Zee

Wij zaten aan de zee, dit weekend. Ieder een beetje apart. Tessa zat in het Thermae Palace in een kamer met zeezicht én balkon (uit noodzaak, want het was het enige wat nog beschikbaar was), waar ze alleen maar ’s avonds van kon ‘genieten’ omdat ze daar eigenlijk op congres zat. Henri zat in Duin & Zee, voor een muzikaal weekend met de VEM. En ik heb ze allemaal gebracht en afgehaald. En heb in Westende een beetje op het appartement van mijn schoonouders rondgedwaald. De zee, met deze temperaturen, dat is eigenlijk niets voor mij. Ik droom van zachte stranden en warme waters en een fris glas spuitwater met schijfje limoen.

Op expeditie

Henri op kamp

Zo stond Henri gepakt en gezakt. Niet om naar de USA te vertrekken, niet voor een veertiendaags vakantie, maar voor een weekendvullend muziekkamp. Twee keer blijven slapen, ergo: donsdeken en kussen (zwarte tas), boeken (kleine rugzak), klederdracht en gezelschapspellekes (roller), trompet (schoudertas), partituren (map). Ik houd mijn hart al vast voor de tocht naar de USA.

(fin)

…enfin, ik hoop dat ik niet voorbarig ben met de titel. Vanochtend om 5u-5u30 wakker geworden van de pijn. Ik had rond middernacht –toen nog geheel pijnloos– een pil gepakt om te kunnen slapen, mogelijks was ik anders nog vroeger wakker geworden.

“Allez,” zei Tessa nadat ik haar rond 6u30 wakkergekermd had, “op schaal van één tot tien, plak er eens een getal op.”

Ik heb aan de bevallingshumor weerstaan. Genre “pijn, pijn, gij weet niet eens wat pijn is gij”, niet alleen omdat zulks al te grotesk zou zijn geweest; Tessa weet helaas maar al te goed wat pijn is. Behalve de bevallingspijn die zij dan weer (i.t.t. mijzelve en minstens de rest van de mannelijke wereldbevolking) wél heeft meegemaakt –zonder epidurale overigens, dankuwel– is er ook nog de nek-, hals- en schouderpijn, die naast de pijn van de gebeurtenis zelf, omgeslagen is naar een –door de verzekering vanzelfsprekend niet erkende (“nee, nee, mevrouw, dat is een normale evolutie gezien uw beroepsleven”; een logische deductie stelt dus dat elke arts aan diezelfde pijnen lijdt)– chronische pijn.

Och, geheel terzijde, maar als ik wat meer dan gebruikelijk doorratel, dan steek ik dat met plezier op de pijnstillers.

Het was 6u30 in ons verhaal, dacht ik. Tessa vraagt om een getal, nadat ik al meer dan een uur heb liggen kermen van de pijn. “Zeven”, breng ik uit, maar het had net zo goed acht of negen kunnen zijn (een tien zou ik nooit geven), want mijn referentiekader was niet zo heel verfijnd, gezien die pijn, en gezien ik de dag en de nacht voordien constant misselijk was geweest en gal had gekotst (liever pijn dan eigenlijk). Maar goed, ik wist niet waar kruipen –dat zou ik overigens niet gekund hebben, kruipen (net zomin als liggen, staan en zitten eigenlijk).

Eén mesulid en drie dafalgans (waarvan twee met codeïne) later verplicht tot in het UZ geraakt, onderzocht door een zeer vriendelijke reumatoloog (wiens zoontje dezelfde naam als het onze heeft), en een onvriendelijke –al was dat inherent aan de toepassing, niet aan de toepasser– spuit cortisone onder de schouder gekregen, en het zou allemaal in orde moeten zijn.

Voilà, zo heb ik ook eens de dramaqueen kunnen uithangen. Tijd om er terug in te vliegen.

Morgen toch.

Ziek

Ziek. Zoals in misselijk. Zoals in de ganse nacht met uw kop boven de wc pot hangen. Zoals in niets kunnen binnenhouden, geen eten, geen twee slokken water. Zoals in alle spieren die pijn doen. Zoals in misselijkheid.

Tot de volgende keer.