Ge moet het maar vragen

In de Delhaize kunt ge brood kopen. Wie dat grootwarenhuis al eens bezocht heeft, zal het kunnen beamen. Vaak is het zelfs van aanvaardbare kwaliteit, en bij sommige broden prijkt een bordje ‘in huis gebakken’. Let wel: er staat niet ‘gemaakt’, enkel ‘gebakken’, wat wil zeggen dat het kant-en-klaar gerezen deeg aldaar enkel in een oven werd gestopt. Ik vertel u niets nieuws.

De Delhaize is meestal mijn tweede stop. Mijn eerste is de Bio-planet. Het brood aldaar werd niet in huis gebakken, maar werd binnengebracht door De Trog, een ‘biologische bakkerij waar heel wat waarden hoog in het vaandel worden gedragen’. Ik vind het brood van De Trog meestal niet te vreten. Ons brood komt dan ook veelal van een warme bakker, of ik bak het zelf. Vandaag had ik geen tijd (noch voor het een, noch voor het ander), dus zou ik een brood meebrengen van Delhaize.

Bij de broodrayon, een uitgebreide bedoening in Delhaize (net zoals in Bio-planet overigens), staan twee broodsnijmachines, waarboven een aanzienlijke verscheidenheid broodzakken werden geplaatst. De opstelling is geheel symmetrisch. Alle zakken boven de ene snijmachine vindt u ook terug boven de andere.

Ik koos voor de linkerkant. Dat heeft niets te maken met mijn eventuele politieke voorkeur, maar de linkerbroodsnijmachine bevond zich gewoon dichter bij de plaats waar ik het brood had genomen. Dat, en de rechtse was bezet. Een juffrouw van begin de twintig had er net haar brood in de machine gestoken. Haar brood moet groter geweest zijn dan het mijn, want pas toen ik de juiste zak had gevonden, werd ook haar brood gesneden en wel door de machine uitgespuwd. Terwijl ik mijn brood met weinig succes in ‘zak A’ probeerde te steken, reikte de juffrouw naar de juiste zak (‘zak 1’), die zich helemaal rechts van haar machine bevond. En helemaal links van de mijne. Mijn kant moet er duidelijk interessanter uitgezien hebben, want de juffrouw reikte over mij heen naar de voor haar verst mogelijk uithoek van de broodsnijmachineplaats, daarbij haar borsten nadrukkelijk tegen mijn handen schurkend.

Dit was geen toevallig aanbotsen meer. Terwijl ik druk doende was met de schier onmogelijke taak het brood in de broodzak te bergen, bleef de juffrouw, met haar borsten tegen mijn handen, twijfelen of ze nu wel die ‘zak 1’ dan wel een andere zou nemen, waarbij het mij op den duur niet meer duidelijk was of ik mijn brood dan wel haar borsten in mijn broodzak aan het masseren was.

“Maar juffrouw,” kon ik nog uitbrengen toen ik mijn broodzak eindelijk in mijn winkelmandje mocht leggen, “als ge graag hebt dat ik aan uw borsten kom, dan hebt ge dat maar te vragen hoor.”