen komt, er een dagje gids gaat ‘spelen’ voor zijn neefjes/nichtjes; bedankt voor de waarschuwing, ik denk dat ik een heerlijk frisse picknick ga inpakken!

  4. Tiens, M en zoontje C – dat jij nog weet waar we toen hebben gegeten, da’s al een eeuwigheid geleden! Nice 🙂

  5. 2013, 4 jaar later, en nog steeds is het eten bij Toepaja niet te eten.
    We kwamen het restaurant binnen een uur voor sluitingstijd. Toen was er enkel nog ‘halve kip’ en hamburger beschikbaar. Voor de kinderen werden het dus enkel frietjes (gelukkig).

    Wij hebben onze portie wel binnen gewerkt. Het was zeer matig eten, lauw, taaie fritten, niet al te fraai uitziend vlees. En de volgende dag voor hen die kip aten darm problemen.

    Een raad voor bezoekers aan Planckendael, neem je eigen eten mee, of zoek de locale frituur op na sluitingstijd van het park. Wij hebben in ieder geval voor de laatste keer gegeten bij Toepaja / Planckendael.

Reacties zijn gesloten.