off

Gisteren ben ik met Jeronimo in het Begijnhof achter de Lange Violettestraat terecht gekomen. Daarvoor was ik al tijdig op het werk weggeraakt om Henri van school af te halen, én daarna nog tot in het Pand te geraken voor de Wetenschapsdag van de Vakgroep Inwendige Ziekten (UGent). Huh?

Op de agenda vindt u dit terug: 16.45 u Uitreiking van de Pfizer prijzen voor het beste doctoraat in de medische wetenschappen door dhr. Daniël Van Bellinghen (Pfizer). De prijs voor het beste doctoraat 2002-2003 ging naar Study of Homing, Differentiation and Expansion of Hematopoietic Stem Cells in Immunodeficient Mice, waarmee de vrouw van mijn leven op 25 juni 2002 gepromoveerd is tot doctor in de medische wetenschappen.

Deze week is daarmee officieel tot de week van de recepties uitgeroepen. Een receptie dinsdag op het werk, woensdag tijdens de persvoorstelling van De bijeneters, donderdag op de Wetenschapsdag, deze ochtend werden er cocktails geserveerd tijdens de persconferentie op het stadhuis, en vanavond volgt er nog eentje na weer een andere boekvoorstelling (Het einde van Jeroen Theunissen).

(Telkens ben ik ook in de stad blijven plakken voor een maaltijd, woensdag in de Vintage Winebar voor tapa’s, gisteren in het Lepelblad, en vanmiddag bij usage interne.)

Na het Lepelblad ging het in spoedtempo naar het Begijnhof, alwaar Artcinema Off-Off is gevestigd. Een verschrikkelijk leuke plaats. De eigenlijke zaal is met een zwart doek van een café gescheiden. Tijdens de voorstelling worden ook daar de lichten uitgedaan. In de zaal staat een ruime voorraad stoelen opgesteld, die oncomfortabel genoeg zijn om u tijdens de meest vermoeiende voorstelling wakker te houden. Niet dat het nodig was, want CloseUp van Fabrice Chan-Chiang is een verschrikkelijk onderhoudende film. Zo underground als maar kan, en zo Gents als maar kan, hadden we er alletwee plezier in de verschillende locaties te identificeren.

Drie jongemannen willen een kortfilm draaien, maar op zoek naar de geschikte cast, loopt alles plots enorm uit de hand wanneer een van de acteurs het op een loopje neemt met de realiteit. Het klinkt verwarrend, maar dit is geen saaie complexe bedoening. Je leeft echt mee (al wil je je niet onmiddellijk met de personages identificeren), en de situaties zijn bijwijlen bijzonder hilarisch. Let wel, het is geen comedy. De film is misschien nog het beste te vergelijken met C’est arrivé près de chez vous, dat een kleine vijftien jaar geleden furore maakte in onze contreien.

CloseUp speelt nog vanavond en morgen, telkens om 20u (slechts 5 EUR toegang). De moeite. (Off-Off ligt in Begijnhof ter Hoyen, Lange Violettestraat 237. Het staat voldoende bewegwijzerd in het Begijnhof.)

Narcissus

Narcissus Quartet: Robin VerheyenVorige week woensdag waren de verwachtingen hoog gespannen. In de Balzaal van de Vooruit werden vóór het lage podium stoelen en tafeltjes bijgezet, veel intiemer dan de stijl oplopende tribune bij het optreden van Mâäk’s Spirit, iets meer dan een maand daarvoor. Die intimiteit is immers belangrijk voor de muziek van het Narcissus Quartet.

Het Narcissus Quartet is de groep rond Robin Verheyen, die we nog bij het begin van het jaar samen met pianist Harmen Fraanje bij Opatuur mochten begroeten. Verheyen hadden we eerder al bezig gezien, onder andere tijdens het Jong Jazz Talent concours, dat hij heeft gewonnen met het Robin Verheyen Trio in 2004. Geen uitzondering overigens, die overwinning, want de saxofonist wordt steeds met lofbetuigingen overladen, kaapte in verschillende bezettingen meerdere prijzen weg, trad op in het Brussels Jazz Orchestra met Maria Schneider, speelde met Pierre Van Dormael, en werd door Branford Marsalis tweemaal op het podium uitgenodigd om mee te jammen. Verheyen voelt zich thuis op het podium en geniet.

De combinatie met Fraanje bij Opatuur viel reeds danig in de smaak, zodat we reikhalzend uitkeken naar de muziek in een grotere bezetting. Het klikte gewoon, in de combinatie Fraanje / Verheyen, en dat schepte grote verwachtingen.

