op verplaatsing

Terwijl de rest van ’t land in een deken van dichte neerslag was gehuld (zo hoorde ik op de radio), zijn wij van de zee terug gekomen als half gekookte kreeften (inclusief zonnebrilwit rond de ogen). We hadden duidelijk de juiste dag uitgekozen.

Ik was sowieso van plan om vandaag met Henri ergens naar toe te gaan, en ik had hem maar laten kiezen. Het kasteel van de grote kruisvaarder Godfried heeft het moeten afleggen tegen de kust.

“Vandaag naar de zee?” vroeg hij ongelovig maar met blinkende oogjes. “En blijven we daar dan voor een tijdje, of komen we vandaag terug naar huis?”

Iets voor 11 vertrokken, rond half zeven terug thuis (tel in het terugkomen maar een half uur extra voor de file bij).

Zalig.

tijdschriften

Soms bezondig ik me nog wel eens aan een tijdschrift (lees: een paar keer per maand). Passeren gegarandeerd de revue: Motoren & Toerisme en Motorwereld; maar ook Réponses Photo en Diapason (kwestie van mijn Frans te oefenen) duiken hier frequent op, en soms een paar lifestyle magazines. Van mijn moeder krijgen we de Knack tegen het einde van de week (waarvan ik meestal alleen weekend en focus lees), en van mijn schoonouders krijgen we soms de Humo. En met National Geographic heb ik een aan/af relatie: gemiddeld elke vijf jaar neem ik weer eens abonnement voor twee jaar, waarna het opnieuw on hiatus gaat.

Worden er eigenlijk nog wel veel tijdschriften gelezen, vroeg ik me daarnet af. Aan het aanbod in de krantenwinkel, en ons eigen leesgedrag te zien in elk geval wel. Al lijkt de concurrentie met het internet me niet vanzelfsprekend. Niet alleen is de informatie op het internet up to date, in geheel niet uitzonderlijke gevallen is ze ook behoorlijk diepgaand en gespecialiseerd.

En dan heb je bvb Wired: een gedrukte versie (die steevast te laat komt, of helemaal niet –we hebben een abonnement op het werk; issue 12.04 heeft ons niet bereikt), en een (gratis ?!) on-line versie, die ongeveer een maand achter loopt op de release van de gedrukte (I can live with that).

Maar ik had net weer vijf minuten tijd, en verbaasde me over de niet geringe hoeveelheid informatie in de Motoren & Toerisme van deze maand. En hoe ik niet alleen het internet had afgeschuimd op zoek naar informatie over (Nikon) lenzen, maar ook in mijn oude Réponses Photo had gegrasduind.

En vooral hoe aangenaam het is een pagina te kunnen omslaan.

lenzen

De standaardprijzen in België moeten zowat overal hetzelfde zijn. Henri en ik zijn net een paar winkels gaan afschuimen (waaronder de fnac), en de prijzen liggen –toch in de winkels die wij bezocht hebben– zowat gelijk.

Ik heb naar prijzen geïnformeerd voor de AF 20 f/2.8, de AF 35 f/2D, en de AF 50 f/1.4. En passant heb ik in de fnac ook de prijs voor de AF 50 f/1.8 meegepikt (want hij lag in een vitrinekast). De prijzen waren resp. 990, 545, 470 en iets van een 275 EUR (had het niet opgeschreven voor de AF 50 f/1.8).

Vergelijken we dat dan met de prijzen op Kamera Express en Foto Konijnenberg dan komen we –telkens in het goedkoopste geval– uit op resp 495, 299, 269 en 129 EUR. Net iets meer dan de helft van de prijs, laten we de vergelijking ruim nemen, en –inclusief de verzendkosten– het verschil op 60% van de prijs in België houden (waarbij op de officiële prijs max 10% korting wordt gegeven).

(De enige uitzondering is de DX Fisheye 10.5mm f/2.8G, die hier slechts 50 EUR duurder is.)

Een prijsverschil dat kan tellen.

taal

Tijd voor een intermezzo (interludium?). In het vorige stukje was ik niet zeker over het correcte gebruik van de onvoltooid verleden tijd meervoud van willen.

Het woordenboek op het van Dale taalweb gaf niet het gewenste resultaat (daar dient een woordenboek ook niet voor), maar een eenvoudige zoektocht bij google bracht me bij het onvolprezen taaluniversum (wilde/wou, wilden/wouen).

Een link sorry, koppeling om te onthouden. En in diezelfde categorie horen overigens ook de VRT taaldatabanken en het taaladvies van het Genootschap Onze Taal thuis.

Ook de ANS bestaat in internet versie. (Maar het Groene Boekje bestaat al een tijd (officieel) niet meer –ik loop weer achter op de feiten).

Enfin, voor wie dat soort dingen interessant vindt. Geek. Purist.

spouse

Een beetje uitleg bij de entry in het fotolog vandaag.

Tessa ‘moet’ regelmatig naar congressen. In het begin (toen ik nog zelfstandig was) ging ik vaak mee. Die dingen worden veelal toch gesponsord door de farmaceutische industrie, en het enige wat ik moest betalen was de vliegreis (en mijn eten). Dus was ik ‘spouse‘ in New Orleans, San Francisco, en Stockholm.

