what you think is right is wrong

Te mooi om aan voorbij te gaan, en altijd handig om wat perspectief te krijgen in deze tijden van verkiezingen: 26 Reasons What You Think is Right is Wrong [via].

Een beetje doorklikken, en minstens evenzeer interessant is deze uitgebreide lijst van cognitive biases op Wikipedia.

Sociale netwerken (en dus ook –alle– politieke groeperingen) vallen bijvoorbeeld heel makkelijk ten prooi aan deze vooroordelen: group-serving bias, ingroup bias en system justification. Om maar iets te zeggen.

opruikunsten

Ook restaurants lijden onder rookverbod laat Belga optekenen bij De Morgen.

De nieuwe regeling inzake roken in horecazaken gaat gepaard met omzetverlies. Negenenveertig procent van de restaurants en eetgelegenheden met een omzet van meer dan een derde uit voeding, beweren omzetverlies te lijden of vrezen dit. […] Bij cafés is dat 21 pct.

Let vooral op beweren omzetverlies te lijden of vrezen dit. Dus mogelijks is het mogelijk dat eventueel 49 procent van de restaurants en eetgelegenheden (etc) verlies lijden. En 21 procent van de cafés, verschoning. Bewijs bestaat daar nog niet voor, maar het is wel mogelijk.

Pas op, het is ook mogelijk dat het water aan de Kuiperskaai in bier is veranderd.

(Laat ons misschien wachten tot er aantoonbaar cijfermateriaal is, nee?)

oudbollig

Vandaag kreeg Henri een document mee van school: Verklaring op eer betreffende leeringen gelijke onderwijskansen. Nu ben ik er helemaal voor gewonnen om iedereen gelijke kansen te geven, en al zeker wat betreft voor zoiets essentieels als onderwijs. Iedereen moet toegang krijgen tot onderwijs. Point final. En wie daarbij financiële of andere moeilijkheden ondervindt, moet daarbij geholpen worden.

Nee, mijn ‘probleem’ bevindt zich niet met het principe, maar met een criterium. Er zijn vijf criteria die worden nagekeken om in aanmerking te komen voor erkenning, zoals werkloosheid, behoren tot binnenschippers, kermis- of circusexploitanten, en uw thuistaal. Een van de criteria luidt als volgt:

5. Is de moeder in het bezit van een diploma secundair onderwijs of van een studiegetuigschrift van het volledig beoepssecundair onderwijs?

De moeder! Hoe het met de vader is gesteld is niet van belang voor gelijke onderwijskansen, net zoals het voor de vader nog steeds niet mogelijk is om een kind te erkennen zonder expliciete toestemming van de moeder. Het flauw excuus dat voor dat laatste wordt gebruikt is dat het kind nog steeds uit de moeder wordt geboren, en dat men niet over eenzelfde controle beschikt voor de vader (quatsch natuurlijk, want men kan in het ziekenhuis evengoed meteen een vaderschapstest uitvoeren). Maar ik wijk af.

Het ‘excuus’ in dit geval klinkt als volgt (zo heb ik mij laten vertellen): ‘het kan misschien raar klinken, maar wat betreft opvoeding en sociale kansen en onderwijs is het onderwijsniveau van de moeder van doorslaggevend belang, en maakt het niet echt uit hoe het met de vader –op dat vlak– is gesteld’. En gij nu.

tomeloos

Blinde bewondering hebben voor, of gedweept hebben met, bepaalde mensen, heb ik eigenlijk nooit gedaan. Ik ben altijd behoorlijk zot geweest van de Beatles (en ik heb nog steeds geen enkele popgroep gevonden die zelfs maar kniehoog komt), maar niet in die mate dat mijn kamer vol posters hing (er was er niet één). Michael Nyman is/was nog zo iemand, en hoewel ik al zijn platen heb (insert Urbanus lol here) –net zoals die van de Beatles (al zijn het daar letterlijk platen –LPs, vinyl– en bij Nyman cds)– ben ik kritisch genoeg om te zien dat bijvoorbeeld Nyman veel, erm… herbruikt. En toen ik hem (een paar keer) ontmoet heb, wist ik met moeite wat ik in godsnaam tegen de man moest zeggen. In dat opzicht volg ik Peter Greenaway, die stelde: I really, sincerely believe that one should trust the work, and not the author. (Wat overigens ook mijn houding is t.o.v. pakweg diploma’s e.d.)

