Kroniek van een aangekondigde migraine

Het was geen goed idee, om dinsdag naar de Hot Club te gaan. Niet omdat het programma niet goed ware, niet omdat er veel volk was, niet om enige andere reden die met de Hot Club zelf zou te maken hebben. Daags voordien was ik nog naar de jazz lezing in de Blandijn gaan luisteren. De beste lezing tot nog toe trouwens, door Matthijs de Ridder, de auteur van Rebels Ritmes (waar mee het boek weer naar boven op mijn te lezen stapel verhuist). Ik had de eerste paar minuten –en dus de inleiding– gemist, en toen ik het auditorium binnen stapte en mijn vaste plaats vrij vond, was de Ridder bezig een boeiend verhaal te vertellen. En de man kan vertellen, op een rustige, getemperde maar niettemin beklijvende en zelfverzekerde manier, loodste hij ons door de begindagen van de jazz. Ik zal waarschijnlijk geen tijd genoeg hebben om het helemaal af te ronden, verontschuldigde hij zich, en terwijl die uitspraak mij eerst een beetje met vrees vervulde (ellenlange lessen van zichzelf zo interessant vindende profs doemden in mij op), vloog de tijd voorbij. Na afloop was ik te moe en vond ik het het koud, om toch nog naar de Hot Club af te zakken, zodat ik maar naar huis ben afgedropen. (Waar mijn hoofd nog net mijn kussen raakte voor ik in slaap viel.)

De volgende ochtend heb ik mijzelf wat afgemat op de crosstrainer (een uurtje aan 13 km/u op een weerstand die steeds hoger werd dan goed voor mij was), vervolgens een hele hoop nuttig werk verricht (yay), en ’s avonds besloot ik moe en afgemat en tegen beter weten in, toch naar de Hot Club te trekken voor dat concert van het Bart Defoort Quartet. Het was al eeuwen geleden dat ik Hans Van Oost nog eens aan het werk had gezien (dat, en de website vermelde Van Oost als pianist ipv gitarist, en terwijl ik wel wist dat het gewoon een lapsus was, kon ik niet anders dan daar toch een beetje benieuwd naar zijn). Ik trof er ook Dirk Roels, de presentator van het fantastische urgent.fm programma Jazz Rules, die mij meesmuilend beloofde niet met zijn voet op de grond mee te tikken. Ik nam wijselijk toch maar áchter hem plaats.

Hans Van Oost speelt nog steeds zoals die eerste keer dat ik hem bij Opatuur hoorde. Een warme, vingervlugge sound zonder overdadige klemtoon op techniek, en met voortdurend ruimte voor een soepelheid die enige improvisatie van hem mocht vereisen. Ik verzuim de andere muzikanten te karakteriseren, het vakmanschap van Bart Defoort zelve, de uitbundigheid van bassist Christophe Devisscher, en de iets te enthousiaste geestdrift van drummer Toni Vitacolonna, die zich met elke slag dieper een weg in mijn hoofd leek in te beuken. Tegen de tijd dat de eerste set goed onderweg was, begon ik immers barstende hoofdpijn te krijgen (opnieuw: dat had niets met de muziek zelf te maken), en de migraine drong zich nu helemaal aan mij op. Ik heb het nog net uitgehouden om de eerste set uit te zitten; het is niet elke dag dat Bart Defoort komt spelen.

Thuis ben ik het bed in gestrompeld, de volgende dag ben ik het even uitgekropen om brood te snijden (of het gezin had geen eten ’s middags), en dan ben ik met een overdosis Spidifen opnieuw in bed gaan liggen. Papa zag er verschrikkelijk uit, had de zoon aan zijn moeder verteld, toen die zich afvroeg waarom ik geen fruitsap kwam persen en koffie kwam zetten. Maar bon, ’s avonds ben ik toch naar De Walrus kunnen gaan eten, op vraag van goede vrienden, al ging ook daar het licht abrupt weer uit na een tijd. En u mag zich daar echt bijna een binaire schakelaar bij voorstellen.

