Veggievoor(oor)deel

Een dag of drie geleden kwam ik terecht (ik weet al niet meer hoe) bij Andrew Shaw, die zich afvroeg: Can you be a manly vegetarian? Weinig interessant vond ik dat, een beetje op gelijke voet met de vraag of een man wel met een tas —man bag op zijn hipsters– rond zijn schouders mag gezien worden. Edoch, dit stukje daaruit was (een beetje) herkenbaar:

Say a guy finds out I’m a vegetarian. The conversation usually goes like this:
“So you just eat fish?”
“No, that’s a pescatarian. I don’t eat meat at all.”
“Don’t you need protein? You’re gonna lose muscle mass.”
“Lots of nuts and vegetables have protein. You didn’t see Popeye cracking open a can of tuna.”

Allemaal redelijk stereotiep natuurlijk, en er werd nog nooit een probleem van gemaakt dat ik geen dieren meer eet. (Problemen maakt ge zélf, heeft iemand mij ooit eens wijs gemaakt.)

Veggievoordeel door Bruno Bollaert

Gisteren bijvoorbeeld, was ik op een fijn verjaardagsetentje, waar een ruime keuze vis was voorzien. Maar dat ik geen vis of vlees meer eet, stootte meer op begrip dan op weerstand, en voor ik het goed en wel besefte, kreeg ik bovenstaand bord voorgeschoteld. Heerlijk was dat.

Vergaderbuit

Vergaderbuit door Bruno Bollaert

  • Live in Berlin / Alexander vom Schlippenbach / 2010
  • Colour Yes / Matthew Halsall / 2011
  • Gloss Drop / Battles / 2011
  • James Farm / Redman, Parks, Penman, Harland / 2011
  • Good Days at Schloss Elmau / Gwilym Simcock / 2011
  • Canada Day II / Harris Eisenstadt / 2011
  • Live au Tracteur / Raphaël Imbert Project / 2010
  • Quiet Tiger / Kit Downes Trio / 2010
  • The Gentle War / Trichotomy / 2010
  • Cosmic Lieder / Darius Jones & Matthew Shipp / 2011
  • Here We Go Again / Willie Nelson & Wynton Marsalis feat. Norah Jones / 2011
  • When the Heart Emerges Glistening / Ambrose Akinmusire / 2011
  • Pursuit of Radical Rhapsody / Al Di Meola / 2011
  • Walking Voices / Equilibrium / 2011
  • Voice / Hiromi / 2011
  • Live at Birdland / Lee Konitz, Brad Mehldau, Charlie Haden, Paul Motian / 2011

Excuseer, pardon, verschoning, ik placeer mij in mijn luisterzetel. Het is er toch het weer naar.

Code 37

De film van de Gentse serie met de Antwerpse acteurs (behalve de slechteriken) en muziek van Intergalactic Lovers, komt vanaf 26 oktober in de bioscoop. Wat betekent dat de kans bestaat dat hij in (avant) première gaat tijdens (de 38e editie) van het Filmfestival Gent. Misschien dat ik dit jaar toch nog eens probeer het filmfestival mee te pikken (voor Gentblogt bijvoorbeeld).

Code 37 is één van de betere Vlaamse series, en stopt (normaal gezien) eind dit jaar, na drie succesvolle seizoenen. Maar waar past de film ergens in, binnen die drie seizoenen?

Abrikozenconfituur

Het was al veel te lang geleden dat ik nog eens confituur heb gemaakt. De laatste tijd genieten wij vooral van de confituur van Callas, maar wij kochten midden de Gentse Feesten een ganse bak abrikozen, en die waren ondertussen allemaal rijp.

Rijp, niet overrijp, maar onze gezamenlijke magen zijn maar zo groot, en liever dan ze tegen het einde van de week te moeten wegsmijten, zocht ik nog eens raad bij Christine Ferber. Destijds was haar Abricots bergeron à la vanille de eerste confituur waar ik me aan had gewaagd; deze keer heb ik zelf een paar dingen gecombineerd.

Abrikozenconfituur door Bruno Bollaert

Benodigdheden

  • 1,2 kg abrikozen (rijp, maar nog stevig), goed voor ongeveer 1 kg ontpitte vruchten
  • 500 g Maxi-Fruit 3+1 (350 g zou moeten volstaan, maar met de citroen wordt het anders wat te zurig)
  • het sap van een kleine citroen
  • het sap van een limoen
  • 200 ml water
  • ongeveer een eetlepel flinterdun gesneden stukjes verse (!) gember
  • vier-vijf draaien aan de pepermolen

Die laatste twee ingrediënten zijn niet noodzakelijk, en als u geen limoen hebt, kan u die gerust vervangen door een (tweede) kleine citroen.

