Cabin Fever (x3)

Cabin Fever (2002)
A group of five college graduates rent a cabin in the woods and begin to fall victim to a horrifying flesh-eating virus, which attracts the unwanted attention of the homicidal locals.

Regisseur: Eli Roth
Schrijvers: Eli Roth, Randy Pearlstein
Met: Jordan Ladd, Rider Strong, James DeBello
IMDB

Cabin Fever 2: Spring Fever (2009)
A high school prom faces a deadly threat: a flesh-eating virus that spreads via a popular brand of bottled water.

Regisseur: Ti West
Schrijvers: Joshua Malki, Randy Pearlstein, Ti West
Met: Rider Strong, Noah Segan, Alexi Wasser
IMDB

Cabin Fever (2016)
A group of five friends are terrorised at their getaway cabin. A remake of the 2002 film, ‘Cabin Fever’.

Regisseur: Travis Zariwny
Schrijvers: Randy Pearlstein, Eli Roth
Met: Gage Golightly, Matthew Daddario, Nadine Crocker
IMDB

Wat heeft mij in godsnaam bezield, om deze drie films te bekijken? Cabin Fever was het regiedebuut van Eli Roth, en werd destijds in de pers geloofd als een frisse wind binnen het genre. De versheidsdatum was ondertussen reeds lang overschreden, en production designer Travis Zariwny mocht in de regisseursstoel plaatsnemen om de remake te filmen.

Fotografisch is de remake alvast interessanter –al hoorde ik mijn zoon bij de opening credits virtueel (want hij kijkt voorlopig geen horror) in mijn oor schreeuwen: “een drone, ze hebben een drone gebruikt!” (En nadien nog eens, bij de aftiteling.) De beslissingen van de shots lijken veel bewuster gemaakt, en een aantal acteurs hebben ongetwijfeld ergens in hun leven reeds acteerlessen gevolgd. Al blijft er nog steeds een ruime portie overacting aanwezig.

Maar hoewel het er allemaal professioneler aan toe lijkt te gaan, mist de film toch een aantal (soms cruciale) elementen uit de oorspronkelijke versie. De achtergrond van de personages is grotendeels verdwenen (de relatie tussen twee van de protagonisten, toch een mooie rode draad in de film, werd veel te weinig uitgewerkt), de humor is veel saaier. Het lijkt wel dat door de professionaliteit, de ziel uit de film werd weggeschrobd. Geen irritatie meer over het ergerlijke karakter van de nu bijna afgelikte Bert, geen schijnbaar preutse onschuld bij Karen, en Old Man Cadwell (Robert Harris) werd vervangen door een jonger, saaier, exemplaar (George Griffith).

Het verhaal pretendeert gelukkig niet te zijn wat het niet is, en dat maakt beide films bekijkbaar. Origineel zijn ze evenwel allesbehalve. Het is vooral te betreuren dat ze een schizofrene afscheiding van elkaar lijken, en dat Zariwny er met zijn remake niet is in geslaagd om de kwaliteiten van beide versies te combineren. Hoe paradoxaal dat ook mag klinken.

Oh ja, dan is er ook nog de sequel. Die heeft met de cabin eigenlijk zo goed als niets te maken. Het is een slecht ontwikkeld puberverhaal, vol verdoken morele boodschappen, gemaskeerd door bloedkotsende tieners en een hele keure vunzigheden. Te vermijden. (Naar het schijnt is er ook een deel drie, maar ik heb de moed niet meer om ook dat nog te bekijken.)

Wat mij heeft bezield? Ik weet het niet, en al zeker niet, nu ik ontdekt heb dat ik beide films al eerder had gezien (en negatief beoordeeld). Volgende keer toch maar wat beter mijn archief raadplegen.

Knock Knock (2015)

When a devoted husband and father is left home alone for the weekend, two stranded young women unexpectedly knock on his door for help. What starts out as a kind gesture results in a dangerous seduction and a deadly game of cat and mouse.

