Jazz Sur l’Herbe is dood, leve Citadelic

Maandagavond dook ik, lang na zonsondergang, in de kelders van de Resistenza. De klok liep toen al tegen half elf aan, maar zelfs voor een concert dat aangekondigd was om tegen half tien te beginnen, was ik nog ruimschoots op tijd. Ik was er voor een muzikale begrafenis, want na één seizoen jazz op het scherp van de snede, houdt de Resistenza min of meer op met de concerten. Wat meteen ook het einde betekent voor de maandagavondconcerten van de Gents-Italiaanse drummer Giovanni Barcella.

Gedurende vijf jaar heeft Barcella telkens op maandag een muzikant uitgenodigd om — veelal samen — de avond te vullen. Die concerten vonden eerst plaats in El Negocito, en verhuisden nadien naar de Resistenza, de club die hij mee naam heeft gegeven (Barcella omschreef El Negocito in de sms’jes die hij ter uitnodiging rondstuurde als ‘Il centro della resistenza jazz’). Legendarisch zijn de duosessies met tenorsaxofonist Jeroen Van Herzeele, waaruit het allereerste album dat op het El Negocito Records label verscheen, werd gepuurd.

Il centro della resistenza jazz door Bruno Bollaert

Van Herzeele kon er helaas niet bij zijn, maandag, maar wij ontwaarden in de gretig opgekomen massa van een dozijn, een keure aan Gentse muzikanten. Simon Segers en Bart Vervaeck zaten in het publiek, Giovanni Barcella zat achter zijn drumstel, Bart Maris speelde trompet, en Fulco Ottervanger en Christian Mendoza deelden joviaal de piano. Het publiek mocht kiezen uit vier dvd’s, en een drie uur durende Visconti moest het uiteindelijk afleggen tegen Diabolik (waarvan ik eerst dacht dat het om de film van Clouzot met Simone Signoret ging of om de remake uit 1996 met Sharon Stone en Isabelle Adjani) waarschijnlijk ook een beetje om het guitige vintage naakt dat ons bij de film werd beloofd.

Met de wetenschap dat mijn zoon mij op dinsdag om 6 uur uit mijn bed haalt om te gaan lopen, heb ik het einde van Danger: Diabolik niet meer meegemaakt, maar ik heb de film alvast op mijn wishlist geplaatst. Het impromptu viertal muzikanten zorgde voor een incidentele soundtrack, die ik ongetwijfeld hard ga missen als ik de dvd thuisbesteld krijg. Iets voor zes de volgende ochtend zat er trouwens een mailing van de Negocito in mijn inbox, dus het is niet onmogelijk dat de Visconti nadien toch ook nog werd vertoond.

Dat de Resistenza ophoudt met de jazzconcerten slaat een gat in het Gentse aanbod. In amper één seizoen speelden daar muzikanten zoals The Thing (met o.a. Mats Gustafsson en Paal Nilssen-Love), John Hollenbeck, Nate Wooley, Fred Van Hove, Trio Grande, Narcissus (met Robin Verheyen), Lize*Accoe, en Jim Black. We verwachten evenwel niet meteen dat Rogé Verstraete, de man achter El Negocito en de Resistenza, op zijn gat gaat zitten.

In 2008 kwam er een nieuw festival in Gent. Drie jaar na de oprichting van Chopstick Records, kreeg Mathias Van de Wiele goesting “om zelf eens een festivalletje te organiseren.” Jazz Sur l’Herbe werd een gratis openluchtgebeuren dat plaatsvond in en rond de kiosk in het Citadelpark, en er gedurende vier edities het (zomer-) festivalseizoen zou inluiden. Voor de eerste editie gaf telkens een andere groep uit de Chopstickstal, elke dinsdag van mei een middagconcert. Het concept kende zoveel bijval dat er voor de tweede editie moest worden uitgebreid van vier naar acht dagen, en er ook vijf avondconcerten werden voorzien. Voor de derde en de vierde editie werden, om organisatorische redenen, de concerten gegroepeerd op vier opeenvolgende dagen, met telkens een (na)middagvullend programma.

Dat het festival er nu mee ophoudt, schrijft Van de Wiele dan ook toe aan een artistieke heroriëntatie (de organisatie van Jazz Sur l’Herbe vergde verschrikkelijk veel tijd en energie) en het gebrek aan middelen. De nadruk van het festival lag telkens op hedendaagse jazz en vrije improvisatiemuziek, en aangezien dat in het verlengde ligt van smaak en visie van de Negocito/Resistenza, besloot Rogé Verstraete het concept voort te zetten. Een nieuwe start vraagt evenwel om een nieuwe naam, en zo wordt Jazz Sur l’Herbe herboren als Citadelic.

