avondgloren

“Wat eten we vanavond”, vroeg mijn doktertje die morgen weer een nachtwacht krijgt geserveerd.

“Salade,” was het afgemeten antwoord, “we eten altijd veel te zwaar ’s avonds, vind ik.” En onder beteuterende blik verliet ik het terras om in de keuken te gaan rommelen.

In de voormiddag was ik Henri naar downtown afgedaald, om er in Pike Place Market een flank steak (ik blijf dat verschrikkelijk lekker vinden) te kopen, en bij de groentenboer aan de overkant een krop romaine, wat verse lente-uitjes, en een handvol crimini’s te kopen.

we're in seattle, baby

In de ijskast had ik nog een vleestomaat en wat frambozen. Per bord een crimini in schijfjes gesneden, bij de tomaat en de sla gelegd, wat frambozen erbij en wat balsamico erover. Een schepje wilde rijst ernaast, een lap saignant vlees, en daarover wat in de boter gebakken crimini’s (die in mijn haast een foto maken op het bord hierboven naast het vlees zijn gevallen). Meer moet dat niet zijn. (En mijn doktertje was heel content –en voelde zich meteen geïnspireerd tot het schrijven van een heleboel medical candy.)

we're in seattle, babyBovendien was ook de zon van de partij, vanavond, nadat het de ganse dag vooral overtrokken was geweest. Een half uur voor Tessa thuiskwam, was ze definitief doorgebroken. Voeg daarbij het microklimaat op ons terras, en het was één en al avondwamte.

Tijd om te planten water te geven, en meer heeft Henri niet nodig. Erm, wel, voeg daar aan toe dat hij de miststand op de sproeier van de tuinslang (terrasslang?) heeft ontdekt. Wat dan begint als toevallig downwind te staan en beneveld te worden, eindigt vanzelfsprekend in dolle waterpret.

Hij vond het helemaal niet erg om nog even voor de camera te poseren (analoog, even wachten tot de film ontwikkeld is), maar ik kon het niet laten nog gauw ook zijn afdroogdansje vast te leggen –al mocht ik alleen deze foto publiceren.

(Vandaag heb ik overigens –bij de sympathieke juffrouw van gisteren– een verse batch ingescande foto’s afgehaald. Die hebt u nog van mij te goed. Al kan ik moeilijk de hele tijd foto’s van Henri posten.)

(25 + 5) x fuji

Vandaag belde Larue mij op. Larue is de UPS-guy die mijn pakjes aan huis brengt. Dezelfde persoon als de vorige keer, maar toen had ik zijn naam niet begrepen. Vriendelijke mens, die Larue, en ik blijf versteld staan van de service dat ze bellen om te horen of ik thuis ben. Fantastisch.

Hi, is this Bruno? I’m Larue from UPS. Are you at home, because I’m at your front door and I have a package here for you.

we're in seattle, baby

In de doos zat: 25 keer Fuji Reala (amper 2,99 USD per filmpje, heb ik dat al vermeld?) en een 5-pack Fuji Pro400H. En terwijl ik toch bezig was: een korte (30 cm) en een lange (20 feet ofte 6 meter) cable release. Ik had thuis al een korte kabel voor de Hasselblad, maar nu heb ik er ook één voor de Rolleiflex. En met die lange kabel kan ik bijvoorbeeld ook gemakkelijk(er) een zelfportret nemen –ik zeg maar iets.

Die lange kabel werkt overigens op luchtdruk –i.t.t. de korte waar effectief een stuk kabel in zit– en vraagt dus wat meer inspanning, zodat Henri de balg dan maar met twee handen samenkneep om de angel aan de andere kant tevoorschijn te laten komen.

De timing kon niet beter zijn: vanochtend had ik net mijn laatste twee filmpjes binnengebracht.

I always forget your last name“, verontschuldigde de vriendelijke juffrouw zich toen ik de twee rolletjes afgaf. En toen ik mijn naam spelde schreef ze er –voor ik hem zelf kon uitspreken– gauw mijn voornaam achter. “Just developing, low res scans, and.. it’s ok for us to cut the film afterwards?“, glimlachte ze lief en niet geheel zonder trots.

Alweer twee schitterende mensen ontmoet.

de euro

“Wilt ge nu eens wat weten”, vraag ik aan Henri, op weg naar de Safeway. Waarop hij steevast “nee” antwoordt maar eigenlijk “ja” bedoelt, en ik hem dus fronsend aankijk tot ik het goede antwoord hoor.

