kankeraars

(Misschien moet ik me maar bij Pietel en i. aansluiten.)

Daarnet werd er aan de voordeur gebeld. De juffrouw had haar moment niet goed uitgekozen: ik was net aan het avondeten begonnen, of net niet, maar in elk geval stond mijn mokkapot op het vuur te pruttelen, mijn melk nog net niet in de microgolf, en de schuimmaker paraat. In zulk een gevallen laat ik overigens altijd Henri de voordeur beantwoorden. Gaat het om bekenden, dan nodigt hij die gewoon binnen; in het andere geval vraagt hij de (ongenode) gast eventjes te wachten alstublieft, waarop hij de deur sluit, en mij komt halen.

Ik hoorde hem al gauw op de trap terug naar boven keren. “Papa. Papaaaaa!”

De juffrouw was van een kanker… animatie… fonds of iets dergelijks. Ze was er in elk geval niet heel duidelijk over, maar het ging zeker niet om het gereputeerde kinderkankerfonds. Ze bestaan al acht jaar, en om dat kracht bij te zetten had ze een shopping cart vol parafernalia meegebracht, en een arm vol mappen, posters, prentkaarten en stiften.

Van zodra ik de deur opendeed, in onderhemd, want vandaag was een warme lentedag, had ik geprobeerd haar te stoppen. Dat wij soortgelijks al steunen via het UZ, en toen dat niet hielp (“maar wij zijn níet het kinderkankerfonds, meneer”), dat we toch moeilijk alles kunnen steunen en dat we een keuze moeten maken. Ik wou haar leed nog wat verzachten, door aan te vullen hoezeer ik haar vrijwillige (?) inzet bewonderde, maar zonder mij nog een blik of een woord waardig te achten, had ze met haar karretje en een afgeladen linkerarm, haar kruistocht reeds verdergezet. De kin hoog opgeheven, de ogen bliksemend.

5 gedachten over “kankeraars”

  1. Ik ben al jaren een soft target voor die mensen, maar ondertussen steun ik er al zoveel, dat het gemakkelijk wordt te zeggen “uw collega [http://blog.zog.org/2004/01/overreding.html bijvoorbeeld] had me al te stekken en ik betaal nu trouw elke maand dus u kan gerust op beide oren slapen”

    🙂

Reacties zijn gesloten.