gepruts achter de schermen

Hm. Ja, ik heb een beetje geprutst aan dit blog, vandaag. Op een of andere manier ben ik bij alwaysBETA (aß in ’t kort) terecht gekomen, alwaar ik mooie sparklines tegenkwam. Het bleek een WP plugin te zijn (SpartkStats) die een zekere Sean McBride had gemaakt voor de groupblog. De SparkStats staan rechtsboven op de indexpagina van deze site (vermeld ik er even bij voor de RSS lezers), en geven het aantal posten (de hoogte van de lijnen) en het aantal commentaren (de kleurintensiteit van de lijnen) weer gedurende de laatste dertig dagen.

Bij aß hadden ze ook nog de Extended Tags (ET) plugin, die kan gebruikt worden als een uitbreiding bij Ultimate Tag Warrior (UTW) –dat hier sinds kort ook in versie 3.0 draait. ET kan indien gewenst onzichtbaar in de metadata gebruikt worden, waardoor wel de zoekmachines de tags opnemen, maar die tags noch de tag cloud, noch de posten onoverzichtelijk maken (men gaat plots wel een heleboel tags gebruiken).

UTW op deze blog kan je gebruiken via de ‘local tags‘ en ‘technorati tags‘ onderaan elke post, waarbij je bij het aanklikken van een ‘local tag‘ op deze site blijft, en bij een ‘technorati tag‘… naar technorati gestuurd wordt. En er is meteen ook een tag cloud voorhanden. Ik werk later nog wel verder aan een ‘related (tag) entries‘ toepassing. (Wat ben je met gegevens als je ze niet kan vinden.) Je kan in UTW ook synoniemen definiëren, zoals wordpress en wp, zodat je niet telkens beide tags dient in te geven.

Meteen op nog een stuk of wat andere plugins gestoten, waaronder Search Excerpt (SE) en the_excerpt Reloaded (teR). SE zorgt ervoor dat in de zoekresultaten het stuk van de post wordt getoond waarin het woord voorkomt waarop werd gezocht –en het meteen ook aanduidt– terwijl teR je toelaat een hele reeks bewerkingen uit te voeren met het excerpt van je post (bvb hoeveel woorden worden getoond, hoe moet het geformateerd worden, e.d.).

Wat SE juist doet, kan u bekijken wanneer u het zoekveld gebruikt (bvb. standaard), en teR ziet u aan het werk in de archieven (bvb. verhaaltjes).

(Als u hetzelfde probeert en u geraakt er niet aan uit, slaak dan gerust een gil in de commentaar.)

territoriumdrift

Het werd ijzig stil.

Op onze verdieping in de lange dubbeldekker P-trein naar Brussel is meestal wel plaats ’s ochtends. Meestal is dan nog een onderschatting, want het valt slechts uiterst zelden voor dat er niet nog zitjes vrij zijn. Zo ook vandaag, dus ik mocht me op mijn gemak in een tweezit neervlijen, waarbij zowel ik als mijn medereizigers ervan konden uitgaan dat we allemaal een rustige en comfortabele rit tegemoet gingen. Helaas.

Vorige week reeds, had een medereiziger het noodzakelijk gevonden –hoewel er zelfs een vierzit vrij was– min of meer over mij heen naar de vensterplaats in de hoek van diezelfde tweezit te klauteren. Geen probleem, de plaatsen zijn er om benut te worden.

Edoch. Die man stonk uit al zijn openingen. Zowel zijn poriën als het leer van de vest die hij weigerde uit te trekken, wasemde de verzamelde geur van op zijn minst 4 jaar sigaretten uit. Onwillekeurig hapte ik naar adem, maar bij elke hap bereikte meer teer mijn luchtwegen dan de zuurstof waar mijn longen zo naar snakten. Van de geur van mijn versgewassen pull bleef enkel een wufte herinnering over toen we Brussel Centraal bereikten en de man zich gepanikeerd uit de hoek wrong. Pas vier uur later, tegen het einde van de voormiddag, keerde mijn ademhaling opnieuw naar een trager ritme en verdween de rauwheid uit mijn stem.