“Ik heb geen idee meer hoe de euro’s eruit zien, en welke muntstukken we allemaal hebben.”

Hij slaakt een kreet van verbazing. “Maar, maar… en ik moet tijdens de lessen wiskunde juist altijd het gepaste geld berekenen en zo weinig mogelijk geldstukken uitgeven. En mijn… mijn… meester weet zelf niet eens welke stukken dat allemaal zijn.”

De ganse terugweg –en deels thuis– heb ik het mogen aanhoren. Bjzonder uitgebreid heeft hij me onderhouden over de munstukken, de koperen en de gouden en dan die van één en twee euro –“dat zijn bij ons zo geen briefkes gelijk hier, de briefkes beginnen maar bij vijf”– en hoe die respectievelijk zilver vanbinnen en goud vanbuiten zijn en omgekeerd.

“Papa toch”, besluit hij hoofdschuddend zijn betoog.

“Grmbl. Ge zoudt beter wat rapper eten”, mompel ik hem tussen twee happen door toe.

op zijn muile

“Niet. Lopen. Op. De. Trap. Allez. Ga maar weer traag naar boven, en kom dan maar weer traag naar beneden.” Duizenden keren heb ik het hem al gezegd.

prelude

(Rolleiflex FX 80mm f/2.8, Fuji Reala, 100ASA)

Vandaag had ik mijn tweede migraine-aanval sinds we hier zijn. Niet dat hij al over is, dus als de coherentie wat te wensen over laat, weet u meteen waar het aan ligt. Mijn filmpjes zijn op (ik heb nog één frame over), maar ik heb maandagavond een nieuwe voorraad besteld bij B&H Photo. 25 rolfilmpjes Fuji Reala zijn –terwijl ik dit schrijf– naar mij onderweg. Aan 2,99 USD per filmpje: moins cher, c’est illégal (weet u nog waar die slogan vandaan komt).

Gisterenavond daalde Henri neer voor het avondeten. Hij had net gelezen of drukdoende iets op het internet opgezocht, maar herinnerde zich toch nog dat ik hem had gevraagd zijn glas melk mee naar beneden te brengen. (“Nee, ge moet niet eerst volledig leegdrinken.”)

De afdaling verliep snel, maar niet geruisloos. Ik ben een Jedi, moet hij hebben gedacht, en The Force brengt mij waar ik zijn moet. Mijn kleine Icarus daalde vleugelloos de trap af, het glas melk trots maar leeg nog in de hand. De inhoud was gedeeltelijk de sacoche van de dokter binnengelopen en voor de rest in ruime boog de trap en muren opgekletst.

“Hoezo ge hebt nog niets genomen?”, vroeg diezelfde dokter hedenavond toen ze thuiskwam en naar mijn pijnen informeerde. “We hebben die halve apotheek toch niet voor niets naar hier meegesmokkeld!” Waardoor onze voorraad met twee dafalgan codeïnes geslonken is. Niet dat het de mirgaine of de aften vooruit helpt. Over aften gesproken, hebt u het relaas al gelezen van Grant Achatz (A Man of Taste, The New Yorker, 12 mei 2008), de chef die zijn smaak heeft verloren aan tongkanker?

Achatz believes that the dishes that the team at Alinea is producing are very good. But a doubt remains in his mind. What, exactly, are his customers tasting? “I can articulate it, and I can explain it,” he says. “But I wonder. When I close my eyes, I know what it should taste like, and I wonder how close it is to that. People love it, so I know it’s O.K. He did fine. But I wonder how far off it is for me.”

Zeer de moeite. Ik overwoog een abonnement te nemen, ware het niet dat een abonnement in de USA 47 USD kost, en overseas 117 USD. En dat de inhoud geheel gratis op de website te lezen valt.

Oh, met Henri is alles goed. We hebben hem de kleren van het lijf gerukt en overal geduwd en geklopt om te zien of hij overal nog gevoel had en nergens te veel pijn. Vanochtend heb ik nergens blauwe plekken of anders dan porceleinwit kleine-jongensvel gezien. We moeten dringend wat meer buiten komen. Als het weer eens meezit misschien.

originaliteit

Hm. Ik ging met veel bravoure iets poneren over originaliteit en hoe dat niet bestaat omdat alles minstens al één keer door iemand anders is gedaan, maar ik ben ervan overtuigd dat ik daar al eens iets over heb geschreven, in ongetwijfeld eenzelfde pompeuze wijze als ik nu van plan was.

