van buiten te gaan

Zelfs al moest ik tijd hebben, ik zou vandaag nog niets posten.

Niet dat ik van het goede weer ga profiteren, want ’t is vandaag schoolfeest (binnen), en daarna mag ik naar ’t centrum crossen voor de Obrecht opvoering in de Sint-Baafskathedraal (om 20u, al is het de ganse dag wel Obrecht-dag). (Wie niet zo voor die oude muziek te vinden is kan ook zijn oor te luister gaan leggen bij de jazz in ’t Gravensteen.)

Morgen varen we mee met de batoosjantant, en ’s avonds laat ik mij –naar alle waarschijnlijkheid– met plezier in Opatuur beroken voor het volgende jazz concert. (En daar tussenin –hopelijk– voor de eerste keer dit seizoen met de moto weg.)

En maandag? Maandag is ’t verlof.

wij zijn niet bang

Bij de tandarts was het lang niet zo erg als verwacht. Al was het maar omdat mijn tand (voorlopig) niet diende te worden getrokken. ’s Ochtends werd de afspraak telefonisch verzet naar 15u (ipv 17u15), en met de trein van 12u28 kwam ik op een deftig middaguur te Gent aan, waardoor ik de kans kreeg tot een galgenmaal (bij Himschoot). Een cappuccino achteraf, want je weet maar nooit of ook vloeibaar voedsel niet meer zou lukken, na dat tandartsbezoek.

Henri was er in elk geval niet echt rouwig om dat ik hem rond kwart na twee uit de klas kwam plukken, en na de obligate tandenpoetsbeurt (een beetje zoals je proper ondergoed aantrekt om een medisch onderzoek te ondergaan), vertrokken we tandartswaarts. Inwendig een beetje zenuwachtig (hoeveel, en wat, moet eruit), maar uitwendig zo kalm als de halcyonische doldrums in de Atlantische Oceaan (om maar eens een vergezocht en complex beeld te misbruiken). Ik had mij voorgenomen dat masker niet meer af te nemen zolang de interventie duurde.

De eer was aan mij. Henri zag het niet zitten om als eerste plaats te nemen in ‘De Stoel’, en het verdikt was al gauw: dit moet worden verdoofd. Een reusachtige spuit, met een even gigantische naald, die ik tussen mijn net niet tijdig gesloten oogleden nog kon waarnemen, werd in de plooien van mijn onderkaak gedrukt. Het tintelde tot in mijn tong. Henri werd vakkundig eventjes naar de wachtzaal gestuurd, om een stripverhaal uit te kiezen, en bij zijn terugkomst, mocht hij op mijn schoot plaatsnemen voor zíjn korte onderzoek. “Ik zie dat ge heel flink uw tanden poetst,” moedigde de tandarts hem aan. Voor hem duurde de hele interventie maximaal 60 seconden. Lang genoeg om de verdoving bij mij te laten inwerken.

Of hij de ganse tand, of in het beste geval de stukken die er eventueel moesten worden uitgehaald, voor mij kon bewaren, vroeg ik de tandarts nog, voor ik mijn ogen snel sloot. Hij lachte even. “De tand laat ik voorlopig nog zitten, maar dat stuk moet er wel uit. We wisten al langer dat die tand een verloren zaak is, maar we zullen een foto nemen, en dan bekijk ik wat we er binnen een maand of drie nog van kunnen maken.”

Achteraf vond Henri dat ik flink was geweest. Hij vond het cool, dat de tandarts zo met die grote tang het stuk tand eruit had gehaald. Veel kon hij me echter over de procedure niet vertellen, want de prentjes in zijn stripverhaal waren nog vele keren interessanter gebleken. “Maar mag ik nu die stukken toch ne keer zien?”

muziek en taal (bis)

In november vorig jaar had ik bericht over het onderzoek van Aniruddh Patel (dat ik via Nature had gevonden); gisteren had het nieuws ook DS bereikt: Waarom Engelse muziek meer swingt dan Franse – Componeren we zoals we spreken?

