Moegetergd

Geachte heer Termont,
Beste Burgemeester,

Ik had u al veel vroeger willen schrijven, maar vond telkens een excuus om dat uit te stellen. (Zo wou ik u bijvoorbeeld niet storen tijdens de zomervakantie, en wou ik even later niet opportunistisch overkomen tijdens de verkiezingen.) Een incident dat gisteren uitmondde in fysieke agressie, was echter de spreekwoordelijke druppel die de emmer deed overlopen.

Waarover gaat het? Wij wonen in de Koning Albertlaan, één van de verbindingswegen tussen de binnenring en het Sint-Pietersstation. Toen wij hier kwamen wonen werden de twee helften van de straat van elkaar gescheiden door een mooie haag in het midden van de trambedding. Tijdens de heraanleg van de Albertlaan in 2005 verdween die haag, maar we kregen er wel mooie bomen voor in de plaats en een fluisterbedding voor de tram. Parkeren in de straat is altijd een beetje problematisch geweest, maar sinds het betalend parkeren werd ingevoerd, verminderde de parkeerdruk voor de buurtbewoners aanzienlijk. Wij hadden daar sowieso geen last van: aan (in) ons huis is een garage, en wij stallen onze wagen altijd binnen.

Helaas werd tijdens de heraanleg geen rekening gehouden met de (on)zichtbaarheid van de garages in de straat. Voor de toevallige bezoeker –en al zeker de toeristen die even verder in het hotel verblijven– lijkt het alsof er overal parkeerplaatsen zijn, en er wordt in onze buurt dan ook duchtig getakeld. Voor de aardigheid heb ik het eens bijgehouden in september: er waren elf voertuigen waarvoor ik de politie heb moeten bellen –dat zijn alleen de instanties waarop ik weg moét (er waren er veel meer die getracht hebben voor onze poort te parkeren of die ik gewoon ‘heb laten staan’).

De psychische stress die deze situatie met zich meebrengt, is niet gering. Als we weg moeten, dan zijn we verplicht angstvallig de straatkant in de gaten te houden, want het is al menigmaal gebeurd dat we ergens met vertraging zijn toegekomen, of een gelegenheid hebben gemist, omdat er plots iemand voor onze poort had geparkeerd. Mijn vrouw is arts, en op de momenten waarop zij van wacht is, moet ze te allen tijde met de wagen wegkunnen –zij kan de extra stress in die periodes best missen. De politie doet haar best, maar wij moeten minstens een uur rekenen van het moment waarop we naar de politie bellen, tot het moment waarop wij met de wagen het huis kunnen verlaten.

Poortprobleem door Bruno Bollaert

Wij hebben ooit de Verkeerstechnische Afdeling (nu Bureau Verkeerstechniek) gecontacteerd met het verzoek wegmarkeringen aan te brengen die duidelijk zouden maken dat er niet voor de poort geparkeerd mag worden. We hebben toen een brief teruggekregen met de mededeling dat een inspecteur de situatie ter plaatse was komen bekijken, en dat die geconstateerd had dat er voor de poort niet mocht geparkeerd worden en dat het kleine stukje links van de poort (rechts op de foto hierboven) te klein was om een wagen op te parkeren. En dat zij dus niets voor ons konden doen.

Die vaststelling is vanzelfsprekend niet onjuist. Maar zij verhelpt niet aan het feit dat men steeds voor onze poort blijft parkeren.

Poortprobleem door Bruno Bollaert

Het kan ook anders. Een beetje verderop, in de Baliestraat, doet zich een vergelijkbare situatie voor (zie foto hierboven). Daar heeft men niet alleen het ‘onparkeerbare stuk’ gearceerd, maar toen dat alléén het probleem niet oploste, heeft met daar een paaltje bijgeplaatst, zodat het fysiek onmogelijk is geworden om daar een voertuig te plaatsen.

Wij zouden u graag willen vragen of het niet mogelijk is een dergelijke oplossing ook bij ons toe te passen. Bij voorkeur met twee paaltjes, aan weerszijden van de poort, waardoor het onmogelijk wordt om er te parkeren (zoals u op de foto kan zien, zal één paaltje niet volstaan). Wij zijn bovendien ten zeerste bereid om zelf voor een oplossing te zorgen, door op die plaats bijvoorbeeld bloembakken te plaatsen (voorzien van reflectoren voor de zichtbaarheid), wat meteen zorgt voor extra groen in de straat.