Narcissus Quartet: Flin van HemmenWe werden niet ontgoocheld. Het publiek in Gent was laaiend enthousiast, en liet zich gewild meevoeren met de muziek. De composities beginnen vaak heel zacht, om door Verheyen omhoog te worden gestuwd –waarbij die graag door de knieën veert om net dat ietsje meer te geven– en na een climax als vanzelfsprekend zachtjes weer te luwen. Er was een duidelijke evolutie in de twee helften van de set, waarbij het er na de pauze vaak iets heftiger aan toe ging. Een zeer mooie opbouw.

De muzikanten werken soms iets te weinig samen als groep. De solo’s zijn nadrukkelijk aanwezig, en iedereen krijgt de ruimte binnen de groep om zijn ding te doen, waarbij het samenspel een ietsje naar de achtergrond verdwijnt. Misschien is dat wel een goede zaak, omdat de concertreeks meteen ook de voorstelling was van hun cd, en we op die manier alle leden van het kwartet kunnen leren kennen.

Behalve Verheyen zelf, bestaat naast Fraanje ook de rest van het kwartet uit Nederlanders. Contrabassist Clemens van der Feen en drummer Flin van Hemmen blijken een zeer gedegen aanvulling te zijn. Verheyen ontmoette hen in Amsterdam, waar hij gedurende een jaar studeerde. Flin van Hemmen stuurt zijn slagwerk met grote passie aan. Hij gaat totaal op in zijn muziek, met veel expressie, en zonder te ontsporen.

Narcissus Quartet: NarcissusHet was de hoogste tijd dat er een cd werd uitgebracht. En Narcissus is een meer dan verdienstelijk debuut. Net zoals bij het concert neemt hij de luisteraar mee in de opbouw en de evolutie van de muziek en het Narcissus Quartet. Technisch staat Verheyen reeds op hoog niveau, en dat vindt ook zijn weerklank op deze cd.

Narcissus is uit op het W.E.R.F.-label, dat deel uitmaakt van het KC De Werf. W.E.R.F. wil het werk van Belgische (voornamelijk Vlaamse) jazz muzikanten promoten, wat al heeft geleid tot de recente releases van o.a. True Nature van het Ben Sluijs Quartet, ‘til now van de Hendrik Braeckman Group en de heruitgave van Silent Spring van het Nathalie Loriers Trio. Stuk voor stuk goede cds, die een mooie staalkaart bieden van ons huidige jazzlandschap.

Narcissus Quartet, gezien en gehoord op 22 maart in de Vooruit, in het kader van de JazzLab Series.

(Deze bespreking verscheen ook op Gentblogt.)

wolken

Soms halen we ons humeur uit verschillende dingen; zij uit haar werk, ik uit mijn overvloed aan …euh… uit de hand gelopen hobby’s. Veel frequenter halen we ons humeur uit elkaar, en dat is ongetwijfeld de reden waarom we er vandaag alletwee euforisch bijlopen.

De trambestuurder aan de Albertbrug was niet tevreden toen ik helemaal vanvoor aan zijn meterslange tram op de deur tikte. Nog minder verheugd was hij, toen bleek dat ik niet alleen daar wilde opstappen, maar bovendien een tramticket van hem wou kopen. Anderhalve euro kost dat ondertussen, en ik beschikte slechts over twee stukken van één euro. “Ik kan niet teruggeven”, merkte hij op. Tessa had geen halve euro bij zich, maar een uiterst vriendelijk en behulpzaam koppeltje kon mij uit de nood redden. Elk een halve euro, en zij mocht van hem mijn euro houden. (De trambestuurder was nog steeds niet tevreden toen ik met pasmunt terugkwam.)

Het was een aangename boekvoorstelling van De Bijeneters (Peter Terrin) in de Handelsbeurs, gisteren. Ik had mij verwacht aan uptight, arty farty toestanden, maar daar bleek niets van aan. Wij luisterden met veel graagte naar Lalalover, ontwaarden in de menigte Annelies Verbeke en Christophe Vekeman (nee, niet tesamen), en stootten op een sympathieke uitgever (v) en boekhandelaar (m) die niet te beroerd bleken om een beetje tijd aan ons te besteden.

(Achteraf hebben we de Vintage Winebar (Onderbergen) bezocht, waar ze heerlijke tapa’s hadden en een kruidige Syrah voor Tessa.)

De trambestuurder op de terugweg maakte totaal geen problemen van mijn wisselgeld. “Nog een prettig avond, meneer.”