Het gaat beter, dank u. Ik heb gehoord dat er vanavond iets in de Hotsy Totsy te doen is. Zou ik durven…

Kabas in de Hot Club

Er stonden maar liefst twee concerten en een jam op het woensdagavondprogramma van de Hot Club. Bij de ingang van het steegje zei ik nog even goedendag tegen Mik Torfs, zakelijk & artisitiek leider van de Jazzlab Series. Torfs zou ook de avond inleiden en verving daarmee de gebruikelijke ceremoniemeester, Bart Maris, die nog een concert in de Brusselse KVS moest afwerken, alvorens hij mee kwam jammen in het derde deel. Maris, van wie men zegt dat hij alleen maar gelukkig is als hij trompet kan spelen, won onlangs nog zeer verdiend de Jazzmozaïek Award 2015.

Kabas, de groep met Thijs Troch & Jan Daelman (van Keenroh, de winnaars Jong Jazztalent Gent 2014) en Nils Vermeulen & Elias Devoldere (de wekelijkse Hot Club invites op donderdag ), mocht de avond openen. Het concert begon heel chaotisch en schijnbaar ongeordend, maar luttele minuten later had de gecontrolleerde bende als een warmgelopen diesel een onstuitbare opmars ingezet. Het klonk eerst allemaal heel voorzichtig, alsof de groepsleden elkaar wat moesten aftasten. Maar waar bij de openingsfrasen de mensen achter de bar het publiek met hun gebruikelijke gesis tot stilte aanmaanden, bleek die oproep niet langer noodzakelijk zodra Jan Daelman, de fragiele fluitist van Keenroh, de dwarsfluit had ingeruild voor een tenorsax.

Daelman, die de sax nog maar net van pianist Thijs Troch had overgekocht, liet het ding loeien als was het zijn ambitie om die avond meer rietjes te verspelen dan tijdens een gemiddeld Brötzmann concert. (Peter Brötzmann, een van de meest vooraanstaande free jazz muzikanten, heb ik tijdens een concert in de Vooruit eens een vol pak rietjes zien opblazen.) Tegenwoordig kunnen we free jazz ook reeds als een klassieke jazzvorm beschouwen, al zou de groep mij bij een volgende ontmoeting ongetwijfeld lynchen als ik hun muziek zo zou omschrijven.

20150325_kabas01

De hardnekkigheid van het volume lieten mij al gauw wensen dat ik toch maar aan oordopjes had gedacht (de Hot Club is klein voor een dergelijke volume), en noopte een aantal mensen aan de tafels bij het podium, waar Daelman bijna rechtstreeks in de oren stond te blazen, tot een voorbarig verlaten van het concert. Hopelijk gingen ze zich niet verder dan het terras verplaatsen, want zelfs van daaruit viel het concert ongetwijfeld nog makkelijk mee te volgen.

De groep schuwde evenwel het subtielere werk niet, en zorgde voor een gebalanceerde afwisseling van rustiger en agressievere stukken. Waar drummer Devoldere tijdens de geluidsstorm nog een drumstok uit zijn eigen handen had geslagen, kon hij nu ook een ondersteunende roffel bieden. Bassist Vermeulen aarzelde evenmin om voor dergelijke passages de strijkstok te gebruiken. De muziek was lyrischer en kende een fragiele uitwerking van melodieuze texturen en gelaagdheden.

De plaatsen vooraan werden opnieuw ingenomen, door een aantal nietsvermoedende studentes die het eerder geweld hadden gemist, maar kwamen alras weer vrij bij de volgende tumultueuze uitspatting van de creatieve groep. De subtiliteit van de piano ging vaak wat verloren, de ene keer door het kabaal van de rest van de groep, de andere keer door het geroezemoes van het publiek tijdens de stillere stukken. De handen en vingers van Troch bewandelden of besprongen nochtans geestdriftig het klavier. En soms hoorden we uit de stevige swing beat van de ritmesectie een pianomelodie berekend dwarsliggen. Er waren heel mooie momenten te horen, zoals ook het laatste stuk, dat werd ingezet als een dialoog tussen saxofoon en bas, waarbij later in de discussie ook drum en piano zich gingen moeien. Helemaal opvallend tijdens dit concert was het spelplezier en de goesting van elk van de bandleden.

