Vuurwerk!

Vuurwerk door Bruno Bollaert

Vuurwerk door Bruno Bollaert

Vuurwerk door Bruno Bollaert

Vuurwerk door Bruno Bollaert

Vuurwerk door Bruno Bollaert

Terwijl Tessa naar Dez Mona was gaan luisteren bij Sint-Jacobs, was ik half in slaap gevallen achter de computer toen er plots kanonschoten weerklonken. Mét muziek. Niks te zien vooraan op straat, maar des te meer achteraan vanaf het balkon. Na een eerste salvo ben ik naar de zolder getrokken, terwijl onderweg een verbouwereerde Henri zijn slaapkamerdeur opentrok. Dus hebben we beiden naar het vuurwerk gekeken en naar Jef Neve geluisterd –het was allemaal perfect hoorbaar en bekijkbaar. Front row seats, sms’te ik naar Tessa. En ik heb de tegenwoordigheid gehad om foto’s te maken.

Bruno gaat naar de Gentse Feesten

Vandaag leek mij een geschikte dag, om mij ook eens op de Gentse Feesten te begeven. Niet te warm, net geen regen, en een tram die net niet voor mijn deur stopt. Afstappen in de Zonnestraat, de Veldstraat door, afslaan in de Graslei, oversteken richting Korenlei, en dan een aangename twee-drie uur doorbrengen op het terras van de Sarabande in uitstekend (ouder)gezelschap. Vervolgens de reis in tegengestelde richting afleggen, en thuis goedkeurend knikken dat het best nog wel meeviel, die mensenmassa bij Polé Polé. Benieuwd wat het volgend jaar gaat geven.

Feesten (suite et fin)

Alleen al om te bewijzen dat ik wel degelijk een feestganger ben, tok ik vanochtend –nauwelijks enige uren later dan Tim F. Van der Mensbrugghe die al geruime tijd het goede voorbeeld toont– de stad in. “Want maandag,” zo had ik zondag nog vol overtuiging verkondigd, “weet niemand dat het nog steeds Feesten zijn.” Al was dat buiten de tramladingen Hollanders gerekend, maar ik loop op de zaken vooruit.

Met lopen ben ik overigens mijn dag begonnen. Eén keer rond de Blaarmeersen, zoals ik mijzelf mijn recupdag opleg. Tessa fietste bij mijn terugkeer meteen het huis uit, want vandaag zat haar revalidatie- annex vakantieperiode erop. Henri en ik togen naar OR voor ontbijt, alwaar zich reeds een kleine meute had verzameld luttele minuten voor het Feestenopeningsuur. “Laat ons eens naar de Zuid afzakken”, stelde ik Henri voor, nadat ik door Katrien –wiens naam ik enkel ken omdat hij op haar website staat, maar ik kom daar genoeg om er op mijn weblog familiair over te doen– gecomplimenteerd werd over het schattig plaatje (mijn woorden, niet de hare) dat de lezende zoon met de lezende vader vormde in haar etablissement. In het Zuidpark herinnerden enkel de vergeelde vlakken gras –waartussen een ijverig het vuilnispincet hanterende medewerker van Ivago laveerde– aan de springkastelen die daar daags voordien nog vrolijk opgeblazen de kinderen hadden ontvangen. Maar hij had het vaste zuidspeelparkje helemaal voor zich, de zoon, terwijl ik op een bank Free en andere jazz-essays zat uit te lezen.

Plichtbewust ging ik het boekje nadien inleveren –men weet nooit of iemand het ondertussen had gereserveerd, en de minuten zat af te tellen waarop ik het weer binnenbracht. Ik maakte meteen van de gelegenheid gebruik om een ander populair werk uit de magazijnen te laten halen. De daarop volgende vijftien minuten wachttijd werden nuttig gespendeerd in de krantenzaal, en dan mocht ik de vertaalde selectie van Boris Vians jazzschrijfsels mee naar huis nemen.

Tasty Burger werd afgewimpeld, net zoals de Orchidee in de Vlaanderenstraat, de Progrès aan de Kouter, en het Lepelblad in Onderbergen. Vlak voor we bij Exki belandden, begon het te regenen, en de godsgezonden tram bracht ons naar Greenway. Waarna we zeker bij De Poort zouden binnenspringen, verzekerde ik hem –eerder had ik hem al in Intertoys losgelaten. Misschien gaan we morgen wel eens langs in Dreamland, maakte ik hem al warm. De Poort is nog gesloten tot 20 augustus overigens.