(Die zonderling, vanochtend op weg van Gent naar Brussel, die zonder enige aanwijsbare aanleiding schaterde van het lachen, dat was ik inderdaad. Hopelijk bent u er ook vrolijk van geworden.)

pijn doet lijden

Maar we wisten van elkaar dat we niet elkanders grote liefde waren: zij niet die van mij, en ik niet die van haar. Dat kan vandaag allemaal verwonderlijk of hypocriet klinken, maar vijftig jaar geleden was het schering en inslag om met ‘de verkeerde’ te trouwen en er het beste van te proberen te maken. Ik kan je talrijke voorbeelden geven van collega-auteurs van toen die meer met andere vrouwen naar bed gingen dan met hun eigen vrouw.

Er staat en enorm pijnlijk interview van Margot Vanderstraeten met Ward Ruyslinck in de boekenbijlage van DM vandaag. Op het randje van cringe schetst het een beeld van een cynisch en verbitterd man die –vooral in de jaren 60 en 70– een hoop succesvolle boeken heeft geschreven.

Ik wil niet doodgaan, laat staan dat ik een grafsteen ambieer. Ik ben bang voor de dood. Elke ongelovige is bang voor de dood; omdat er daarna niets meer is. Niets. Einde. Gedaan. Begraven worden is nog zoiets dat me de stuipen op het lijf jaagt. Ik ga nooit naar een begraafplaats of een kerkhof. Ik bezoek geen enkel graf. Niet naar dat van mijn ouders. Niet naar dat van mijn broer. Niet dat van mijn eerste echtgenote. Als ik voor een graf zou staan, zou ik uitgevreten lichamen zien, skeletten waaraan geknaagd is.

Verplichte lectuur. (Dat gold voor Ruyslincks boeken tijdens de schooljaren immers ook.)

gedesinfecteerd

Gisteren was het grote kuis op het werk. De toiletten werden tijdelijk onbeschikbaar voor het personeel, dat zich gedwongen zag de ganse dag te pendelen tussen het achtste en het negende voor hun sanitaire behoeften. Gezien het sanitair aanbod boven beperkter is, was het niet ongewoon mensen het traject meerdere keren vruchteloos te zien afleggen.

Maar het was een goede zaak. Hoewel er niets mis was met de (hygiëne van de) toiletten, is er al evenmin iets mis met een grondige reiniging nu en dan. Alleen, het riekt er nu een beetje. Niet naar de geuren die u zou verbinden met het laterinaire gebeuren, maar het is veeleer de duffe geur van mottenballen. Het voelt raar, om uw gevoeg te doen in de vestiaire.

le nouveau chef

Henri mist een beetje hardship. Of in de volksmond: hij durft nog wel eens trunten. Hij is dan ook enig kind en wordt aldus, indien niet door zijn moeder ouders, toch op zijn minst door zijn grootouders zwaar vertroeteld. Om nu meteen te zeggen dat hij zelfstandigheid mist, is een beetje overdreven naar de andere kant; hij is tenslotte maar zesenhalf. Maar goed, recent waren we overeen gekomen hem toch maar wat meer zelfstandigheid bij te brengen. Gisteren had ik met hem afgesproken dat hij vanavond het eten dan maar zelf mocht maken.

Spaghetti.

Het is niet dat hij het niet kan, zo bleek. Hij had mij ondertussen genoeg geobserveerd om meteen te weten welke kasserollen hij nodig had (die voor het kookvocht, die voor de saus), en waar ze op het fornuis dienden te worden geplaatst. Hij heeft de look zelf geplet, en de ajuinen zelf geschild. Daarna heb ik voor hem het water op de kookplaat geplaatst (het leek me niet verantwoord hem dat zelf te laten doen), maar hij heeft het vuur geregeld, en de ingrediënten niet alleen versneden, maar ook zelf in de potten gedaan –inclusief de kruiden.

Het was heerlijk. De saus was perfect, en dat heb ik hem ook verteld.

“Maar papa, je mag niet zeuren”, verweet hij mij. (Waarmee hij bedoelde dat ik overdreef, terwijl dat echt niet het geval was.)

Zelf was hij precies ook tevreden met zijn kookkunsten, want ik zie hem niet alleen niet vaak zoveel eten, maar ook niet met zoveel zin. En het is, denk ik, de eerste keer dat ik hem zijn bord heb weten aflikken.

Deze zomer, zo moedigde ik hem aan, maak je niet alleen de saus zelf, maar ook de pasta. Met bloem en eieren, en de deegrol. En hoewel hij mij vertwijfeld aankeek, weet ik zeker dat hij mij ook daarin zal voorbij steken. En weet u wat? Dat stemt mij verschrikkelijk blij.