De situatie is bijzonder onaangenaam en heeft een beduidende impact op onze levenskwaliteit. Fysieke agressie blijft gelukkig een uitzondering. Sinds de voltooiing van de werken in de Koning Albertlaan –toen de problemen zijn begonnen– hebben er zich hooguit drie gevallen van fysieke agressie voorgedaan, gisteren inbegrepen. De gevallen van verbale agressie zijn helaas niet meer te tellen. Ook de psychische druk is niet te kwantificeren. We zijn ervan overtuigd dat met een paar kleine ingrepen, dit probleem helemaal van de baan kan zijn (vergeef mij de woordspeling).

Alvast bedankt om dit te lezen.

Met vriendelijke groeten,

–bruno. (en Tessa en Henri)

Verkeerd geparkeerd in september

Laat ik het eens een maandje bijhouden –maar dan alleen die voertuigen die effectief getakeld worden, en niet alleen die oenders die proberen voor onze poort te parkeren, maar waarvan ik het bij toeval tijdig zie zodat ik ze kan wegsturen. En hun 250 euro kan besparen –zoveel kost het immers, om uw wagen terug te krijgen (boete, takelkosten, etc.). Ik heb het allemaal op instagram gezwierd, maar ik wou wel eens een overzichtje.

Iemand vroeg of mijn poort wel duidelijk genoeg vermeldt dat ge daar niet moogt parkeren, dus ik heb er maar een foto van de poort bij gezwierd ook.

Verkeerd geparkeerd door Bruno Bollaert Verkeerd geparkeerd door Bruno Bollaert Verkeerd geparkeerd door Bruno Bollaert

Verkeerd geparkeerd door Bruno Bollaert Verkeerd geparkeerd door Bruno Bollaert Verkeerd geparkeerd door Bruno Bollaert

Verkeerd geparkeerd door Bruno Bollaert Verkeerd geparkeerd door Bruno Bollaert Verkeerd geparkeerd door Bruno Bollaert

Verkeerd geparkeerd door Bruno Bollaert Verkeerd geparkeerd door Bruno Bollaert Verkeerd geparkeerd door Bruno Bollaert

Goed voor 2.750 euro.
(Misschien moet ik die foto’s laten afdrukken, en dan beneden achter het venster hangen, met het bedrag van de takelkosten erbij…)

waar moeit u zich eigenlijk mee?

De fietsen zijn besteld –meer daarover later. Om tot de fietsenwinkel te geraken, haalden wij noodgedwongen de auto van stal. Enfin, dat was het plan, een Hollandsche medemensch trachtte ons op andere gedachten te brengen, door zijn voertuig –u raadt het al– voor onze poort te parkeren.

’s Ochtends waren wij nog met de tram de binnenstad ingetrokken. Henri doet mee aan de leesjury (Kinder- en Jeugdjury Vlaanderen) en vandaag was de eerste bijeenkomst. Twee boeken bracht hij mee naar huis, en hij heeft ze allebei ondertussen reeds uit –ik heb het gevoel dat het wat beneden zijn niveau zat. “Ge gaat zien,” zei ik nog tegen mijn doktertje toen we de huisdeur dichttrokken, “dat er straks enen voor onze poort gaat geparkeerd staan.”

Prijs dus. In het hotel konden ze ons niet verder helpen, maar de politie blijft uw vriend in deze materie. Tessa handelde de zaak af. “Weet ge, madam,” vertelde de vriendelijke diender nadat hij opnieuw had aangebeld toen de wagen getakeld was, “daarjuist kwam uwen overbuur ne keer horen.”

“Ah ja”, antwoordde Tessa, half nieuwsgierig.

“Ze wildigden weten hoe dat zat met die poorten, en dat niet iedereen hun poort als garage gebruikt. En als ze dat zei,” verklapte de agent, “wees ze nogal weinig subtiel naar ulder poort.”

“Och”, zei Tessa.

“Maar ik heb haar toch duidelijk gemaakt dat ze verkeerd was, want dat ik pertang gezien heb dat er nen auto in ulder garage staat, en ze was tons precies rap weg”, schaterde hij het uit. “Allez, nog een goe weekend hé madam.”

(Misschien is het familie van buurman?)

takelen op uw kosten

Bon, u kent het doodsaaie scenario: auto voor poort, flikken gebeld, motard komt af, auto wordt getakeld. Al verliep het niet helemaal volgens bovenstaand scenario, deze keer.