Na de pauze was er een concert van The Flipside Paradox, een gemengde band met Nederlandse en Belgische muzikanten, waarmee de Jazzlab Series afwisselend in Nederland en België gaan spelen in een soort uitwisselingsproject. Het contrast tussen dat concert en het voorgaande van Kabas was echter iets te groot, waardoor ik tijdens het tweede nummer ben afgedropen.

Nog even wat Kabas betreft: de groep trekt begin april de studio in om een eerste album op te nemen. Omdat zo’n onderneming niet goedkoop is, werd er een crowdfunding project opgezet, waar u de groep financieel kan steunen (dat kan al vanaf 10 euro, en voor 20 euro krijgt u in ruil het vinyl album). Hun crowdfunding project is tot stand gekomen met steun van Gent Jazz, Jazz Middelheim en JazzLab Series (die o.a. meer goodies in uw potentiële bag werpen).

Voordracht en meer jazz

Gisteren was er deel vier van de Jazz lezingen van UGent, deze keer met Christopher Hall.

20150309_jazz01

Onder de noemer Jazz Away from Home aka de Londense bijdrage, ging dit een lezing worden over de Londense jazz scene. Ik keek al uit naar een broeierige bijdrage over de huidige toestand van jazz in Londen, maar het kwam veeleer neer op een historisch overzicht van jazz aldaar. Interessant, met heel wat voorbeelden (misschien net iets te veel geluidsfragmenten), maar zonder een duidelijke lijn. Toen we bij de hedendaagse jazz terecht kwamen, was er geen tijd meer over, en flitste alras een slide voorbij met een pak namen over muzikanten en groepen waarvoor Hall geen tijd meer had, om ze allemaal te vermelden. Gelukkig komt de voordracht ook op Zephyr te staan.

We blijven echter volhouden en proberen volgende week nog een keer.

20150309_jazz02

In de Hot Club was het achteraf heerlijk ontspannen bij de muziek van Stijn Bettens (accordeon), Lieven Van Pee (bas), Frederik Van den Berghe (drums) en Bart Vervaeck (gitaar). In zwaar contrast tot vorige keer, hoorden we deze keer een heus samenspel, inclusief de nodige fratsen en geginnegap als er onverwachts iets te ver van de Real Book werd afgeweken. Zeer mooie muziek, musette en (andere) standards, met een heerlijke dialoog/afwisseling tussen Bettens en Vervaeck. Voor de tweede set kwam er ook een vibrafonist bij, maar het werd te laat voor die echt begon mee te spelen. Jammer, want ik hoor dat graag, zo’n vibrafoon.

Een lezing, een wok en een erm… jam

Kijk eens hier, stuurde mijn wederhelft in een e-mail, en mijn plannen voor gisterenavond werden plots gewijzigd. De volgende weken vindt u mij op maandagavond in de Blandijnberg, alwaar van 19 tot 21 u. telkens een lezing over jazz plaatsvindt. Gratis toegankelijk.

20150302_jazz01

Blijkt dat ik al twee lezingen gemist heb, maar vooral dat er nog vele interessante volgen. Gisteren sprak Marc Leman, de man die mij begin de jaren 90, als keuzevak in de Germaanse, HTML heeft geleerd, de mens achter het IPEM, en (vanzelfsprekend) Prof. Dr. ondertussen. Het is een understatement om te schrijven dat Leman weet waarover hij spreekt, helaas was de materie gisteren dermate complex, verscheiden en uitgebreid, dat we eigenlijk niet veel meer dan een kleine introductie tot een staalkaart hebben gekregen, waar cognitieve muziekwetenschap allemaal mee bezig is. De voorbeelden kwamen eerder toevallig uit jazz, had ik het gevoel, en Prof. Leman gaf ook toe dat er eigenlijk nog maar weinig onderzoek naar jazz is gebeurd. Ik vond het bijzonder interessant, de inleidingen over entrainment en prediction models en expression alignment, maar bleef toch een beetje op mijn honger zitten.

