Een schermtornooi in Bochum

We gingen het ver zoeken, deze keer. Gisteren was er een schermtornooi in Bochum, volgens Google Maps dik 2.30 u. ver. Wij kwamen met een veiligheidsmarge tot 3 u. rijden, wat betekende dat we ten laatste om 6 u. moesten vertrekken om daar ten allerlaatste om 9 u. te zijn. Om 5 u. opstaan dus.

Gezien we met de orkestrepetities op vrijdag pas tegen 22 u. thuis zijn, hadden we besloten dat Henri de repetities beter deze keer zou overslaan. Kwestie van toch ietwat levendig op de wedstrijdstrook te verschijnen. Toen ik vrijdagavond aanzette naar de V.E.M., bleek de rechter voorband van de auto echter lek. Gelukkig is er het openbaar vervoer (ik zag mij met mijn schouder niet meteen mijn tenorsax op de rug nemen en tot de V.E.M. fietsen), waardoor ik 45 minuten later toch ter plaatse was (wachten tot 19.08 op de bus, afstappen aan het Rectoraat/Vooruit, te voet tot de V.E.M. –nog net iets verder dan Kinepolis). Nog goed dat iemand mij naar huis heeft kunnen brengen achteraf.

Tessa regelde ondertussen de lekke band met de wegenwacht, en de schoonouders waren al op standby om hun tweede wagen af te leveren ingeval we het met zo’n dun vervangingsbandje zouden moeten doen. De wegenwachter vond echter geen lek, heeft de band opnieuw opgepompt, en ziet: we zijn heen en weer geraakt zonder verdere problemen. En op tijd.

Schermtornooi in Bochum

Een dikke tien km voor Bochum (ergens rond Essen) werd de weg plots glad. Er viel en lag overal poedersneeuw, en het zag er spekglad uit. Ik had totaal geen rekening gehouden met het weer aldaar; voor hetzelfde geld was de boel er totaal ondergesneeuwd. Gelukkig viel het nogal mee: gewoon een beetje vaart minderen volstond.

De sportzaal was mooi en goed verwarmd, en vanop de tribunes hadden we overzicht over de ganse zaal. Van de Duitse Pünktlichkeit viel evenwel niet veel te merken. Hoewel het tornooi om 9.30 u. diende te beginnen, was het eerder 10 u. eer de eerste degens –pardon: floretten– werden gekruist.

Schermtornooi in Bochum

Henri legde een schitterend parcours af, na de rangschikking in de poule kwam hij reeds op de tweede plaats, en mocht hij automatisch door naar de halve finale. Ook ploegmaat Pieter speelde voortreffelijk –ze kwamen tegen elkaar uit in de halve finale. Pieter werd uiteindelijk derde, en Henri tweede. (Ik ben gelijk een beetje trots op de zoon.)

Schermtornooi in Bochum

Eigenlijk had het allemaal tegen de middag gedaan kunnen zijn, maar er was een tekort aan scheidsrechters, waardoor het allemaal wat langer duurde. Ondertussen konden we ook nog supporteren voor de Gentse pupillen, maar uiteindelijk verschenen onze twee Belgen op het (overwinnings)schavot. Pas rond 15 u konden we naar huis vertrekken (voor de pupillen zal het nog een pak later geweest zijn).

Volgende week: Ukkel, de week erna: Gembloux.

Trixie Whitley Tryout

Trixie Whitley

Trixie Whitley speelt in minder dan een maand twee keer voor een uitverkochte Handelsbeurs, op 21 februari en op 10 maart, en voor een uitverkochte AB op 9 maart. Wie door al die uitverkochte concerten Trixie toch nog moet missen (of haar nog eens wil zien), kan deze zomer terecht op het Gent Jazz festival waar ze op 20 juli optreedt.

Haar debuutalbum, Fourth Corner is nog maar een kleine maand uit, maar het heeft ondertussen al goud gehaald. Gisteren speelde ze een try-out in de Handelsbeurs, en kreeg ze een gouden exemplaar van het album overhandigd door de Gentse burgemeester Daniël Termont.

Trixie Whitley

Parijs dus

Een week geleden zaten we nog in Parijs. Ons logement lag een beetje buiten Parijs, maar na een halfuurtje via het voorstedelijk treinnet stonden we aan de Gare du Nord. We hebben 7,50 euro voor een cappuccino (het melkschuim stond torenhoog en de koffie was niet meer dan een bodempje espresso in een gigantische tas) betaald bij Carette, maar het deed ons denken aan Bloch en ik zag er me zo al elke week heen trekken. (Ik zie mijzelf ook regelmatig de Lotto winnen, maar ik blijk niet zo’n uitmuntende ziener te zijn als ik zou willen.)