Citadelic

Een overname is geen evidentie, en al zeker niet voor een festival dat behoorlijk uit de voegen barst. Verstraete schakelt ook niet meteen een versnelling lager, zo blijkt het als we het programma bekijken. Waar Jazz Sur l’Herbe vorig jaar nog 9 concerten telde (waarvan eentje een tien uur durende improvisatiemarathon), tellen we nu 22 optredens gespreid over vier dagen, te beginnen op donderdag 24 mei om 12 uur (’s middags). De groepen variëren van een kinderfanfare met impro en het Gent Youth Orchestra o.l.v. Filip Verneert, over Paul Van Gysegem en de Beren Gieren, tot Nate Wooley en Alexander von Schlippenbach, en een (champagne)brunch in het gezelschap van het Tutu Puoane Quartet.

Dit festival biedt u dé kans bij uitstek om nieuwe muziek of muzikanten te ontdekken, geheel gratis bovendien. Ligt de muziek u niet, dan kan u terecht in één van de musea vlakbij, zoals MSK en S.M.A.K. (pardon: T.R.A.C.K.), maar ook STAM en Kunsthal Sint-Pietersabdij liggen binnen wandelafstand. Of u leest gewoon een boek of luiert wat op het gras in de zon. Want donderdag begint de lente in Gent. Zeg dat Gentblogt het gezegd heeft.

Citadelic, gratis lentefestival aan de kiosk in het Citadelpark, van donderdag 24 mei tot en met zondag 27 mei. Er is catering voorzien.
Ontwerp affiche: An Verstraete

Dit artikel verscheen eerder al op Gentblogt, maar ik dacht: what the hell, een beetje extra reclame kan geen kwaad.)

Why so serious? (La Resistenza)

De migraine had lang genoeg geduurd, besloot ik gisterenavond, en na een korte test in de vooravond (Henri opwachten in de OR), besloot ik het er toch maar op te wagen en in La Resistenza voorzichtig een concert te gaan bijwonen. En meteen ook eens van het eten te proeven.

Er is een vegetarische schotel voorhanden, voor net geen tien euro. De maaltijd werd aan mijn tafel opgebouwd als was het een gezellige stop motion film. Eerst bracht men een suikervat en een (leeg) theeglas, een halve minuut later gevolgd door een (volle) theekan. De vruchtenthee is er heel lekker, in La Resistenza. Even later kwam een bordje met twee sneden brood en een kleiner bordje met twee sneden boter. Net toen ik mijn thee uitschonk volgde een bord met mijn vegetarische bolti. Bolti is een vis zegt Google mij, maar dat lag gelukkig niet op mijn bord. Er was wel balti (cfr de reacties –dank u, Rogé), en dat kwam met couscous, tomaat, courgette, en asperge-aren. Lekker, in een adequate portie. Edoch: muziek.

Nate Wooley / Marc Ducret / Teun Verbruggen + guest: Andrew D'Angelo @ La Resistenza door Bruno Bollaert Nate Wooley / Marc Ducret / Teun Verbruggen + guest: Andrew D'Angelo @ La Resistenza door Bruno Bollaert Nate Wooley / Marc Ducret / Teun Verbruggen + guest: Andrew D'Angelo @ La Resistenza door Bruno Bollaert

Het was de derde keer op evenveel dagen dat Nate Wooley in België optrad; ik ben blij dat ik er toch minstens één optreden van heb kunnen meemaken. Geen Teun Verbruggen op de foto’s, verontschuldig ik mij even; Wooley bleek iets te breed om ook nog onze Belgische drummer te kunnen vastleggen –of ik zat gewoon net op de verkeerde stoel.

“So, do you tune to 440 or…”, vroeg Andrew D’Angelo aan Marc Ducret toen hij hem aan zijn gitaar zag frutselen.

En als Ducret hem tot antwoord expressieloos aanstaart, vult hij zelf aan: “…right.”

“I’m just pretending man”, beweert Ducret, al zien we hem toch zijn oor tegen de snaren van zijn –nog even onversterkte– gitaar leggen om te checken of de toon wel goed zit.

Teun Verbruggen heeft zijn drumparafernalia mee in een stevige zak van Delhaize; Andrew D’Angelo heeft een gele plastic zak om het mondstuk van zijn altsax gewikkeld. Mogelijks zit dat rietje er al op van tijdens de soundcheck (of nog langer), heeft het de toon die hij wilt, en houdt hij het zo vochtig, zodat hij straks meteen kan beginnen spelen. Al kan het net zo goed een andere reden zijn.