Zo gemaakt

Dag 1, rond de middag

Spoel de abrikozen in koud water, en ontpit ze. Leg ze in een grote kom, en giet er de suiker over, en vervolgen het citroen- en limoensap, en ten slotte het water. Dek af met bakpapier of vershoudfolie, en plaats gedurende een achttal uur in de koelkast.

Abrikozenconfituur door Bruno Bollaert

Dag 1, ’s avonds

Schil de verse gember, en snijd hem vervolgens in flinterdunne plakjes. Giet de inhoud van de kom in een (confituur)kookpot, voeg er de gember bij, en de peper. Warm op, tot het allemaal goed begint te bewegen (portez au frémissement omschrijven de liederrijke Fransen dat). Haal van het vuur, giet alles terug in de kom, dek opnieuw af, en laat dit op een koele plaats (in de koelkast bijvoorbeeld) een nacht rusten.

Dag 2, ’s ochtends

Haal de schil van de abrikozen (geen paniek, dat gaat heel gemakkelijk). Smijt de schil weg, en leg de abrikozen opzij. Giet het overgebleven vocht door een fijn vergiet, en breng dat flink aan de kook. Haal het schuim er met een schuimspaan af, en voeg de abrikooshelften toe.

Laat opnieuw tot het kookpunt komen, en haal er dan voorzichtig de abrikooshelften uit (met een tang of met de schuimspaan), en verdeel ze over de confituurpotten. Laat de vloeistof nog een drietal minuten doorkoken, en verdeel die dan ook over de confituurpotten.

Sluit meteen af, en laat minstens een dagje afkoelen voor u de eerste pot aanbreekt.

Abrikozenconfituur door Bruno Bollaert

Smakelijk!

Jeroen De Preter, tourwinnaar

Wie mij een beetje kent, weet dat mij niet kan verweten worden op de hoogte te zijn van sport. Hooguit bekijk ik met Henri de MotoGP of de Formule eens, wanneer de afstandsbediening ons daar toevallig op terecht brengt. Ik verlies er in elk geval geen slaap over. “Wie gaat de tour winnen, Bruno”, vroeg men mij onlangs en antwoordde met kennis van zaken: “Joop Zoetemelk. Of nee, toch Bernard Hinault.”

Pas op, ik durf zelf wel eens te lopen (16 km vanochtend nog), en tijdens een moment van zwakte heb ik zo’n racefiets in huisgehaald, een paar jaar geleden (een witte Trek Madone 5 punt nog iets). Wie er een goede prijs voor biedt, mag hem gerust overkopen. Hij verkeert in perfecte staat, wegens in ongebruik.

Maar sinds de muisjes die Buth in de wielen van Thomas Pips tekende, heb ik tijdens de tour niet meer met zo’n verlangen naar de krant uitgekeken als de voorbije weken. Jeroen De Preter, “een veertiger die in januari nog een kettingroker was” heeft zes maanden lang getraind om hetzelfde parcours af te leggen dat de het wielercircus zou volgen (Trappen tot het snot uit uwe rug komt). Hij ging de coureurs een dag (of twee) vooraf, en samen met fotograaf Jonas Lampens werd zijn calvarie voor de krant De Morgen vastgelegd. Het was verschrikkelijk spannend en onderhoudend, en zelfs al zegden die cols en andere plaatsen mij weinig, ik kon niet anders dan helemaal meeleven met de belevenissen van De Preter.

De afgelopen drie weken hebben me geleerd dat koersen, veel meer dan ik al dacht, een mentale kwestie is. Op de flanken van l’Alpe d’Huez heb ik mogen ervaren hoe euforie de pijn, de uitputting en het zuur kan versmachten. Op euforie kan een mens minstens vijf per uur sneller rijden dan hij dacht te kunnen rijden.

Wielrennen, zo heb ik de afgelopen weken geleerd, is een gevecht tussen twee tegengestelde, maar onlosmakelijk met elkaar verbonden krachten. Het is een gevecht van pijn tegen euforie.

Tot u spreekt vandaag een man die de pijn heeft verslagen, een man in euforie. Tot u spreekt iemand die dankzij de Tour veel meer van zichzelf, en dus ook van de rest van de wereld is gaan houden. In de hoop dat het wederzijds is, dank ik u allen allerhartelijkst.

Kijk, als ze mij nu nog vragen wie de tour heeft gewonnen, dan hoef ik niet meer te twijfelen: het is Jeroen De Preter.