Auto voor poort, en flikken gebeld. Geen motard, twee flikken van de interventie unit sectie 71. De nachtdienst met een combi.

“Goedenavond meneer, u hebt gebeld voor deze wagen?”, vraagt één van hen, waarbij ze demonstratief naar het voortuig voor mijn poort wijst.

Ik bevestig.

“Wij hebben eerst getracht de eigenaar telefonisch te bereiken, maar dat is niet gelukt. U wilt het voertuig laten takelen?”

Ik bevestig opnieuw.

“U weet dat wij dit voertuig kunnen laten takelen, maar dat u wel eerst zelf de kosten moet betalen, en dat u die daarna kunt terugvorderen via het vredegerecht?”

Ik bev… euh, wacht: “u zegt?”

“Ja meneer, dat is een zonale onderrichting.”

Een zonale wat?

“Een zonale onderrichting meneer. We hebben net met hoofdinspecteur Vogel gecommuniceerd voor advies. Wij kunnen dit voertuig enkel laten takelen als u de kosten… voorschiet.”

Euh, u zegt mij dus, dat die persoon in overtreding staat, maar dat u daar niks aan gaat doen tenzij ik betaal? Dus, ik moet betalen voor iemand anders’ overtreding?

“Zo mag u dat niet zien, meneer, maar volgens de zonale onderrichting…”

Jaja, ge zijt gij goed zot zeker? Enfin, dat laatste dacht ik alleen maar, ik weet best mijn manieren te houden. Nee dank u, u hoeft niet te takelen. Maar hij wordt wel beboet, mag ik hopen.

“We zullen ook een pv opstellen, meneer. Mogen wij uw identiteitskaart even alstublieft?”

Het PV wordt opgesteld, ik grap nog wat met de vrouwelijk helft van het duo, de mannelijke helft windt zich een beetje op. De gebruikelijke good cop, bad cop routine, u kent dat wel van de televisie.

De wagen wordt niet getakeld.

De volgende ochtend ga ik 15 km lopen, en als ik na een dik uur terugkom, staat de wagen er nog steeds. We besluiten toch opnieuw naar de flikken te bellen. Alweer geen motard, maar wel de net zo sympathieke draken (flikken op de fiets) bellen even later aan.

“U zegt?”, vraagt de flik op zijn beurt verbijsterd als Tessa hem van ons nachtelijk wedervaren op de hoogte brengt. “Mogen wij dat PV eens zien alstublieft, mevrouw?”

De toon is totaal anders, en de wagen wordt in een mum van tijd verwijderd. “Van opdraaien voor de kosten van het takelen is enkel sprake indien er moet getakeld worden op een privé-eigendom. Die kunnen dan inderdaad worden teruggevorderd. Maar de openbare weg is nog steeds geen privé-eigendom.”

Einde verhaal.

autoloos

“Ze hebben niet eens een auto!”

Buurman was zo gauw of tellen zijn trappen afgestormd toen hij de politieman-met-zwaailicht voor de deur zag. Schijnbaar achteloos maar geheel buiten adem pretendeerde hij verrast te zijn de agent te zien.

“Hoe bedoelt u, meneer”, vroeg de agent vriendelijk.

“Ze laten hier altijd maar auto’s wegtakelen voor hun deur, maar eigenlijk hebben ze zelf niet eens een auto”, legde buurman behulpzaam uit. En ze weigeren halsstarrig mijn cliënteel voor hun poort te laten parkeren, dacht hij er verbolgen bij.

“Dat zal ik meteen even controleren, meneer”, verzekerde de agent, terwijl buurman de straat overvluchtte en in zijn wagen wegkroop. De agent belde aan.

“Dag meneer”, zei hij nog steeds heel vriendelijk, terwijl hij beslist de poort binnenkeek, alwaar hij een wagen ontwaarde. “Is dat uw voertuig?”

“Hier in de garage, bedoelt u? Jawel hoor.”

“Mag ik even de papieren van het voertuig zien, alstublieft meneer? Men heeft mij namelijk verteld dat u niet over een wagen zou beschikken.”

De agent nam snel de papieren door en verontschuldigde zich. “Nee meneer, ik mag niet zeggen wie dat heeft beweerd”, verkondigde hij, daarbij heel subtiel in de richting van buurmans huis kijkend. “Maar ik laat meteen de takelwagen komen. Nog een prettig weekend, meneer.”