“Wat bedoelt ge: neen?!”

– Het spijt mij, meneer, maar ik wil niet opnieuw hetzelfde meemaken als vorige week. En het is niet alsof er geen plaatsen meer vrij zijn, nietwaar.

“Luister,” en met deze werd zijn stemgeluid beduidend luider, “ik ga daar zitten”, riep hij bijna, met een duidelijke klemtoon op ‘daar’ terwijl hij naar de plaats naast mij wees, “al moet ik over u kruipen!”

Een verkoudheid had de laatste dagen reeds de meeste fut uit mij gehaald, maar ik bleef volharden. Het was al lastig genoeg ademhalen met een verstopte neus (en hoofdpijn), dat ik het best zonder rook kon stellen. Wat ik hem ook trachtte duidelijk te maken.

“Ik zit al járen op die plaats, en gij gaat ze van mij niet afpakken.”

Huh? Hoewel ik zijn naam niet zag staan –al lette ik er wel op hem daar niet op te wijzen– kon het mij geen moer schelen waar ik ’s ochtends zat. Bijna was ik opgestaan om mij ergens ander te zetten, maar gezien ik mij belabberd voelde en mij naar eigen tevredenheid rustig had geïnstalleerd, voelde ik mij niet geneigd aan zijn eisen te voldoen. De man achter mij stelde voor dat hij zijn plaats dan maar overnam, maar die beantwoordde niet aan zijn wensen.

“Ik wil díe plaats”, herhaalde hij nog een paar keer. Steeds dringender werd zijn toon. Net toen ik dacht dat zijn drift zou escaleren, gaf hij op. Maar morgen zou het niet zo gemakkelijk gaan, verzekerde hij mij.

– En wat dan? Gaat u mij op mijn gezicht slaan?

Hij keek mij dreigend aan. “Het zou de eerste keer niet zijn.”

Pas toen hij ging zitten –helemaal alleen op een vierzit– en hij monkelend zijn boterhammen uit hun zilverpapier haalde, werd de stilte opnieuw overstemd door het geroezemoes in de wagon. Morgen is ver weg.

mainstream

Gentblogt gaat mainstream. Want in de Evita van maart lezen wij:

Ook vriendengroepen, organisaties of gemeenschappen kunnen een blog onderhouden. Iedereen –van advocaten, programmeurs tot vastgoedmakelaars– gebruikt ze om colledga’s en klanten op de hoogte te houden. Zelfs hele steden bloggen, denk aan gent.blogt.be. Sommige blogs zijn eenrichtingsverkeer, maar veel zijn interactief. Je kunt dus commentaar geven, waardoor er een gemeenschap groeit.

Misschien moeten we toch maar een een press release rondsturen met de juiste schrijfwijze.

een soep

Het is een soep zeg ik u, een zooitje. Vandaag heb ik wat in de CSS zitten prutsen omdat de gravatars blijkbaar niet (correct) aligneerden in MSIE (ik gebruik dat ding bijna nooit), en het is me een rommel.

Tijd om een en ander te herzien. Het is bijna lente, hopen we, en dan kunnen we maar beter meteen de code een beurt geven.

(Ondertussen zou het gravatar-probleem van de baan moeten zijn.)

adem halen

We zijn eruit. Het weekend zit erop, en nu kunnen we even opnieuw naar adem happen.

Het weekend begint op vrijdagavond, zegt Henri, en ik had amper tijd voor mijzelf toen ik van de trein stapte of we zaten al te eten in de Fin du Monde (goed bevonden), om net niet te laat af te zakken naar het verjaardagsfeestje van Gentblogt. Tessa had al evenmin tijd, want die kwam rechtstreeks van het vliegtuig (terug uit Athene) naar ‘den Bal’, ergens rond middernacht. Het is lang geleden dat we nog eens een stuk in de dag hebben geslapen (lees: tot 10u30-11u).