Regisseur: Eli Roth
Schrijvers: Eli Roth, Nicolás López & Guillermo Amoedo (scenario); Anthony Overman & Michael Ronald Ross (verhaal)
Met: Keanu Reeves, Lorenza Izzo, Ana de Armas
IMDB

En hier zijn Eli Roth, Guillermo Amoedo, Lorenza Izzo en Ignacia Allamand opnieuw. Na The Green Inferno brengt Roth opnieuw een tribute aan andere film, deze keer Death Game van Peter Traynor uit 1977. Enfin, tribute: het is eigenlijk een geüpdatet remake. Scream Queen Colleen Camp heeft zelfs een bijrolletje in de film, terwijl ze één van de hoofdrollen vertolkte in het origineel.

Het goede nieuws: Lorenza Izzo en Ana de Armas spelen heel overtuigend.

Het slechte nieuws: Keanu Reeves is vergeten hoe hij moet acteren. Mogelijks was hij helemaal ondersteboven van de wulpse naaktheid van de twee actrices, maar zelfs als brave huisvader kan hij niet meer dan een halfslachtige poging ondernemen tot Jim Carrey’s The Claw uit Liar Liar.

Vervang Reeves door een andere acteur, haal er wat misplaatste slapstick uit, en dit had een uitstekende film kunnen zijn. Maar nu dus niet.

FFG: The Green Inferno (2013)

A group of student activists travels to the Amazon to save the rain forest and soon discover that they are not alone, and that no good deed goes unpunished.

Regisseur: Eli Roth
Schrijvers: Guillermo Amoedo, Eli Roth
Met: Lorenza Izzo, Ariel Levy, Aaron Burns
IMDB

Laten we beginnen met het goede nieuws: een horrorfilm die zich in volle daglicht afspeelt, kan bij mij op enige goodwill rekenen. Voor de rest hebben we een keure aan actrices waar regisseurs/scenaristen Eli Roth en Guillermo Amoedo al eerder mee samenwerkten voor projecten zoals The Stranger, Aftershock en straks ook Knock Knock, zoals Lorenza Izzo & Ignacia Allamand. Als het klikt, dan klikt het. Met Lorenza Izzo klikte het zelfs zo hard, dat Roth er een jaar later mee is getrouwd.

De film duurt 100 minuten, en de eerste veertig zijn gewijd aan een introductie. Izzo speelt Justine, een naïeve juffrouw, die zich blindelings om de tuin laat leiden door Alejandro (Ariel Levy), en hem voor de goede zaak volgt naar Peru, om het regenwoud van ontbossing te redden. Op de terugreis crasht het vliegtuig, en de groep –enfin, de overblijvers– komen in de handen van een locale stam, die kannibalen blijken te zijn.

Laat ik maar onmiddellijk de meest negatieve zaken uit de weg schrijven: Ariel Levy is niet bepaald een goed acteur. Nog goed dat hij de slechterik speelt, want overtuigend is hij niet echt. En dan de valse preutsheid, die de geloofwaardigheid tegenwerkt. Het is blijkbaar ok om een volwassen man –levend– de ogen uit te laten steken, en vervolgens van de ledematen te ontdoen –onderwijl nog steeds bij volle bewustzijn blijvend– maar het kan blijkbaar niet dat er ook maar enige vorm van naaktheid wordt getoond, terwijl dat net zo goed in het verhaal past als die slachtpartij. Want serieus, in het verhaal is die slachtpartij echt wel functioneel. De naaktheid ook, alleen wordt die niet getoond. De matriarch van de stam laat de meisjes uitkleden, en steekt vervolgens één of ander ding in hun vagina (geen nood, dat wordt niet getoond –het is geen pornofilm), om na te gaan of er nog een maagd tussen zit (don’t ask). Na de proef worden de meisjes weggeduwd, waarna ze op miraculeuze wijze opnieuw over ondergoed lijken te beschikken (ik haat zo’n gekunstelde fouten, cfr hier bij Welp).

Voor de rest is de film ok. Geen hoogvlieger, en eigenlijk een licht afkooksel van Cannibal Holocaust waarnaar de film overduidelijk refereert (de titel alleen al), en die ik dringen nog eens opnieuw moet zien (damn, dat is láng geleden). Maar het had erger gekund. Er zitten bovendien een pak interne verwijzingen in, met wat goede wil is het zelfs een soortement coming of age film, en er is natuurlijk de voor de hand liggende clash tussen de westerse beschaving en de Amazone-stam.

Nee, het had veel erger gekund. Worstel u door de bijzonder clichématige eerste veertig minuten, en de tweede helft van de film valt best mee, voor het genre.