Wij gingen nadien naar de Hot Club, maar dat zat zoals vorige maandag reeds helemaal vol. Eerst iets eten dus, maar het is duidelijk minder evident dan men zou veronderstellen, om rond half tien ’s avond nog eten te vinden. We zijn de buurt helemaal rondgewandeld, van Groentenmarkt naar Veerleplein naar Jan Breydelstraat en naar de Korenmarkt, maar de etablissementen waren allemaal (reeds) gesloten (Sarabande, Mosquito Coast), te duur (Belga Queen, Coeur d’Artichaut), of volzet (de rest). Uiteindelijk konden we nog terecht in de Wok A Way (lekkere tofu).

20150302_jazz02

Rond 22 u. waren we terug in de Hot Club, waar opnieuw Filip Vandebril en Frederik Van den Berghe het ritme aangaven. We waren net op tijd voor het begin van hun tweede set met gitarist Bruno De Groote en saxofonist John Snauwaert. Bij het begin dacht ik even dat ik mij vergist had in het kunnen van De Groote, maar dan daagde het dat die tweede set moest geconcipieerd zijn als een onemanshow van Snauwaert. De saxofonist stak onbesuisd van wal, hield bij de eerste stukken nog een beetje rekening met de andere muzikanten, maar ging voor de rest gewoon dóór. De Groote heeft een paar keer getracht er een muzikaal woord tussen te krijgen, maar hij kreeg gewoon de ruimte niet. Een zeldzame keer werd hem door Snauwaert ‘toegestaan’ een solo uit te bouwen, wat hij deed met een schitterende deconstructie van de standard die de saxofonist had ingezet. Net toen hij goed en wel op dreef kwam, liep de saxofoon evenwel opnieuw met de rest weg. Bijzonder jammer, want het zag ernaar uit dat De Groote —pardon the pun— grootse muzikale plannen had.

De muzikale stijl van Snauwaert en De Groote stond eerder als een tang op een varken, maar zelfs dat hoeft geen aanleiding te zijn tot een dergelijke exclusie (integendeel). Mogelijks heb ik het gewoon allemaal gemist tijdens de eerste set, of heb ik het gans het spel helemaal verkeerd ingeschat, of, of, of. Het is in elk geval geen reden om thuis te blijven, want net zulke spanningen leveren op hun best de mooiste momenten af. En vooral dat willen we niet missen.

Jam is jazz zonder vruchten (en andere flauwe woordspelingen)

Het concert + jam met Bart Maris op woensdag heb ik gemist, gezien ik in De Bijloke zat, maar gisteren was er een nieuwe jam in de Hot Club, onder het wekelijks terugkerende thema Elias, Nils & Cyriel inivite.

Drummer Elias Devoldere toert momenteel met Nordmann voor hun cd release tour, en werd waarschijnlijk daarom vervangen door Gert Malfliet, die met zijn band Zinger onlangs tot de laureaten van De nieuwe lichting 2015 van Studio Brussel werd verkozen. Bassist Nils Vermeulen speelt in Laughing Bastards (met o.a. Michel Mast van Wofo en de Ham Sessions), opende vorig jaar met Jukwaa de Garden Stage op Gent Jazz, en speelt in Kabas waarvoor een crowdfunding project loopt om hun debuut album te financieren (i.s.m. Gent Jazz, Jazz Middelheim en JazzLab Series). Gitarist Cyriel Vandenabeele speelt o.a. in Midnight Blue Birds (samen met Malfliet en Vermeulen).

Zonder het eerst te beseffen had ik Vandenabeele met de fiets achterna gezeten (op een letterlijke, niet competitieve of agressieve manier), toen ik van huis langs de Lindelei naar de Hot Club trok. Omgord met een gitaar en een koppel rugzakken, gaf Vandenabeele overigens nog flink van katoen. Het bleek toch een beetje een voorbode van de muziek in de Club, waar hij zich verder kon uitleven, gesteund én uitgedaagd door de standvastige vingers van Vermeulen op de bas.

