het bush-gevoel

Kunnen we ons nu eindelijk van het Bush-gevoel i ontdoen? De eerste politieke partij ii (op één vanzelfsprekende uitzondering na) die zich constructief uitlaat over de toekomst en dus niet met de vinger wijst naar het verleden (tenzij naar zichzelf), mag rekenen op mijn stem.

Voor de rest ga ik u niet vervelen met mijn toogpolitieke bedenkingen. Tabula rasa!

  1. U gaat me toch niet niet vertellen dat ik de enige was die zich bij Leterme I (et fin) voelde als een Amerikaan die zich aan de regering Bush diende te onderwerpen?
  2. U hoeft zo verontwaardigd niet te kijken. Er zijn geen partijen meer. Er wordt in de politiek meer van partner gewisseld dan op een swinger’s party: van Open VLD naar LDD, van Vl.Pro naar sp.a, van CD&V naar Opus Dei. En de sp.a is zelfs niet socialistisch meer, zo stond onlangs in de krant. Hand in de lucht voor wie dat nog als een donderslag bij heldere hemel kwam.

Gent is soft (en dat is goed)

Gisteren vond in het NTG Het Groot Overleg over Gent plaats. Gezien ik doctor dokter vergezelde naar een feestje, kon ik daar helaas niet aanwezig zijn, dus ga ik af op wat er in de media over te lezen valt.

Voorlopig is dat een beetje schaars, maar Gent moet af van jaren ’70 (volgens bureau Berenschot althans), schrijft De Gentenaar bijvoorbeeld. Leest u vooral het ganse artikel, ik haal er twee fragmenten uit:

Andere aspecten springen meer in het oog, maar die zijn dan weer niet allemaal positief, vindt Berenschot. Zo ervaart iedereen Gent als een volkse stad, maar wordt dat verbonden met rommeligheid en oubolligheid. Gent staat weliswaar bekend als toeristenstad, maar dan met de nevenbedenking dat ze maar goed is voor eendagsreizen. Als evenementenstad wordt Gent dan weer geassocieerd met kermisachtige toestanden en niet met pakweg innovatiebeurzen of grote congressen.

[…]

Met andere woorden: Gent moet af van het jaren ’70-denken, concludeert Berenschot. Door te soft te blijven, riskeert de stad oninteressant te worden voor bijvoorbeeld ondernemers.

Lang leve oudbolligheid! Lang leve eendagstoeristen! Lang leve kleinschaligheid! Lang leve soft Gent! De nadruk ligt op cultuur, zo erkende zelfs Berenschot. En ik voeg daar graag aan toe dat wie zakelijkheid en business wil, vooral zijn heil gaat zoeken in Brussel.

Gent bekleedt een unieke positie van ambachtelijkheid en gedegen kennis (vs marketing gedreven zakelijkheid); is klein, beheersbaar, gezellig, volks, en vooral leefbaar; en wordt steeds meer –op redelijk natuurlijke wijze– een kleinparelige cultuurstad. Wie daaraan al te veel tracht te wijzigen, zou daarmee meteen het hart van de Gentenaar vernietigen. En dat zou pas verschrikkelijk jammer zijn.

(Dju, ik heb iets gemist, gisteren.)

Gent voor de buurtbewoners

Een fijn interview/artikel met Vera Dua in De Morgen (02/09/2006): Gent moet een solidaire en groene stad zijn

Ze spreekt ware woorden wanneer ze het over de mobiliteit heeft:

Als de verbindingen vanuit de rand beter worden, hoeft de Gentenaar ook niet in de auto te stappen om in het Sint-Pietersstation de trein te nemen. Het stadsbestuur wil daar een groot parkeerterrein aanleggen, maar dan moedig je mensen aan om de auto te nemen. Er mag een parkeerterrein komen, maar als dat zo groot is dat er ook een nieuwe verbindingsweg met de R4 nodig is, dwars door een woonwijk en tegen de zin van de buurtbewoners, dan ben je op een te grote schaal bezig bent.

Gent is een relatief kleine, gezellige stad, en de meeste van haar bewoners willen dat ook zo houden. Geef Gent de overroepen metropole ambitie van Brussel of Antwerpen, en je verwelkomt meteen ook de samenlevingsproblemen, de criminaliteit, en de onpersoonlijkheid. De aantrekkingskracht van Gent schuilt net in dat dorpsgevoel, met daaraan gekoppeld alle voordelen van een stad. Laat dit alstublieft niet de zoveelste stad worden die in handen valt van de projectontwikkelaars.

(Aanschouw, een PDF ter referentie. Kopen, die krant!)