Het begint chaotisch, het is wat zoeken naar structuur, maar uiteindelijk leidt Verbruggen vaak de rest in een stevig ritme. Het is luid (zelfs met oordopjes), maar genuanceerd, al is het zeker niet naar ieders smaak. Hoewel het naar tevredenheid gevuld was, in de kelder, glipte er na elk stuk steeds wel iemand weg.

Zoals we dat in België gewoon zijn, applaudiseerde het publiek automatisch tussen de stukken. “This is some serious audience”, verklaarde Andrew D’Angelo, die duidelijk meer animo verwachtte. Hij flirtte met de camera’s die het concert vastlegden, stripte uit zijn roze hemd tot hij in een (te) kort zwart t-shirt stond, en ging tegen het einde van het concert op de grond zitten omdat hij wat moe was, en het van daar gemakkelijker speelde. De extraverte D’Angelo stond in schril contrast met de bijna mystieke verschijning van Nate Wooley, die geheel in de muziek verdwenen was. Hij was totaal mee met alles wat er muzikaal rond hem aan het gebeuren was, maar speelde slechts spaarzaam en to the point mee. De verscheidenheid aan karakters tekende het concert, en maakte het ook boeiend –al moest u er bij dit soort muziek ook vaak zelf wel wat moeite voor doen.

Zaterdag (19/11) komen De Beren Gieren naar La Resistenza, en maandavond (21/11) speelt Giovanni Barcella in duo met Bart Maris. De bescheiden bijdrage voor het concert is onmiddellijk omzetbaar in spijs en drank.

La Resistenza Barcella

Giovanni Barcella @ La Resistenza door Bruno Bollaert

Als ik in La Resistenza toekom, zo ongeveer een kwartier voor de voorziene aanvang van het concert, zit Giovanni Barcella er te eten met de twee muzikanten die hij heeft uitgenodigd om die avond met hem te concerteren. De begroeting is hartelijk. Ik ken Gio niet alleen van de lokale scène, we zetelen beiden al een paar jaar in de jury voor het Jong Jazztalent Gent concours dat gehouden wordt tijden het Gent Jazz festival. Barcella is de Gents-Italiaanse drummer die elke maandagavond een programma in elkaar steekt voor La Resistenza. Vroeger deed hij dat voor El Negocito, waar hij zorgde voor de Barcella Sessions en de concerten in duo met tenorsaxofonist Jeroen Van Herzeele. Toen Rogé Verstraete, de man achter El Negocito en La Resistenza, het el NEGOCITO Records label boven de doopvont hield, was de eerste release een live album van het Barcella/Van Herzeele duo. Nu de jazzactiviteiten van El Negocito overgeheveld zijn naar La Resistenza, verhuisden de Barcella maandagavonden mee.

Net zoals El Negocito is ook La Resistenza een eet- en praatcafé. Voor 12 euro is er een lunch voorzien (soep, schotel naar keuze en koffie of thee), en wie naar een concert komt, kan de integrale entreeprijs dezelfde dag aanwenden voor drank of voedsel. Een fantastisch concept, dat voor de bezoeker zorgt dat hij zo goed als gratis concert een concert bijwoont, en tegelijk de uitbater garandeert van een minimale omzet. Het café bevindt zich op het gelijkvloers, de concerten vinden plaats in de kelder. Er is geen deur tussen beide ruimten, maar er werd een zwaar gordijn gehanden aan de voet van de trap om muzikale kruisbetuiving te vermijden. In het café moet men kunnen blijven praten, in de kelder moet men enkel de muziek horen.

“Je vais vous lire une petite quelque chose de deux lignes”, zegt Barcella als we allemaal een plaatsje in de kelder hebben gevonden, en hij verontschuldigt zich meteen voor zijn Engels.

Never divide the great longing
into a host of small satisfactions.

Hij declameert het met een tongval die uit The Godfather kon komen, alleen is het bij hem niet geacteerd. Barcella haalde zijn inspiratie uit een ondertussen beduimeld tijdschrift waar hij tijdens de maaltijd nog ijverig in zat te bladeren. Als ik het citaat thuis in Google steek, kom ik terecht bij Esther (Etty) Hillesum, een jonge Joodse die op 29-jarige leeftijd gestorven in Auschwitz in 1943. Sinds 1941 hield ze een dagboek bij, op advies van haar minnaar, Julius Spier. Het dagboek werd pas in 1981 gepubliceerd en pas nog later (in 1983) vertaald in het Engels. In 2006 werd aan de UGent het Etty Hillesum Onderzoekscentrum (EHOC) opgericht.