20150226_hotclubjam01

Deze keer kwam er plaats aan de toog vrij. Ik had mij eerst een beetje aarzelend op een vrije stoel bij een koppeltje gezet, dat daar gelukkig desgevraagd geen graten in zag –vanwaar ik zelf de durf haalde om het te vragen, ontgaat mij even– maar ik verhuisde algauw naar de toog zodra de mogelijkheid zich voordeed. Achter de bar stond onder meer Astrid Creve, die maandag nog zelf had opgetreden. De (terugkerende) gast voor de eerste set (“we spelen eerst zelf een set van een uurtje en dan gaan we jammen,” had Vandenabeele aangekondigd) was pianist Stijn Engels. Nog één naam droppen en we zijn erdoor, want vlak na de pauze speelde Laurens Van Bouwelen (ex-Amatorski en nu St. Grandson, ook al laureaat bij De nieuwe lichting 2015) op de drums. Och, komaan: voor de volledigheid –al heeft het niets met de jam te maken– vermelden we ook nog I Will, I Swear, de derde laureaat van De nieuwe lichting 2015, waar ik nog zo tevreden van was tijdens Glimps (ondanks de technische mankementen).

De eigenlijk jam –ha!– heb ik grotendeels aan mij moeten laten voorbij gaan, want toen was het plots half twaalf geworden. Jammer, want ik zag tijdens de pauze een pak andere muzikanten hun instrumenten binnen dragen, en ik vermoed dat het nog wel een tijdje is doorgegaan. Het eerste deel was alvast aangenaam luisteren (met een beetje sympathiek gerotzooi ertussen), inclusief een innemend en beschermend ge-ssst waarmee de barmeisjes de aandacht op de muziek trachtten te behouden.

Er valt zowat elke dag (behalve op vrijdag en zaterdag) een concert mee te maken in de Hot Club.

Dit weekend eens bekijken waar we volgende week allemaal naar toe kunnen of moeten; vanavond gaat het richting S.M.A.K. voor Citadelic @ S.M.A.K. 15, waarom om 22.30 u. de nieuwe Ifa y Xango boven de doopvont wordt gehouden (wie zich vroeger kan vrijmaken: vanaf 20.30 u. treden er eerst Han Bennink en Jasper Stadhouders op.

Jazz van stelling naar steiger

Gisteren begon opnieuw in de Hot Club. Begon, want ik had net op tijd (her)ontdekt dat er ook nog elders een concert was, dat ik eigenlijk ook wou meemaken. (Het steegje, dat toegang geeft tot de club, ligt overigens een beetje verscholen achter de grote stellingen voor de gevels van ex-Optiek Van Wesemael en de parapluwinkel Télescoshop. Enfin, verscholen: er hangen een paar grote spandoeken die de locatie van het etablissement van zich af schreeuwen.)

Op het podium van de Hot Club stond bassist Jos Machtel te soundchecken ipv de op de website aangekondigde Emanuel Van Mieghem, en drummer Ancor Miranda bleek zich te hebben gemetamorfoseerd in Matthias De Waele. Enkel pianist Daan Demeyer bleef nog over van de aangekondigde bezetting, al mag u dat op geen enkele manier interpreteren als had ik daarop kritiek. Een weinig verwonderlijke wissel trouwens, in de zin dat die muzikanten al langer samen spelen, bijvoorbeeld in het Daan Demeyer Trio (en Quintet), waardoor ik mij op den duur begin af te vragen of het niet gewoon fout op de site stond.

20150224_jazz01

De tafels waren uit het café verdwenen, de stoelen stonden in vier rijen naar het podium gericht, waarbij de voorste rij –vanzelfsprekend– bijna volledig vrij bleef. Achter mij, direct achter mij, heeft zo’n enthousiasteling plaatsgenomen die het ganse concert als een duracelkonijn opgewonden met de voet de maat meetikt of dat tenminste probeert en daar jammerlijk in faalt. De man ziet er zo content uit in zijn (gedeeltelijk alcoholisch geïnduceerde) roes, dat ik er mij gewoon bij neerleg.