Soit. Er is momenteel één iemand waar ik een tomeloze bewondering voor heb, en ik heb het daar behoorlijk moeilijk mee. Wat als die bewondering mijn objectiviteit in de weg komt te staan? Wat als ik plots i.p.v. een kritische etter een waarderend watje word? En kan zo’n bewondering wel blijven duren?

Dit heeft overigens niets te maken met vriendschappen of appreciatie. Er zijn een heleboel mensen die ik best naar waarde weet te schatten, en wiens aanwezigheid ik meer dan op prijs stel (en dat hopelijk bij wijlen ook laat blijken). Nee, dit is op het randje van het aanbidden af, een adoratie, of zoals een religie, en net dat laatste wil ik vermijden. (Religie is slecht, zo heeft de geschiedenis al meermaals aangetoond.)

Maar goed, zoals steeds laat ik het maar gewoon op me afkomen –en bewaar ik gedwongen dat kleine beetje afstand. Ondertussen dweep ik lekker verder. Want eigenlijk is dat wel aangenaam, zo iemand om naar op te kijken.

Jij niet bang van zwarte man zijn!

Vroeger werd men soms op straat aangeklampt door een of andere Afrikaan, wiens captatio benevolentiae steevast luidde: dag meneer, jij niet bang van zwarte man zijn. Alleen al het feit dat hij die zin uitsprak, beroerde zevenentachtig voelsprieten die mij alle vertelden vooral toch maar waakzaam te zijn voor hetgeen wat zou volgen.

Sinds het algemeen tot fout uitgeroepen Kuifje in Congo (oorspr. Tintin au Congo), en de connotatie met Wereldoorlog II –om een totaal andere reden– leek het woord ‘zwarte‘ mij grotendeels uit de Vlaemsche woordenschat verbannen.

Toen ik vanochtend over Nieuw geval van extreem geweld las bij DM, vroeg ik mij toch af waarom ik dit een eigenaardig taalgebruik vond:

Net geen maand na de moord op Joe Van Holsbeeck is België weer opgeschrikt door extreem geweld, wellicht met racistische inslag. Enkele skinheads hebben zaterdagnacht een zwarte man en zijn Belgische vriend afgetuigd in Brugge, vlak bij het beruchte café De Kastelein. De zwarte verkeerde gisteren nog in levensgevaar, zijn vriend is zwaargewond.

Het gaat hem wel degelijk over de zwarte; even later spreekt men over een zwarte man uit Parijs, wat ik een veel minder bijzonder taalgebruik vond. Een zwarte man (zonder uit Parijs erbij) ligt daar ergens tussen.

“Een zwarte man uit Parijs ligt in een coma en is in levensgevaar”, zegt de Brugse procureur Jean-Marie Berkvens. “Het andere slachtoffer, een Belg met rastakapsel uit Ichtegem, is zwaargewond.”

Bij DS heeft men het over een allochtoon, en daarna nog over kleurling; bovendien blijken bij DS beide mannen allochtonen te zijn:

Tijdens de nacht van zaterdag op zondag zijn twee allochtonen in Sint-Kruis-Brugge afgetroefd door een groep skinheads. Een van de slachtoffers, een Fransman, ligt in een coma en verkeert in levensgevaar. Ook het tweede slachtoffer, een Afrikaan, is zwaargewond. […] Bij de slagen werden geen wapens gebruikt, de twee kleurlingen werden geslagen en geschopt.

In de context van DS vind ik het taalgebruik van DM een beetje gekleurd (excusez le mot). In de context van het gebeuren is de afkomst van de slachtoffers wel belangrijk natuurlijk, maar is de taalkeuze nog steeds eigenaardig te noemen. Of geraak ik PC geconditioneerd ?