Kamer met zicht

Het sneeuwde ook, en dat inspireerde de tieners op dag twee uiteindelijk toch om een sneeuwballengevecht te houden én een sneeuwman te maken. Die tweede dag (zondag) trokken de vrouwen alleen de stad in –de mannen enigszins gerustgesteld dat de winkels gesloten waren, al bleek dat niet te kloppen– en ik heb ze toen ’s ochtends naar het station gebracht. Toen ik ze ’s avonds ging halen, was het echter net beginnen sneeuwen, redelijk hevig zelfs. Naar het station was het bergaf, maar dat betekende natuurlijk dat het van het station… jawel: bergop ging. Onze wagen is klein, de banden zijn smal, en tijdens het klein half uur dat ik aan het station stond te wachten, was ik net niet ondergesneeuwd. De weg terug was redelijk… avontuurlijk. Ik was blij dat er niet te veel ander verkeer op de baan was (ik ben maar twee andere voertuigen tegengekomen), want het was een beetje moeilijk om er te geraken. Hilarisch ook, want terwijl mijn stuur een halve slag naar links of rechts gedraaid stond, ging de auto gewoon vooruit. We zijn er geraakt, zonder brokken.

Koffie bij Carette Iedereen is zot van Jef

De laatste dag, net een week geleden dus, gingen we het Louvre bezoeken. Iets te druk voor mij (véél te druk voor mij), dus ging ik op mijn eentje naar de Rue de Rome, waar zich zowat de grootste concentratie muziekwinkels moet voordoen –en dan heb ik het over muziekinstrumenten en partituren, niet over platen. Ik vond er eindelijk de partituur van Rameau die ik zocht (maar geen Duphly helaas), en de collectie van Yann Tiersen (Piano Works 1994-2003).

Louvre

Dit is ongeveer het enige wat ik van het Louvre heb gezien –bij de uitgang van de metro is er een gaanderij waar men naar binnen kan kijken. Een beetje gelijk een terrarium, met allemaal kleine mensjes erin.

Parijs is leuk, maar ik heb precies de neiging daarheen te trekken als het koud is. Wat misschien niet zo’n goede zet is voor iemand zoals ik die liever warmte heeft. Nog goed dat het gezelschap zo aangenaam was.

Laat mij los

Na een dag of vier of vijf lijkt het alsof ik erin ga slagen mij aan de horden grieplijders te kunnen onttrekken. Ik heb een mix gehad van migraine en griep en een luchtweginfectie (die is er nog steeds).

Henri had zich de vakantie anders voorgesteld (ik ook, als ik eerlijk mag zijn), edoch, het is bijna voorbij –de ziekte, maar helaas ook de vakantie. Hij is zo goed als genezen, bij mij zal het nog even langer duren. (Ik heb in geen tien dagen kunnen lopen –aarrrggghhh.) Het zou mij trouwens niet verwonderen dat er een epidemie was (is), want ik ken verschrikkelijk veel mensen die er ook aan waren voor de moeite.

Die zag ik niet aankomen

Twee (heel) prille twintigers poten een tank van een Mercedes (een GLK of een M) voor mijn poort, en plannen een bezoekje bij mijn buurman, de gynaecoloog. Ik zucht, open het vensterraam, en spreek mijn gewoonlijke begroeting.

“Excuseer, maar u staat voor een poort.”

“Ja, maar ’t is niets, we moeten gewoon bij de dokter zijn.”

Zucht. Natuurlijk is het ‘niets’ voor u, juffrouwkes, maar ge staat wel voor mijn poort, denk ik.

“Dat geloof ik graag,” zeg ik luidop, “maar kijk: daar en daar en daar en daar heeft u plaats om uw voertuig te parkeren, zonder iemand te hinderen.” Hulpvaardig als ik ben, wijs ik naar een paar plaatsen, waarvan er twee aan dezelfde kant van de straat (een meter of vijf of tien ver), en twee aan de overkant van de straat liggen.

“Moet ge weg misschien? Hé? Moet ge nu weg? Nu, nu, nu, nu, nu?!”

“Kan u gewoon even uw voertuig verplaatsen?”, antwoord ik luchtig, “Er is plaats genoeg hé?” Ik plak er een sprankelende glimlach achteraan.

“Nee, maar, moet ge weg soms? Wij moeten gewoon bij de gynaecoloog zijn. Hé? Moet ge nu-nu-nu-nu-nu weg?”

Ik blijf vriendelijk glimlachen. “Als u zich gewoon even wil verplaatsen. Het was al gebeurd op de tijd dat wij deze conversatie nu hebben.”

“Weet ge wat ik gewoon zou willen doen?”, bijt de juffrouw mij toe, “een kogel door uw kop schieten.” En als ze op haar voertuig afstapt voegt ze eraan toe: “meer dan één zelfs.”

Terwijl ze haar wagen drie huizen verplaatst, spreekt plots ook haar vriendin, die aan de voordeur van buurman blijft wachten. “En ik zou meehelpen.”