Zaterdag een trage, uitgesponnen lunch in het Hof van Herzele (evenzeer goed bevonden), alwaar men de schitterende zoldering als waardig excuus gebruikt om de zaak rookvrij te houden (gejuich alom). Snel de Fnac en de Poort binnen (hm 1 uur ronddwalen gemiddeld), een taart (Wittevrongel) en verse vis (Paelinck) besteld, en dan snel iets grootschaliger inkopen. Waarna wij eigenlijk nog min of meer op een verjaardagsfeestje werden verwacht (gelukkige verjaardag Jan!), wat we uiteindelijk niet hebben gehaald.

Zondag een laat ontbijt (waarbij iemand vergeten was de Zondagskrant mee te brengen), gevolgd door een ‘lunch’ met twee koppel goede vrienden (o.a. de jarige van daags ervoor), en het concert bij Opatuur (dat zoals voorspeld, wreed goed was).

Next!

week in jazz

Waarin wij het kort hebben over het Peter Beets Trio, nog korter over Joachim Badenhorst, en zo summier mogelijk over het concert vanavond.

Peter Beets Trio (v)Het Peter Beets Trio is ontwapenend Hollands. Ze brachten bij Opatuur bebop jazz van de bovenste plank, waarin vooral ook snelheid een belangrijke rol speelt. Bassist Ruud Jacobs werd wegens ziekte vervangen door Jos Machtel, en Peter Beets liet niet na Jos een beetje uit te dagen vanachter zijn piano. Op den duur leek het wel een onderonsje (of vriendschappelijke wedstrijd), waarbij de muzikaliteit nimmer uit het oog werd verloren. Heel toegankelijke jazz, hoewel Beets zelf daar niet altijd van overtuigd was. Er was veel dialoog met het publiek, zowel muzikaal als verbaal.

Dinsdag zijn we afgezakt naar de Hot Club de Gand, omdat ik (1) Joachim goed had bevonden tijdens de Rawfishboys en (2) jazz ook wel eens op een ander wil proeven. Het publiek is totaal anders (veel meer studenten), en als het er afgeladen vol zat, komt dat voor een groot deel omdat het er echt wel klein is (en daardoor ook gezellig). Later deze week volgt daar nog wel iets over op Gentblogt.

Heden avond kan u bij Opatuur terecht voor het duo Erwin Vann en Jozef Dumoulin. Dat belooft verschrikkelijk interessant te worden, en ik vermoed dan ook dat het bij Opatuur een drukte van jewelste zal zijn. Met reden. Dumoulin is enorm creatief en veelzijdig (zou hij zijn powerbook meebrengen?), en op Middelheim vorige zomer was zowat iedereen onder indruk van Erwin Vann. Een aanrader, ook al is het uw ding niet, want dit wordt gegarandeerd een feest.

De Gentenaar over Gentblogt

De informatie in dit opiniestukje is totaal achterhaald. Op het moment van dit schrijven was de argumentatie geldig, maar misschien met een beetje te veel enthousiasme geponeerd.

(Prefix: dit is een persoonlijke mening, en niet de mening van Gentblogt of haar medewerkers.)

Het is natuurlijk iets wanneer men als museumstuk door het leven moet. Het enige wat er zich in uw wereldbeeld bevindt zijn de regionale pagina’s van een gedrukte krant, en daar moet u het verder mee doen. Want eerder schreef Karel al dit:

De media evolueren snel. Weblogs zijn de jongste nieuwkomers. Kijkt u wel eens naar het jarige Gent.blogt? Ik ben erg in media geïnteresseerd, maar ik word ook een dagje ouder. De informatica-evolutie volg ik niet van zo nabij. Internet gebruik ik zuiver utilitair. Naar Gent.blogt heb ik zelden gekeken. Maar je kunt er vandaag niet meer omheen. Over enkele jaren kun je op een toestel van alles doen: tv-kijken, internetten, radio luisteren… Maar ik zou niet graag de krant en het boek missen. Ik hou nu eenmaal van bedrukt papier. Het is veel leuker in een fauteuil een krant of een boek te zitten lezen, dan naar mijn computer en zelfs naar tv te kijken. Ik weet het, met de huidige ontwikkelingen kun je kijken wanneer en hoeveel keren je wil. Maar dat is ook een van de grote voordelen van een krant. Je leest er een stukje in wanneer je wilt.

