de opdracht (v)(b)

“Bollaert!”

-Ja, Chef.

“Wat doet ge in mijn bureau, Bollaert?”

-Maar Chef, u had mij gevraagd…

“Wat, Bollaert?”

-Ik moest, ik bedoel, u had…

“Ga, Bollaert!”

-Maar Chef, u…

“GA!”

-Ja, Chef.

7 gedachten over “de opdracht (v)(b)”

  1. Damn, ik heb het zitten opzoeken en geraak er niet wijs uit. Is het nu ‘trust’ of ‘thrust’? Wat een trut ben ik toch. Bruno, help!

Reacties zijn gesloten.