Feesten

Elk jaar opnieuw ben ik content dat Gent Jazz zich voor 90% buiten de feestperiode afspeelt, want dan heb ik eindelijk opnieuw tijd om zwaar uit te gaan op de Gentse Feesten. Mijn grootste doel is de Spiegeltent in het Baudelopark, waar zich naar het schijnt aangename jazztoestanden afspelen. Ik moet overdag zelfs geen present meer geven op het Jong Jazztalent in het Duvel-Droomschip op het Emile Braunplein, waar zich tussen het wauwelende en regenschuilende volk wel zeker vijf jazzliefhebbers bevinden, de groepsleden van de spelende jazzband inbegrepen.

Groots waren mijn plannen, en dinsdag 21 juli heb ik het volk getrotseerd om de winnaars van Jong Jazztalent 200, De Beren Gieren, aan het werk te zien. Zien, want horen kwam er niet meteen aan te pas –ik ben verschrikkelijk blij dat de jury de groepen in het festivalcafé van Gent Jazz kan beluisteren. Nadien ben ik een koffie gaan drinken in een lege Mokabon, dat een tien minuten na mijn aankomst volliep van het volk dat liever niet werd natgeregend. Tessa en Henri zaten ondertussen in een snikhete vrachtwagen, alwaar zij sardiensgewijs mochten genieten van één of ander ongetwijfeld fabuleus stukje theater. Ik ontmoette er achteraf in de Duveltent een aantal sympathieke vrienden, waarmee ik nog iets heb genuttigd alvorens hoofschuddend terug huiswaarts te keren.

Het is niet voor mij, die Gentse Feesten, vrees ik. (En dat mag u gerust steken op een of andere fobie –ik voel mij niet op mijn gemak in een mensenmassa.) Maar ik vind het fantastisch om Tessa en Henri te weten genieten.

Henri tijdens het middeleeuws ontbjt in het MIAT, Gent, BE, 26/07/2009

Na dinsdag ben ik de stad niet meer in getrokken, tot vanochtend, voor een middeleeuws ontbijt in het MIAT. Dat ontbijt was niet echt veel soeps, maar het gezelschap was heel aangenaam. De planning nadien? “Ik ga een fles water kopen, en een koffie gaan drinken (alweer in Mokabon) en naar huis”, vertelde ik heel beslist, er een beetje van uit gaande dat Tessa en Henri nog wel in het feestgedruis zouden willen blijven. Maar plots kwam ik terecht op Gent Beach voor de laatste minuten van de Kaboutershow (het Ploplied!), terwijl we even moesten wachten tot de Wii beschikbaar kwamen. En terwijl Henri stond te zwaardvechten en daarna met Tessa te pingpongen, sprong niemand minder dan Paul Severs het podium op. Hoog tijd om weg te gaan dus, al denk ik niet dat ik de aankoop van zo’n Wii nog lang zal kunnen uitstellen, afgaande op het enthousiasme van de rest van het gezin. Een late lunch in de Borsalino, een zoektocht naar ijs, en uiteindelijk ben ik dan toch nog huiswaarts geraakt.

En u dacht al dat ik niet kon uitgaan, tijdens de Gentse Feesten, durf ik te wedden.

veel volk

De typische oases van rust lijken wel van de Feesten verdwenen. Ik herinner mij nog dat we destijds zuchtten toen we ons door de ‘massa’ op de Gras- en Korenlei een weg tussen de kraampjes moesten banen. En een paar jaar geleden was het nog heel doenbaar in het Baudelopark. Maar nergens lijkt het nog kalm te zijn –al zeker niet in het Baudelopark en evenmin op Bataclan. Op het Spaanse Kasteelplein lijkt het nog het rustigst, zo zegt men mij.

Maar dan blijf ik liever in mijn tuin zitten (van massa’s word ik angstig). Of op ’t gemakje tijdens de jazz in het Duvel Droomschip ’s middags of op het Emile Braunplein ’s avonds. Daar kan een mens nog ademen.

(Euh, dit is geen kritiek op de Feesten: ik ben gemeend blij voor wie deze omstandigheden wel naar waarde weet te schatten.)

feestenweer

Het is koud en het regent, en dat is het soort weer dat mij al sinds april achtervolgt. Was het niet voor ‘den jazz’, ik zou niet eens naar de Feesten gaan. Er zitten bovendien twee extra motivaties achter: ten eerste dat ik in de jury zit, en dus wel moét gaan, en ten tweede dat ik in en rond die jury allerlei interessante mensen ontmoet. Als autodidact buig ik dan graag voor de technische bagage die de kenners meebrengen, en zo ben ik weer ik een hele hoop dingen aan het bijleren. Nog meer zaken om bij het luisteren op te letten. Schitterend, vind ik dat.

(Geef mij nog even, en ik heb nog wat foto’s voor u van de de laatste Gent Jazz-dag.)