De eerste twee keer namen we Henri nog mee –hij was amper zes weken oud in New Orleans (ooh how cute –ik moest de vrouwen bijna van mijn zijn lijf slaan), en net iets meer dan een jaar in San Francisco. Qua jetlag viel dat behoorlijk mee –hij sliep toch het grootste deel van de tijd. Maar in SF was hij ziek: oorontsteking? verkouden? –in elk geval ziek genoeg om ons de ganse tijd wakker te houden en elke dag buikloop te hebben.

Net dat jaar hadden we beslist om na de conferentie wat te blijven hangen. Tessa was eerder al in SF geweest, en was er heel enthousiast over, en we vonden het beiden jammer dat we het jaar ervoor, in New Orleans, niet een week langer waren gebleven. Bijna hadden we een ganse uitstap gepland naar een paar National Parks, maar achteraf waren we blij dat we daarvan hadden afgezien.

Het eerste deel van de trip (tijdens de conferentie) zaten we in het SF Hilton: een duur anoniem zakenhotel, met kleine kamers en onpersoonlijke service, waar Henri ganse nachten het halve hotel bij elkaar schreeuwde.

Op een ochtend kregen we bezoek van de hotel security.

“Sir? Open the door please, Sir?”

En toen dat niet snel genoeg gebeurde (hey, we lagen in bed, en wilden graag wel onze kledij fatsoeneren), werd dat al gauw gevolgd door een iets errm heviger gebonk: “Sir, Open the door NOW, please Sir!”

Blijkbaar hadden ze een teleoontje gekregen van iemand naast ons, en werden we (ik?) verdacht van geweldpleging (op Henri ?).

“Is everything OK, Madam? And with the child too?” vroegen ze, mij eerst straal negerend. Toen er geen probleem bleek, en we uitlegden dat hij wat ziek was, mompelden ze tammetjes een soort verontschuldiging, en dropen ze af.

Nee, het tweede deel, en daarmee het tweede hotel, was een andere wereld. Hotel Monaco, nu beschreven als een boutique hotel, is een relatief klein, en zeer persoonlijk hotel: alle gasten krijgen een goudvis op de kamer, uw favoriete muziek speelt als je de kamer voor het eerst betreedt, en bij het afscheid krijg je een plastic goudvis mee naar huis. Toen we bij het inchecken vermeldden dat Henri wat ziekjes was, zat de ‘huisdokter’ al een half uur later bij ons op de kamer, en nog geen drie uur later zaten we al bij een specialist in de wachtzaal. (Het was misschien niet meteen een ‘budget’ hotel, maar dat is de Hilton evenmin, dacht ik.)

(Op het fotolog staat een foto van een typische kamer (onopgemaakt, maar dat was de charme van de scène). Het was een zeer discreet hotel, en ik was dan ook verbaasd de deur van een kamer open te vinden.)

…is half gewonnen

Om de twee dagen moet ik benzine tanken met de motor. Met mijn Gent-Brussel-Gent trajekt rijd ik om de twee dagen 285km, en daarvoor verbruik ik gemiddeld iets meer dan 15 liter.

Normaal gezien vergeet ik zoiets niet. Het is een soort tweedaags ritueel, waarbij ik de ene dag ‘volle gaz’ voorbij Wetteren kan doorrijden, en de andere even een korte pauze neem bij het benzinestation. De motor is dan net goed opgewarmd, dus tegen dat ik weer van de oprit op de autosnelweg zit, ben ik al de 110 voorbij (een goed verstaander etc). Terwijl de automobilisten, die hetzelfde proberen eerst heel goed moeten opletten of ze niet voor de wielen van een vrachtwagen terecht komen.

Vandaag was een voorbij-rij-dag. Dat dacht ik toch, tot ik plots, tussen Wetteren en Aalst, een verklikkerlichtje zag oplichten. Benzine. Shit. In gedachten zag ik me al op de pechstrook –met de helm op (dat is bij wet verplicht)– de motor een paar tientallen kilometers voortduwen tot het volgende pompstation (Grootbijgaarden?).

Ugh. Snelheid naar beneden, toerental naar beneden, lossen die gashendel. Tot ik het Texaco station in Grootbijgaarden zag. Nog even op het gas, en 10 liter bijgetankt (ik ben nogal gehecht aan mijn vaste benzinepomp in Wetteren). Ik ben het vergeten na te kijken, maar ik moet ongeveer 330km afgelegd hebben op één tank.

Wedden dat ik morgen weer vergeet in Wetteren te stoppen?

goed begonnen…

Hoe kan uw dag nu nog stuk als hij zo begint? Meestal slaapt Henri nog vlijtig door als ik ’s ochtend vertrek, maar toch ga ik altijd nog eens op zijn kamer piepen. Al was het maar om te zien in welke onmogelijke houding hij zich tijdens de nacht nu weer heeft gewrongen.

Vanochtend was hij echter wakker. Maar niet echt. Vergezeld van een kreun vroeg hij me hoe laat het was.

-Zes uur, jongen. Slaap nog maar wat verder, verteld ik terwijl ik zachtjes naast hem in bed kwam zitten. Hij klampte zich tegen me aan en slaakte een diepe zucht terwijl ik nog even door zijn haar woelde.

“Weet je wat, papa?” vroeg hij met zijn slaapstemmetje. “Je bent nog niet weg en ik mis je nu al heel erg.”

Waarop hij zich resoluut omdraaide en zachtjes de ochtend in snurkte.