20150224_jazz02Het eerste nummer van het trio, I Mean You van Thelonious Monk, is zo standard als maar kan zijn. De piano schiet staande uit de startblokken, gretig op de hielen gezeten door de bas en aangevuurd door de drum. Dra volgen de aan het genre verschuldigde solo’s: eerst piano, dan bas, dan drum, in dezelfde volgorde waarin ze hun gecontroleerde stampede zijn begonnen. Drummer Matthias De Waele speelt overigens met een geheel voor (de meeste) drummers atypische ingehoudenheid, vol summiere brushes en een paar strakke cymbalen.

Het publiek gaat vol overgave helemaal mee in de aanstekelijke stukken, en al helemaal de olijke maar helaas ritmisch beperkte medemens die nog steeds op de stoel achter mij zit. Ik geniet mee met volle teugen, veilig in de wetenschap dat er geen al te experimentele patserijen zullen volgen. Verstoken van avontuur en geestdrift blijft het echter absoluut niet, zoals wanneer Jos Machtel gelijk een rots in eigen branding obstinaat een aantal tegendraadse frasen de stukken in laat tuimelen. We krijgen zeer vakkundige en uitbundige versies van All Or Nothing At All en van Tiny Capers van Clifford Brown. Als How Deep Is The Ocean wordt afgekondigd, zetten de twee studentes naast mij zachtjes How Deep Is Your Love van de Bee Gees in.

Bij de pauze vertrek ik naar El Negocito, een beetje met spijt in het hart, maar ik wou absoluut Steiger aan het werk zien. Het aanvangsuur van het concert aldaar stond aangekondigd als 21.30 u. en ik hoopte de tweede set nog mee te kunnen pikken. Al was mijn verrassing (alweer) niet echt groot toen ik daar iets na tienen ontdekte dat de eerste set nog niet was begonnen.

20150224_jazz03

Zat de Hot Club de avond voordien helemaal vol, dan kon er gisterenavond in El Negocito bij momenten zelfs met een schoenlepel niemand meer bij. Niet dat er zoveel meer volk was dan op een gewone avond, fluisterde men mij toe. Om de muzikanten een podium te kunnen geven, werden er gewoon een paar tafeltjes weggepakt.

Steiger is het trio van pianist Gilles Vandecaveye, bassist Kobe Boon en drummer Simon Raman. U kon ze vorig jaar al op de Garden Stage van Gent Jazz Festival bezig horen, en ze lijken helemaal klaar voor meer te zijn –inclusief een geestdriftig publiek, dat duidelijk niet alleen voor het eten en de pisco sour naar de Negocito was afgezakt.

Het trio speelt een gedreven set, die abstract genoeg klinkt om een zekere mystiek (of op zijn minst mysterie) op te wekken, maar weet uitstekend het evenwicht te verkrijgen met een (soms bijna zingbare) melodische drive om zo de aandacht gaande te houden. Het zou vermoedelijk niet verkeerd zijn om te stellen dat de groep graag verhalend tewerk gaat, om niettemin gretig af te wisselen met een paar pulserende uptempo stukken die bijna dwangmatig de aandacht opeisen. Vandecaveye laat de noten soms stotterend vertellen, als zoekt hij naar de juiste manier om in een klaterende dialoog met het verhaal verder te gaan.

Na een dik half uur is die eerste set helaas voorbij, en moet ik ook mijn verdere impressie staken. Geen nood, op 24 maart en 7 april komen ze terug –als u vroeg genoeg komt, kan u mogelijks zelfs een zitplaats versieren.

Er valt zowat elke dag (behalve op vrijdag en zaterdag) een concert mee te maken in de Hot Club. De concerten in El Negocito zijn meer gespreid. De plaatsen op beide locaties zijn eerder beperkt.

Nu vrijdag, 27 februari, kan u in het S.M.A.K. terecht, alwaar het El Negocito Records label het nieuwe Ifa y Xango album voorstelt (22.30 u.), voorafgegaan door een concert van Han Bennink en Jasper Stadhouders (20.30 u.). Toegang: 10 euro (20 euro voor toegang + cd).