Het blijft een interessant en boeiend gegeven, vandaar neem ik nog maar even de verwijzingen opnieuw over + een PDFje naar het artikel van DS (die het blijbaar nog steeds te moeilijk vinden om dergelijke referenties in hun artikels op te nemen al hebben ze nu precies wel zélf een artikel geschrevenbygones, and all that).

met hand en tand

De tand is er niet uit. Enkel een stuk, zo groot als de nagel van mijn pink; en een stuk vulling, iets kleiner, maar wel veel dikker.

de tand en vier stukken vulling

In de plaats is er een tijdelijke vulling gekomen, zeker goed voor drie maanden. “Dan komt ge weer in augustus, en dan zien we wat we kunnen doen. Maar ik ga eerlijk zijn, wreed goed ziet het er niet uit. Een kroon is uitgesloten, maar misschien kunnen we nog wat anders proberen.”

Smakelijk.

withdrawal

Waarmee we nog steeds niet naar de Fnac geraakt zijn (zaterdag zal het twee weken geleden zijn). Al vraag ik me af of het wel de moeite loont om nu nog gauw de arrogantie van Brusselse vestiging te trotseren, dan wel of het voor mijn gemoedsrust gezonder zou zijn het nog tot zaterdag uit te houden…

  • Maandag was er een onvoorziene lunch (die heeft geduurd van 12 tot 14u30-15, waarna ik me om 16u uit de vergadering heb gespoed om mijn trein niet te missen).
  • Dinsdag was er een onvoorziene vergadering, tijdens het lunchuur door.
  • Gisteren, woensdag, had ik eerst les Frans (om 11u30), gevolgd door een May Day Buffet.
  • Vandaag ziet het er voorlopig naar uit dat ik tussen de middag vrij ben. Deze middag mag ik naar huis. Mijn afspraak met de tandarts (zie hieronder) werd verzet van 17u15 naar 15u. Evenmin (Brusselse) Fnac vandaag: slechts één dag te overbruggen naar zaterdag.

Vanavond mag ik overigens naar de tandarts. Een tweetal weekends geleden heb ik op een verkeerde manier op een verkeerd stuk voedsel, de vulling uit mijn tand gebeten (achteraan links onder). Helaas betrof het een ontzenuwde tand, waardoor, bij een volgende hap, de kies in twee is gespleten (excruciating pain ensues). Ik had naar mijn tandarts gebeld, en daar hadden ze mij op een wachtlijst gebeld. Tot gisteren had ik echter nog steeds niets van hem gehoord, dus besloot ik zelf maar eens terug te bellen.

Nog een geluk, want wat bleek, zes maanden geleden had ik reeds een afspraak vastgelegd voor de (jawel:) halfjaarlijkse controle, waar ik normaal gezien hondstrouw met Henri mijn opwachting maak. Vanavond dus, en ik heb zo een donkerbruin vermoeden dat er tot een tandextractie zal worden overgegaan.

Hopelijk ondervind ik daar dan verder niet al té veel last van, want vanavond speelt het Borodin Quartet Myaskovski , Debussy, Schubert & Mozart in De Bijloke. Mocht u nog niets te doen hebben, dan raad ik u echter niet alleen dit concert, maar nog meer het concert van Bl!ndman & het Goeyvaerts Consort in de Handelsbeurs aan.

(Op de site van De Bijloke beweren ze overigens dat het nieuwe programma on-line staat, maar bij het downloaden blijkt het om het programma van het huidge seizoen te gaan. Ik zal vanvond eens polsen.)

kankeraars

(Misschien moet ik me maar bij Pietel en i. aansluiten.)

Daarnet werd er aan de voordeur gebeld. De juffrouw had haar moment niet goed uitgekozen: ik was net aan het avondeten begonnen, of net niet, maar in elk geval stond mijn mokkapot op het vuur te pruttelen, mijn melk nog net niet in de microgolf, en de schuimmaker paraat. In zulk een gevallen laat ik overigens altijd Henri de voordeur beantwoorden. Gaat het om bekenden, dan nodigt hij die gewoon binnen; in het andere geval vraagt hij de (ongenode) gast eventjes te wachten alstublieft, waarop hij de deur sluit, en mij komt halen.

