Scharrelkind

Via PatriciaIk was een scharrelkind, en jullie?— kwam ik bij dit concept terecht. Vermoedelijk lanceerde hetzij Midas Dekkers –in zijn column in Groen en de stad: Het Scharrelkind, 26/05/2007– hetzij Thomas van Slobbe, directeur van Stichting wAarde –in een opiniestuk in Trouw: Verklaar scharrelkinderen tot een bedreigde diersoort, 12/04/2007– ergens in 2007 dus het Nederlandstalige equivalent van het Angelsaksische free-range kid.

Ook ik was een scharrelkind, waarvan de ouderlijke of volwassen wereld slechts weet mocht hebben tijdens de maaltijden en nachtelijke rust. Voor de rest zaten wij ergens in ‘de buurt’, wat een grondgebied van toch een paar vierkante kilometer bestreek, en ettelijke weilanden, vijvers, bossen en landwegels bevatte. Ouderlijke onrust had geen plaats in die tijd, net zomin als het begrip zelf. Scharrelkinderen waren gewoon kinderen, die vrij en ongeremd kinderdingen mochten uithalen. Bedreigingen of regels waren er nauwelijks, maar wel een waanzinnige portie gezond verstand en solidariteit. Competitie betekende niet meer dan wie het snelst rond de blok kon fietsen of de meeste stekelbaarsjes in een pot kon krijgen. De media beperkte zich tot kranten en radio en de meningen tot cafés en familiefeesten: het was een heerlijke tijd voor het internet zichzelf als vox populi kon propageren.

Een mens vraagt zich af waar al die angst vandaan is gekomen.

6 gedachten over “Scharrelkind”

  1. Ik was een kind in een nieuwbouwwijk dat buiten mocht spelen (moest spelen) in alle rust. Toen passeerde Dutroux en moesten we binnen een bepaalde afstand blijven. Omdat het minder waarschijnlijk is dat je kind verkracht en vermoord gaat worden als je het uit je venster kan zien.

    Niet dat mijn moeder dan hele dagen voor de venster stond. En wij kinderen hadden ook snel door dat zo’n kindermoordenaar ook in het bosje een zeldzaamheid bleef.

  2. De mooiste herinneringen uit mijn kindertijd spelen zich buiten af. En hoe vuiler we waren, hoe leuker het was geweest.

  3. Same here, ik wou er iets over schrijven toen ik die Taallink binnenkreeg maar had er deze week geen tijd voor.
    Mijn ouders hadeen een winkel op de Frère Orbanlaan en tijdens het weekend waren ik en mijn zus “onbewaakt” aan het spelen in zowel het Albert- Muinkpark als in het parkje aan de Sint-Annakerk. We moesten er alleen op letten om thuis te zijn voor het avondeten. Heerlijk tijden waren dat. Enja, één keer was er een oudere gast die aan mijn pieje wou spelen, die gast gaf ik dan gewoon en klop tussen zijn benen – op aanraden van mijn moeder.
    En tijdens de grote vakantie vloog ik als logée bij onze tante Thérese in Diksmuide, onze nonkel Albert was veearts die voornamelijk koeien moest bevruchten (hij niet, maar hij had zo’n vrieston mee met sperma van stieren die hij dan moest bij zo een koe moest inbrengen – interessant hoor, zo’n plastieken handschoen tot aan je oksel en dan met je hele arm in die koe zitten en al…) enfin, na twee of drie keer liep ik dan rond op de de boerderijen, zat de varkens schrik aan te jagen en tussen het hooi en de graanzolders te spelen en in De Ijzer te zwemmen…. ( De Ijzer die in die tijd zwaar vervuild moet zijn geweest, ik leef nog) niemand die wat zei. Van onze tante Thérese moesten we wél onder de douche toen we terugkwamen en versgewassen aan het avondeten verschijnen.

  4. Misschien kan je daar zelf op antwoorden: waarom gaat Henri niet te voet naar school? Hoe vaak gaat hij ergens alleen naartoe? …

Reacties zijn gesloten.