Elke bezoeker aan de kelder –vijf euro was de toegang die avond– krijgt drie fotocopies die met een nietje in de linkerbovenhoek haastig met elkaar werden verbonden. Het herinnert mij aan de bijeenkomsten uit mijn studententijd, een periode waar de meeste bezoekers nog middenin zitten. Barcella soleert, en zijn drumspel klinkt zoals zijn aankodiging. Hij bouwt een verhaal op, eerst in snelle beats die van een machine konden komen, en waaruit hij dan specifieke klemtonen haalt. De gasten die hij heeft uitgenodigd, knikken geboeid mee.

Yuko Oshima neemt de solo van Barcella over, in een stijl die nu nog wel haaks op die van haar voorganger staat, maar die straks geheel complementair zal blijken. De brushes bouwen een langzaam ritme op, de cymbalen worden spaarzaam maar nadrukkelijk gebruikt.

In het derde deel speelt ook tubist Daysuke Takaoka mee. Barcella leest voor uit het gedicht dat voor ons werd gefotocopieerd, in een rustige, bijna monotone stem: “considera prima di tutto la posizione delle cose”. Het gedicht heet La prossima malattia (de volgende ziekte), van Adriano Spatola, die wordt gerekend tot een van de belangrijkste dichters uit de Italiaanse neo avant-garde. De tuba van Takaoka en de drums van Oshima zorgen voor de klankkleur bij de voordracht.

Wanneer het gedicht helemaal is voorgelezen en Barcella meedrumt, blijkt hoe groot de noodzakelijke symbiose tussen de drie muzikanten wel is. Terwijl beide drummers voor een basis zorgen, exploreert Takaoka de grenzen van zijn instrument. Hij legt het mondstuk weg en in de buis van de tuba als was het een dwarsfluit, of bespeelt hij een elleboogstuk dat hij van het instrument het losgemaakt.

Als ik niet veel later naar huis fiets, komen flarden van het concert opnieuw bij me op. De declamatie van Barcella, de brushes van Oshima, en het gefluister van Takaoka vergezellen me naar huis.

Volgende week maandag (14 november) is er een ‘Barcella invite’ en spelen Nate Wooley en Marc Ducret samen met Teun Verbruggen. En wie donderdag (10 november) niet op Follow The Sound in Antwerpen zit, mag gerust opnieuw naar La Resistenza voor een double bill van John Hollenbeck & Jorrit Dijstra en het Alexandra Grimal Quartet.

The Thing

Wie geen oordopjes meehad, gisteren in de kelder van La Resistenza, diens oren zullen vandaag nog met de verhaspelde standards van The Thing kunnen meefluiten. Ergens in de storm van muziek zaten voortdurend knipogen naar jazz standards verscholen, van There Will Never Be Another You tot My Favorite Things.

Het concert was gratis, t.t.z. de toegang kost 10 euro, maar die som mag u dezelfde avond opnieuw in consumpties omzetten. Vast voedsel was er nog niet, maar we hebben wel Thaise kokossoep zien passeren. Aan de overkant lonkte echter El Negocito, waar we nog gauw een tafeltje kregen dat gereserveerd was voor 21u –en toen begon dat concert, dus we zouden tegen dan al zeker verdwenen zijn, verzekerden we de sympathieke kok.

Rond negen uur zag de opkomst er nog dunnetjes uit, maar een kwartiertje later begon het al goed vol te lopen, en ik kon nog net een zitje bemachtigen naast Christian (Mendoza). Het concert begon pas rond 21u30 (it’s a jazz thing), en tegen de pauze zat de kelder stampvol –en de Resistenza boven ook.

Een ware weldaad, de aanhoudende salvo’s van drummer Paal Nilssen-Love, die in al dit bruut geweld zorgeloos de maat wist te houden. Bijgestaan door de opvallende humor van bassist Ingebrigt Håker Flaten. Mats Gustafsson speelde voornamelijk op barisax (maar ook tenor), en heeft er waarschijnlijk een gans pak rietjes (ergens tussen de zeven en de tien) rietjes door geblazen, gisteren. Een kostelijke zaak voor de saxofonist, zo’n concert.

The Thing door Bruno Bollaert The Thing door Bruno Bollaert

The Thing: Mats Gustafsson (saxophones), Ingebrigt Håker Flaten (double bass), and Paal Nilssen-Love (drums)