Aanleiding deze keer was Doing Stuff First. Or Not., een stukje tekst van Chase Jarvis –een op het internet enorm bekende fotograaf uit Seattle– over ideëen, en de uitwerking daarvan. Of niet.

So three morals: 1) Go check out Jackson’s new book; 2) People are going to beat you to ideas. Get used to it and do not lament it. Work through/beyond it; 3) Go shoot that winning concept that is in your head TODAY. I guarantee that somebody else has the same idea and they’re planning their shoot right now. Remember: Ideas? Worth very little. Actions on those ideas? Priceless.

Ook daarin schuilt de kracht van de creativiteit (1% inspiratie & 99% transpiratie, volgens Einstein). Of gelijk Nike zegt: Just do it.

brioche

Uit het duister klinkt het: “Daar in Amerika, Bruno, maakt gij daar geen eten meer klaar?” En dan word ik –nacht na nacht opnieuw, badend in het zweet– wakker. “Ik zet mij aan het werk, beste mensen, u kan op mij rekenen”, roep ik het duister terug. Het is drie uur ’s nachts en Tessa kijkt mij verongelijkt aan. Ge zoudt voor minder, want binnen twee uur moet ze er al uit. “Ik maak u een brood, liefste,” fluister ik haar verzachtend toe, “zoals ge er nog nooit een hebt gegeten.”

Feit is dat ik over mijn broden niet tevreden geraak. In het thuisland was ik heel dicht bij een eerste goede recept, maar de bloemsoorten die ik hier in Seattle op de kop kan tikken, zijn ver van ideaal. Zeer geschikt voor brownies en muffins, maar niet voor brood. Laat ik dan maar een echt decadent brood maken, dacht ik. Eentje dat net geen cake is, maar eigenlijk ook geen brood meer: een brioche.

de brioche

Het internet is de moeder van alle recepten, en ik kwam al gauw terecht bij La Cerise (die ik prompt in mijn nieuwslezer heb gestoken). Zij vertrok van een recept dat vroeg om bijna een gelijke hoeveelheid boter als bloem, maar behaalde naar eigen zeggen uitstekende resultaten met een recept dat naar de helft boter vereiste.

Benodigdheden

  • 500g bloem
  • 250g boter, op kamertemperatuur (ik gebruik altijd gezouten boter)
  • 6 eieren
  • 60g fijne suiker
  • 60cl melk
  • 20g verse gist (ik had enkel chemische, droge gist, en daarvan heb ik twee TBSP gebruikt)
  • een snuifje zout

de brioche de brioche

Zo gemaakt

Enfin, het duurt een tijdje. Ik heb een paar shortcuts genomen, Astrid van La Cerise doet er veel langer over (lees vooral haar wedervaren) –en bekomt waarschijnlijk nog betere resultaten.

Meng een soeplepel of twee bloem met de melk en de gist tot een papje, en laat dat een half uurtje afgedekt op een warme plaats staan.

Meng zout, bloem en suiker, en voeg er vier eieren aan toe. Meng als goed, en voeg er dan het gistpapje bij. Voeg er dan de laatste twee eieren aan toe. Voeg beetje bij beetje de boter toe, en meng alles tot een homogeen geheel.

Tot de boter eraan te pas komt, is dit nog zeer werkbaar met de handen. Zodra de boter erbij komt, wordt dit een behoorlijke plakboel. Als er één recept is dat schreeuwt om een deegkneder (genre Kenwood of Kitchen Aid), dan is het dit wel. Ik weet niet hoe ik het gedaan heb, maar ik ben er uiteindelijk toch in geslaagd om de brij homogeen te kneden/bepotelen, en zo goed als allemaal terug in een kom te krijgen.

Dek de kom af, en laat dit een uur of twee-drie rijzen.

Plaats in de ijskast, gedurende een uur (of twee), tot het deeg voldoende afgekoeld en dus ook weer handelbaar is. Het deeg kan nu in een grote of kleine brochevorm(en). Ik had geen van beide, dus heb ik mijn gewone cake-/broodvorm gebruikt.

Laat dit opnieuw een uur (of twee) rijzen.

Verwarm de over voor, op 180°C voor de grote versie of op 200°C voor de kleine brioches. Bak gedurende ongeveer 35 minuten (grote) of 12 minuten (kleine). Voor de glans kan u de brioches voor ze de oven ingaan met een losgeklopt ei bestrijken (ik wist dat ik iets vergeten was).

Zowel warm, als koud (met confituur), als getoast verschrikkelijk lekker. Tessa stuurde zelfs een e-mail om te zeggen hoe lekker het was.

Smakelijk!