Ik hoorde hem al gauw op de trap terug naar boven keren. “Papa. Papaaaaa!”

De juffrouw was van een kanker… animatie… fonds of iets dergelijks. Ze was er in elk geval niet heel duidelijk over, maar het ging zeker niet om het gereputeerde kinderkankerfonds. Ze bestaan al acht jaar, en om dat kracht bij te zetten had ze een shopping cart vol parafernalia meegebracht, en een arm vol mappen, posters, prentkaarten en stiften.

Van zodra ik de deur opendeed, in onderhemd, want vandaag was een warme lentedag, had ik geprobeerd haar te stoppen. Dat wij soortgelijks al steunen via het UZ, en toen dat niet hielp (“maar wij zijn níet het kinderkankerfonds, meneer”), dat we toch moeilijk alles kunnen steunen en dat we een keuze moeten maken. Ik wou haar leed nog wat verzachten, door aan te vullen hoezeer ik haar vrijwillige (?) inzet bewonderde, maar zonder mij nog een blik of een woord waardig te achten, had ze met haar karretje en een afgeladen linkerarm, haar kruistocht reeds verdergezet. De kin hoog opgeheven, de ogen bliksemend.

timing is everything

Timing is belangrijk. We hadden onze buurvrouw al een paar keer stiekem vanop haar plat dak bij ons zien binnenkijken. We hadden eerst nog gedacht dat ze ons op iets wilde betrappen (we leven tenslotte al 15 jaar in zonde), maar blijkbaar had ze grootsere plannen.

“Ze zijn tóch thuis,” moet ze dan telkens tegen haar man, een befaamd arts, hebben gezegd, om vervolgens met een grote pruillip hun huis opnieuw binnen te vluchten. Contact moet vermeden worden, of toch op zijn minst tot een minimum beperkt. “Ils ne parlent même pas le français. Et cela pour un docteur. Quand même.”

De buurvrouw draagt hakken, en de buurman waarschijnlijk ook. ’s Avonds spelen ze spelletjes. Tikkertje, of 1-2-3-piano, of overlopertje. Henri weet al goed welk spel wanneer wordt gespeeld; of het tak-tak-tak gaat, of takkedetakkedetak. Hoe later op de avond hoe wilder de spelletjes worden, en dan horen we ook al eens een gilletje. Of het klakken van een zweep, of objecten die één na één vallen. Al weten we niet goed wat dat dan is. Henri kunnen we het niet meer vragen, want die slaapt dan al, en wij eigenlijk ook, zo rond half een. Maar niet buurman en buurvrouw.

Dit weekend zag ze haar kans schoon. Terwijl wij in London tikkertje speelden met onze vrienden, hebben zij hun plat dak gekuist. (Hun plat dak is een annex, een oude koer die ze hebben overdekt, nog voor wij ons huis hebben gekocht, zeven jaar geleden.) Vorig jaar ben ik begonnen de klimop van onze zijmuren te verwijderen; dat móest, want een van de zijmuren stond letterlijk gebukt onder het gewicht van die klimop. Met de (rechter-)buurman had ik daarover een babbeltje geslaan, en hij had sowieso al geen probleem met de klimop, maar evenmin met de mogelijkheid dat die zou worden verwijderd. “Als de klimop te ver over de muur komt, snoei ik die gewoon bij,” had hij geopperd. “En als die muur moet herzet worden, dan betalen wij vanzelfsprekend mee.”

De andere buurman viel niet te pakken te krijgen. Dus hebben wij gewoon de klimop aan onze kant verwijderd, en wat bij hem hing, laten hangen. (Die klimop, zo heb ik toen bij het snoeien ontdekt, kwam overigens niet uit ónze tuin, maar bij hem vandaan.)

“Chou, ils sont partis. Et ils portaient des valises. Allons-y.” Ik zie ze al, op hun hoge hakken, alletwee: hij, met een borstel stevig in beide handen gekneld; zij, met een snoeimes, strategisch her en der een paar takken doorknippend. Met de handen haalt ze de delen uit elkaar, waarop hij ze, met een laatste nijdige duw, over de rand en in onze tuin helpt.

het dak en de klimop

Het was de wind, voorwaar.