Het is jammer natuurlijk, wanneer het ene het andere moet uitsluiten. Ik lees twee kranten per dag, en gemiddeld iets meer dan één boek per week. Ik koop regelmatig een aantal tijdschriften, gaande van Evita over Feeling Wonen naar Foto Repérages en Diapason naar Hi-fi+ (en soms zelfs de Knack). Daarnaast raadpleeg ik een hele hoop bronnen on-line, van buitenlandse kranten tot weblogs, online woordenboeken en de onmisbare –maar niets steeds ongeopnieerde– wikipedia. In ons huis is een kamer van 7 op 5m voorzien voor boeken, cd’s, dvd’s én twee computers, en dan nog zijn er overal doorheen het huis boeken, cd’s, en magazines te vinden. Het drijft ons tot wanhoop, elke lente, wanneer we een Grote Schoonmaak ambiëren.

Analoog en digitaal, oud en nieuw, traditioneel en vernieuwend worden door elkaar gebruikt in een verrijkende mix. Want daar, beste Karel, komt het op neer: verruim uw horizon, verberg u niet achter uzelf. En wat het internet betreft, is er altijd nog Pascal Vyncke om u te helpen.

Maar waarom, Karel dat gespartel? Waarom die leugens? Vandaag schrijft Karel in de regionale VUM-kranten (De Gentenaar, Het Nieuwsblad en Het Volk) een editoriaal: Proficiat Gent.blogt en bedankt De Gentenaar, waarin Karel niet alleen zijn gebrek aan kennis van het medium aantoont, maar tevens –gemakshalve– de feiten uit het oog verliest. Hij schrijft er eerst zijn eigen lofzang, en dan moet het hem van het hart.

De corebusiness van Gent.blogt is hoe dan ook het dagelijkse nieuws. Als je de weblog opent, tref je onder de noemer “actua” de nieuwsstukken. Daarop komen ook geregeld reacties, al domineert een vast clubje dat altijd reageert. Gent.blogt heeft een akkoord met onze zusterkrant De Standaard, waardoor ze stukken van de De Standaard-website mag plukken. Stukken met nieuws over Gent. Soms verwijzen ze ook naar een stuk van De Gentenaar.

Negentig procent van die nieuwsstukken zijn wel geschreven door redacteurs van De Gentenaar. Dat mag geweten zijn. In gesprekken of interviews lijkt Gent.blogt dat altijd te willen verzwijgen. Dat betreuren we. In alle feestvreugde hadden we ook een bedankje verwacht. Tenslotte hebben wij Gent.blogt mee leven in geblazen. Voor de rest, nog vele jaren. O ja, De Gentenaar bestaat al sinds 1879.

Maar Karel toch. Kareltje, Kareltje, Kareltje. Hoe zielig lig je daar nu te spartelen. Ik zou voorwaar tranen in de ogen krijgen van medelijden. Welk een onkunde, welk een gebrek aan beroepsernst, om van deontologie nog maar te zwijgen.

Het internet, beste Karel, is één grote linkbak. Net zoals andere internetbronnen linkt ook Gentblogt vaak naar weer andere bronnen. Zo werkt het nu eenmaal. Wij kopiëren uw artikels niet, wij pretenderen evenmin dat die artikels van onze hand zouden zijn, nee, wij lichten ze gewoon uit de kluwen aan informatie die zich op de VUM-sites bevindt, en op die manier sturen wij ook mensen uw richting uit. Graag gedaan, Karel, maar voor die vanzelfsprekendheid hoeft u ons niet te bedanken. Een beetje wederzijds respect daarentegen, hadden wij wél op prijs gesteld.

(Oh ja, for the record, het is Gentblogt, en niet Gent.blogt. U had ons gerust om de correcte schrijfwijze mogen vragen. Wij bijten niet.)