lezen

Henri leest graag. Dat heeft hij van zijn vader, die alles wat hij in zijn handen krijgt, doorneemt. (Ge hoeft niet tegen te pruttelen, liefste.) Dat kan gaan van de gazet tot het nonsensikale boekje van BMW dat er vanochtend bij zat. Als het kan gelezen worden, dan wordt het ook gelezen, verdomme. Iemand heeft die letters neergepoot, en dan kunnen we er op zijn minst ook aandacht aan besteden.

Er is natuurlijk ook meer dan letters alleen, en wat papa niet kan, dat zou ik de zoon graag wel zien doen. En het ergste is, hij heeft er zelf goesting in (tot zover mijn rol van tirannieke vader). Dus heb ik hem vanavond zijn partituren in zijn handen geduwd, terwijl ik het eten maakte, met de woorden: “neem en eet gij allen in plaats van die dwaze prentenboekjes zoudt ge beter iets nuttigs lezen”. Ik ben een verantwoorde ouder, ik. Educatie op de eerste plaats. (Straks ga ik het nog zelf gaan geloven ook.)

Maar hij leest dus notenbalken. do-re-mi-fa-sol-la. Al kan hij ondertussen ook (net) de si spelen op zijn trompet, een beetje haperig, maar voorlopig komt die in zijn stukjes nog niet voor. En dat ziet er gemakkelijk uit hé, zo’n trompet. Ik zal ze u eens in uw handen geven, en dan speelt ge mij maar eens een toonladder. Soit. Jingle Bells kent hij al van voor naar achter, en Oats and beans, en dus heeft hij nu Twinkle, twinkle little star meegekregen, en The slow boat (of iets in dien aard).

“Dat staat er toch niet, Henri”, bijt ik hem net iets te heftig toe.

– Ha nee hé, papa. Of eigenlijk, toch wel hé, papa. Maar ik lees het van achter naar voor. Anders wordt het te saai, als het altijd hetzelfde is.

De godverdomse wijsneus.

Een gedachte over “lezen”

Reageren niet meer mogelijk.