nen euro

“Meneer, hebt u soms geen mmffrrbblll?”

Het was net geen drie uur (vanochtend), en ik bevond me ter hoogte van de tramhalte aan Focilux, in de Kortrijksepoortstraat. De man verliet zijn compaan, die in een portiek was neergezegen met een pint in elke hand, en stapte op mij af. Zijn wangen waren ingevallen, zijn ogen bloeddoorlopen.

– Sorry, ik heb u niet verstaan. Wat kan ik voor u doen?

“Kunt U mij soms helpen met één euro?”

Hij kwam steeds dichterbij, en keek al verlangend naar mijn schoudertas, die tussen ons in hing. Ik dacht aan mijn fototoestel dat erin zat.

– Het spijt me, maar ik heb geen geld meer op zak.

“Allez, meneer, en die sjakosj dan? Enen euro is meer dan genoeg. Of iets anders dat ge wilt missen misschiens?”

Huh? Was die mens mij aan ’t bedreigen soms?

– Ik zeg u, ik heb geen geld, en zekers niet iets anders dat ik wil ‘missen’.

Hij kwam nog wat dichter, en graaide naar de riem van mijn tas. “Ik ga het toch niet zelf moeten nemen, hé meneer? Zeg eens, dat voelt zwaar, wat zit er eigenlijk allemaal in die sjakosj?”

*klik*

– ALS GE GODVERDOMME UW POTEN NIET THUIS GAAT HOUDEN ZULT GE SUBIETS AAN UW TANDVLEES VOELEN WAAROM MIJN SJAKOSJ ZO ZWAAR IS, EIKEL! riep ik hem toe. (Legd’u maar al te bloeien, dacht ik er nog bij, onmiddellijk gevolgd door: maar als ik dat zeg, lig ik zelf dubbel van ’t lachen.)

Hij gaf mij een speelse duw. “’t Was maar om te lachen hoor meneer. Hebt u nu echt genen euro?”

En weg was hij.

3 gedachten over “nen euro”

  1. Ah. it was one of those nights again, dat is duidelijk. 2.15h, 200 meter van mijn appartement. Twee jongens beklimmen een stelling. Dronken. Tuurlijk dat er zich eentje pijn doet.

    “Mevrouw, ik heb mij pijn gedaan.”
    (i. bekijkt het miniscule wondje in zijn vinger)
    “Dat is niet erg manneken. Wrijft dat een beetje af met uwen zakdoek en dat komt allemaal in orde”
    “Maar mevrouw, als u hier in de buurt woont, mogen we dan niet efkes mee zodat we het een beetje kunnen ontsmetten? We zijn echt brave jongens.”

    (…)

    ‘nough said.

  2. @i. Waarom kom jij dat (altijd) tegen? Ik zou met plezier die jongens binnengedaan geholpen hebben. Mmm…

  3. Hehe, da’s toch toevallig niet dienen enen die mij (ondertussen twee jaar geleden) kwam aanspreken met de woorden “meneer, ik heb een probleemke met den euro, kunde gij mij ni helpen?” (was aan’t begin van de invoering dus) “ah, zeg ne keer, wa is’t probleem?” “kunde der mij genen geven?”

    Was toch origineler en vriendelijker precies…

Reacties zijn gesloten.