Hamlet Jazz in de Hot Club

Ik was er denk ik, stipt op het aanvangsuur, met evenwel niet de minste verwachting dat het concert op tijd zou beginnen. We hebben het tenslotte over jazz. Meer zelfs, net toen ik het verborgen smalle steegje, parallel met het Schuddevisstraatje aan de Groentenmarkt, in wou stappen, sprong daar nog gezwind Bart Vervaeck van zijn fiets. Vervaeck is de gitarist van het toen nog ontelbare groepje (vijf, waaronder één zangeres, zo zou nadien blijken), dat de avond een beetje op stelten zou zetten. De Hot Club (voluit: Hot Club De Gand) ligt aan het einde van een manbreed steegje, en is opgedeeld in drie volumes: de benedenverdieping met bar en podium; een verwarmd buitenterras; en een bovenverdieping waar ik gisteren niet ben geraakt, en het is te lang geleden dat ik er nog eens geweest was om er nog een (volumetrische of andere) beschrijving van te kunnen geven. (Ik heb geen idee waar de toiletten zijn, daagt het plots.)

Amper een paar minuten na mijn binnenkomst, zat de kroeg zo goed als vol. Zowel links al rechts werd ik geflankeerd door een paar studentes, waarvan de linkse twee nog niet hadden beslist of ze aan de deur zouden blijven staan, dan wel andere oorden gingen opzoeken. Een paar minuten later waren ze al verdwenen, maar –hoewel het verloop eigenlijk niet zo groot was– werd hun plaats ontelbare keren opnieuw ingenomen en vrijgegeven. De juffrouw rechts had eerder al een barkruk tot bij het raam aan de trap weten te smokkelen, maar bleef gul genoeg om mij het stuk muur tussen de deur en de trap te laten zodat ik er tegen kon leunen. Het was ondertussen 21.30 u. en het concert van 21 u. was nog steeds niet begonnen. Dit is jazz.

20150223_hotclub01

Het wachten was de moeite waard. Op maandag treedt een groep op onder de noemer To Beat Or Not To Beat, waaronder het scala jazz from New Orleans to swing mag worden verstaan. Op het podium stonden heel degelijke muzikanten: eerder vermelde gitarist Bart Vervaeck, contrabassist Filip Vandebril, drummer Frederik Van den Berghe en zangeres Astrid Creve, die allen desgevraagd indrukwekkende geloofsbrieven kunnen voorleggen (van Fapy Lafertin en Alfredo over Nathan Daems tot Admiral Freebee). En er was een vijfde muzikant, op tenorsax, die ik helaas niet heb herkend. (*)

Een heleboel standards schalden het zaaltje in, al moet nadrukkelijk worden gezegd dat het ook met het geluid heel erg goed zat. Luid genoeg om over wat (eerder zeldzaam) geroezemoes heen te kunnen, maar niet zo luid dat oordopjes nodig waren. De zangeres kwam krakerig-retro uit de luidsprekers, op een manier dat het leek alsof ze subtiel uit de achtergrond opdaagde. Het (geluids)plaatje paste helemaal bij het repertoire. De groep speelde nummers zoals Mood Indigo, in de iets meer uptempo versie van Nina Simone dan wel, en Don’t Explain, zoals dat (redelijk) recent nog werd gecoverd door Damien Rice & Lisa Hannagan op Herbie Hancocks album Possibilities.

Het bleef in elk geval de moeite om er tot ergens half twaalf (toen ben ik pas vertrokken, ik heb geen idee hoe lang het nog geduurd heeft) voor tegen een stuk muur te blijven leunen.

Er valt zowat elke dag (behalve op vrijdag en zaterdag) een concert mee te maken in de Hot Club. De plaatsen zijn beperkt, na de pauze kwamen wel behoorlijk wat stoeltjes vrij.

[ * Update 25/02/2015 de saxofonist die ik niet herkende is Thomas Van Gelder.]