Welk een circus

De Waalse KrookHoewel het voor de meeste Gentenaren ondertussen wel al duidelijk is, raakt het stadsbestuur er maar niet uit. Wat moeten ze in godsnaam met dat circus. Jaren aan een stuk liet de stad het stenen wintercircus aan de Waalse Krook verloederen, tot plots Gerard Mortier met zijn Forum-plan op de proppen kwam. Gent had nood aan een grootschalig cultureel centrum, waarbij het Concertgebouw in Brugge zou verbleken en dat Gent opnieuw op de culturele kaart zou plaatsen. Dat Gent ondertussen (nog steeds) verschrikkelijk rijk was aan cultuur, werd gemakshalve over het hoofd gezien.

Noodgedwongen werd het project stopgezet toen de geldkraan werd dichtgedraaid door Anciaux, en ook de provincie steeds meer twijfels begon te krijgen over het Forum. Geen paniek, de plannen voor het Forum werden nog niet goed afgeblazen, of Forum bis lag al op tafel. Deze keer werd het een multimediacentrum in de breedste zin van het woord: bibliotheek, internet, filmzaal, maar ook sportcentrum en horeca.

Al is het bestuur er nog steeds niet uit. Als het van Daniël Termont en Sas Van Rouveroij afhangt, is het evenzeer mogelijk dat de locatie aan de Waalse Krook een winkelcentrum wordt. Want daar is blijkbaar grote nood aan, met het Shopping Center Gent Zuid, zo vlakbij. Nochtans, Gent en winkelcentra, het wil maar niet lukken. De vele galerijtjes, zoals tussen de Brabantdam en de Vlaanderenstraat; in de Zonnestraat; en tussen de Sint-Niklaasstraat en het Emile Braunplein, hebben allemaal te kampen met leegstand. De Gentenaar moet die galerijen niet.

Debat in de VooruitAnderhalf jaar geleden, tijdens een debat in de Vooruit, werd met grote trom een breed stadsdebat aangekondigd rond het circus Mahy, en bij uitbreiding het Forum. In juli vorig jaar werd een enquête gehouden over de bestemming van het winkelcircus, maar het stadsbestuur was uitermate onwillend om de resultaten daarvan kenbaar te maken. De resultaten dienden te worden geactualiseerd, zo klonk het, door de stopzetting van de plannen voor het Forum. Er was nog geen projectleider aangesteld door de bevoegde minister, was een ander antwoord. Op het eerste gezicht blijkt alvast dat in de resultaten van de enquête sterk naar voor komt dat de Gentenaren geen commerciële invulling wensen voor het wintercircus. En dat strookt niet met de plannen van het stadsbestuur.

Kijken we ook maar even naar de architectuurwedstrijd die was uitgeschreven voor het Forum. Hoewel de Gentenaren een uitgesproken voorkeur toonden voor de organische architectuur van Ito, besliste het stadsbestuur toch te kiezen voor het ontwerp van Neutelings. Inspraak?

Dat het Gentse stadsbestuur niet echt beschikt over een visie op het gebied van architecturale invulling is ondertussen reeds gemeengoed. Na het debacle met architectuurwedstrjd moet het bestuur gedacht hebben op veilig te spelen met de intentie alles in handen te geven van bouwpromotoren. Geen wedstrijd, geen debat, geen participatie. Want, zo beweert Termont vandaag in De Standaard: “over sommige projecten moet je als stad beslissen. Het Centre Pompidou zou in Parijs nooit gebouwd zijn indien men de Parijzenaars inspraak had gegeven.”

Vergeef ons, als wij niet geloven dat het stadsbestuur een dergelijke opdracht aankan. Architectuur wordt er pas met de haren bijgesleept als het echt niet anders kan. Want een bouwpromotor, of het nu voor de Waalse Krook of het Project Gent-Sint-Pieters is, is geen architect.

Wij eisen inspraak. Het stadsbestuur werd verkozen door de inwoners van Gent, en die hebben het recht op openbaarheid van bestuur en duidelijkheid in de zaken die ons allemaal aanbelangen. En Gent wil niet verder vercommercialiseerd worden, als dat nog niet duidelijk mocht zijn. Wij willen een duidelijk voorstel over de Waalse Krook, en inspraak in de beslissing. U wacht er best niet mee tot na de verkiezingen.

(Dit opiniestukje verscheen eerder vandaag op Gentblogt.)