Tsjoek tsjoek Brussel

Vandaag zat ik in Brussel, voor Jazz Forum 2010, een sectordag voor de Vlaamse jazz –eigenlijk de Belgische, maar die uitbreiding is nog in ontwikkeling.

Vanochtend op de trein was heel gezellig; een derde van de Gentse jazzscène stond onafgesproken op dezelfde trein te wachten –ik zag mijzelf uitgebreid met achtereenvolgens Caroline VP, Didier W, Christian M, Steven D, Wim W, en Yves P.

Vanavond was het iets minder gezellig. Ik blijf meestal niet zolang plakken –bovendien was Tessa ziek thuis– maar ik was beter toch iets langer op de receptie gebleven. Om 18u is het treinspitsuur lang niet voorbij. De eerste trein heb ik aan mij laten voorbijgaan, maar dan ben ik toch maar op de trein richting De Panne van 18u09 gesprongen. Ik kon voorwaar zitten.

Was het zo geen aangename dag geweest, ik was er depressief van geworden. Iedereen zat vol droefnis, eerst op het perron, en dan star op de trein. Zelf in de controlleur zat geen fut meer. En zo verschrikkelijk warm op die trein. En iedereen wou er op hetzelfde moment en als eerste uit.

Maar ik heb op mijn gemak kunnen lezen. Dát mis ik wel een beetje. Al hebt ge geen trein nodig om te kunnen lezen natuurlijk. Daar haalt u –alweer– uw gelijk.

5 gedachtes over “Tsjoek tsjoek Brussel”

  1. Ja… Helaas voor veel mensen dagelijkse realiteit…
    ’s ochtends is het nog erger: slechts een enkeling vertikt het om ongegeneerd arrogant te gaan drummen als de deuren opengaan. De mensen die eruit moeten in Gent (misschien drummen zij ook aan de binnenkant?) kunnen er bijna niet door vanwege de drummende massa op het perron. Ik zette me vroeger vaak gewoon een tijdje op het toilet: rustig en schoon (in de ochtendspits is alles nog kraaknet).

  2. Dagelijks de trein rijden is telkenmale lijden…
    Met de vensters dicht; veel te warm, snakkend naar een enkele kier om toch maar iets van verse lucht te hebben, al is het maar een onnozele gedachte om je overeind te houden. Raampje open.
    Met de vensters open, de kwade blikken van vrouwen; slecht voor de snotvalling. Raampje dicht, meneer!
    Met drieën op een bankje van twee breed, een volgende halte nog meer mensenmassa er bij, de gang ook reeds volzet, bijna op de schoot.
    Zweet parelt op het voorhoofd, niet panikeren, rustig ademen! Kletsnat in het hemd, snakkend naar het eindstation.
    …voor claustrofoben zowaar geen pretje.
    En het vooruitzicht is mooi; ’s avonds meer van hetzelfde, maar in omgekeerde richting.
    Je zou voor minder sip kijken!

    @Gert; toilet is een goede tip om de ritten te overleven; maar de conducteur denkt al snel een zwartrijder te kunnen vatten meestal, soms letterlijk bij de kraag.

  3. vier op de vijf dagen hebben we ’s avonds vertraging, het is niet te doen. Gisteren met 50 minuten vertraging thuisgekomen, trein stond in panne in Brussel-Zuid. Eergisteren ook 20 minuten wegens het drukke treinverkeer in de Noord-Zuid verbinding. Wat het vandaag gaat worden, horen we straks wel.
    Het is elke dag een “avontuur” op thuis te geraken.

  4. Boh, het valt allemaal wel mee. Ja, ze hebben vertraging. Ja, ik mis mijn aansluiting. Maar mijn wederhelft pakt de auto en die is helemaal opgefokt van de file waar ik rustig kan lezen, muziekjes luisteren. En ja, ik drum want ik wil een zitplaats, als je een ding leert van het openbaar vervoer is het u niet laten doen. Maar natuurlijk wel plaats maken om de mensen eerst te laten afstappen he, dat spreekt.

    Elke dag Gent-Brussel is geen pretje, maar het heeft ook zijn voordelen, zo elke dag voor en na werk even chillen en wat tijd volledig voor jezelf. En op zich zit ik graag op de trein. Er zijn echt wel ergere dingen 😉

  5. Hier een beetje geluk met de treinen: ’s morgens zit ik soms op de drukste lijn, maar ik stap op in het vertrekstation. Gelukkig moet ik ’s middags nooit de spitstrein pakken – het voordeel van in shiften werken is dat ik ofwel voor de spits begint Brussel uit ben, ofwel pas naar huis vertrek als de rust weergekeerd is.
    En ja, met de trein gaan werken is goed voor het leesgedrag: 2x45min x 5 = 7,5u lezen per week. Op de drie jaar dat ik met de trein ga werken las ik zo veel als in de zes jaar ervoor. Ik slaag er, dankzij de iPod en een gezonde dosis asociaal gedrag (geen gedrum), zelfs in om op de trein sneller te lezen dan thuis in de zetel (waar er altijd wel iemand komt onderbreken).

Reageren niet meer mogelijk.